dashboard Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 214 of 540

3-130
Kenmerken van uw auto
Onderhoud van het systeem
Interieurfilter
Dit filter bevindt zich achter het
dashboardkastje. Het filtert stof en
vervuilende stoffen uit de lucht die via
het verwarmings- enairconditioningssysteem naar het
interieur wordt gevoerd. We raden u
aan het interieurfilter te laten
vervangen door een officiële Hyundai-
dealer overeenkomstig het
onderhoudsschema. Als er onderongunstige omstandigheden gereden
wordt, bijvoorbeeld in een stoffige
omgeving of op slechte wegen, moet
het interieurfilter vaker worden
gecontroleerd en indien nodig worden
vervangen.We adviseren u het systeem te laten controleren door een officiëleHyundai-dealer als de luchtop-brengst plotseling afneemt. Het is belangrijk dat het juiste type
en de juiste hoeveelheid olie en
koudemiddel worden gebruikt.
Anders kan er schade aan de
compressor ontstaan, waardoorhet systeem niet meer goed
functioneert.Hoeveelheid koudemiddel en
compressorolie controleren
Als er te weinig koudemiddel in het
systeem zit, neemt de koelcapaciteit
van de airconditioning af. Te veel
bijvullen resulteert tevens in
afnemende prestaties van hetairconditioningsysteem.
Daarom adviseren we u het systeem te laten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer als het systeem
niet normaal werkt.
AANWIJZING
Auto's met R-134a
Omdat het
koudemiddel onder
zeer hoge druk staat,
mag onderhoud aan
het airconditionings-
systeem alleen worden uitge-
voerd door geschoolde en
gecertificeerde technici. Het isbelangrijk dat het juiste type en
de juiste hoeveelheid olie en
ccc worden gebruikt.
Anders kan schade aan de auto
en persoonlijk letsel ontstaan.
WAARSCHUWING
1LDA5047
Buitenlucht
Gerecirculeerde lucht
Interieurfilter Aanjager
VerdamperKachelradiateur
Page 219 of 540

3-135
Kenmerken van uw auto
3
Stand DEFROST (A, D)
Het grootste deel van de luchtstroom
wordt naar de voorruit geleid.
Stand FACE (B, D)
De lucht stroomt naar de romp en
naar het hoofd. Daarnaast kan
iedere uitstroomopening versteld
worden om de richting van deluchtstroom te wijzigen.
Stand FLOOR
(A, C, D, E)
Het grootste deel van de luchtstroom
wordt naar de voetenruimte geleid.
Stand DEFROST (A) (6)
De meeste lucht stroomt naar de
voorruit en een klein gedeelte
stroomt door de zijruitontwaseming.
Uitstroomopeningen dashboard
De uitstroomopeningen kunnen
afzonderlijk worden geopend of
gesloten ( ) met het wieltje.
Met de hendel in de ventilatie-
roosters kunt u de richting van de
luchtstroom uit deze
ventilatieroosters afstellen, zoals in
de afbeelding is aangegeven.
Temperatuurregeltoets (1)
Stel de temperatuurtoets in op de
gewenste temperatuur.
Luchttoevoertoets (9)
Hiermee kan de stand
BUITENLUCHT of de stand
RECIRCULATIE worden gekozen.
Druk op de desbetreffende toets om
de stand van de luchttoevoer tewijzigen.
Stand RECIRCULATIE
In de standRECIRCULATIE wordt de lucht uit het passa-
gierscompartiment doorhet systeem gerecir-
culeerd en, afhankelijk
van de gekozen functie,
gekoeld of verwarmd.
Stand BUITENLUCHT
In de stand BUITENLUCHT stroomt
de lucht van buitenaf in
het passagierscomparti-
ment. Deze lucht wordt,
afhankelijk van de
gekozen functie, ver-
warmd of gekoeld.
OOS047306
Page 223 of 540

3-139
Kenmerken van uw auto
3
Onderhoud van het systeem
Interieurfilter
Dit filter bevindt zich achter het
dashboardkastje. Het filtert stof en
vervuilende stoffen uit de lucht die
via het verwarmings- enairconditioningssysteem naar het
interieur wordt gevoerd.
We raden u aan het interieurfilter te
laten vervangen door een officiële
Hyundai-dealer overeenkomstig het
onderhoudsschema. Als er onderongunstige omstandigheden
gereden wordt, bijvoorbeeld in een
stoffige omgeving of op slechte
wegen, moet het interieurfilter vaker
worden gecontroleerd en indien
nodig worden vervangen.We adviseren u het systeem te latencontroleren door een officiëleHyundai-dealer als deluchtopbrengst plotseling afneemt.
Hoeveelheid koudemiddel en
compressorolie controleren
Als er te weinig koudemiddel in het
systeem zit, neemt de koelcapaciteit
van de airconditioning af. Te veel
bijvullen resulteert tevens in
afnemende prestaties van hetairconditioningsysteem.
Daarom adviseren we u het systeem te laten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer als het systeem
niet normaal werkt.
1LDA5047
Buitenlucht
Gerecirculeerde lucht
Interieurfilter Aanjager
Verdamper Kachelradiateur
Auto's met R-134a
Omdat het
koudemiddel onder
zeer hoge druk staat,
mag onderhoud aan
het airconditionings-
systeem alleen worden
uitgevoerd door geschoolde en
gecertificeerde technici. Het isbelangrijk dat het juiste type en
de juiste hoeveelheid olie en
koudemiddel worden gebruikt.
Anders kan schade aan de auto
en persoonlijk letsel ontstaan.
WAARSCHUWING
Page 230 of 540

3-146
Kenmerken van uw auto
OPBERGVAK
Laat geen waardevolle spullen
achter in de opbergvakken, om
diefstal te voorkomen.
Opbergvak middenconsole
Openen :
Trek aan de hendel (1).
Dashboardkastje
Trek om het dashboardkastje te openen aan de hendel (1) en hetdashboardkastje opent automatisch.Sluit het dashboardkastje na
gebruik.
AANWIJZING
Bewaar nooit aanstekers of
andere brandbare of explosieve
materialen in de auto. Deze
kunnen ontploffen of vlam vatten
wanneer de auto gedurende
lange tijd blootgesteld staat aan
hoge temperaturen.
WAARSCHUWING
Houd de deksels van de
opbergvakken tijdens het rijden
ALTIJD goed gesloten. De
voorwerpen in uw auto hebben
dezelfde snelheid als uw auto. Bijeen noodstop of een
uitwijkmanoeuvre of in het geval
van een aanrijding kunnen deze
voorwerpen uit het opbergvak
vliegen en verwondingen
veroorzaken als ze de bestuurder
of een passagier raken.
WAARSCHUWING
Sluit ALTIJD het dashboard-
kastje na gebruik.
Als bij een ongeval de klep van
het dashboardkastje is
geopend, kan deze ernstig
letsel bij de voorpassagier
veroorzaken, ook al draagt hij
zijn veiligheidsgordel.
WAARSCHUWING
OOS047056OOS047057
Page 255 of 540

4-14
Multimediasysteem
• Plaats geen dranken in de buurtvan het audiosysteem. Als u
morst met dranken kan dit leiden
tot storingen in het systeem.
• Als er sprake is van een storing, neem dan contact op met uw
leverancier of servicecentrum.
• Wanneer het audiosysteem in een elektromagnetische
omgeving wordt geplaatst,
ontstaat mogelijk ruis.
• Voorkom dat bijtende vloeistoffen als parfum en
cosmetische oliën in aanraking
komen met het dashboard,
omdat deze beschadiging of
verkleuring kunnen veroorzaken.
IcoonBeschrijving
MuteDempen van geluid ingeschakeld
AccuDe resterende accuduur van een aangesloten Bluetooth ®
-apparaat
Handsfree- en
audiostreamingv erbindingBluetooth ®
Handsfree bellen en
audiostreaming zijn mogelijk
Handsfreeverbin- dingBluetooth ®
Handsfree bellen is mogelijk
Audio streamen
met Bluetooth ®Audio streamen met Bluetooth ®
is mogelijk
Contacten
downloadenContacten downloaden via draadloze
communicatie met Bluetooth ®
Oproepgeschie-
denis downloadenOproepgeschiedenis downloaden via draadloze
communicatie met Bluetooth ®
Lijn bezetTelefoongesprek bezig
Microfoon
uitschakelenWerking van de microfoon onderbroken
tijdens een telefoongesprek
(gesprekspartner kan uw stem niet horen)
Signaalsterkte telefoonGeeft de signaalsterkte van de mobiele telefoon
weer wanneer deze is verbonden metBluetooth ®
Informatie over statusiconen
Iconen die de audiostatus aangeven, worden in de rechter bovenhoek
weergegeven.
Page 282 of 540

5-4
Rijden met uw auto
Koolmonoxidegas (CO) is giftig. Het inademen van CO kan bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.
Uitlaatgassen bevatten onder andere het reukloze en kleurloze gas koolmonoxide.
Adem de uitlaatgassen van de motor niet in.
Draai onmiddellijk de ruiten open als u in de auto uitlaatgas ruikt. Blootstelling aan CO kan bewusteloosheid en de
verstikkingsdood tot gevolg hebben.
Controleer of het uitlaatsysteem niet lekt.
Het uitlaatsysteem moet elke keer dat de auto op de brug staat voor olieverversen of voor andere reparaties worden
gecontroleerd. Laat uw auto controleren door een officiële HYUNDAI-dealer als u merkt dat het geluid van de uitlaat
verandert of als u over iets heen gereden bent dat de onderzijde van de auto heeft geraakt.
Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte.
Het is gevaarlijk de motor van uw auto in de garage te laten draaien, ook al staat de garagedeur open. Start de
motor en rijd direct met de auto naar buiten.
Voorkom langdurig stationair draaien als er mensen in de auto zitten.
Als het noodzakelijk is de auto gedurende langere tijd stationair te laten draaien terwijl er mensen in de auto
aanwezig zijn, doe dat dan alleen in een open ruimte, zet de luchttoevoer op BUITENLUCHT en schakel een van
de hogere ventilatorsnelheden in zodat er frisse lucht naar het interieur wordt toegevoerd.
Houd de luchtinlaten schoon.
Voor een goede werking van het ventilatiesysteem is het noodzakelijk dat de luchtinlaten onder de voorruit vrij
blijven van sneeuw, ijs, bladeren en andere belemmeringen.
Wanneer het noodzakelijk is dat u met een geopende achterklep rijdt.
Sluit alle ruiten.Open de uitstroomopeningen in het dashboard.
Zet de luchttoevoer op BUITENLUCHT, kies voor de luchtregeling VERWARMEN of VENTILEREN en zet de
aanjager in een van de hogere standen.
WAARSCHUWING
Page 350 of 540

5-72
Rijden met uw auto
FCA-sensor
Om ervoor te zorgen dat het AEB-
systeem goed werkt, moet de
behuizing van de sensor en de sensor
zelf schoon zijn en vrij zijn van vuil,sneeuw enz.Vuil, sneeuw e.d. op de behuizing van
de lens zelf kan de prestaties van de
sensor negatief beïnvloeden.
• Breng geen kentekenplaat-
houder of vreemde voorwerpen,
zoals een bumpersticker of
bumperbescherming, aan in de
buurt van de radarsensor.
• Houd de radarsensor en de behuizing altijd schoon en vrij
van vuil e.d.
• Gebruik alleen een zachte doek voor het wassen van de auto.
Spuit geen water onder hogedruk direct op de sensor of de
behuizing van de sensor.
• Oefen geen onnodige kracht uit op de radarsensor of de
behuizing van de sensor. Als de
sensor met kracht uit zijn juiste
positie wordt bewogen, werkt
het FCA-systeem mogelijk niet
goed. In dit geval wordt er
mogelijk geen waarschuwings-
melding weergegeven. Laat deauto nakijken door een officiële
HYUNDAI-dealer. • Als het gedeelte van de
voorbumper rondom de
radarsensor beschadigd raakt,
werkt het FCA-systeem mogelijk
niet goed. We adviseren u deauto te laten nakijken door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Gebruik alleen originele onderdelen om een
beschadigde sensor of
behuizing van de sensor te
repareren of te vervangen.
Breng geen verf aan op de
behuizing van de sensor.
• Plaats GEEN accessoires of stickers op de voorruit en breng
geen getinte coating aan op de
voorruit.
• Plaats GEEN reflecterende objecten (bijv. wit papier,
spiegel) op het dashboard.
Iedere vorm van lichtreflectiekan een storing in het systeem
veroorzaken.
• Voorkom met de grootste zorgvuldigheid dat de camera in
aanraking komt met water.
AANWIJZING
AANWIJZING
OOS057018
OOS057033
■ Radar voor
■ Camera voor
Page 360 of 540

5-82
Rijden met uw auto
Werking LKA
In-/uitschakelen van het LKA- systeem:
Druk met het contact in stand ON op
de toets van het LKA-systeem op het
dashboard, links van het stuurwiel. Het controlelampje in het
instrumentenpaneel zal in eerste
instantie wit branden. Dit geeft aandat het LKA-systeem in de status
READY (gereed) en NOT ENABLED
(niet ingeschakeld) staat.
•Het systeem herkent
rijstrookmarkeringen via eencamera en bedient het
stuurwiel. Als de
rijstrookmarkeringen moeilijk
te herkennen zijn, werkt het
systeem daardoor mogelijkniet goed.
Raadpleeg “Beperkingen van het systeem”.
•Verwijder of beschadig geen
onderdelen die gerelateerd zijnaan het LKA-systeem.
•Het waarschuwingssignaal van
het LKA-systeem is mogelijkniet hoorbaar als het
geluidsvolume van hetaudiosysteem te hoog is
ingesteld.
•Plaats geen voorwerpen op het
dashboard die licht reflecteren,
zoals spiegels, wit papier enz.
Het systeem werkt mogelijk
niet goed wanneer zonlicht
wordt gereflecteerd.
•Houd het stuurwiel altijd vast wanneer het LKA-systeem is
ingeschakeld. Als u blijftrijden terwijl u het stuurwiel
niet vasthoudt nadat de
waarschuwing "Houd uwhanden op het stuur" is
gegeven, wordt het systeem
automatisch uitgeschakeld.
•Het stuurwiel wordt niet
continu bediend; als derijsnelheid te hoog is wanneer
u van rijstrook wisselt, wordt
de auto mogelijk niet door het
systeem bediend. De
bestuurder moet zich altijdaan de snelheidslimiethouden als het systeem
gebruikt wordt.
•Als u objecten aan het
stuurwiel bevestigt, assisteerthet systeem de besturing
mogelijk niet goed of werkt de
waarschuwing handen van
het stuur mogelijk niet goed.
•Als met een aanhanger rijdt moet u het LKA-systeem
uitschakelen.
OOS057034
Page 366 of 540

5-88
Rijden met uw auto
• U rijdt op een steile helling, overeen heuvel of op een bochtige
weg.
• Slechte wegomstandigheden zorgen voor overmatige trillingen
tijdens het rijden.
• De omgevingstemperatuur van de binnenspiegel is hoog als gevolg
van direct zonlicht, enz.
Als het zicht vooruit slecht is
• De voorruit of de cameralens van het LKAS wordt geblokkeerd door
vuil e.d.
• De voorruit is beslagen; een helder zicht op de weg is niet mogelijk.
• Door het plaatsen van objecten op het dashboard, enz.
• De sensor kan de rijstrook niet waarnemen als gevolg van mist,
zware regenval of sneeuw.Wijzigen functie LKA-systeem
De bestuurder kan overschakelen van het LKA-systeem naar het Lane
Departure Warning-systeem (LDW) ofin de modus LKA-systeem wisselen
tussen Standaard LKA en Actieve
LKA op het LCD-display. Ga naar
"Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp →LKA (Hulp bij
rijbaan aanhouden) →LDW
(Waarschuwing bij
rijbaanwissel/Standaard LKA/ActieveLKA)". Het systeem is automatisch ingesteld op Standaard LKA als ergeen functie is geselecteerd.
Lane Departure Warning
Het LDW-systeem waarschuwt debestuurder zichtbaar en hoorbaar als
het systeem signaleert dat de auto
de rijstrook verlaat. Het stuurwiel
wordt niet bediend.
Standaard LKA
De Standaard LKA-modus helpt de
bestuurder de auto op de rijstrook te
houden. Het bedient nagenoeg nooithet stuurwiel als de auto goed op de
rijstrook rijdt. Als de auto de rijstrook
dreigt te verlaten, begint het het
stuurwiel echter wel te bedienen.
Actieve LKA
De modus Actieve LKA biedt een
intensievere bediening van het
stuurwiel in vergelijking met de
modus Standaard LKA. De ActieveLKA-modus kan helpen bij het
tegengaan van vermoeidheid bij debestuurder door te helpen de auto in
het midden van de rijstrook tehouden.
Page 370 of 540

5-92
Rijden met uw auto
Het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) maakt gebruik van
de camerasensor op de voorruit. Om de camerasensor in optimale conditie te houden moeten de
volgende aanwijzingen worden
opgevolgd:
• Plaats GEEN accessoires ofstickers op de voorruit en breng
geen getinte coating aan op de
voorruit.
• Plaats GEEN reflecterende objecten (bijv. wit papier,
spiegel) op het dashboard. Elke
lichtreflectie kan een storing in
het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) veroorzaken.
• Voorkom met de grootste zorgvuldigheid dat decamerasensor in aanraking
komt met water.
• Probeer de camera NOOIT zelf te demonteren en stel de camera
niet bloot aan schokken.
• Haal de camera niet uit elkaar, bijvoorbeeld om de ruit extra tetinten of coatings of accessoires
aan te brengen. ls u de camera uit elkaar hebt
gehaald en weer in elkaar hebt
gezet, adviseren we u de
kalibratie van het systeem te
laten controleren door een
officiële Hyundai-dealer.
AANWIJZING•Het rijgedrag van de auto in
voorwaartse richting laat
ernstig te wensen over (door
een groot verschil in
bandenspanning, ongelijk-
matige bandenslijtage, onjuisttoespoor/uitspoor).
•De auto rijdt op een slechte weg.
•De auto rijdt op een
slingerende weg.
•De auto rijdt door een gebied
waarin het hard waait.
•De volgende rijbegeleidings- systemen zijn actief:
- Lane Keeping Assist-
systeem (LKA)
- Forward Collision- Avoidance Assist (FCA)
Het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) werkt mogelijk
niet goed en waarschuwt inbeperkte mate onder de
volgende omstandigheden:
•De rijstrook wordt slecht
herkend. (Zie "Lane KeepingAssist-systeem (LKA)" in dit
hoofdstuk voor meer
informatie.)
•Er wordt wild met de auto
gereden of er wordt abrupt om
een obstakel heen gestuurd
(bijv. wegwerkzaamheden,
andere voertuigen, gevallen
objecten, slechte wegen).
OPMERKING
Als het volume van het
audiosysteem van de auto hoog
is, zijn de
waarschuwingssignalen van
het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) mogelijk niet
hoorbaar.
OPMERKING