Klep Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 230 of 540

3-146
Kenmerken van uw auto
OPBERGVAK
Laat geen waardevolle spullen
achter in de opbergvakken, om
diefstal te voorkomen.
Opbergvak middenconsole
Openen :
Trek aan de hendel (1).
Dashboardkastje
Trek om het dashboardkastje te openen aan de hendel (1) en hetdashboardkastje opent automatisch.Sluit het dashboardkastje na
gebruik.
AANWIJZING
Bewaar nooit aanstekers of
andere brandbare of explosieve
materialen in de auto. Deze
kunnen ontploffen of vlam vatten
wanneer de auto gedurende
lange tijd blootgesteld staat aan
hoge temperaturen.
WAARSCHUWING
Houd de deksels van de
opbergvakken tijdens het rijden
ALTIJD goed gesloten. De
voorwerpen in uw auto hebben
dezelfde snelheid als uw auto. Bijeen noodstop of een
uitwijkmanoeuvre of in het geval
van een aanrijding kunnen deze
voorwerpen uit het opbergvak
vliegen en verwondingen
veroorzaken als ze de bestuurder
of een passagier raken.
WAARSCHUWING
Sluit ALTIJD het dashboard-
kastje na gebruik.
Als bij een ongeval de klep van
het dashboardkastje is
geopend, kan deze ernstig
letsel bij de voorpassagier
veroorzaken, ook al draagt hij
zijn veiligheidsgordel.
WAARSCHUWING
OOS047056OOS047057
Page 234 of 540

3-150
Kenmerken van uw auto
• Zorg ervoor dat uw drankentijdens het rijden zijn afgedekt
om morsen te voorkomen. Als
vloeistof wordt gemorst, kan
deze op onderdelen van het
elektrische/elektronische sys-
teem van de auto terechtkomen
en storingen veroorzaken.
• Droog de bekerhouder na het verwijderen van gemorste
vloeistoffen niet bij een hoge
temperatuur. Hierdoor kan de
bekerhouder beschadigd raken.
Zonneklep
Trek de zonneklep omlaag om deze
te kunnen gebruiken.
Trek de zonneklep omlaag, neem
hem uit de steun (1) en draai hem
naar de zijruit (2) om bescherming te
verkrijgen tegen zon van opzij.
De make-upspiegel kunt u gebruiken
door de zonneklep te openen en het
afdekkapje (3) van de spiegel te
verschuiven.
In de tickethouder (4) kunt u tickets
bewaren. Informatie
Sluit het afdekkapje van de make-
upspiegel goed en klap de zonneklep
omhoog na gebruik.
Probeer niet meer dan één ticket
tegelijk in de tickethouder te
plaatsen. Anders kan de
tickethouder beschadigd raken.AANWIJZING
i
AANWIJZING
Plaats blikjes en flessen niet in
direct zonlicht en laat ze niet
achter in een warme auto. Ze
kunnen exploderen.
WAARSCHUWING
OOS047062 Belemmer, voor uw eigen
veiligheid, uw zicht nietwanneer u de zonneklep
gebruikt.
WAARSCHUWING
Page 240 of 540

3-156
Kenmerken van uw auto
Hoedenplank
(indien van toepassing)
Gebruik de hoedenplank om te
voorkomen dat de bagage in de
bagageruimte van buitenaf zichtbaar
is.
De hoedenplank wordt omhoog
getild wanneer de achterklep wordtgeopend.
Neem de lus (1) los van de houder
wanneer u de hoedenplank in zijn
oorspronkelijke positie wilt
terugplaatsen. Om de hoedenplank
in zijn geheel te verwijderen tilt u dehoedenplank omhoog tot een hoek
van 50 graden en trekt u hem naar
buiten (2).Leg om beschadiging of
vervorming te voorkomen geen
bagage op de hoedenplank.
AANWIJZING
Voorkom oogletsel. Trek het
bagagenet niet te strak aan.
Hou gezicht en lichaam op
voldoende afstand. Gebruik hetnet niet als de spanbanden
zichtbare slijtage of schade
vertonen.
WAARSCHUWING
Om beschadiging van de goederen of de auto te
voorkomen, moet bij het vervoer
van kwetsbare of volumineuze
lading in de bagageruimte de
nodige voorzichtigheid in acht
worden genomen.
OPMERKING
OOS047069
•Plaats niets op de rolhoes.
Dergelijke voorwerpen
kunnen bij een ongeval ofremmen door de auto
geslingerd worden en
inzittenden verwonden.
•Laat tijdens het rijden
niemand in de bagageruimte
zitten. Deze is alleen bedoeld
voor bagage.
•Plaats bagage voor een goede
balans zo ver mogelijk naar
voren.
WAARSCHUWING
Page 282 of 540

5-4
Rijden met uw auto
Koolmonoxidegas (CO) is giftig. Het inademen van CO kan bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.
Uitlaatgassen bevatten onder andere het reukloze en kleurloze gas koolmonoxide.
Adem de uitlaatgassen van de motor niet in.
Draai onmiddellijk de ruiten open als u in de auto uitlaatgas ruikt. Blootstelling aan CO kan bewusteloosheid en de
verstikkingsdood tot gevolg hebben.
Controleer of het uitlaatsysteem niet lekt.
Het uitlaatsysteem moet elke keer dat de auto op de brug staat voor olieverversen of voor andere reparaties worden
gecontroleerd. Laat uw auto controleren door een officiële HYUNDAI-dealer als u merkt dat het geluid van de uitlaat
verandert of als u over iets heen gereden bent dat de onderzijde van de auto heeft geraakt.
Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte.
Het is gevaarlijk de motor van uw auto in de garage te laten draaien, ook al staat de garagedeur open. Start de
motor en rijd direct met de auto naar buiten.
Voorkom langdurig stationair draaien als er mensen in de auto zitten.
Als het noodzakelijk is de auto gedurende langere tijd stationair te laten draaien terwijl er mensen in de auto
aanwezig zijn, doe dat dan alleen in een open ruimte, zet de luchttoevoer op BUITENLUCHT en schakel een van
de hogere ventilatorsnelheden in zodat er frisse lucht naar het interieur wordt toegevoerd.
Houd de luchtinlaten schoon.
Voor een goede werking van het ventilatiesysteem is het noodzakelijk dat de luchtinlaten onder de voorruit vrij
blijven van sneeuw, ijs, bladeren en andere belemmeringen.
Wanneer het noodzakelijk is dat u met een geopende achterklep rijdt.
Sluit alle ruiten.Open de uitstroomopeningen in het dashboard.
Zet de luchttoevoer op BUITENLUCHT, kies voor de luchtregeling VERWARMEN of VENTILEREN en zet de
aanjager in een van de hogere standen.
WAARSCHUWING
Page 283 of 540

5-5
Rijden met uw auto
5
Voor het instappen
• Zorg ervoor dat alle ruiten,buitenspiegel(s) en lampen schoon en onbedekt zijn.
• Verwijder rijp, sneeuw of ijs.
• Controleer de banden visueel op ongelijkmatige slijtage en beschadigingen.
• Controleer of er geen sporen van lekkage onder de auto te zien zijn.
• Controleer of er zich geen obstakels achter de auto bevinden
wanneer u achteruit wilt rijden.
Vóór het starten
• Controleer of de motorkap, deachterklep en de portieren goed
gesloten en vergrendeld zijn.
• Stel de positie van de stoel en het stuurwiel af.
• Stel de binnen- en buitenspiegels af.
• Controleer of alle verlichting werkt.
• Doe uw veiligheidsgordel om. Controleer of alle passagiers hun
veiligheidsgordel omgedaan
hebben.
• Controleer de meters en controlelampjes in het
instrumentenpaneel en de
waarschuwingen die in het display
van het instrumentenpaneel
worden weergegeven als hetcontact in stand ON staat.
• Controleer of alle voorwerpen die u bij u hebt goed opgeborgen of
goed vastgezet zijn.
VÓÓR HET RIJDEN
Om de kans op ERNSTIG
LETSEL te beperken, moeten de
volgende voorzorgsmaatregelen
getroffen worden:
•Doe uw veiligheidsgordel
ALTIJD om. Alle inzittendenmoeten tijdens het rijden de
veiligheidsgordel op de
juiste manier dragen. Zie
“Veiligheidsgordels” in
hoofdstuk 2 voor meer
informatie.
•Rijd altijd defensief. Houd er rekening mee dat andere
bestuurders of voetgangers
onachtzaam kunnen zijn en
fouten kunnen maken.
•Blijf u concentreren op het
rijden. Een bestuurder die
zich laat afleiden kan een
ongeval veroorzaken.
•Bewaar ruim voldoende
afstand tot uw voorligger.
WAARSCHUWING
Page 445 of 540

6-46
Wat te doen in een noodgeval
Slepen in noodgevallen zonder dollies:
1. Zet het contact in stand ACC.
2. Zet de selectiehendel in stand N(neutraal).
3. Ontgrendel de parkeerrem.
Afneembare trekhaak
1. Open de achterklep en verwijder het sleepoog uit de gereedschapsset. 2. Verwijder het afdekkapje in de
bumper door op het onderste deel
van het kapje te drukken.
3. Plaats het sleepoog door het rechtsom te draaien totdat het
volledig vastzit.
4. Verwijder het sleepoog na gebruik en plaats het afdekkapje.
Als de selectiehendel niet in
stand N wordt gezet, kan dit
inwendige schade in de
transmissie tot gevolg hebben.
OPMERKING
Zet het contact in de stand OFF
of ACC wanneer de auto
gesleept wordt als de auto
voorzien is van zij- en gordijnai
bags.
De zij- en gordijnairbags
kunnen worden geactiveerdwanneer het contact in de stand
ON staat en de koprolsensor de
situatie interpreteert als over de
kop slaan.
WAARSCHUWING
OOS067023
OOS067041
■ Voor
■ Achter
Page 457 of 540

7-9
7
Onderhoud
Klepspeling (Benzine)
Controleer op vreemde bijgeluiden
en/of motortrillingen en stel indien
nodig af.We adviseren u het systeemte laten onderhouden door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Koelsysteem
Controleer de onderdelen van het
koelsysteem, zoals radiateur,
koelvloeistofreservoir, slangen enaansluitingen op lekkage en
beschadigingen. Vervangbeschadigde onderdelen.
Koelvloeistof
De koelvloeistof moet worden
ververst volgens de intervallen vanhet onderhoudsschema.
Versnellingsbakolie
(indien van toepassing)
Controleer de versnellingsbakolie
volgens het onderhoudsschema.
Double clutch-
transmissievloeistof
(indien van toepassing)
Controleer de Double clutch-
transmissievloeistof volgens hetonderhoudsschema.
Remleidingen en -slangen
Controleer visueel op juiste bevestiging,
schaafplekken, scheurtjes, veroudering
en lekkage. Vervang verouderde ofbeschadigde onderdelen direct.
Rem-/Koppelingsvloeistof
(indien van toepassing)
Controleer het vloeistofniveau in het
rem-/koppelingsvloeistofreservoir. Het
vloeistofniveau dient zich tussen de
merktekens MIN en MAX aan de
zijkant van het reservoir te bevinden.
Gebruik uitsluitend de
voorgeschreven hydraulische
remvloeistof (DOT3 of DOT4).
Parkeerrem
Controleer het parkeerremsysteem
inclusief het parkeerrempedaal (of
parkeerremhendel) en de kabels.
Schijfremmen, remblokken,
remklauwen en remschijven
Controleer de remblokken op
overmatige slijtage, de schijfremmen
op slingering en slijtage en de
remklauwen op vloeistoflekkage.
Zie de website van HYUNDAI voor
meer informatie over het controleren
van de remblokken en
remvoeringen. (http://ser
vice.hyundai-motor.com)
Page 490 of 540

7-42
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
MODULE5MODULE57,5A
Controlelampje selectiehendel automatische transmissie, elektrochromatische
binnenspiegel, audiosysteem, AMP, koplamp rechts, hoofdunit audio-, video- en
navigatiesysteem, module klimaatregeling, stuurkussenschakelaar, koplamp links,
ISG DC-DC-converter, module automatische koplamphoogteregeling, module
stoelventilatiesysteem voor, module stoelverwarming voor
MODULE3MODULE37,5ARemlichtschakelaar, BCM, selectiehendel automatische transmissie
SCHUIF-
KANT.DAK20AModule schuif-/kanteldak
A.KLEP10ARelais achterklep
P/WDW LHLH25ARelais elektrisch bediende ruit links, module elektrisch bedienbare ruit
bestuurderszijde met klembeveiliging (LHD)
MultimediaMULTI
MEDIA15AISG DC-DC-converter, audiosysteem, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem
P/WDW RHRH25ARelais elektrisch bediende ruit rechts, module elektrisch bedienbare ruit
bestuurderszijde met klembeveiliging (RHD)
DR/P/StoelDRV25ASchakelaar handmatige verstelling bestuurdersstoel
PS/P/StoelPASS25ASchakelaar handmatige verstelling passagiersstoel
MODULE4MODULE 47,5AModule Blind-Spot Collision Warning links/rechts, Active Air Flap, BCM, zoemer
Parking Distance Warning, module Lane Keeping Assist (rijstrookmarkering), 4WD-ECM
PDM337,5ASmart Key-module, startblokkeringsmodule
Page 498 of 540

7-50
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR2S210ARelaiskast PCB (relais A/CON), verbindingsblok motorruimte (RLY.9),
magneetklep dampafvoer, magneetklep RCV, oliedrukregelklep #1 - #2
ECU2E210AECM
ECU1E120AECM
INJECTORINJECTOR15A-
SENSOR1S115ALambdasensor (voor), lambdasensor (na)
IGN COILIGN COIL20ABobine #1-#4
ECU3E315AECM
A/CON10ARelaiskast PCB (relais A/CON)
ECU5E510AECM
SENSOR4S415AVacu
Page 499 of 540

7-51
7
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Zekeringkast motorruimte
■ Kappa 1.0 T-GDI
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR2S210ARelaiskast PCB (relais A/CON), verbindingsblok motorruimte (RLY.9),
RCV-magneetklep, magneetklep dampafvoer, oliedrukregelklep #1 - #3
ECU2E210AECM
ECU1E120AECM
INJECTORINJECTOR15A-
SENSOR1S115ALambdasensor (voor), lambdasensor (na)