Lamp Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 124 of 540

3-40
Kenmerken van uw auto
Motorkap sluiten
1. Controleer de volgende puntenalvorens de motorkap te sluiten :
• Of alle vuldoppen correct zijn teruggeplaatst.
• Of er geen handschoenen, doeken of andere brandbare
materialen in de motorruimte zijn
achtergebleven.
2. Zet de steun vast in de clip om te voorkomen dat hij gaat rammelen.
3. Laat de motorkap zakken (tot ongeveer 30 cm boven zijn
gesloten positie) en druk hem
stevig in het slot. Controleer altijd
nogmaals of de motorkap goed is
vergrendeld.
Als de motorkap iets kan wordenopgetild, is hij niet goed
vergrendeld. Open hem nogmaals
en sluit hem met meer kracht.
Achterklep
Achterklep openen
Zorg ervoor dat de selectiehendel in
stand P (parkeren) staat en activeer
de parkeerrem.
Voer vervolgens één van de
volgende handelingen uit:
1. Ontgrendel alle portieren met de ontgrendeltoets voor de portieren
op uw afstandsbediening of Smart
Key. Druk op de toets op de
achterklepgreep en open de
achterklep.
•Controleer voor het sluiten
van de motorkap of er geenzaken in de motorruimte zijn
achtergebleven.
•Controleer altijd nogmaals of de motorkap goed is
vergrendeld alvorens met deauto te gaan rijden.
Controleer of er geen waar-
schuwingslampje geopendemotorkap brandt of een
melding weergegeven wordtop het instrumentenpaneel.Als de motorkap niet
vergrendeld is terwijl de auto
in beweging is, zal de zoemer
klinken om de bestuurder te
waarschuwen dat de
motorkap niet volledig
vergrendeld is. Het rijden met
een geopende motorkap kan
het zicht in zijn geheel
belemmeren, hetgeen kan
leiden tot een ongeval.
•Verplaats de auto niet als de motorkap omhoog staat
omdat dan het zicht
belemmerd wordt, hetgeen
kan leiden tot een ongeval, ende motorkap naar beneden
kan vallen of beschadigd kan
worden.
WAARSCHUWING
OOS047027
Page 130 of 540

3-46
Kenmerken van uw auto
INSTRUMENTENPANEEL
1. Vermogensmeter
2. Snelheidsmeter
3. Ladingstoestandmeter
4. Brandstofmeter
5. Waarschuwings- en controlelampjes
6. LCD-display (inclusief tripcomputer)OOS047100L/OOS047101L/OOS047102L
■Type A■Type C
■Type B
Het werkelijke instrumentenpaneel kan afwijken van de afbeelding.
Zie “Meters en tellers” in dit hoofdstuk voor meer
informatie.
Page 133 of 540

3-49
Kenmerken van uw auto
3
Brandstofmeter
De brandstofmeter geeft bij
benadering de hoeveelheid
brandstof aan die nog in de tank
aanwezig is.Informatie
• De inhoud van de brandstoftank staat in hoofdstuk 8.
• De brandstofmeter is daarnaast uitgerust met een waarschuwings-
lampje laag brandstofniveau. Dit
lampje gaat branden als de
brandstoftank bijna leeg is.
• Bij hellingen en bochten beweegt mogelijk de naald van de
brandstofmeter of gaat het
waarschuwingslampje laag
brandstofniveau mogelijk eerder
branden dan gebruikelijk, doordat
de brandstof in de brandstoftank
heen en weer beweegt. Vermijd rijden met een extreem
laag brandstofniveau. Wanneer
de brandstof opraakt, kan de
motor overslaan, waardoor de
katalysator beschadigd raakt.
Buitentemperatuurmeter
De meter geeft de actuele
buitentemperatuur aan in graden
Celsius (°C) of graden Fahrenheit.
- De temperatuur ligt tussen :
-40°C - 60°C (-104°F - 140°F)
De buitentemperatuur op het display
wijzigt mogelijk niet direct zoals een
gewone thermometer, dit om debestuurder niet af te leiden.
AANWIJZINGi
Verwijder de radiateurdop nooit
als de motor heet is. De
koelvloeistof staat onder druk
en kan ernstige brandwonden
veroorzaken. Wacht totdat de
motor is afgekoeld alvorens het
reservoir bij te vullen met
koelvloeistof.
OOS047107L Het is gevaarlijk als de auto
zonder brandstof komt te staan.
Vul de brandstoftank zo snel
mogelijk als het waarschu-wingslampje gaat branden of
als de naald van de
brandstofmeter de 0 nadert.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
OPDE046140
Page 135 of 540

3-51
Kenmerken van uw auto
3
Informatie
• Als de auto niet op een horizontaal vlak staat of nadat de accupolen
losgenomen zijn geweest, kan het
gebeuren dat de functie actieradius
niet goed werkt.
• De weergegeven actieradius is een schatting van de afstand die met de
auto gereden kan worden en kan
dus afwijken van de werkelijke
actieradius.
• Indien er minder dan 6 liter brandstof wordt getankt, wordt
dat niet door de tripcomputer
geregistreerd.
• Het brandstofverbruik en de actieradius zijn sterk afhankelijk
van de rijomstandigheden, de rijstijl
van de bestuurder en de staat van de
auto.Waarschuwingslampje gladheid
(indien van toepassing)
Dit waarschuwingslampje brandt om
de bestuurder te waarschuwen voor
een mogelijk glad wegdek.
Wanneer de temperatuur op de
buitentemperatuurmeter onder
ongeveer 4°C komt, gaan het
waarschuwingslampje voor een glad
wegdek en de
buitentemperatuurmeter 10 keer
knipperen en blijven ze vervolgens
branden. Ook klinkt de
waarschuwingszoemer 3 keer. Informatie
Als het waarschuwingslampje voor
een glad wegdek gaat branden tijdens
het rijden, moet u met meer aandacht
en veiliger rijden en te hoge
snelheden, snelle acceleratie,
plotseling remmen en plotselinge
stuurbewegingen vermijden.
ii
OTLE045132
Page 137 of 540

3-53
Kenmerken van uw auto
3
Pop-up schakelindicator
(indien van toepassing)
Wanneer de selectiehendel in een
andere stand wordt gezet (P/R/N/D),
verschijnt gedurende ongeveer 2seconden een pop-up in het
instrumentenpaneel waarop de
actuele schakelstand wordt
weergegeven.
Schakelindicator Double clutch-transmissie (Europa, indien van toepassing)
In de modus handmatig schakelen
geeft deze indicator aan in welke
versnelling u het beste kunt rijden
om brandstof te besparen.
• Schakelindicator Double clutch- transmissie
- Opschakelen : ▲
2, ▲
3, ▲
4, ▲
5,
▲ 6 ▲
7
- Terugschakelen : ▼1,
▼2,
▼3,
▼4,
▼ 5,
▼6 Bijvoorbeeld
: Geeft aan dat opschakelennaar de 3e versnelling
wenselijk is (de selectiehendel
staat in de 2e of 1e versnelling).
: Geeft aan dat terugschakelen naar de 3e versnelling wenselijkis (de selectiehendel staat in de
4e, 5e of 6e versnelling).
Als het systeem niet goed werkt,
wordt de indicator niet weergegeven.
Waarschuwings- en
controlelampjes
Informatie
Controleer nadat de motor
aangeslagen is of alle
waarschuwingslampjes uit zijn.
Eventuele lampjes die nog branden,
kunnen op een storing duiden.i
3
OPDE046142
OTL045134
Page 138 of 540

3-54
Kenmerken van uw auto
WaarschuwingslampjeAIRBAG
Dit waarschuwingslampje gaat
branden:
• Als het contact of de startknop in de stand ON wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 6seconden branden en gaat dan uit.
• In het geval van een storing in het aanvullend veiligheidssysteem.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje
veiligheidsgordel
Dit waarschuwingslampje attendeertde bestuurder erop dat de
veiligheidsgordel niet is
vastgemaakt.
Zie voor meer informatie
"Veiligheidsgordels" in hoofdstuk2.
Waarschuwingslampje
parkeerrem enremvloeistofniveau
Waarschuwingslampje parkeerrem
en remvloeistofniveau :
• Als het contact of de startknop in de stand ON wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden.
- Het lampje blijft branden als de parkeerrem is geactiveerd.
• Als de parkeerrem wordt geactiveerd.
• Als het remvloeistofniveau te laag is.
- Als het waarschuwingslampjeblijft branden terwijl de
parkeerrem niet geactiveerd is,kan dit duiden op een te laag
remvloeistofniveau in het
reservoir.
Als het remvloeistofniveau in het
reservoir te laag is :
1. Rijd voorzichtig naar de kant van de weg en breng de auto op een
veilige plaats tot stilstand.
2. Schakel de motor uit en controleer het remvloeistofniveau direct. Laatindien nodig remvloei stof bijvullen
(zie voor meer informatie"Remvloeistof" in hoofdstuk 7) .
Controleer na het bijvullen van
remvloeistof alle onderdelen van
het remsysteem op lekkage. Rijdniet met de auto als er een
lekkage is gevonden, als het
waarschuwingslampje blijft
branden of als de remmen niet
goed werken. We adviseren u de
auto te laten nakijken door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Diagonaal gescheiden remsysteem
Uw auto is uitgerust met een diagonaal gescheiden remsysteem.
Dat betekent dat als er in een van de
remcircuits een probleem optreedt, u
de auto met het overgeblevenremcircuit tot stilstand kunt brengen.
Page 139 of 540

3-55
Kenmerken van uw auto
3
Als een van de remcircuits is
uitgevallen, wordt de slag van het
rempedaal groter en moet er meer
druk op het rempedaal worden
uitgeoefend om de auto tot stilstandte brengen.
Verder zal in dat geval de remweg toenemen.
Schakel bij een defect in het
remsysteem terug om sterker op demotor af te remmen en breng de
auto op een veilige plaats totstilstand.WaarschuwingslampjeABS
Dit waarschuwingslampje gaat
branden :
• Als het contact of de startknop in de stand ON wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
• In het geval van een storing in het ABS (het normale remsysteem
werkt in dat geval nog wel, maar
het antiblokkeersysteem niet).
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje
EBD
Deze twee waarschuwingslampjes
gaan tijdens het rijden gelijktijdig
branden :
• Als het ABS en het normale remsysteem mogelijk niet normaal
werken.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje parkeerrem en remvloeistofniveau
Rijden met een auto waarvan het
waarschuwingslampje brandt, is
gevaarlijk. Als het waarschuwings-lampje parkeerrem en remvloei-
stofniveau blijft branden terwijl de
parkeerrem niet geactiveerd is, kan
dit duiden op een te laagremvloeistofniveau in het
reservoir.
In dat geval adviseren we u de auto
te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
WAARSCHUWING
Page 140 of 540

3-56
Kenmerken van uw auto
Informatie
-Waarschuwingslampje EBD(Electronic Brake force
Distribution)
Als het waarschuwingslampje ABS al
dan niet in combinatie met het
waarschuwingslampje parkeerrem en
remvloeistofniveau brandt, werken de
snelheidsmeter, de kilometerteller en
de dagteller mogelijk niet. Bovendien
kan het waarschuwingslampje EPS
gaan branden en kan de benodigde
stuurkracht toe- of afnemen.
In dat geval adviseren we u de auto zo
snel mogelijk te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje elektronischestuurbekrachtiging (EPS)
Dit lampje gaat branden:
• Als het contact of de toets ENGINE START/STOP in de stand ON
wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
• In het geval van een storing in de elektronische stuurbekrachtiging.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
i
Waarschuwingslampje EBD
Als het waarschuwingslampje
ABS en het waarschu-wingslampje parkeerrem en
remvloeistofniveau gelijktijdig
branden, werkt het remsysteemniet normaal en kan er dus een
onverwachte en gevaarlijkesituatie ontstaan bij plotselingremmen.
Vermijd in dit geval hard rijden en plotseling remmen.
Wij adviseren u uw auto zo snel
mogelijk te laten controleren
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
WAARSCHUWING
Page 141 of 540

3-57
Kenmerken van uw auto
3
Controlelampjemotormanagement(MIL)
Dit lampje gaat branden:
• Als het contact of de toets ENGINE START/STOP in de stand ON
wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden en gaat dan uit.
• In het geval van een storing in het emissieregelsysteem.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Wanneer u met een brandend
controlelampje motormanage-
ment (MIL) blijft doorrijden, kan
schade aan de emissieregel-
systemen ontstaan. Dit kan een
nadelige invloed hebben op derijprestaties en/of het brandstof-verbruik. - Benzinemotor
Wanneer het controlelampje
motor-management (MIL) gaat
branden, kan de katalysator-
beschadigd zijn. Hierdoor kan het
motorvermogen teruglopen.
In dat geval adviseren we u de
auto zo snel mogelijk te laten
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje laadsysteem
Dit lampje gaat branden:
• In het geval van een storing in de dynamo of het elektrische laadsysteem.
In het geval van een storing in de
dynamo of het laadsysteem:
1. Rijd voorzichtig naar de kant van de weg en breng de auto op een
veilige plaats tot stilstand.
2. Schakel de motor uit en controleer of de dynamoriem onvoldoende
spanning heeft of is gebroken.
Als de dynamoriem goed is
afgesteld, bevindt het probleemzich in het laadsysteem.
In dat geval adviseren we u de
auto zo snel mogelijk te latencontroleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
AANWIJZING
AANWIJZING
Page 142 of 540

3-58
Kenmerken van uw auto
Oliedruklampje
Dit lampje gaat branden:
• Als de oliedruk van de motor telaag is.
Als de oliedruk van de motor te
laag is:
1. Rijd voorzichtig naar de kant van de weg en breng de auto op een
veilige plaats tot stilstand.
2. Schakel de motor uit en controleer het motoroliepeil (zie voor meer
informatie "Motorolie" in hoofd-stuk 7). Vul indien nodig olie bij
wanneer het peil laag is.
Neem zo snel mogelijk contact op
met een officiële HYUNDAI-dealeren laat uw auto daar controleren
als het waarschuwingslampje na
het bijvullen blijft branden of als er
geen olie beschikbaar is. • Als de motor niet direct wordt
uitgeschakeld nadat hetoliedruklampje is gaan branden,
kan er ernstige motorschadeontstaan.
• Als het oliedruklampje blijft branden terwijl de motor draait,
kan er sprake zijn van ernstige
motorschade of een ernstig
defect. In dat geval:
1. Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand.
2. Schakel de motor uit en controleer het motoroliepeil.
Vul indien nodig olie bij tot hetjuiste niveau.
3. Start de motor weer. Zet de motor direct weer uit als het
waarschuwingslampje blijft
branden. In dat geval advi-seren we u de auto te laten
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje
motoroliepeil (indien van toepassing)
Het waarschuwingslampje motoroliepeil
gaat branden wanneer het motoroliepeil
moet worden gecontroleerd.
Controleer als het waarschuwingslampje
gaat branden zo snel mogelijk hetoliepeil en vul indien nodig motorolie bij.
Gebruik een trechter en giet de
aanbevolen olie daar voorzichtig
doorheen. (hoeveelheid bij te vullen olie:
ongeveer 0,6 - 1,0 l)
Gebruik alleen de voorgeschreven
motorolie. (Zie "Aanbevolen
smeermiddelen en hoeveelheden" inhoofdstuk 8.)
Vul niet te veel motorolie bij. Zorg ervoor
dat het oliepeil niet boven het merkteken
F (vol) op de peilstok komt.
AANWIJZING