stop start Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 298 of 540

5-20
Rijden met uw auto
Bedienen van de koppeling
Het koppelingspedaal moet geheel
worden ingetrapt omdat:
- Starten van de motor De motor kan niet worden gestart
zonder het koppelingspedaal in te
trappen.
- Versnelling inschakelen, één versnelling opschakelen of één
versnelling terugschakelen.
- Stoppen van de motor
Breng de auto op een veilige plaats
tot stilstand en trap het rempedaal en
het koppelingspedaal in. Schakel
vervolgens stand N (neutraal) in en
zet de motor uit.
Laat het koppelingspedaal langzaam
opkomen. Het koppelingspedaal
moet tijdens het rijden altijd geheelzijn losgelaten. Om onnodige slijtage of schade
aan de koppeling te voorkomen:
• Laat tijdens het rijden uw voet
niet op het koppelingspedaal rusten.
• Gebruik de koppeling niet om de auto op zijn plaats te houden op
een helling, bij het wachten voor
een verkeerslicht, enz.
• Trap het koppelingspedaal altijd geheel in om bijgeluiden tijdens
het schakelen of schade te
voorkomen.
• Rijd niet weg in de 2e (tweede) versnelling, tenzij u wegrijdt
vanuit stilstand op een gladdeweg.
• Rijd niet met de auto als deze zwaarder is beladen dan
toegestaan.
• Houd het koppelingspedaal ingetrapt totdat de motor
volledig is gestart. Als u het
koppelingspedaal loslaat,
voordat de motor volledig is
gestart, slaat de motor mogelijk
weer af.
AANWIJZING
•Als de auto niet is voorzien
van een contactslot, komt hij
mogelijk in beweging als de
motor onder de volgende
omstandigheden wordt
gestart.
- de parkeerrem wordt
gedeactiveerd.
- de selectiehendel staat niet in stand N (neutraal).
- het koppelingspedaal is niet volledig ingetrapt.
WAARSCHUWING
Page 309 of 540

5-31
Rijden met uw auto
5
4. Steek gereedschap (bijv. eensleufkopschroevendraaier) in de
opening en druk dit naar beneden.
5. Beweeg de selectiehendel terwijl de schroevendraaier naar
beneden gedrukt wordt.
6. Verwijder het gereedschap uit de opening voor het uitschakelen van
de schakelblokkering en plaats
het afdekkapje.
7. Trap het rempedaal in en start vervolgens de motor.
We adviseren u het systeem direct te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer als u de
schakelblokkering ongedaan heeft
moeten maken.
Sleutelblokkeersysteem (indien van toepassing)
De sleutel kan alleen uit het
contact worden genomen als deselectiehendel in stand P staat.
Parkeren
Breng de auto volledig tot stilstand
en blijf het rempedaal ingetrapt
houden. Zet de selectiehendel in
stand P (parkeren), activeer de
parkeerrem en zet het contact in
stand LOCK/OFF. Neem de sleutel
met u mee wanneer u de auto
verlaat.
Goede rijgewoonten
• Houd het gaspedaal nooit ingetrapt als de selectiehendel van stand P
of N in een andere stand wordt
gezet.
• Zet de selectiehendel nooit in stand P als de auto nog niet
volledig tot stilstand is gekomen.
Zorg ervoor dat de auto volledig tot
stilstand is gekomen voordat stand
R of D wordt ingeschakeld.
• Zet de selectiehendel tijdens het rijden niet in stand N (neutraal). Als
u dat wel doet kan er een ongevalontstaan omdat er niet meer op
de motor afgeremd kan worden.
Bovendien kan de transmissie
beschadigd raken.
• Laat tijdens het rijden uw voet niet op het rempedaal rusten. Zelfs
een lichte, maar permanente
pedaaldruk kan leiden tot
oververhitting in het remsysteem,
voortijdige slijtage en zelfs het
weigeren van de remmen.
Wanneer u in de auto blijft
terwijl de motor draait, zorg er
dan voor dat u het gaspedaal
niet gedurende langere tijd
ingetrapt houdt. Anders kan demotor of het uitlaatsysteem
oververhit raken en brandontstaan. Het uitlaatgas en het
uitlaatsysteem zijn zeer heet.
Blijf uit de buurt van onderdelen
van het uitlaatsysteem. Stop of parkeer de auto nooit
boven brandbare materialen
zoals droog gras, papier,
bladeren, enz. Deze zouden
vlam kunnen vatten waardoor erbrand zou kunnen ontstaan.
WAARSCHUWING
Page 313 of 540

5-35
Rijden met uw auto
5
• Trap niet op het gaspedaal alsde parkeerrem geactiveerd is. Als u het gaspedaal intraptterwijl de parkeerrem
geactiveerd is, klinkt er een
waarschuwing. Er kan schadeaan de parkeerrem ontstaan.
• Rijden met een geactiveerde parkeerrem kan leiden tot
oververhitting in het
remsysteem en voortijdige
slijtage van of schade aan
onderdelen van het remsysteem.
Zorg ervoor dat de parkeerrem
voor het wegrijden
gedeactiveerd is en controleer
voordat u wegrijdt of het
waarschuwingslampje van hetremsysteem niet brandt. Controleer of het
waarschuwingslampje
van het remsysteem
functioneert door hetcontact in stand ON te
zetten (start de motor
niet).
Dit lampje gaat branden wanneer het
contact in stand START of ON wordt
gezet en de parkeerrem is
geactiveerd.
Zorg ervoor dat de parkeerrem voor
het wegrijden vrij is en controleer of
het waarschuwingslampje van het
remsysteem niet brandt.
Als het waarschuwingslampje van
het remsysteem blijft branden nadat
de parkeerrem gedeactiveerd is en
de motor draait, kan er een storing in
het remsysteem zijn. Laat dit directcontroleren. Breng de auto indien mogelijk direct
tot stilstand. Als dat niet mogelijk is,
rijdt dan erg voorzichtig door naar
een plaats waar u wel kunt stoppen.
AANWIJZING
•Breng voor het verlaten van de auto of het parkeren de auto
volledig tot stilstand en blijf het
rempedaal ingetrapt houden.Zet de selectiehendel in de 1e
versnelling (handgeschakeldetransmissie) of stand P
(parkeren, Double clutch-
transmissie), activeer de
parkeerrem en zet het contact
in stand LOCK/OFF.
Als de parkeerrem niet volledig
geactiveerd is, kan de auto
onbedoeld in beweging komen,
waardoor u of anderen letselkunnen oplopen.
•Leg blokken voor de wielen
om te voorkomen dat de auto
wegrolt wanneer u op een
helling parkeert.
•Laat kinderen en personen die niet bekend zijn met de autoniet aan de parkeerrem
komen. Als de parkeerrem per
ongeluk wordt gedeactiveerd,kan er ernstig letsel ontstaan.
WAARSCHUWING •Deactiveer de parkeerrem alleen als u in de auto zit en
met uw voet het rempedaal
stevig ingetrapt houdt.
Page 329 of 540

5-51
Rijden met uw auto
5
Het ISG-systeem dient om brandstof te besparen door de motor
automatisch uit te zetten als de auto
stilstaat (bijvoorbeeld voor een rood
verkeerslicht, door een stopteken ofin een file).
De motor wordt automatisch gestart
als aan de startvoorwaarden voldaan
is. Het ISG-systeem is altijd actief als
de motor draait.Informatie
Als de motor automatisch gestart
wordt door het ISG-systeem kunnen
sommige waarschuwingslampjes
(bijvoorbeeld ABS, ESC, ESC OFF,
EPS en het waarschuwingslampje van
het parkeerremsysteem) enkele
seconden gaan branden als gevolg van
een lage accuspanning. Dat wijst
echter niet op een storing in het ISG-
systeem.Activeren van het ISG-systeem
Voorwaarden voor activeren
Het ISG-systeem werkt in de
volgende situaties.
- De veiligheidsgordel van de bestuurder is vastgemaakt.
- Het bestuurdersportier en de motorkap zijn gesloten.
- Het vacu
Page 331 of 540

5-53
Rijden met uw auto
5
De melding "Auto Stop
gedeactiveerd. Start handmatig"
verschijnt op het LCD-display en erklinkt een piepsignaal. Op dat moment kunt u de auto als
volgt opnieuw starten:
Auto met handgeschakelde trans- missie
Trap het koppelingspedaal en het
rempedaal in terwijl de transmissie in
stand N (neutraal) staat.Auto met Double clutch-trans-missie
Trap het rempedaal in terwijl de
selectiehendel in stand P (parkeren)
of N (neutraal) staat.
Start de auto, voor uw eigen
veiligheid, echter met de
selectiehendel in stand P (parkeren).
Automatisch starten
Starten van de motor in de Auto
Stop-modus
Auto met handgeschakelde transmissie
• Trap het koppelingspedaal in met
de transmissie in stand N
(neutraal).
Het Auto Stop-controlelampje ( )
in het instrumentenpaneel gaat UIT
als de motor opnieuw gestart wordt. Auto met Double clutch-trans-missie
• Laat het rempedaal los.
• Als de Auto Hold-functie is
ingeschakeld, start de motor niet
wanneer u het rempedaal loslaat.
Maar als u het gaspedaal intrapt,
zal de motor weer starten.
Het Auto Stop-controlelampje ( )
in het instrumentenpaneel gaat UIT
als de motor opnieuw gestart wordt.
De motor wordt automatisch
opnieuw gestart in de volgende
situaties.
- De aanjagersnelheid van het handbediende verwarmings- en
ventilatiesysteem staat in eenhogere stand dan stand 3 terwijl de
airconditioning is ingeschakeld.
- De aanjagersnelheid van het automatische verwarmings- en
ventilatiesysteem staat in eenhogere stand dan stand 6 terwijl de
airconditioning is ingeschakeld.
- Er is een bepaalde periode verstreken terwijl de
airconditioning is ingeschakeld.
OTLE055036
Page 333 of 540

5-55
Rijden met uw auto
5
Deactiveren van het ISG-systeem
• Druk op de ISG OFF-knop om hetISG-systeem te deactiveren. Dan gaat het controlelampje in de ISG
OFF-knop branden en wordt de
melding "Auto Stop uit”
weergegeven in het LCD-display.
• Druk nogmaals op de ISG OFF- knop om het ISG-systeem weer
te activeren. Dan gaat hetcontrolelampje in de ISG OFF-
knop UIT.
Storing ISG-systeem
Het ISG-systeem werkt mogelijk
niet:
Als er een storing is in de ISG- sensoren of het ISG-systeem.
Het volgende gebeurt als er een
storing is in het ISG-systeem:
•Het controlelampje AUTO STOP
( ) in het instrumentenpaneel
knippert geel.
• Het lampje in de ISG OFF-knop zalgaan branden. Informatie
• Als u het controlelampje in de ISG OFF-knop niet UIT kunt zetten
door op de ISG OFF-knop te
drukken of als de storing in het ISG-
systeem blijft bestaan, adviseren we
u contact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer.
• U kunt het controlelampje in de toets ISG OFF UIT zetten door 2
uur lang met een snelheid van meer
dan 80 km/h te rijden met de
aanjagersnelheid in een lagere stand
dan stand 2. Als het controlelampje
in de toets ISG OFF blijft branden,
adviseren we u contact op te nemen
met een officiël HYUNDAI-dealer.
Deactiveren van accusensor
[A] : Accusensor
De accusensor wordt gedeactiveerd
als voor onderhoudswerkzaam
-
heden de minkabel van de accu is losgenomen.
In dat geval werkt het ISG-systeem
beperkt omdat de accusensor is
gedeactiveerd. Daarom moet de
bestuurder de volgende procedures
volgen om de accusensor te
reactiveren na het losnemen van deaccukabel.
i
Als de motor in de Auto Stop-
modus staat, kan de motor
mogelijk opnieuw gestart
worden. Zet de motor uit
alvorens de auto te verlaten of de
motorruimte te gaan controlerendoor het contact in stand
LOCK/OFF te zetten of door decontactsleutel te verwijderen.
WAARSCHUWING
OOS057015L
Page 348 of 540

5-70
Rijden met uw auto
FCA-waarschuwingsmelding
en systeemregeling
De FCA geeft waarschuwings-
meldingen en waarschuwings-
alarmen overeenkomstig het risico
op een aanrijding, zoals bij het
plotseling stoppen van de auto vóór
u, een te korte remafstand of het
signaleren van een voetganger.
Verder regelt het systeem het
remsysteem overeenkomstig het
risico op een aanrijding. De bestuurder kan in de
Gebruikersinstellingen op het LCD-
scherm de waarschuwingstijd
instellen. De opties voor de
waarschuwingstijd voor de Forward
Collision Warning zijn Vroeg
waarschuwing, Normaal en Late
waarschuwing.
Botsing waarsch.(Eerste waarschuwing)
Deze waarschuwingsmelding
verschijnt op het LCD-display en er
klinkt een waarschuwingszoemer.
Daarnaast grijpt het
motormanagementsysteem in in
sommige voertuigsystemen om deauto te helpen decelereren.
- Uw rijsnelheid neemt mogelijkenigszins af.
- Het FCA-systeem regelt de remmen in beperkte mate om
preventief de impact van een
aanrijding te beperken.
•Breng de auto op een veilige
plaats volledig tot stilstand
voordat u de schakelaar op hetstuurwiel bedient om het FCA-
systeem in/uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
geactiveerd nadat de
startknop in stand ON is gezet.
De bestuurder kan de FCAdeactiveren door desysteeminstelling in het LCD-
display uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
gedeactiveerd als de ESC
(elektronische stabiliteitsre-
geling) wordt uitgeschakeld.
Als de ESC is uitgeschakeld,
kan de FCA niet worden
geactiveerd in het LCD-display.
Het waarschuwingslampje FCA
gaat branden. Dit is normaal.
WAARSCHUWING
OOS057016L
Page 398 of 540

5-120
Rijden met uw auto
Wegrijden vanuit stilstand opeen helling
1. Zet de selectiehendel in stand P (parkeren, Double
clutchtransmissie) of in de vrijstand
(handgeschakelde transmissie),
houd het rempedaal ingetrapt en:
• Start de motor.
• Zet de transmissie in de eersteversnelling of in stand D.
• Ontgrendel de parkeerrem.
2. Laat het rempedaal langzaam los.
3. Rijd langzaam vooruit tot de aanhanger los komt van de
blokken.
4. Stop en laat de blokken door iemand oprapen en opbergen.
Onderhoud bij het rijden met
een aanhanger
Uw auto heeft vaker onderhoud
nodig wanneer u regelmatig met een
aanhanger rijdt. Belangrijke zaken
die speciale aandacht verdienen zijn:
de motorolie, de double clutch
transmissie, de smering van de
aandrijfassen en de koelvloeistof. De
toestand van de remmen moet ook
regelmatig gecontroleerd worden.
Alle zaken staan in dit
instructieboekje beschreven. De
index is hierbij een handig
hulpmiddel. Het is verstandig deze
gedeeltes te lezen voordat u met een
aanhanger op pad gaat. Vergeet ookniet de aanhanger en de trekhaak teonderhouden.
Volg het onderhoudsschema van de aanhanger en controleer de
aanhanger regelmatig. Voer de
controle bij voorkeur ieder keer uit
wanneer u gaat rijden. Het is van het
grootste belang dat detrekhaakmoeren en -bouten
vastzitten. Om schade aan de auto te
voorkomen:
• Vanwege de hogere belasting
tijdens het rijden met een
aanhanger, kan bij warm weer of bijhelling op rijden de motor
oververhit raken. Als de
koelvloeistoftemperatuurmeter
aangeeft dat de motor oververhit
raakt, schakel dan de
airconditioning uit en breng de auto
op een veilige plaats tot stilstand
om de motor af te laten koelen.
• Schakel de motor niet uitwanneer de koelvloeistoftempe-
ratuurmeter oververhitting
aangeeft. (Laat de motorstationair draaien om de motor
te koelen)
• Als met een aanhanger gereden wordt, moet de double clutch
transmissie vaker worden
gecontroleerd.
• Als uw auto niet is uitgerust meteen airconditioning, moet u een
extra ventilator laten monteren
om de koeling van de motor te optimaliseren als u een
aanhanger trekt.
AANWIJZING
Page 492 of 540

7-44
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
REMSCHAKELAARBRAKE
SWITCH7,5ARemlichtschakelaar, Smart Key-module
START7,5ATransmissiestandschakelaar (AT), Smart Key-regeling (met Smart Key),
relaiskast interieur (relais alarmsysteem), ECM
INSTR.PANEELCLUSTER7,5AHead-up display, instrumentenpaneel
PORTIERSLOT20ARelais vergrendelen portier, relais ontgrendelen portier,
ICM-relaiskast (relais supervergrendeling)
PDM227,5AStart/stoptoets, startblokkeringsmodule
FCA10AForward Collision-Avoidance Assist-unit
S/HTR20AModule voorstoelverwarming, module voorstoelventilatiesysteem
A/CON220AModule klimaatregeling
A/CON17,5AModule klimaatregeling, verbindingsblok motorruimte (RLY.10)
PDM1115ASmart Key-module
RESERVESpare10AReserve
A/BAG15AAirbagmodule
IG1IG125ARelaiskast PCB (zekering: F9, F10, F11, F12)