Links Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 379 of 540

5-101
Rijden met uw auto
5
Rijden onder moeilijke omstandigheden
Neem onderstaande voorzorgsmaat-
regelen als er sprake is van
gevaarlijke omstandigheden, zoals
water, sneeuw, ijs, modder of zand
op het wegdek:
• Rijd voorzichtig en houd rekeningmet een langere remweg.
• Vermijd plotseling remmen of sturen.
• Probeer weg te rijden in de tweede versnelling als uw auto vastzit in
sneeuw, modder of zand.Accelereer langzaam om onnodige
doorslippen van de wielen te
voorkomen.
• Gebruik zand, pekel, sneeuwkettingen of ander
antislipmateriaal onder de
aangedreven wielen voor extra
tractie als de auto vast is komen te
zitten in ijs, sneeuw of modder.
Op eigen kracht lostrekken
van de auto
Verdraai eerst het stuurwiel een
aantal keren naar rechts en naar
links om de voorwielen vrij te maken
wanneer de auto vastzit in ijs,modder of sneeuw en het nodig is de
auto heen en weer te schommelen
om te proberen hem los te trekken.
Schakel vervolgens afwisselend
stand R (achteruit) en een
vooruitversnelling in.
Probeer te voorkomen dat de wielen doorslippen en laat de motor niet
met een te hoog motortoerental
draaien.
Wacht met schakelen tot de wielen niet meer doorslippen om schade
aan de transmissie te voorkomen.Laat het gaspedaal los tijdens het
schakelen en trap licht op het
gaspedaal bij een ingeschakelde
versnelling. Door de wielen
langzaam in voor- en achterwaartse
richting door te laten slippen,ontstaat een schommelende
beweging waardoor de auto weer vrij
kan komen.
RIJDEN ONDER SPECIALE RIJOMSTANDIGHEDEN
Op een glad wegdek
terugschakelen bij een double
clutch transmissie kan
ongelukken veroorzaken. Door
de plotselinge verandering inwielsnelheid kunnen de banden
slippen. Wees voorzichtig met
het terugschakelen op een gladwegdek.
WAARSCHUWING
Page 394 of 540

5-116
Rijden met uw auto
Remsysteem aanhanger
Controleer of uw aanhanger voldoet
aan de wettelijke voorschriften als
uw aanhanger is uitgerust met eenremsysteem.
Als uw aanhanger zwaarder is dan het maximaal toegestane
ongeremde aanhangergewicht, moet
de aanhanger zijn voorzien van een
eigen, goed werkend remsysteem.
Volg de instructies van de fabrikant
voor het gebruiken, afstellen en
onderhouden van het remsysteem
van de aanhanger. Breng geenwijzigingen aan in het remsysteem
van de auto.
Rijden met een aanhanger
Voor het rijden met een aanhanger is
enige ervaring vereist. Ga, voordat u
zich op de openbare weg begeeft,
eerst oefenen met het rijden met een
aanhanger. Probeer vertrouwd te
raken met het gewijzigde stuur- en
remgedrag. Houd altijd in gedachtendat de auto met aanhanger langer is
en minder snel reageert.
Controleer voordat u gaat rijden de
trekhaak en de bevestiging ervan, de
losbreekvoorziening, de elektrische
aansluiting(en), de verlichting, debanden en de remmen.
Controleer tijdens het rijden af en toe
of de lading nog goed vastzit en of
de verlichting en de remmen van de
aanhanger nog werken.
Afstand
Houd tenminste tweemaal zo veel
afstand als tijdens het rijden zonder
aanhanger. Hierdoor kunt uplotselinge remacties en
uitwijkmanoeuvres voorkomen.
Inhalen
Het inhalen met een aanhanger
neemt meer tijd in beslag. Bovendien
moet u door de extra lengte de in te
halen auto verder voorbij voordat u
weer terug kunt keren naar de
oorspronkelijke rijbaan.
Achteruitrijden
Houd het stuurwiel aan de
onderzijde vast met één hand.
Beweeg uw hand naar links om deaanhanger naar links te laten gaan.
Beweeg uw hand naar rechts om deaanhanger naar rechts te laten gaan.
Rijd altijd langzaam achteruit en laatu indien mogelijk door iemandanders begeleiden.
Ga niet rijden met een
aanhanger met eigen
remsysteem voordat dit
systeem goed is afgesteld. Voorhet afstellen is specifieke
vakkennis benodigd. Laat dit
daarom uitvoeren bij een
gespecialiseerd bedrijf.WAARSCHUWING
Page 397 of 540

5-119
Rijden met uw auto
5
Parkeren op een helling
Als u een aanhanger achter de auto
hebt gekoppeld is het niet verstandigom uw auto op een helling te
parkeren. Is het niet anders mogelijk dan de
auto op een helling te parkeren, doe
dit dan als volgt:
1. Zet de auto op de parkeerplaats.Draai het stuurwiel in de richting
van de stoeprand (rechtsom als u
parkeert op een aflopende helling,linksom op een stijgende helling).
2. Zet de selectiehendel in stand P (parkeren, Double
clutchtransmissie) of de vrijstand
(handgeschakelde transmissie).
3. Trek de parkeerrem aan en sluitde auto af.
4. Plaats wielblokken onder de wielen van de aanhanger aan de
lage zijde. 5. Start de auto, houd de rem
ingetrapt, schakel in de vrijstand,
zet de parkeerrem los en laat het
rempedaal langzaam opkomen tot
de blokken het gewicht van deaanhanger tegenhouden.
6. Trap het rempedaal opnieuw in en activeer de parkeerrem.
7. Zet de selectiehendel in stand P (parkeren, Double clutch-
transmissie) of in de 1e
versnelling (handgeschakelde
transmissie) als de auto met de
voorzijde heuvelop geparkeerd
staat en in stand R (achteruit), als
de auto met de voorzijde heuvelaf
geparkeerd staat.
8. Zet de motor af en laat het rempedaal los, maar laat de
parkeerrem aangetrokken blijven. Om ernstig letsel te voorkomen:
•Stap niet uit de auto zonder dat de parkeerrem goed
geactiveerd is. Als u de motor
laat draaien, kan de auto
plotseling in beweging
komen. Uzelf en anderen
kunnen hierdoor ernstig letseloplopen.
•Houd de auto helling op niet op zijn plaats door gas te
geven.
WAARSCHUWING
Page 407 of 540

6-8
Wat te doen in een noodgeval
Als uw temperatuurmeter een te
hoge temperatuur aangeeft, als u
vermogensverlies bespeurt of
wanneer u luid kloppende of
pingelende geluiden hoort, is de
motor waarschijnlijk oververhit
geraakt. Als dat gebeurt moet u:
1. De auto zo snel mogelijk op eenveilige plaats tot stilstandbrengen.
2. Zet de selectiehendel in stand P (parkeren, Double clutch-
transmissie) of de vrijstand
(handgeschakelde transmissie)
en activeer de parkeerrem.
Schakel de airconditioning uit als
deze is ingeschakeld.
3. Zet de motor uit als er koelvloeistof onder de autouitloopt of stoom onder de
motorkap vandaan komt. Open de
motorkap niet zolang er nog
koelvloeistof onder de autouitloopt of stoom onder de
motorkap vandaan komt. Laat de
motor draaien als er geen
koelvloeistof of stoom te zien is en
controleer of de koelventilator
draait. Zet de motor uit als de
koelventilator niet draait. 4. Controleer de radiateur en de
slangen op koelvloeistoflekkage en kijk onder de auto of er
koelvloeistof te zien is. (Als de
airconditioning ingeschakeld was,
is het normaal dat er koud wateronder de auto uitloopt als u deauto tot stilstand brengt.)
5. Zet de motor onmiddellijk uit als er koelvloeistof lekt en neem contact
op met een officiële HYUNDAI-
dealer.
ALS DE MOTOR OVERVERHIT RAAKT
Voorkom ernstigletsel en zorg ervoor dat uw handen,kleding en
gereedschap niet in
aanraking komen met
bewegende
onderdelen zoals de
koelventilator en deaandrijfriem als demotor draait.
WAARSCHUWING
Verwijder de
radiateurdop of deaftapplug NOOIT alsde motor en deradiateur nog heet
zijn. Er kan onder druk staande
hete koelvloeistof en stoom
ontsnappen, waardoor erernstig letsel kan ontstaan.
Zet de motor uit en wacht tot de
motor is afgekoeld. Verwijder
de radiateurdop uiterst
voorzichtig. Wikkel een dikke
doek rond de dop en draai hem
voorzichtig linksom tot de
eerste aanslag. Ga een stukje
achteruit wanneer de druk van
het koelsysteem af gaat. Pas als
u zeker weet dat er geen
overdruk meer is, drukt u dedop met de doek in en draait u
hem verder linksom om hem teverwijderen.
WAARSCHUWING
Page 421 of 540

6-22
Wat te doen in een noodgeval
Krik en gereedschap
(1) Krikslinger
(2) Krik(3) Wielmoersleutel
De krik, de krikslinger en de wielmoersleutel zijn opgeborgen in
de bagageruimte onder hetafdekpaneel.
De krik is uitsluitend bedoeld voor
het verwisselen van een wiel.Draai de vleugelbout waarmee het
reservewiel bevestigd is linksom om
het reservewiel te kunnen
verwijderen.
Berg het reservewiel in dezelfde
ruimte op en zet het vast door de
vleugelbout rechtsom te draaien.
Om te voorkomen dat het
reservewiel en gereedschap
rammelende bijgeluiden gaat
veroorzaken, moeten ze op de juiste
locatie worden opgeborgen.
LEKKE BAND (MET RESERVEWIEL, INDIEN VAN TOEPASSING)
Het verwisselen van een band
kan gevaarlijk zijn. Volg deinstructies in dit hoofdstuk bij
het verwisselen van een bandom de kans op ernstig letsel tebeperken.
WAARSCHUWING
Pak de krikslinger niet vast bij
het vlakke gedeelte. Het vlakke
gedeelte heeft scherpe randen
die snijwonden kunnen
veroorzaken.
OPMERKINGOOS067036L
OOS067035L
Page 422 of 540

6-23
Wat te doen in een noodgeval
6
Als het moeilijk is om met de hand de
bevestigingsbout van het wiel los te
draaien, kunt u deze eenvoudig
losdraaien met behulp van de
wielmoersleutel. Draai de
bevestigingsbout van het wiel met dewielmoersleutel linksom.
Verwisselen van wielen
De auto kan van de krik
afglijden of rollen, waardoor u
of omstanders ernstig letselzouden kunnen oplopen.
Neem de volgende
veiligheidsvoorzorgsmaatregelen:
•Ga nooit onder een auto
liggen die op de krik staat.
•Vervang een band NOOIT op
de rijbaan. Zet de auto ALTIJDhelemaal naast de weg op een
vlakke, stevige ondergrondwanneer u een band gaat
verwisselen. Bel de
wegenwacht voor hulpwanneer u de auto niet op een
vlakke, stevige ondergrond
naast de weg kunt zetten.
•Gebruik de met de auto
meegeleverde krik.
WAARSCHUWING
•Plaats de krik ALTIJD onder de speciale kriksteunpunten
en NOOIT onder de bumpers
of andere onderdelen bij het
opkrikken van de auto.
•Start de motor niet en laat hem niet draaien zolang de
auto is opgekrikt.
•Zorg dat er niemand meer in
de auto aanwezig als deze
wordt opgekrikt.
•Houd kinderen op veilige
afstand van de weg en van deauto.
OOS067040
Page 423 of 540

6-24
Wat te doen in een noodgeval
Volg deze stappen bij het
verwisselen van een band van uwauto:
1. Zet de auto op een stevige envlakke ondergrond.
2. Zet de selectiehendel in stand P (parkeren, Double clutch-
transmissie) of de vrijstand
(handgeschakelde transmissie),
activeer de parkeerrem en zet het
contact in stand LOCK/OFF.
3. Druk op de schakelaar van de alarmknipperlichten.
4. Neem de wielmoersleutel, de krik, de krikslinger en het reservewiel
uit de auto. [A] : Block
5. Plaats blokken voor en achter het
wiel dat zich diagonaal tegenover
het te verwisselen wiel bevindt. 6. Draai de wielmoeren linksom
één slag los in de volgorde
die hierboven is aangegeven.
Verwijder de wielmoeren niet
voordat het wiel los van de grond
is.
OOS067016LOOS067017
Page 424 of 540

6-25
Wat te doen in een noodgeval
6
7. Plaats de krik onder het specialekriksteunpunt onder het chassis dat zich het dichtst bij het te
verwisselen wiel bevindt. De
kriksteunpunten zijn op het
chassis gelaste platen met twee
inkepingen en twee deukjes.
Plaats de krik nooit onder een
ander onderdeel van de auto.Anders kan er schade aan de
dorpellijst ontstaan. 8. Steek de krikslinger in de krik en
draai de slinger rechtsom en krik
de auto op totdat het wiel van de
grond loskomt. Controleer of de
auto stabiel op de krik staat. 9. Draai de wielmoeren los met de
wielmoersleutel en verwijder ze
met de hand. Verwijder het wiel
van de tapeinden en leg het wiel
plat neer op een plaats waar het
niet in de weg ligt. Verwijder vuil
en andere verontreinigingen van
de tapeinden, de pasvlakken enhet wiel.
10. Plaats het reservewiel op de tapeinden in de naaf.
11. Draai de wielmoeren met de hand vast op de tapeinden metde afgeschuinde zijde naar het
wiel toe.
12. Laat de auto zakken door de krikslinger linksom te draaien.
OOS067020OOS067018
■voorzijde■achterkant
Page 461 of 540

7-13
7
Onderhoud
Als veelvuldig bijvullen noodzakelijk
is, adviseren we u het systeem telaten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.De elektromotor voor de
koelventilator wordt geregeld door de
koelvloeistoftemperatuur, de
koudemiddeldruk en de rijsnelheid.
Als de koelvloeistoftemperatuur
daalt, wordt de elektromotor
automatisch uitgeschakeld. Dit is
een normaal verschijnsel. Als uw
auto is uitgerust met T-GDI, wordt de
elektromotor van de koelventilator
mogelijk op een willekeurig moment
ingeschakeld en werkt hij mogelijk
totdat u de minpool van de acculosneemt.
OOS077009Verwijder de koel-
vloeistofreservoir-
dop/ radiateurdop ofde aftapplug NOOITals de motor en de
radiateur nog heet zijn. Er kanonder druk staande hete
koelvloeistof en stoom
ontsnappen, waardoor erernstig letsel kan ontstaan.
Zet de motor uit en wacht tot de
motor is afgekoeld. Verwijder de
koelvloeistofreservoirdop/radia
teurdop uiterst voorzichtig.
Wikkel een dikke doek rond de
dop en draai hem voorzichtig
linksom tot de eerste aanslag.
Ga een stukje achteruit
wanneer de druk van het
koelsysteem af gaat. Pas als u
zeker weet dat er geen overdruk
meer is, drukt u de dop met de
doek in en draait u hem verderlinksom om hem te verwijderen.
WAARSCHUWING
De elektromotor voor
de koelventilator blijft
mogelijk draaien of
wordt mogelijk
gestart als de motor
niet draait, hetgeen tot ernstigletsel kan leiden.
Houd handen, kleding en
gereedschap uit de buurt van
de draaiende bladen van de
koelventilator.
WAARSCHUWING
Page 490 of 540

7-42
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
MODULE5MODULE57,5A
Controlelampje selectiehendel automatische transmissie, elektrochromatische
binnenspiegel, audiosysteem, AMP, koplamp rechts, hoofdunit audio-, video- en
navigatiesysteem, module klimaatregeling, stuurkussenschakelaar, koplamp links,
ISG DC-DC-converter, module automatische koplamphoogteregeling, module
stoelventilatiesysteem voor, module stoelverwarming voor
MODULE3MODULE37,5ARemlichtschakelaar, BCM, selectiehendel automatische transmissie
SCHUIF-
KANT.DAK20AModule schuif-/kanteldak
A.KLEP10ARelais achterklep
P/WDW LHLH25ARelais elektrisch bediende ruit links, module elektrisch bedienbare ruit
bestuurderszijde met klembeveiliging (LHD)
MultimediaMULTI
MEDIA15AISG DC-DC-converter, audiosysteem, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem
P/WDW RHRH25ARelais elektrisch bediende ruit rechts, module elektrisch bedienbare ruit
bestuurderszijde met klembeveiliging (RHD)
DR/P/StoelDRV25ASchakelaar handmatige verstelling bestuurdersstoel
PS/P/StoelPASS25ASchakelaar handmatige verstelling passagiersstoel
MODULE4MODULE 47,5AModule Blind-Spot Collision Warning links/rechts, Active Air Flap, BCM, zoemer
Parking Distance Warning, module Lane Keeping Assist (rijstrookmarkering), 4WD-ECM
PDM337,5ASmart Key-module, startblokkeringsmodule