alarm Hyundai Santa Fe 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2017, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2017Pages: 735, PDF Size: 15.3 MB
Page 232 of 735

4 131
Kenmerken van uw auto
• De modus verandert van fileparkeren(rechts → links) naar achteruit
inparkeren (rechts → links) wanneer de
toets van de slimme parkeerhulp wordt
ingedrukt.(LHD)
• De modus verandert van fileparkeren (links →rechts) naar achteruit
inparkeren (links →rechts) wanneer de
toets van het Smart Parking Assist-
systeem wordt ingedrukt.(RHD)
• Als de toets nogmaals wordt ingedrukt, wordt het systeem uitgeschakeld.3. Zoek een parkeerplaats
• Rijd langzaam naar voren en houddaarbij een afstand aan van ongeveer
50 - 150 cm tot geparkeerde auto's. De
sensoren opzij zoeken naar een
parkeerplaats.
• Als de rijsnelheid hoger is dan 20 km/h, wordt er een melding weergegeven om
u erop te wijzen snelheid te minderen.
• Het systeem wordt uitgeschakeld bij een rijsnelheid van meer dan 30 km/h.
✽AANWIJZING
• Schakel de alarmknipperlichten in wanneer zich in de buurt van de auto
veel andere auto's bevinden.
• Als het parkeerterrein klein is, rijd dan langzaam dichter langs de
parkeerplaats.
• Het zoeken van een parkeerplaats wordt alleen voltooid wanneer er
voldoende ruimte is om de auto te
manoeuvreren.
ODM046719LODM046675L
ODM046717LODM046673L
Page 246 of 735

4 145
Kenmerken van uw auto
ALARMKNIPPERLICHTENDe alarmknipperlichten moeten worden
gebruikt als u door omstandigheden
gedwongen bent de auto op een
gevaarlijke plaats tot stilstand te
brengen. Zet, als u de auto innoodsituaties tot stilstand moet brengen,
de auto zo ver mogelijk naast de rijbaan.
De alarmknipperlichten worden
ingeschakeld door de schakelaar voor de
alarmknipperlichten in te drukken.
Hierdoor gaan alle richtingaanwijzers
tegelijk knipperen. De alarmknipper-
lichten werken ook als de sleutel niet inhet contactslot zit.
Druk nogmaals op de schakelaar voor de
alarmknipperlichten om ze uit te
schakelen.
ODM042242
■Type A
■Type B
ONC047620L
■Type CODM042243
Page 510 of 735

Rijden met uw auto
62
5
Noodstopsignaal
(Emergency Stop Signal-ESS)
(indien van toepassing) Het Emergency Stop Signal-systeem
waarschuwt achteropkomendebestuurders door het remlicht te laten
knipperen wanneer de auto plotseling
sterk afremt. Het systeem wordt
geactiveerd als:
• De auto plotseling afremt (rijsnelheid is
hoger dan 55 km/h en de deceleratie
van de auto is groter dan 7 m/s 2
)
• Het ABS in werking treedt Het lampje stopt met knipperen
wanneer de rijsnelheid lager is dan 40
km/h en het ABS wordt gedeactiveerd
of de auto niet meer sterk afremt. In
plaats daarvan gaan de
alarmknipperlichten automatisch
branden. In plaats daarvan gaan de
alarmknipperlichten automatisch
branden.
De alarmknipperlichten doven
wanneer de rijsnelheid hoger is dan 10
km/h zodra de auto weer begint te
rijden. De alarmknipperlichten doven
ook wanneer de auto langere tijd met
een lage snelheid rijdt. U kunt de
lichten uitschakelen door de
schakelaar van de alarmknipperlichten
in te drukken. Downhill Brake Control (DBC)
(indien van toepassing) ❈
Dit onderdeel wijkt mogelijk af van de afbeelding.
De Downhill Brake Control (DBC)
ondersteunt de bestuurder bij het afrijden
van een steile helling, zonder dat debestuurder het rempedaal hoeft in te
trappen. De DBC vertraagt de auto tot
minder dan 10 km/h, zodat de bestuurderalleen maar de auto hoeft te besturen.
De DBC is standaard uitgeschakeld
wanneer het contact ingeschakeld wordt.
U kunt DBC in- of uitschakelen met de toetsOPMERKING
Het ESS-systeem werkt niet wanneer de alarmknipperlichten al zijn ingeschakeld.
ONC056016
Page 514 of 735

Rijden met uw auto
66
5
Het AEB-systeem is bedoeld om het
risico op een ongeval te verkleinen of te
vermijden. Het herkent de afstand tot de
voorligger of tot een voetganger met
sensoren (d.w.z. radar en camera) en
waarschuwt indien nodig de bestuurder
dat er een kans bestaat op een ongeval
met een waarschuwingsmelding of
waarschuwingsalarmen. Systeeminstelling en -activering
Systeeminstelling
De bestuurder kan de AEB activeren
door het contact in stand ON te zetten en
vervolgens 'User Settings', 'Driving
Assist', en 'Autonomous Braking System'
te selecteren. De AEB wordt
gedeactiveerd als de bestuurder desysteeminstelling ongedaan maakt.
AUTONOMOUS EMERGENCY BRAKING (AEB) (INDIEN VAN TOEPASSING)
WAARSCHUWING
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen bij het
gebruik van Autonomous
Emergency Braking (AEB):
• Het systeem dient slechts als hulpmiddel en vermindert niet de
noodzaak om zeer voorzichtig en
oplettend te rijden. Het bereik van
de parkeersensoren is beperkt en
niet alle objecten worden even
goed gesignaleerd. Let te allentijde op de wegomstandigheden.
• Rijd NOOIT harder dan de wegomstandigheden of de
bochten toelaten.
• Rijd altijd voorzichtig om onverwachte en plotselinge
situaties te voorkomen. AEB
brengt de auto niet volledig tot
stilstand en voorkomt geen
aanrijdingen.
ODM056093L
Page 515 of 735

567
Rijden met uw auto
Het waarschuwingslampje in
het LCD-display gaat
branden als u het AEB-
systeem uitschakelt. De
bestuurder kan de AAN/UIT-status van
de AEB aflezen in het LCD-display. Als
het waarschuwingslampje AAN blijft
terwijl de AEB geactiveerd is, adviseren
we u het systeem te laten controleren
door een officiële HYUNDAI-dealer.
De bestuurder kan de alarmsnelheid
instellen op Early, Normal of Late door
het contact in stand ON te zetten en
vervolgens 'User Settings', 'Driving
Assist', 'FCW (Forward Collision
Warning)', en 'Early/Normal/Late' teselecteren.
• Als de snelheid 'Early' is geselecteerdklinkt het waarschuwingsalarm direct
na ontvangst van het AEB-signaal.
Selecteer 'Normal' als dat te snel is.
• De snelheid 'Late' moet alleen geselecteerd worden bij weinig verkeer
en lage rijsnelheden.
• Desondanks kunt u zelfs de snelle alarmsnelheid te langzaam vinden als
uw voorligger plotseling stopt.Voorwaarden voor activeren
De AEB kan worden geactiveerd als AEB
is geselecteerd in het LCD-display en als
aan de volgende voorwaarden is
voldaan.
- De ESC (of TCS) is geactiveerd.
- Voor het herkennen van eenvoetganger: de rijsnelheid ligt tussen 8 en 70 km/h.
- Voor het herkennen van een voorligger: de rijsnelheid ligt tussen 8 en 180 km/h.
(Voor de veiligheid van de inzittenden
wordt er echter niet bruusk geremd
wanneer de rijsnelheid hoger wordt dan80 km/h, ook al regelt het systeem hetremsysteem.)
ODM056094L
Page 516 of 735

Rijden met uw auto
68
5
AEB-waarschuwingsmelding en
systeemregeling
De AEB geeft waarschuwingsmeldingen
en waarschuwingsalarmen
overeenkomstig het risico op een
aanrijding. Verder regelt het systeem het
remsysteem overeenkomstig het risico
op een aanrijding.Forward Warning (1ewaarschuwing)
De waarschuwingsmelding verschijnt in
het LCD-display en de
waarschuwingsalarmen klinken.
WAARSCHUWING
• De bestuurder kan de AEB activeren en deactiveren door
'User Settings', 'Driving Assist' te
selecteren en de voorziening in of
uit te schakelen.
Het is echter veiliger de AEB te bedienen nadat u de auto op een
veilige plaats geparkeerd hebt.
• De AEB wordt automatisch geactiveerd nadat het contact in
stand ON is gezet.
De bestuurder kan de AEB deactiveren door desysteeminstelling in het LCD-
display uit te schakelen.
• De AEB wordt automatisch gedeactiveerd als de ESC wordt
uitgeschakeld. Als de ESC is
uitgeschakeld, kan de AEB niet
worden geactiveerd in het LCD-
display.
ODM056082L
Page 517 of 735

569
Rijden met uw auto
Collision Warning (2ewaarschuwing)
• De waarschuwingsmelding verschijntin het LCD-display en de
waarschuwingsalarmen klinken.
• Het AEB-systeem regelt de remmen in beperkte mate om preventief de impact
van een aanrijding te beperken.
Emergency braking
(3ewaarschuwing)
• De waarschuwingsmelding verschijnt in het LCD-display en de
waarschuwingsalarmen klinken.
• Het AEB-systeem regelt de remmen in beperkte mate om preventief de impact
van een aanrijding te beperken.
- Net voor een aanrijding wordt deremregeling gemaximaliseerd.
Werking remsysteem
• In een noodsituatie bereidt het remsysteem zich voor op een directe
reactie zodra de bestuurder het
rempedaal intrapt.
• De AEB zorgt voor extra remvermogen voor een maximale remvertraging
zodra de bestuurder het rempedaal
intrapt.
• De regeling van het remsysteem wordt automatisch gedeactiveerd als de
bestuurder het rempedaal met veel
kracht intrapt of het stuurwiel sterk
verdraait.
• De regeling van het remsysteem wordt automatisch uitgeschakeld als de
risicofactoren verdwijnen.
ODM056083L
ODM056084L
Page 518 of 735

Rijden met uw auto
70
5
Sensor voor het signaleren van
de afstand tot de voorligger
(radar voor) De sensor is bedoeld om een bepaalde
afstand tot de voorligger te bewaren.
Verontreinigingen zoals sneeuw en water
op de sensorlens hebben echter een
negatief effect op de sensorprestaties.
Hierdoor kan de AEB zelfs tijdelijk
uitgeschakeld worden. Houd de
sensorlens altijd schoon.Waarschuwingsmelding en
waarschuwingslampje
Als de behuizing of de lens van de
sensor verontreinigd is met sneeuw of
water, kan de werking van de AEB
tijdelijk worden onderbroken. In dat geval
wordt de bestuurder gewaarschuwd door
een waarschuwingsmelding. Dit duidt
niet op een storing in de AEB. Verwijder
de verontreiniging, zodat de AEB weer
werkt.
WAARSCHUWING
De regeling van het remsysteem
kan de auto niet volledig tot
stilstand brengen noch alle
aanrijdingen voorkomen. De
bestuurder blijft zelf
verantwoordelijk voor het veilig
rijden en het bedienen van de auto.
WAARSCHUWING
De AEB werkt op basis van de
risiconiveaus, zoals de afstand tot
de voorligger/passerende auto, de
snelheid van de voorligger/passerende auto en de bediening
van de auto door de bestuurder.
OPMERKING
De bestuurder moet altijd uiterst voorzichtig zijn tijdens het rijden,ook al zijn er geenwaarschuwingsmeldingen of
waarschuwingsalarmen.
ODM056096L
ODM056116
Page 519 of 735

571
Rijden met uw auto
✽AANWIJZING
• Monteer geen accessoires, zoals een kentekenplaathouder of sticker, in de
buurt van de sensor. Vervang ook niet
zelf de bumper. Deze handelingen
kunnen de prestaties van de sensor
negatief beïnvloeden.
• Houd het sensor-/bumpergedeelte altijd schoon.
• Gebruik alleen zachte doeken voor het wassen van de auto. Spuit ook geen
water onder hoge druk op de sensor in
de bumper.
• Oefen geen onnodige kracht uit op het sensorgedeelte aan de voorzijde. Als
de sensor door externe krachten niet
meer in de juiste positie staat, werkt
het systeem mogelijk niet goed meer,
ook al wordt dat niet aangegeven door
een waarschuwingslampje of een
melding. In dat geval adviseren we u
de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Gebruik alleen een originele
HYUNDAI-behuizing voor de sensor.
Breng zelf geen verf aan op de
behuizing van de sensor.Storing in het systeem
• Als de AEB niet goed werkt, gaat het waarschuwingslampje AEB ( )
branden en verschijnt er gedurende
enkele seconden een
waarschuwingsmelding. Nadat de
melding is verdwenen, gaat het
hoofdwaarschuwingslampje ( )
branden. In dat geval adviseren we ude auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Als de AEB-waarschuwingsmelding wordt weergegeven, gaat mogelijk ook
het ESC-waarschuwingslampje
branden.
ODM046661L
WAARSCHUWING
• De AEB is een aanvullend systeem dat het gebruiksgemak
voor de bestuurder vergroot. De
bestuurder blijft zelf
verantwoordelijk voor het
bedienen van de auto. Vertrouw
niet blindelings op het AEB-
systeem. Bewaar altijd voldoende
afstand tot de voorligger, zodat ude auto veilig tot stilstand kunt
brengen en trap indien nodig hetrempedaal in om de rijsnelheid te
verlagen.
• De AEB geeft mogelijk waarschuwingsmeldingen en
waarschuwingsalarmen als dat
niet nodig is. Door beperkingen
aan de gevoeligheid van de
sensor kan het ook gebeuren dat
de AEB helemaal geen
waarschuwingsmeldingen en
waarschuwingsalarmen geeft.
(Vervolg)
Page 521 of 735

573
Rijden met uw auto
- Rijden in bochten
De prestaties van de AEB nemen af bij
het rijden in een bocht. De AEB herkent
de voorligger mogelijk niet, ook al rijdt
het in dezelfde rijstrook. De AEB kan
onnodig een waarschuwingsmelding of
waarschuwingsalarm geven of helemaal
geen waarschuwingsmelding of
waarschuwingsalarm geven. Let bij het
rijden in een bocht extra goed op en trapindien nodig het rempedaal in.Bij het rijden in een bocht signaleert de
AEB mogelijk het voertuig op de andere
rijbaan. Let extra goed op en trap indien
nodig het rempedaal in. Of trap het
gaspedaal in om de rijsnelheid constant
te houden. Kijk voor uw eigen veiligheidaltijd goed om u heen.
- Rijden op een helling
De prestaties van de AEB nemen af bij
het op- of afrijden van een helling omdat
het systeem een voorligger op dezelfde
rijstrook mogelijk niet signaleert. De AEB
kan onnodig een waarschuwingsmelding
of waarschuwingsalarm geven of
helemaal geen waarschuwingsmelding
of waarschuwingsalarm geven. Als de
AEB na de top plotseling een voorligger
signaleert, kan er sterk gedecelereerd
worden. Kijk altijd voor u tijdens het op-
of afrijden van een helling en trap indiennodig het rempedaal in.
OUM054040LOUM054041LODM055052