ESP Hyundai Terracan 2005 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2005, Model line: Terracan, Model: Hyundai Terracan 2005Pages: 245, PDF Size: 10.61 MB
Page 130 of 245

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
3
!
DE MOTOR STARTENVOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR
ZC030A1-AX Controleer voor het starten van de motor de onderstaande punten:
1. Controleer de wagen op lekke
banden, olie-of waterlekkage of andere tekenen van beschadiging.
2. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
3. Controleer of de stoel, rugleuning
en hoofdsteun in de juiste stand staan.
4. Controleer de stand van de
achteruitkijkspiegel en debuitenspiegels.
5. Controleer of alle portieren gesloten
zijn.
6. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittendeneveneens de veiligheidsgordelhebben omgegespt.
7. Schakel verlichting en accessoires
uit die niet nodig zijn.
8. Controleer met de contactsleutel in de stand "ON" of alle controlelampenwerken en of u voldoende brandstofheeft. C030A01HP-GXT Start-/contactslot met stuurslot
o Zet bij de handgeschakelde
versnellingsbak de versnellingshandel in neutraal en druk het koppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische transmissie de keuzehandel in de stand "P"(parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien destartmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de mo- tor alleen worden gestart als de keuzehandel in de stand "P" of "N"staat (automatische transmissie).
WAARSCHUWING:
Uw auto is uitgerust met banden die zijn ontworpen voor een veilig weggedrag en goedebestuurbaarheid. Geen velgen en banden gebruiken die anders zijn dan de velgen enbanden die origineel op uw auto zijn gemonteerd. Montage van onjuiste banden op uw auto kan hetweggedrag nadelig beïnvloeden, waardoor u de controle over de auto kunt verliezen en zelfs over dekop kunt slaan, met ernstig letsel tot gevolg. Let er bij het vervangen van bandenop, dat alle vier de wielen het zelfde formaat, type, profiel, merk en draagvermogen hebben. Als u tochbanden en/of velgen op uw auto monteert die niet door Hyundai zijn aanbevolen, ga dan hiermee niet deopenbare weg op.
Page 133 of 245

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
6
!
N.B.: Indien de motor niet binnen 2 seconden na het voorverwarmen is gestart, draai de contactsleutel dan nogmaals in de stand "LOCK",houdt hem gedurende 10 seconden in deze stand en draai hem vervolgens in de stand "ON", zodatopnieuw wordt voorverwarmd. WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde autogestart wordt. Anders bestaat de mogelijkheid dat er in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheel isingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "Start" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
Gele lamp "ON"
C050B01HP
Gele lamp "OFF"
C050B01HP-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en gesp
de veiligheidsgordel om.
2. Trek de parkeerrem aan.
3. Zet bij een handgeschakelde
versnellingsbak het versnellingshandel in neutraal en druk het koppelingspedaal volledig in.Zet bij een automatische transmissie het keuzehandel in de stand "P" (parkeerstand).
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien,de contactsleutel in de stand "ON"(Alleen Dieselmotor). Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat hetvoorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kan worden gestart.
Page 151 of 245

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
24
!
OPMERKINGEN MET BETREKKING TOT DEREMMEN
ZC140A1-AX
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de hoedenplank achter de achterbank.Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijke voorwerpen naar voren schuivenwaardoor de wagen wordt beschadigd of inzittenden verwondingen kunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door water en nadat de wagen isgewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijngevaarlijk! Natte remmen hebben een langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kant trekken.Rij voorzichtig als u vermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaal remt, zijn de remmen
! LET OP:
o Start de motor nooit met de keuzehendel in de vooruit- of achteruitstand terwijl één van deachterwielen is opgekrikt en het andere wiel op de grond staat; hierdoor kan de auto van de krikschieten.
o Gebruik alleen de aanbevolen olie
voor LSD in de achteras. Ziepagina 9-4 voor de aanbevolen oliespecificaties.
SPERDIFFERENTIEEL (LSD)
D190A01HP-GXT (Indien gemonteerd) Een sperdifferentieel, indien gemonteerd, bevindt zich alleen in deachteras. Het kenmerk van een sperdifferentieel wordt hierna beschreven:Evenals bij een conventioneel differentieel kan in een bocht het wiel aan de ene zijde sneller draaien danaan de andere zijde. Het voordeel van een sperdifferentieel t.o.v. een conventioneel differentieel is: als bijeen sperdifferentieel het wiel aan de ene zijde grip verliest, wordt op het wiel met grip aan de andere zijde een grotergedeelte van het aandrijfkoppel overgebracht om de aandrijving te verbeteren.
Page 152 of 245

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
25
waarschijnlijk nat en zal er meer druk op het rempedaal moetenworden uitgeoefend of trekt de wagen bij het remmen naar één kant. Druk, om de remmen tedrogen, licht op het rempedaal totdat de wagen weer normaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen danzo snel mogelijk stil en bel uw Hyundai dealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Ditkan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, rem dewagen af en schakel vervolgens naar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijn doordatde remmen hierdoor te heet kunnenworden en niet meer optimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra uvoldoende snelheid heeft verminderd en het zonder gevaarmogelijk is, rijd de wagen dan van de weg af en breng hem tot stilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissie laat hemdan niet "kruipen". Vermijd dit dooruw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen tot stilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren op een helling. Trek de handremaan en plaats de keuzehandel instand "P" (automatische transmissie) of in de eerste of achteruit versnelling(handgeschakelde versnellingsbak). Als u de wagen op een helling parkeert, draai dan de voorwielen ineen zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodig blokken voor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans is aanwezigwanneer zich sneeuw of ijs om of bijde achterremmen heeft opgehoopt of als de remmen nat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is,zet de wagen dan tijdelijk op de handrem en zet de versnellingshandel in neutraal resp.bij automatische transmissie in stand "P". Blokkeer de achterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zetdaarna de handrem vrij.ECONOMISCH RIJDEN
ZC150A1-AX Als u onderstaande richtlijnen opvolgt maakt u het meest economische gebruik van uw wagen mogelijk:
o Rijd gelijkmatig. Vermijd snel accelereren. Geef gelijkmatig gas tot de gewenste snelheid is bereikten houd deze snelheid zoveel mogelijk constant. Vermijd snel accelereren tussen verkeerslichten.Pas uw snelheid aan de rest van het verkeer aan zodat u niet onnodig hoeft te schakelen. Vermijd zoveelmogelijk druk verkeer. Houd een veilige afstand tot andere voertuigen zodat u niet onnodig hoeft teremmen. Hierdoor vermindert u tevens slijtage aan het remsysteem.
o Vermijd hoge snelheden. Hoe sneller u rijdt, hoe meer brandstof wordtverbruikt. Het rijden met gelijkmatige snelheden, vooral opautosnelwegen, is één van de meest effectieve manieren om het brandstofverbruik te verlagen.
Page 155 of 245

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
28
ZC170G1-AX Sloten tegen bevriezing beschermen Om het bevriezen van de sloten te voorkomen zijn speciale producten bijuw dealer verkrijgbaar. Ook als een slot bevroren is, kan dit met doeltreffende middelen wordenontdooid. Soms is het mogelijk een bevroren slot te ontdooien door de sleutel te verwarmen. N.B.: Het temperatuurgebied waarin de sleutel voor de startblokkering kan worden gebruikt, bedraagt -40°C tot80°C. Als de sleutel van de startblokkering tot boven 80 °C wordt verwarmd om een bevrorenslot te openen, kan de transponder in de sleutelkop worden beschadigd.
ZC170D1-AX Accu en accukabels controleren Controleer visueel de accu en de accukabels zoals beschreven inhoofdstuk 6. De staat van de accu kan worden gecontroleerd door uw Hyundai dealer. ZC170E1-AX Gebruik zonodig "winterolie" Voor sommige klimaten is het aan te bevelen bij koud weer een "winterolie" met lagere viscositeit te gebruiken. Zie hoofdstuk 9 voor de aanbevolenoliesoorten. Raadpleeg in geval van twijfel uw Hyundai dealer. ZC170F1-AX Bougies en ontstekingssysteem controleren Controleer de bougies zoals beschreven in hoofdstuk 6 en vervang ze zonodig. Controleer tevens debedrading en de componenten van het ontstekingssysteem. Vervang beschadigde onderdelen.
ZC170C1-AX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is gevuld met ethyleenglycol. Gebruikgeen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van het koelsysteem tegengaat, uw waterpompsmeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet worden bijgevuld overeenkomstig hetonderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistof controleren m.b.t. het vriespunt.
Page 156 of 245

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
29
ZC170H1-AX Gebruik antivries in het ruitensproeierreservoir Om te voorkomen dat het water in het sproeierreservoir bevriest, moet eendaarvoor bestaande toevoeging worden gebruikt. Volg hierbij de gebruiksaanwijzing strikt op. Antivriesvoor het ruitensproeierreservoir is bij alle Hyundai dealers verkrijgbaar. Gebruik geen antivries voor hetkoelsysteem of een ander soort antivries aangezien dit de lak kan aantasten.
ZC170I1-AX Voorkom bevriezing van de handrem Onder sommige omstandigheden kan een aangetrokken handrem bevriezen. Bijvoorbeeld bij een opeenhoping vansneeuw of ijs rond of bij de achterremmen of als de remmen nat zijn. Als de kans op bevriezing bestaat,trek de handrem dan tijdelijk aan, zet de versnellingshandel in de eerste of achteruit versnelling of de keuzehandelin stand "P". Blokkeer de achterwielen zodat de wagen niet weg kan rollen. Zet hierna de handrem vrij. ZC170J2-AX Voorkom opeenhoping van sneeuw en ijs aan de onderzijdevan de wagen. Onder sommige weersomstandigheden kunnen sneeuw-en ijsklompen onder despatschermen de besturing bemoeilijken. Controleer bij strenge winterse omstandigheden regelmatigde onderzijde van uw wagen of de voorwielen vrij kunnen bewegen en de componenten van de stuurinrichtingniet worden geblokkeerd.
ZC170K1-AX Nooduitrusting Zorg, afhankelijk van de weersomstandigheden, voor een geschikte nooduitrusting. Dit zijn o.a. sneeuwkettingen, een sleepkabelzaklantaarn, zand, een schep, hulpstartkabels, een ijskrabber, handschoenen, een deken etc.HET RIJDEN MET HOGE SNELHEDEN
ZC180A1-AX Controles voor het begin van de rit
1. Banden
Houd de bandenspanning voor het rijden met hoge snelheden aan. Een te lage bandenspanning heeftoververhitting en mogelijke defecten tot gevolg.
N.B.: De voorgeschreven bandenspan- ning mag niet worden overschreden.
2. Brandstof, koelvloeistof en motorolie. Bij het rijden met hoge snelheden wordt 1,5 maal zoveel brandstofverbruikt. Vergeet niet het koelvloeistof-en het motoroliepeil te controleren.
3. V-riem Een niet goed afgestelde of eenbeschadigde V-riem kanoververhitting van de motor tot gevolg hebben.
Page 176 of 245

3IN GEVAL VAN PECH
14ALS UW AUTO MOET WORDEN GESLEEPT
ZD070M1-AX NADAT EEN WIEL IS VERWISSELD Breng altijd de ventieldop aan nadat u de bandenspanning heeft gecontroleerd of gewijzigd. Als de dop niet wordt aangebracht kan de kernvan het ventiel door vuil of vocht beschadigen waardoor de band langzaam spanning verliest. Raakt ueen ventieldop kwijt, vervang hem dan zo snel mogelijk. Controleer altijd of de lekke band cor- rect in de kofferruimte is aangebracht en berg de krik en de gereedschappenop.
HHP5019 D080A01O-GXT Als uw auto moet worden gesleept, laat dit dan doen door uw Hyundai dealer of door een gespecialiseerde autosleepdienst. Zo voorkomt u datuw auto beschadigd raakt tijdens het slepen. Bovendien zijn professionele sleepdiensten op de hoogte van deplaatselijke regels ten aanzien van slepen. In ieder geval is het belangrijk dat u deze informatie overhandigt aande chauffeur van de sleepwagen, om schade aan uw auto te voorkomen. Er moet een systeem metveiligheidskettingen worden gebruikt, en alle plaatselijke wetten moeten in acht worden genomen.Het verdient aanbeveling dat uw auto wordt gesleept met een wiellift en verrijdbare plateaus of op een auto-ambulance met alle wielen van de grond.
!
LET OP:
o Uw auto kan beschadigd raken als hij onjuist wordt gesleept!
o Controleer of de transmissie in
neutraal staat.
o Als de motor niet start, ontgrendel dan het stuurslot door de sleutel in het contactslot in de stand"ACC" te zetten.
Page 180 of 245

5ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
2ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
ZF020A1-HX Om van de bedrijfszekerheid van uw Hyundai verzekerd te zijn moeten regelmatig verschillende onderhoudswerkzaamheden wordenuitgevoerd. Hoewel deze werkzaamheden door de constructie en de techniek tot een minimum zijnverminderd, blijven echter enkele werkzaamheden uiterst belangrijk. Laat het onderhoud uitvoeren inovereenstemming met de garantiebepalingen die gelden voor uw nieuwe Hyundai. Raadpleeg hetserviceboekje voor meer informatie omtrent de garantie. ZF020B1-AX
ONDERHOUD
Het nodige onderhoud voor uw Hyundai
kan in drie groepen worden gesplitst:
o Periodiek onderhoud
o Dagelijkse controles
o Eenvoudige onderhoudswerkzaam- heden die u zelf kunt uitvoeren. ZF020C1-BX
Periodiek onderhoud
Dit is het onderhoud zoals
inspectiebeurten, afstellingen en het vervangen van onderdelen zoals beschreven in de onderhoudstabellenvanaf bladzijde 5-4. Deze werkzaamheden moeten worden
uitgevoerd op de voorgeschreven termijnen teneinde de garantie te behouden. Wij adviseren met nadrukde onderhoudswerkzaamheden door de getrainde vakmensen van uw Hyundai dealer te laten uitvoeren.
Hierbij worden originele Hyundai
onderdelen gebruikt. Andere merken of equivalente producten kunnen worden gebruikt zonder invloed tehebben op de garantie, maar overtuig u er in een dergelijk geval van dat deze producten gelijkwaardig zijn aan dekwaliteit van de originele Hyundai onderdelen. Raadpleeg het serviceboekje voor meer informatie.
Page 204 of 245

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
5OLIEPEIL CONTROLEREN
SG030A1-FX De motorolie is van essentieel belang voor de prestaties en de levensduur van de motor. Het is raadzaam hetoliepeil bij normale bedrijfsomstandigheden tenminste één maal per week en bij zwarebedrijfsomstandigheden of een lange reis vaker te controleren. G030B05HP-GXT
Aanbevolen olie
1. Benzinemotor
(1) Kies de voorgeschreven SAE
viscositeit overeenkomstig de buitentemperatuur.De aanbevolen viscositeit is in devolgende afbeelding aangegeven. (2) De motorolie moet de volgende
kwaliteit hebben:API SJ, SL of hoger,ILSAC GF-3 of hoger
N.B.:
o Voor een optimaal brandstofverbruik worden de volgende motoroliespecificaties aanbevolen, SAE 5W- 20 (5W-30), ILSAC GF-3.
o Als motorolie met de specificaties SAE 5W-20, ILSACGF-3 niet beschikbaar is dan wordt aanbevolen de tweedekeus in de temperatuur tabel te nemen. 2. Dieselmotor
(1) Kies de voorgeschreven SAE
viscositeit overeenkomstig de buitentemperatuur.De aanbevolen viscositeit is in devolgende afbeelding aangegeven.
(2) Gebruik motorolie die aan de volgende API-specificatie voldoet: CF-4 of hoger
(3) Gebruik motorolie die aan de
volgende ACEA-specificatievoldoet: B4 of hoger
G030B01JM
G030B03HP
Page 207 of 245

6EENVOUDIG ONDERHOUD
8
!
MOTOROLIE VERVERSEN EN OLIEFILTER VERVANGEN
G040A03HP-GXT Bij zware bedrijfsomstandigheden moeten zowel de motorolie als hetmotoroliefilter vaker worden ververst resp. vervangen.
De procedure voor het verversen van
de motorolie en het vervangen van het oliefilter is als volgt:
1. Plaats de wagen op een vlakke vloer en trek de handrem aan. Start de motor en laat hem warm draaientotdat de naald op de temperatuurmeter boven de eerste merkstreep staat. Zet de motor afen zet de keuzehandel bij automatische transmissie in stand "P" of de versnellingshandel in deachteruit bij een handgeschakelde versnellingsbak.
2. Open de motorkap en verwijder de olievuldop.
3. Draai de aftapplug linksom los; gebruik een passende sleutel.Plaats een opvangbak onder het carter en verwijder de aftapplug. WAARSCHUWING:
Let erop: de olie is warm!
4. Breng na het aftappen de aftapplug met een nieuwe ring aan en draaide plug rechtsom vast. Aantrekkoppel aftapplug : 3,5 ~ 4,5 kg.m
5. Verwijder het luchtfilter door hem met een geschikte oliefiltersleutel linksom te draaien.Bij het verwijderen van het filterlekt een kleine hoeveelheid olieweg. Breng derhalve een opvangbak onder het filter aan.
6. Breng het nieuwe oliefilter overeenkomstig de instructie op de verpakking van het filter aan. Zethet filter niet te vast. (Aantrekkoppel: Benzinemotor - 1,2 ~ 1,6 kg.m, Dieselmotor - 2,3 ~ 2,5 kg.m)
Dieselmotor
HHP5004
G040A01HP
Benzinemotor
Oliefilter
Aftapplug Olievuldop
Olievuldop
Oliefilter
Aftapplug
De motorolie en het motoroliefilter moeten worden ververst resp.vervangen overeenkomstig het onderhoudsschema in hoofdstuk 5.