airbag JEEP GRAND CHEROKEE 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2017, Model line: GRAND CHEROKEE, Model: JEEP GRAND CHEROKEE 2017Pages: 414, PDF Size: 6.11 MB
Page 158 of 414

WAARSCHUWING!
• Wanneer u met open kofferdeksel/
achterklep/achterportieren moet rijden,
zorg er dan voor dat alle ramen gesloten
zijn en dat de BLOWER-schakelaar van
de klimaatregeling in een hoge stand
staat. Schakel de recirculatiestand NIET
in.
•
Als u in een geparkeerde auto moet zitten
met een draaiende motor, stel dan de
verwarming of de koeling zodanig af dat er
buitenlucht in de auto wordt aangezogen.
Zet de aanjager op een hoog toerental.
De beste bescherming tegen koolmonoxide-
vergiftiging is een goed onderhouden uitlaat-
systeem.
Wanneer u merkt dat het uitlaatgeluid is
veranderd, uitlaatgassen in de auto ruikt of
als de onder- of achterzijde van de auto is
beschadigd, is er mogelijk sprake van lekkage
in het uitlaatsysteem. Laat een vakbekwame
monteur het volledige uitlaatsysteem en de
naburige carrosseriedelen controleren op
breuk, schade, slijtage of verplaatsingen.
Open naden of losse verbindingen kunnenertoe leiden dat uitlaatgassen binnendringen
in het interieur. Laat het uitlaatsysteem ook
altijd controleren wanneer de auto op een
hefbrug wordt gezet voor het verversen van
smeervet of olie. Laat indien nodig onderde-
len vervangen.
Aanbevolen veiligheidscontroles in de
auto
Veiligheidsgordels
Controleer regelmatig de autogordels op
scheuren, rafels en losse delen. Laat bescha-
digde onderdelen onmiddellijk vervangen.
Probeer niet zelf de gordels aan te passen of
uit elkaar te halen.
De gordelsystemen voorin moeten na een
aanrijding worden vervangen. Gordelsyste-
men achterin moeten na een aanrijding di-
rect worden vervangen als ze zijn beschadigd
(oprolmechanisme verbogen, scheuren in de
gordel, enz.). Wanneer er ook maar de gering-
ste twijfel bestaat over de toestand van de
veiligheidsgordels of de oprolmechanismen,
laat de veiligheidsgordel dan vervangen.
Waarschuwingslampje voor het airbagsys-
teem
Het airbaglampjegaat ter controle vier
tot acht seconden branden nadat u de con-
tactschakelaar de eerste keer in de stand
ON/RUN hebt gezet. Wanneer het lampje niet
brandt tijdens het starten, blijft branden of
gaat branden tijdens het rijden, moet het
systeem zo snel mogelijk door een erkende
dealer worden nagekeken. Dit lampje gaat
branden met één geluidssignaal wanneer er
een storing met het airbaglampje is gedetec-
teerd en blijft branden totdat de storing is
verholpen. Als het lampje met tussenpozen
gaat branden of blijft branden tijdens het
rijden, laat dan onmiddellijk uw voertuig door
een erkende dealer controleren. Raadpleeg
de paragraaf "Beveiligingssystemen voor in-
zittenden" in het hoofdstuk "Veiligheid" voor
meer informatie.
VEILIGHEID
156
Page 224 of 414

WAARSCHUWINGSKNIP-
PERLICHTEN
Bediening
De schakelaar voor de waarschuwingsknip-
perlichten bevindt zich in het schakelaarpa-
neel direct boven de klimaatregelknoppen.
Druk op de schakelaar om de alarmknipper-
lichten in te schakelen. Zodra u de schake-
laar indrukt, gaan alle richtingaanwijzers
knipperen om het verkeer achter u te waar-
schuwen voor een noodsituatie. Druk nog-
maals op de schakelaar om de waarschu-
wingsknipperlichten uit te zetten.
Dit is een waarschuwingssysteem voor nood-
situaties. Gebruik het systeem niet tijdens
het rijden. Gebruik het alleen bij autopech en
wanneer uw auto een gevaar vormt voor an-
dere weggebruikers.Als u de auto moet verlaten om hulp op te
roepen, blijven de waarschuwingsknipper-
lichten ook werken wanneer de contactscha-
kelaar in de stand OFF is gezet.
OPMERKING:
Bij langdurig gebruik van de waarschuwings-
knipperlichten kan de accu leegraken.
SOS-EMERGENCY CALL
(ALLEEN BESCHIKBAAR
VOOR RUSSISCHE
DOUANE-UNIE)
Uw voertuig is uitgerust met een ingebouwde
noodfunctie die is ontworpen om hulp te
bieden bij een ongeval en/of noodgeval. Deze
functie wordt automatisch ingeschakeld als
de airbag is geactiveerd, of kan handmatig
worden ingeschakeld door op de knop aan de
onderzijde van de achteruitkijkspiegel te
drukken.
OPMERKING:
SOS-Emergency Call werkt alleen met een
actieve netwerkprovider.Het SOS-Emergency Call-systeem neemt au-
tomatisch contact op met de hulpdiensten bij
een ongeval waarbij de airbag is geactiveerd,
mits het contact in de stand RUN staat en de
airbags werken. De handmatige noodoproep
is ook mogelijk wanneer het contact is uitge-
schakeld tot de achtergrondverlichting blijft
branden door op de SOS-knop aan de onder-
kant van de spiegel te drukken. Als de verbin-
ding tussen het voertuig en de alarmcentrale
is gemaakt, stuurt uw voertuig automatisch
uw locatie en voertuiginformatie naar de me-
dewerker van de alarmcentrale.
Knop SOS-Emergency Call
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
222
Page 227 of 414

WAARSCHUWING!
CUVOEDING VERLIEST (ZOALS ON-
DER MEER TIJDENS OF NA EEN ON-
GEVAL), ZULLEN OOK DE MTC+ FUNC-
TIES, APPS EN SERVICES NIET
WERKEN.
• De controller van het beveiligingssys-
teem voor inzittenden schakelt het waar-
schuwingslampje voor het airbagsys-
teem in de instrumentengroep in als er
een storing wordt gedetecteerd in een
van de onderdelen van het airbagsys-
teem. Als het waarschuwingslampje voor
het airbagsysteem brandt, werkt het air-
bagsysteem mogelijk niet goed en kan
het SOS-Emergency Call-systeem moge-
lijk geen signaal naar de alarmcentrale
zenden. Als het waarschuwingslampje
voor het airbagsysteem brandt, dient u
contact op te nemen met het servicenet-
werk om het airbagsysteem onmiddellijk
te laten controleren.
WAARSCHUWING!
• Als u de LED op de SOS-Emergency
Call-knop negeert, kan dit betekenen
dat u mogelijk geen gebruik kunt maken
van SOS-Emergency Call wanneer dat
nodig is. Als de LED op de SOS-
Emergency Call-knop rood brandt, dient
u contact op te nemen met het service-
netwerk om het SOS-Emergency Call-
systeem onmiddellijk te laten controle-
ren.
• Als een inzittende mogelijk in gevaar is
(bijv. als er vuur of rook zichtbaar is, bij
gevaarlijke verkeersomstandigheden of
een gevaarlijke locatie), wacht dan niet
tot u spraakcontact met een centralist
van de alarmcentrale hebt. Alle inzitten-
den dienen de auto onmiddellijk te ver-
laten en zich naar een veilige plek te
begeven.
• Het niet uitvoeren van periodiek onder-
houd en regelmatige controles aan uw
voertuig kan leiden tot schade aan uw
voertuig, een ongeval of ernstig letsel.Veelgestelde vragen:
Wat gebeurt er als ik per ongeluk op de SOS-
Emergency Call-knop druk?
• U hebt na het indrukken van de noodknop
10 seconden de tijd om de oproep te
annuleren. Om de oproep te annuleren,
drukt u nogmaals op de knop.
Wat voor soort informatie wordt verzonden wan-
neer ik een SOS-Emergency Call doe vanuit mijn
voertuig?
• Bepaalde voertuiginformatie, zoals het
VIN, wordt doorgegeven samen met de
laatst bekende GPS-locatie. De medewer-
ker van de alarmcentrale kan gesprekken
en geluiden in uw voertuig opnemen zodra
er verbinding is. Door gebruik te maken
van de dienst gaat u ermee akkoord dat
deze informatie wordt gedeeld.
Wanneer kan ik de SOS-Emergency Call-knop
gebruiken?
• U kuntALLEENgebruikmaken van de SOS-
Emergency Call-knop om een oproep te
plaatsen als u of iemand anders noodhulp
nodig heeft.
225
Page 234 of 414

ZEKERINGEN
WAARSCHUWING!
• Vervang doorgebrande zekeringen uit-
sluitend door exemplaren met dezelfde
ampèrewaarde. Vervang een zekering
nooit door een zekering met een hogere
ampèrewaarde. Vervang een doorge-
brande zekering nooit door een metalen
draad of enig ander materiaal. Als u
nalaat de juiste zekeringen te gebruiken,
kan dit resulteren in ernstig persoonlijk
letsel, brand en/of schade aan eigen-
dommen.
• Voordat u een zekering vervangt, moet u
ervoor zorgen dat het contact is uitge-
schakeld en dat alle andere services zijn
uitgeschakeld.
• Als de vervangen zekering opnieuw door-
brandt, neem dan contact op met een
erkende dealer.
WAARSCHUWING!
• Als een algemene beveiligingszekering
voor veiligheidssystemen (airbagsys-
teem, remsysteem), krachtbronsyste-
men (motorsysteem, versnellingsbak-
systeem) of het besturingssysteem
doorbrandt, dient u contact op te nemen
met een erkende dealer.
Algemene informatie
De zekeringen beschermen elektrische syste-
men tegen een te hoge stroomsterkte.
Als een apparaat niet werkt, moet u het
elektrische circuit in de zekering controleren
op breuk/smelten.
Houd er bovendien rekening mee dat de voer-
tuigaccu leeg kan raken wanneer u aansluit-
contacten gedurende lange tijd gebruikt ter-
wijl de motor uitgeschakeld is.
Zekeringen onder de motorkap
De stroomverdeelkast bevindt zich in de mo-
torruimte in de buurt van de accu. Deze kast
bevat patroonzekeringen, microzekeringen,
relais en stroomonderbrekers. Mogelijk is een
beschrijving van iedere zekering en van ieder
onderdeel op de binnenste kap gestempeld.
Anders is de locatie van iedere zekering op de
binnenste kap gestempeld, in overeenstem-
ming met de volgende tabel.
Stroomverdeelkast
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
232
Page 237 of 414

Locatie Patroonzekering Microzekering Omschrijving
F62 – 10 A rood Koppeling airconditioning
F63 – 20 A geel Bobines (benzine), ureumverwarming (diesel)
F64 – 25 A transparant Brandstofverstuivers/aandrijflijn
F66 – 10 A rood Zonnedak/schakelaars voor passagiersramen/regensensor
F67 – 15 A blauw CD/DVD/Bluetooth handsfree-module — indien aanwezig
F68 – 20 A geel Motor achterruitwisser
F69 – 15 A blauw Voeding bermlicht — indien aanwezig
F70 – 20 A geel Brandstofpomp van de motor
F71 – 30 A groen Audioversterker
F72 – 10 A rood PCM — indien aanwezig
F73 – 15 A blauw HID-koplampen rechts — indien aanwezig
F75 – 10 A rood Dubbele accuregeling — indien aanwezig
F76 – 10 A rood Antiblokkeerremmen / elektronisch
stabiliteitsregelsysteem
F77 – 10 A rood Regelmodule aandrijflijn / voorasontkoppelingsmodule
F78 – 10 A rood Motorregelmodule/elektrische stuurbekrachtiging
F80 – 10 A rood Universele garagedeuropener/kompas/
anti-inbraakmodule
F81 – 20 A geel Richtingaanwijzer rechts / remlichten aanhanger
F82 – 10 A rood Regelmodule stuurkolom/cruisecontrol/DTV
F83 – 10 A rood Brandstofvulklep
F84 – 15 A blauw Rij schakelaars / instrumentengroep
F85 – 10 A rood Airbagmodule
235
Page 238 of 414

Locatie Patroonzekering Microzekering Omschrijving
F86 – 10 A rood Airbagmodule
F87 – 10 A rood Luchtvering — indien aanwezig/trekhaak/regelmodule
van stuurkolom
F88 – 15 A blauw Instrumentengroep
F90/F91 – 20 A geel Aansluitcontact (zitplaatsen achterin) selecteerbaar
F92 – 10 A rood Achterste consolelamp — indien aanwezig
F93 – 20 A geel Sigarettenaansteker
F94 – 10 A rood Schakelhendel-/tussenbakmodule
F95 – 10 A rood Achteruitrijcamera/ParkSense
F96 – 10 A rood Schakelaar stoelverwarming achter/zaklamplader —
indien aanwezig
F97 – 20 A geel Stoelverwarming achter en stuurverwarming —
indien aanwezig
F98 – 20 A geel Stoelverwarming voor — indien aanwezig
F99 – 10 A rood Klimaatregeling/bestuurderhulpsysteemmodule/DSRC
F100 – 10 A rood Actieve demping — indien aanwezig
F101 – 15 A blauw Elektrochromatische spiegel/slim grootlicht —
indien aanwezig
F103 – 10 A rood Interieurverwarming (alleen dieselmotor) /
klimaatregeling achter
F104 – 20 A geel Aansluitcontacten (instrumentenpaneel /
middenconsole)
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
236
Page 258 of 414

Uitvoeringen met vierwielaandrijving
De fabrikant raadt aan om de auto te vervoe-
ren met alle wielenVANde grond. Accepta-
bele methoden zijn het vervoeren van de auto
op een autoambulance of de auto aan de
voorzijde op te takelen en de achterzijde op
een dolly te plaatsen.
Als geen autoambulance beschikbaar is en
de tussenbak nog werkt, kunnen voertuigen
met een tussenbak met twee snelhedenworden
gesleept (in voorwaartse richting, metALLE
wielen op de grond),MITSde tussenbak in de
stand NEUTRAL (N) en de versnellingsbak in
PARKstaat. Zie "Slepen achter een camper"
voor gedetailleerde instructies.
Auto's die zijn uitgerust met een tussenbak
met één versnelling hebben geen stand NEU-
TRAL, enmoetendaarom worden gesleept
met alle vier de wielenVANde grond.
LET OP!
• Voor- of achterwielliften mogen niet wor-
den gebruikt. Bij slepen met behulp van
een voor- of achterwiellift ontstaat in-
wendige schade aan de versnellingsbak
of tussenbak.
• Wanneer dit voertuig in strijd met de
bovenvermelde voorschriften wordt ge-
trokken, kan er ernstige beschadiging
van de versnellingsbak en/of de tussen-
bak optreden. Beschadigingen, veroor-
zaakt door onjuist slepen, vallen niet
onder de garantie van de auto.
UITGEBREID ONGELUK-
KENRESPONSSYSTEEM
(EARS)
Deze auto is uitgerust van een uitgebreid
ongelukkenresponssysteem.
Raadpleeg de paragraaf "Beveiligingssystemen
voor inzittenden" in het hoofdstuk "Veiligheid"
voor meer informatie over de functie uitgebreid
ongelukkenresponssysteem (EARS).
EVENT DATA RECORDER
(EDR)
Deze auto is uitgerust met een Event Data
Recorder (EDR). Het belangrijkste doel van
de EDR is het registreren van gegevens die
helpen om te begrijpen hoe voertuigsystemen
zich gedragen bij bepaalde aanrijdingen of
bijna-aanrijdingen, zoals de activering van
een airbag of een botsing tegen een obstakel.
Raadpleeg de paragraaf "Beveiligingssyste-
men voor inzittenden" in het hoofdstuk "Vei-
ligheid" voor meer informatie over de Event
Data Recorder (EDR).
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
256
Page 397 of 414

Aanhangergewicht..........210, 211
Aanhangwagen trekken...........210
Aanvullend veiligheidssysteem -
Airbag...................133
ABS, waarschuwingslampje.........89
Accessoires..................317
Mopar...................317
Accu...................87, 280
Accu,
laadsysteemlampje............87
Achterklep................71, 72
Achterligger.................110
Achterruitwisser/-sproeier..........53
Achteruitrijcamera.............201
Activeringssysteem (alarmsysteem)....21
Adaptieve cruisecontrol (ACC)
Aan .................189, 191
Uit .................189, 191
Adaptieve cruisecontrol (ACC)
(cruisecontrol)..............188
Additieven, brandstof............310
Afstandsbediening,
startsysteem................17
Airbag.....................133
Als een airbag wordt opgeblazen . . .139Event Data Recorder (EDR)......256
Frontairbag...............133
Knie-airbag aan bestuurderszijde . .135
Kniebescherming............135
Onderhoud van het airbagsysteem .140
Redundant waarschuwingslampje
airbag..................133
Versnelde ongevalreactie. . . .140, 256
Vervoer van huisdieren........155
Waarschuwingslampje
airbagsysteem..............132
Werking airbag..............134
Zijairbags.................135
Airbag Lampje..........85, 132, 156
Airbagonderhoud..............140
Airco, filter...............63, 281
Airco, koelmiddel..............281
Aircosysteem..............61, 281
Airco, tips voor gebruik...........62
Alarm
Het systeem inschakelen
........22
Het systeem uitschakelen........22
Alarm (beveiliging)......21, 86, 92, 94
Alarmknipperlichten............222
Alarmsysteem............21, 23, 86Alarm inschakelen............22
Alarm uitschakelen............22
Alarmsysteem (beveiliging).......21, 23
Antiblokkeersysteem (ABS).........98
Anti-ongevalsysteem FCW
(Forward Collision Warning)......112
Antivries (motorkoelvloeistof) . . .312, 313
Assmering..................316
Audio-aansluiting..............344
Automatische portiervergrendelingen . . .31
Automatische temperatuurregeling
(ATC).....................61
Automatische versnellingsbak.......168
Automatische versnellingsbak,
soort vloeistof..............316
vloeistof bijvullen............316
vloeistofpeil controleren........279
Automatisch grootlicht............49
Autowasserijen................301
Bagageruimte.................74
Bagageruimte,
lamp....................74
Bagageruimte, voorzieningen........74
Bagageverlichting...............74
INDEX
395
Page 403 of 414

Uconnect 5.0................328
Uconnect 8.4/8.4 NAV. . . .339, 373, 374
Uconnect 8.4/8.4 NAV,
Actieve gesprekken doorverbinden
tussen handset en voertuig......358
Dempen.................358
Telefoonboek...............358
Tips voor spraakherkenning......358
Uconnect 8.4/8.4 NAV Spraakherkenning,
Gesproken berichten..........359
Uconnect (handsfree telefoon),
bellen...............352, 358
een oproep beantwoorden.......352
Uconnect Phone. . . .352, 358, 359, 366
Uconnect Voice Command. .335, 358, 363
Uitgang,
voeding..................75
Uitlaatsysteem................155
USB-poort..................344
Vastgereden voertuig bevrijden......252
Veiligheidscontrole aan de buitenkant
van het voertuig.............158
Veiligheidscontrole in het voertuig. . . .156
Veiligheidscontroles.............155Veiligheidsgordel
Automatisch blokkerend oprolmecha-
nisme (ALR)...............127
Driepuntsgordel ontwarren.......125
Driepuntsgordels............123
Gordelspanner.............127
Spankrachtbegrenzer..........127
Verstelbaar ankerpunt
schoudergordel.............126
Waarschuwing veiligheidsgordel . . .122
Werking driepuntsgordels.......124
Zwangere vrouwen...........127
Veiligheidsgordels..........121, 156
Veiligheidsgordels,
achterbank...............123
controle.................156
gordelspanners.............127
herinnering................84
instructies voor gebruik........124
ontwarren.................125
verstelbare bovenste schoudergesp .126
verstelbare schouderriem.......126
voorstoel..........121, 123, 124
zwangere vrouwen...........127
Veiligheidstips................155
Veiligheid, uitlaatgassen..........155Veiligheid van auto controleren......155
Vergrendelingen...............158
Vergrendeling rem/versnellingsbak. . . .167
Verlichting,
airbag............85, 132, 156
alarmsysteem...............86
bagageruimte...............74
bandenspanningscontrole
........90
contourverlichting...........228
controlelampje afdalingsregeling . . .106
cruisecontrol...............93
dagrijverlichting.............48
dimlichtschakelaar, koplamp......47
exterieur.................158
indicatielampje tractiecontrole . . .104
lampen vervangen...........226
lichtsignaal................49
mistlampen.............50, 88
onderhoud................226
parkeerlichten............92, 93
richtingaanwijzers . . .47, 92, 158, 228
storingslampje motorcontrole.....88
waarschuwing (beschrijving
instrumentenpaneel)........86, 92
waarschuwingsknipperlichten.....222
401