Accu Lancia Flavia 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2012, Model line: Flavia, Model: Lancia Flavia 2012Pages: 257, PDF Size: 2.8 MB
Page 23 of 257

OPMERKING:
Als tijdens de inschakeltijd van16 seconden een portier wordt
geopend of de contactschake-
laar in de stand ON/RUN wordt
gezet, wordt het alarmsysteem
automatisch uitgeschakeld.
Als het alarmsysteem is inge- schakeld, zijn de schakelaars
van de portiersloten en het kof-
ferdeksel in het interieur uitge-
schakeld.
ALARM UITSCHAKELEN
Druk op de ontgrendelknop op de af-
standsbediening of steek een geldige
Sentry Key® in de contactschakelaar
en draai deze naar de stand ON/RUN
of START.
OPMERKING:
Het alarmsysteem kan niet wor- den in- of uitgeschakeld via de
slotcilinder van het bestuur-
dersportier of de bagageruimte-
knop op de afstandsbediening.
Het alarmsysteem blijft inge- schakeld wanneer het koffer-
deksel wordt geopend. Als u op
de bagageruimteknop drukt, wordt het alarmsysteem niet uit-
geschakeld. Als iemand de auto
binnendringt via de bagage-
ruimte en een portier opent, gaat
het alarm af.
Als het alarmsysteem is geacti- veerd, kunt u de portieren niet
ontgrendelen met de portierver-
grendelingsschakelaars in het
interieur.
Het alarmsysteem is bedoeld om uw
auto te beveiligen, maar er zijn om-
standigheden die een ongewenst
alarm kunnen veroorzaken. Als een
van de eerder beschreven procedures
voor het inschakelen van het alarm is
uitgevoerd, zal het alarmsysteem wor-
den ingeschakeld, ongeacht of u zich
in de auto bevindt. Wanneer u dan in
de auto blijft zitten en vervolgens een
portier opent, gaat het alarm af. Als
deze situatie zich voordoet, schakel
dan het alarmsysteem uit.
Wanneer het alarmsysteem is geacti-
veerd en de accu wordt losgekoppeld,
blijft het alarmsysteem actief nadat
de accu weer is aangesloten. De bui-
tenverlichting knippert en de claxon klinkt. Als deze situatie zich voordoet,
schakel dan het alarmsysteem uit.
ALARMSYSTEEM
HANDMATIG OMZEILEN
Het alarmsysteem wordt niet inge-
schakeld als u de portieren vergren-
delt met de knoppen voor handmatige
portiervergrendeling.
INSTAPVERLICHTING
De interieurverlichting gaat branden
wanneer u de ontgrendelknop op de
afstandsbediening indrukt of een por-
tier opent.
De interieurverlichting gaat na circa
30 seconden langzaam uit of gaat on-
middellijk uit als de contactschake-
laar van de stand OFF in de stand
ON/RUN wordt gezet.
OPMERKING:
De interieurverlichting vooraan
in de dakconsole en de portier-
verlichting gaat branden als de
dimschakelaar in de hoogste
stand staat.
De instapverlichting werkt niet als de dimschakelaar in de laag-
ste stand staat.
16
Page 28 of 257

WAARSCHUWING!
Laat kinderen nooit in een auto ach-
ter terwijl de sleutel in de contact-
schakelaar zit. Inzittenden, en
vooral kinderen zonder toezicht,
kunnen bekneld raken in de raam-
openingen wanneer ze de schake-
laars voor elektrische raambedie-
ning bedienen. Een dergelijke
beknelling kan ernstig of zelfs dode-
lijk letsel tot gevolg hebben.
Smart Glass-functie
Als u het portier opent terwijl het
raam volledig gesloten is dan wordt
het raam iets geopend. Nadat u het
portier heeft gesloten, wordt het raam
weer helemaal gesloten. Deze functie
zorgt ervoor dat u het portier zonder
weerstand kunt openen en dat het
raam en de strip aan de bovenkant
niet worden beschadigd.
Ramen automatisch openen
De raamschakelaars op de voorportie-
ren hebben een functie 'automatisch
openen'. Deze schakelaars zijn voor-
zien van het opschrift AUTO om de
functie aan te duiden. Druk de raam-
schakelaar voorbij het eerste druk- punt en laat de schakelaar los. Het
raam wordt dan automatisch volledig
geopend.
Als u het raam slechts gedeeltelijk wilt
openen, drukt u de raamschakelaar in
tot het eerste drukpunt en laat u de
schakelaar los wanneer u het raam
wilt stoppen.
Om de automatische beweging te
stoppen, beweegt u de schakelaar in
de richting omhoog of omlaag en laat
u de schakelaar los.
De schakelaars voor elektrische raam-
bediening blijven nog 10 minuten ac-
tief nadat de contactschakelaar in de
stand LOCK is gezet. Door het openen
van een portier wordt deze functie
uitgeschakeld. De tijdsduur van deze
functie is programmeerbaar. Raad-
pleeg de paragraaf "Elektronisch
voertuiginformatiecentrum (EVIC)/
Persoonlijke instellingen (door de
klant te programmeren functies)" in
het hoofdstuk "Het instrumentenpa-
neel" voor meer informatie hierover.
Resetten van Smart Glass-functie
voor openen/sluiten portier
Als de accu leeg is, werkt de Smart
Glass-functie voor het openen en slui-
ten van het portier niet meer. Als u de
Smart Glass-functie opnieuw wilt ac-
tiveren nadat de stroomvoorziening
van de auto is hersteld, gaat u als
volgt te werk.
1. Open alle vier de ramen volledig.
2. Houd de schakelaar voor de Power
Top ingedrukt in de stand voor slui-
ten. Als de Power Top volledig is ge-
sloten, worden alle vier de ramen ge-
sloten.
3. Houd de schakelaar voor de Power
Top nog twee seconden ingedrukt na-
dat alle ramen helemaal gesloten zijn.
4. Druk alle raambedieningsschake-
laars goed in om alle ramen helemaal
te openen. Houd de schakelaars nog
twee seconden ingedrukt als de ramen
helemaal open zijn.
21
Page 43 of 257

De zijairbags worden niet bij alle zij-
delingse botsingen opgeblazen. Het
opblazen van de zijairbags is afhan-
kelijk van de ernst en aard van de
aanrijding.
Omdat airbagsensoren de vertraging
van het voertuig in de loop van de tijd
meten, zijn de snelheid van het voer-
tuig en de schade op zichzelf geen
goede indicatoren voor de noodzaak
van het wel of niet opblazen van een
airbag.
Veiligheidsgordels zijn bij alle onge-
vallen noodzakelijk voor uw bescher-
ming en om uw lichaam in de juiste
positie te houden, uit de buurt van een
airbag die wordt opgeblazen.
De controller van het beveiligingssys-
teem voor inzittenden bewaakt de ge-
reedheid van de elektronische onder-
delen van het airbagsysteem wanneer
de contactschakelaar in de stand
START of ON/RUN staat. Als de sleu-
tel zich in de stand OFF, in de stand
ACC, of buiten het contact bevindt, is
het airbagsysteem niet ingeschakeld
en zullende de airbags niet worden
opgeblazen.De controller van het beveiligingssys-
teem voor inzittenden beschikt over
een reservevoeding, waardoor de air-
bags ook geactiveerd kunnen worden
wanneer de accu leeg is of is losgekop-
peld.
De controller van het bevei-
ligingssysteem voor inzit-
tenden schakelt ook het
waarschuwingslampje voor
het airbagsysteem op het instrumen-
tenpaneel in voor een zelftest gedu-
rende vier tot acht seconden, wanneer
het contact voor het eerst wordt inge-
schakeld. Na de zelftest gaat het
waarschuwingslampje voor het air-
bagsysteem uit. Als de controller van
het beveiligingssysteem voor inzitten-
den een storing in het systeem detec-
teert, gaat het waarschuwingslampje
voor het airbagsysteem knipperen of
continu branden. Een enkel geluids-
signaal klinkt als het lampje gaat
branden na de eerste keer starten.
De module bevat ook diagnosefunc-
ties die het waarschuwingslampje
voor het airbagsysteem in de instru-
mentengroep laten branden wanneer
een storing wordt geconstateerd die het airbagsysteem zou kunnen beïn
vloeden. De diagnose meldt eveneens
de aard van het defect.
WAARSCHUWING!
Wanneer u het waarschuwings-
lampje voor het airbagsysteem op
het instrumentenpaneel negeert,
kan dat betekenen dat de airbags u
bij een aanrijding niet beschermen.
Als het lampje niet gaat branden
tijdens de gloeilampcontrole wan-
neer u de contactsleutel omdraait,
blijft branden nadat u de auto hebt
gestart of gaat branden tijdens het
rijden, dient u het defect onmiddel-
lijk door uw erkende dealer te laten
repareren.
Opblaasmodules voor de
geavanceerde frontairbag aan
bestuurders- en passagierszijde
De opblaasmodules voor de geavan-
ceerde frontairbags aan bestuurders-
en passagierszijde bevinden zich in
het midden van het stuurwiel en aan
de rechterzijde van het instrumenten-
paneel. De controller van het beveili-
gingssysteem voor inzittenden zendt
een signaal naar de opblaasmodules
36
Page 45 of 257

voor inzittenden helpen bij het bepa-
len van de juiste reactie op de botsin-
gen.
Uitgebreid
ongelukkenresponssysteem
Bij een botsing die leidt tot het opbla-
zen van de airbags zal de controller
van het beveiligingssysteem voor in-
zittenden, als het communicatienet-
werk en de voeding intact blijven en
afhankelijk van de aard van de bot-
sing, bepalen of het uitgebreide onge-
lukkenresponssysteem de volgende
functies uitvoert:
De brandstoftoevoer naar de motorafsluiten.
De waarschuwingsknipperlichten inschakelen zo lang de accu werkt
of totdat het contact wordt afgezet.
De interieurverlichting inschakelen zolang de accu werkt of totdat de
contactsleutel wordt verwijderd.
De portieren automatisch ontgren- delen.
Om de functies van het uitgebreide
ongelukkenresponssysteem na een in-
cident te resetten, moet u de contact- schakelaar van de stand IGN ON in de
stand IGN OFF zetten.
Als een airbag wordt opgeblazen
Het ontwerp van de geavanceerde
frontairbags is zodanig uitgevoerd,
dat deze airbags na het opblazen on-
middellijk leeglopen.
OPMERKING:
De front- en/of zijairbags worden
niet bij alle botsingen opgeblazen.
Dit houdt echter niet in dat het
airbagsysteem niet werkt.
Bij een aanrijding waarbij de airbags
worden opgeblazen, kan zich het vol-
gende voordoen:
Het nylon van de airbag kan soms
schaafwonden en/of een rode huid
veroorzaken bij de bestuurder en de
voorpassagier tijdens het opblazen
van de airbags. De schaafwonden
lijken op de wonden die u oploopt
als u zich schaaft aan een touw, de
vloerbedekking of op de vloer van
een gymnastiekzaal. Deze schaaf-
wonden worden niet veroorzaakt
door contact met chemische stof-
fen. De schaafwonden zijn niet blij-
vend en genezen normaal gespro- ken snel. Als uw schaafwonden
echter na enkele dagen nog niet zijn
genezen of als u last hebt van bla-
ren, raadpleeg dan onmiddellijk
een arts.
Wanneer de airbags leeglopen ziet u mogelijk zwevende stofdeeltjes die
op rook lijken. Dit stof is een nor-
maal bijproduct van het active-
ringsproces voor het niet-giftige op-
blaasgas. Deze zwevende
stofdeeltjes kunnen de huid, ogen,
neus of keel irriteren. Spoel met
koud water als u last hebt van geïr-
riteerde ogen of huid. Zorg voor
frisse lucht bij neus- of keelirrita-
ties. Raadpleeg uw huisarts als de
irritatie blijvend is. Als deze deel-
tjes op uw kleding terechtkomen,
volg dan de gebruikelijke wasvoor-
schriften van de kledingfabrikant
om de kleding te reinigen.
Rijd niet in uw auto nadat de airbags
zijn geactiveerd. Als u dan opnieuw
bij een aanrijding betrokken raakt,
zullen de airbags geen enkele bescher-
ming bieden.
38
Page 62 of 257

LICHTVERKLIKKER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
AUTOMATISCHE KOPLAMPEN . . . . . . . . . . . 101
KOPLAMPEN AAN BIJ INGESCHAKELDERUITENWISSERS (ALLEEN BESCHIKBAAR
IN COMBINATIE MET AUTOMATISCHE
KOPLAMPEN) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
UITSCHAKELVERTRAGING VAN DE KOPLAMPEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101
DIMMER INSTRUMENTENPANEEL . . . . . . . 102
MISTLAMPEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
Achtermistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
RICHTINGAANWIJZERS . . . . . . . . . . . . . . . . 103
LANE CHANGE ASSIST . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
DIMLICHT/GROOTLICHTSCHAKELAAR . . . 103
LICHTSIGNAAL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
INTERIEURVERLICHTING . . . . . . . . . . . . . . 104
Hoogteverstelling koplampen . . . . . . . . . . . . . 104
ACCUSPAARFUNCTIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
RUITENWISSERS EN -SPROEIERS . . . . . . . . . 105 INTERVALSTAND . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
RUITENSPROEIERS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
MIST-FUNCTIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
KOPLAMPEN AAN BIJ INGESCHAKELDERUITENWISSERS (ALLEEN BESCHIKBAAR
IN COMBINATIE MET AUTOMATISCHE
KOPLAMPEN) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
55
Page 65 of 257

staat, het bagagescherm op zijn
plaats zit en het kofferdeksel is
gesloten en vergrendeld. Het dak
kan niet worden geopend bij een
omgevingstemperatuur lager
dan 18°C.
Het dak kan niet worden geslo- ten bij een omgevingstempera-
tuur lager dan 40°C.
Het dak mag niet worden geopend
bij vorst, ijs of sneeuw. Hierdoor
kan het dak beschadigd raken en
mogelijk niet meer helemaal wor-
den opgeborgen. De Power Top-regelmodule (PTCM) bewaakt en regelt het
openen en sluiten van het dak.
Een reeks microschakelaars
controleert of alle handelingen
zijn voltooid alvorens over te
gaan op de volgende openings-
of sluitingsfase.
Als het dak veelvuldig wordt ge- opend en gesloten met terwijl de
motor is uitgeschakeld, kan de
accu leeg raken. Als u tijdens het rijden met ge-
opend dak de veiligheidsgordels
achterin hoort flapperen, breng
de auto dan veilig tot stilstand en
gesp de gordels van de lege stoe-
len vast. Zo blijven de veilig-
heidsgordels gespannen en kun-
nen ze niet meer flapperen.
LET OP!
Plaats het bagagescherm op juistewijze in de bagageruimte voordat
u het dak invouwt. Hierdoor
wordt een schakelaar gesloten die
het opbergen van het dak toestaat.
Als de schakelaar niet is gesloten,
wordt de bestuurder gewaar-
schuwd via een bericht in de in-
strumentengroep.
Berg voorwerpen altijd zorgvuldig
op in de bagageruimte.
Duw voorwerpen nooit te ver de
bagageruimte in, vooral niet als
het geopende dak is ingevouwen
in de bagageruimte.
Plaats geen voorwerpen op de
hoedenplank.
(Vervolgd)
LET OP!(Vervolgd)
Het negeren van deze waarschuwin-
gen kan leiden tot schade aan de
onderdelen van het cabrioletdak,
bagage in de bagageruimte, het ba-
gagescherm en het interieur van de
auto.LET OP!
Voordat u het dak gaat bedienen:
Controleer altijd of er geen vuil of
andere voorwerpen op het dak
aanwezig zijn.
Controleer of de temperatuur ho-
ger is dan 18°C als u het dak wilt
openen.
Controleer of de temperatuur ho-
ger is dan 40°C als u het dak wilt
sluiten.
Open nooit een bevroren cabrio-
letdak. Wacht met het openen en
invouwen van het dak totdat het
dak is ontdooid. U kunt een stof-
fen dak beter niet openen bij tem-
peraturen onder de 0°C.
(Vervolgd)
58