service Lancia Ypsilon 2015 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2015, Model line: Ypsilon, Model: Lancia Ypsilon 2015Pages: 319, PDF Size: 9.88 MB
Page 194 of 319

❒draai de ventieldop F los en sluit de vulslang B
aan door de betreffende ringmoer op het ventiel
van de band vast te draaien;
❒Controleer of de schakelaar G fig. 126 in de
stand0(uit) staat en start de motor;
❒steek de elektrische stekker H fig. 127 in de
aanstekeraansluiting van de auto (12 V);
❒start de compressor door de schakelaar G in
stand1(aan) te plaatsen;
❒pomp de band op tot de juiste bandenspanning
(zie de paragraaf "Bandenspanning in koude
toestand" in het hoofdstuk "Technische
gegevens");
BELANGRIJK Voor een preciezere uitlezing, wordt
geadviseerd de waarde bij uitgeschakelde
compressor te controleren.❒Als de druk na 5 minuten niet minstens 1,5 bar
heeft bereikt, schakel dan de compressor uit en
maak de vulslang B van het bandventiel los
en verwijder de stekker H;
❒verplaats de auto ongeveer 10 meter zodat de
afdichtvloeistof zich gelijkmatig in de band
kan verdelen en pomp vervolgens weer op;
BELANGRIJK Als ook in dit geval binnen 5
minuten na inschakeling van de compressor geen
druk van minstens 1,5 bar wordt bereikt, rijd
dan niet verder omdat de band te ernstig
beschadigd is en de Fix&Go kit niet de vereiste
afdichting kan garanderen. Neem in dat geval
contact op met het Lancia Servicenetwerk.
❒als de band de opgegeven spanning bereikt, rijdt
dan onmiddellijk weg;
❒stop na ongeveer 10 minuten rijden, trek de
handrem aan en controleer opnieuw de
bandenspanning.
fig. 126L0F0304fig. 127L0F0305
190
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 195 of 319

BELANGRIJK
Breng de sticker op een voor de
bestuurder goed zichtbare plaats aan,
om eraan te herinneren dat de band
behandeld is met de Fix&Go kit. Rijd
voorzichtig, met name in bochten. Rijd niet
harder dan 80 km/h. Vermijd bruusk
accelereren en remmen.
BELANGRIJK
Rijd niet verder als de
bandenspanning onder 1,5 bar is
gedaald: de Fix&Go kit kan de vereiste
afdichting niet garanderen omdat de band te
ernstig beschadigd is. Neem contact op met
het Lancia Servicenetwerk. Als daarentegen
een spanning van minstens 1,5 bar wordt
gemeten, herstel dan de correcte
bandenspanning (bij draaiende motor en
aangetrokken handrem), ga weer rijden en
rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde
garage van een Lancia dealer.ALLEEN VOOR CONTROLEREN EN
HERSTELLEN SPANNING
De compressor kan ook worden gebruikt voor het
controleren en mogelijk herstellen van de
bandenspanning.
Ga als volgt te werk:
❒Als de spuitbus A fig. 128 op de compressor is
aangesloten, dient u op de vrijgaveknop L te
drukken om hem te verwijderen;
❒sluit de slang aan op het ventiel van de band;
❒controleer de spanning op de drukmeter;
❒als de spanningswaarde te laag is, breng dan de
elektrische stekker in de aanstekeraansluiting
aan en start de compressor.
BELANGRIJK Druk op de luchtafvoerknop M om
de eventuele overspanning van de band te regelen.
fig. 128L0F0306
191
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 197 of 319

Wij adviseren om defecte lampen,
indien mogelijk, door het Lancia
Servicenetwerk te laten vervangen. De
correcte werking en regeling van de
buitenverlichting zijn van fundamenteel
belang voor de rijveiligheid en is bovendien
een wettelijke vereiste.
Omwille van de hoge voedingsspanning
mogen defecte Xenon
gasontladingslampen (voor bepaalde
versies/markten) uitsluitend door een
vakspecialist worden vervangen: levensgevaar!
Raadpleeg het Lancia-servicenetwerk.BELANGRIJK Bij een lage temperatuur en of bij
een hoge luchtvochtigheidsgraad kan de
binnenzijde van de koplamp een beetje beslagen
zijn. Dit is geen defect maar een natuurlijk
verschijnsel dat veroorzaakt wordt door
de temperatuur- en vochtverschillen tussen de
binnen- en buitenzijde van het glas, en dat geen
enkele nevenwerking heeft op de normale werking
van de lichten. Deze aanslag verdwijnt geleidelijk
aan zodra de koplampen worden ingeschakeld.
193
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 198 of 319

TYPEN LAMPEN
De auto is uitgerust met verschillende typen gloeilampen:
Volglas lampen:(type A) klemmontage. Trek om te
verwijderen.
Lamp met bajonet-sluiting:(type B) druk de lamp
ietwat in en draai linksom om hem uit de houder te
verwijderen.
Buislampen:(type C) trek de lamp uit de veercontacten
om hem te verwijderen.
Halogeenlampen:(type D) haak de borgveer los om de
lamp uit de zitting te verwijder.
Halogeenlampen:(type E) haak de borgveer los om de
lamp uit de zitting te verwijder.
Xenon gasontladingslampen:(type F) raadpleeg het
Lancia Servicenetwerk om dit type lamp te vervangen.
194
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 204 of 319

ACHTERLICHTUNITS
De achterlichtunits omvatten de gloeilampen voor
de parkeerverlichting, het remlicht en de
richtingaanwijzers. De achteruitrijlichten en de
mistachterlichten zijn in de achterbumper
opgenomen.
De plaatsing van de lampen is als volgt fig. 139:
ARichtingaanwijzers
BRemlichten
RICHTINGAANWIJZERS/REMLICHTEN
Draai de lamphouder in de richtingO(open) om
de lampen te vervangen. Draai na de lamp te
hebben vervangen de lamphouder in de richtingC
(gesloten).
STADSLICHT
Dit zijn led lampjes. Raadpleeg het Lancia-
servicenetwerk voor het vervangen.3
eREMLICHT
Het derde remlicht zit in de achterklep verwerkt
en bestaat uit led lampjes. Raadpleeg het
Lancia-servicenetwerk voor het vervangen.
fig. 139L0F0034
200
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 210 of 319

ZEKERINGEN VERVANGEN
ALGEMENE INFORMATIE
Het elektrische systeem wordt beveiligd door
zekeringen: bij een storing of bij oneigenlijk
gebruik van het systeem brandt de zekering door.
Controleer eerst of de zekering is doorgebrand
wanneer een elektrisch onderdeel niet meer werkt:
de geleidende band A fig. 151 mag niet
onderbroken zijn. Als dit wel het geval is, dan
moet de zekering worden vervangen door een
nieuw exemplaar met dezelfde stroomsterkte
(zelfde kleur).
B = zekering intact;
C = zekering met doorgebrande geleidende band.
Neem het tangetje D uit de zekeringenkast op
de linkerzijde van het dashboard om de
zekeringen te vervangen.Voor een overzicht van de zekeringen wordt
verwezen naar de zekeringentabel in de volgende
pagina’s.
BELANGRIJK
Als de zekering opnieuw doorbrandt,
neem contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
BELANGRIJK
Vervang een doorgrande zekering
nooit door metalen draden of ander
materiaal.
BELANGRIJK
Vervang een zekering nooit door een
exemplaar met een hogere
stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR
BELANGRIJK
Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE,
MIDIFUSE, MAXI-FUSE) doorbrandt,
neem dan contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
fig. 151L0F0005
206
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 211 of 319

BELANGRIJK
Alvorens een zekering te vervangen,
moet men controleren of de
contactsleutel uit het slot is genomen en of
alle stroomverbruikers uit staan en/of zijn
uitgeschakeld.
BELANGRIJK
Als een hoofdzekering voor
veiligheidsinrichtingen
(airbagsysteem, remsysteem), motorsystemen
(motorsysteem, transmissiesysteem) of
stuurinrichting doorbrandt, neem dan
contact op met het Lancia Servicenetwerk.TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN
Zekeringenkast in de motorruimte
Deze zekeringenkast bevindt zich naast de accu
fig. 154: ga voor toegang tot de zekeringen als
volgt te werk:
❒plaats het deksel A fig. 152 opzij;
❒draai schroef A fig. 153los, maak de lipjes B los
en verwijder deksel C door het naar boven te
trekken.
fig. 152L0F0170
207
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 219 of 319

ACCU OPLADEN
BELANGRIJK De beschrijving voor het opladen
van de accu geldt slechts ter informatie.
Raadpleeg bij voorkeur het Lancia Servicenetwerk
om deze werkzaamheden te laten uitvoeren.
BELANGRIJK Nadat de contactsleutel naar STOP
is gedraaid en het bestuurdersportier is gesloten,
minstens een minuut wachten voordat u de
elektrische voeding van de accu loskoppelt en
vervolgens weer aansluit.
Het verdient aanbeveling aan de accu langzaam
en met een laag ampèrage gedurende ongeveer 24
uur op te laden. De accu langer opladen, kan de
accu beschadigen.VERSIES ZONDER Start&Stop SYSTEEM
(voor bepaalde versies/markten)
Ga voor het opladen van de accu als volgt te werk:
❒maak de minklem los van de accu;
❒sluit de kabels van de acculader aan op de
accupolen; let daarbij op de polariteit;
❒schakel de acculader in;
❒schakel na het opladen eerst de acculader uit
alvorens de accu los te koppelen;
❒sluit de minklem aan op de accu.
215
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 224 of 319

ONDERHOUD EN ZORG
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
Juist onderhoud is uiterst belangrijk voor een
lange levensduur van de auto onder optimale
omstandigheden.
Daarom heeft Lancia een reeks controles en
onderhoudsbeurten opgesteld die op vaste
afstandsintervallen uitgevoerd moeten worden en,
voor bepaalde versies/markten, op vaste
tijdsintervallen, zoals beschreven in het
Geprogrammeerd Onderhoudsschema.
Ongeacht het bovenstaande, is het altijd
noodzakelijk de aanwijzingen in het
Geprogrammeerd Onderhoudsschema zorgvuldig
op te volgen (bijv. regelmatige controle van de
vloeistofniveaus, bandenspanning, enz.).
Geprogrammeerde Onderhoudsbeurten worden
door alle werkplaatsen van het Lancia
Servicenetwerk uitgevoerd op basis van de vaste
intervallen in tijd of kilometers/mijlen. Eventuele
reparaties die nodig blijken tijdens het uitvoeren
van de diverse inspecties en controles van het
geprogrammeerd onderhoud, mogen uitsluitend
worden uitgevoerd na toestemming van de klant.
Als de auto dikwijls gebruikt wordt voor het
trekken van aanhangers, dan moet een korter
interval tussen de onderhoudsbeurten worden
aangehouden.WAARSCHUWING
De onderhoudsbeurten van het Geprogrammeerde
Onderhoud zijn door de fabrikant voorgeschreven.
Het niet uitvoeren ervan kan het vervallen van
de garantie tot gevolg hebben.
Het is raadzaam het Lancia Servicenetwerk
onmiddellijk te informeren over eventuele kleine
defecten en niet te wachten tot de volgende
onderhoudsbeurt.
Voor versies uitgerust met speciale
brandstoftoevoer en/of uitrustingsniveau (bijv.
LPG, Natural Power, automatische
versnellingsbak), in aanvulling op hetgeen
beschreven is in het volgende Geprogrammeerde
Onderhoudsschema, de betreffende onderwerpen
in de speciale supplementen raadplegen.
220
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 237 of 319

MOTOROLIE
Controleer ongeveer 5 minuten na het uitzetten
van de motor het oliepeil met de auto op een
horizontale ondergrond.
Voor 1.2 8V 69 pk en 1.3 16V MultiJet versies
Verwijder de motorolie peilstok B, maak hem
schoon met een niet pluizende doek en plaats de
peilstok terug. Neem de peilstok weer uit en
controleer of het peil zich tussen het MIN- en
MAX-teken op het reservoir bevindt.
Het verschil tussen het MIN en MAX-teken komt
overeen met ongeveer 1 liter olie.
Wanneer het olieniveau nabij of onder het
MIN-teken komt, moet men olie bijvullen via de
vulopening tot aan het MAX-teken.
Het olieniveau mag nooit boven het
MAX-teken komen.
Voor 0.9 TwinAir 85 versies
De motoroliepeilstok A is in de dop A
geïntegreerd. Draai de dop los, maak de peilstok
schoon met een niet pluizende doek, plaats de
peilstok terug en draai de dop vast. Neem de dop
weer uit en controleer of het peil zich tussen het
MIN- en MAX-teken op de peilstok bevindt.Motorolieverbruik
Gewoonlijk ligt het maximaal motorolieverbruik
op 400 gram per 1000 km.
Tijdens de beginperiode van de auto wordt de
motor ingereden. Daarom is het motorolieverbruik
pas stabiel na de eerste 5.000 ÷ 6.000 km.
BELANGRIJK Laat na het bijvullen of het
verversen van motorolie de motor enkele seconden
draaien alvorens de motor uit te zetten en wacht
enkele minuten alvorens het oliepeil te
controleren.
Vul geen olie bij met andere
kenmerken dan de olie waarmee de
motor is gevuld.
Afgewerkte motorolie en oude
motoroliefilters bevatten
milieuschadelijke stoffen. Raadpleeg
bij voorkeur het Lancia Servicenetwerk om de
olie en het oliefilter te laten verversen/
vervangen.
MOTORKOELVLOEISTOF
Controleer het koelvloeistofniveau bij motor. Het
niveau moet tussen het MIN- en MAX teken op het
expansiereservoir staan.
233
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
p k