*Bepaalde modellen.4–73
Tijdens het rijden
Schakelaars en regelaars
Met thuiskomstverlichtingsysteem
Schakelaarstand
Contactstand ON ACC
of OFF ON ACC
of OFF ON ACC
of OFF ON ACC
of OFF
Koplampen — — Automatisch
*1 — — — × —
Dagverlichting * × *2 — Automatisch *1 — — — — —
Achterlichten
Positielampen
Kentekenplaatlampen
Instrumentenpaneelverlichting — — Automatisch
*1 × *3 /— *4 × × × × *5
×: Aan
—: Uit
*1 De koplampen en overige verlichting worden automatisch ingeschakeld afhankelijk van de helderheid van de
omgeving zoals afgetast door de sensor.
*2 Wanneer dit tijdens het rijden gaat branden.
*3 Wanneer de verlichting is ingeschakeld, blijft deze branden ook als het contact in een andere stand dan ON
wordt gezet. Als de verlichting brandt en het bestuurdersportier wordt geopend of 30 sec. zijn verstreken, wordt
de verlichting uitgeschakeld.
*4 Wanneer het contact in een andere stand dan ON wordt gezet, gaat ook als de verlichtingsschakelaar op
wordt gezet, de verlichting niet branden.
*5 Als de verlichting brandt en het bestuurdersportier wordt geopend of 30 sec. zijn verstreken, wordt de
verlichting uitgeschakeld.
/ C \ F C A ' ( &