v riem MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2019, Model line: MODEL CX-30, Model: MAZDA MODEL CX-30 2019Pages: 759, PDF Size: 15.45 MB
Page 515 of 759

Stel Afstand tot volgende onderhoud van de Voertuigstatusmonitor handmatig in op
minder dan het maximale onderhoudsinterval (50% van de maximale afstand wordt
aanbevolen) als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende omstandigheden
gebruikt wordt: Zie de sectie Informatie in het Mazda Connect instructieboekje
voor informatie over de procedure voor handmatig instellen.
1. Langdurig stationair draaien of rijden met lage snelheden (zoals politieauto’s,
taxi’s of lesauto’s).
2. Rijden onder stoffige omstandigheden.
3. Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regel-
matig rijden van enkel korte afstanden.
4. Rijden bij buitengewoon hoge temperaturen.
5. Voortdurend rijden in bergachtige gebieden.
Onderhoudsitem1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e10e 11e 12e 13e 14e 15e 16e
SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5 EN SKYACTIV-X 2.0
Motorolie en oliefilter
*1RRRRRRRRRRRRRRRR
Luchtfilter
*2RR
BrandstoffilterBehalve Tai-
wanElke 60.000 km vernieuwen.
Taiwan Elke 80.000 km vernieuwen.
Bougies
*3
SKYACTIV-X
2.0Elke 64.000 km vernieuwen.
SKYAC-
TIV-G 2.0/
SKYAC-
TIV-G 2.5Elke 120.000 km vernieuwen.
SKYACTIV-D 1.8
Motorolie en oliefilter
*1RRRRRRRRRRRRRRRR
Luchtfilter
*2CCRCCRCC
Brandstoffilter RRRR
SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5, SKYACTIV-X 2.0 EN SKYACTIV-D 1.8
Aandrijfriemen
*4IIIIIIIIIIIIIIII
Motorkoelvloeistofniveau I I IIIIIIIIIIIIII
Niveau van remvloeistof en kop-
pelingsvloeistofIIIIIIIIIIIIIIII
Schijfremmen IIIIIIIIIIIIIIII
Slotvanger motorkap IIIIIIIIIIIIIIII
Werking van alle verlichting I I IIIIIIIIIIIIII
Brandstofleidingen en slangen I I I I I I I I
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-13
Page 517 of 759

Onderhoudsitem1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e10e 11e 12e 13e 14e 15e 16e
Zelfdiagnose met
Mazda Modular
Diagnostic System
(M-MDS)
*12*13*14
SKYACTIV-G EN
SKYACTIV-XBehalve on-
derstaande
landenIIIIIIIIIIIIIIII
Burundi/
Cambodja/
Kameroen/
Gabon/
Ghana/
Mongolië/
TanzaniaIIIIIIII
Tabelsymbolen:
I: Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
C: Reinigen
T: Vastdraaien
R: Vernieuwen
Opmerkingen:
*1 Reset de motoroliegegevens bij elke motorolieverversingsbeurt, ongeacht het verschijnen van de
melding/moersleutelindicatielampje.
*2 Als de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd en
indien nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*3 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 1 jaar alvorens deze bij de
genoemde interval te vernieuwen.
Algerije, Angola, Armenië, Bahrein, Bolivia, Britse Maagdeneilanden, Burundi, Cambodja, Chili,
Costa Rica, Curaçao, Democratische Republiek Congo (Congo-Kinshasa), El Salvador, Filipijnen,
Gabon, Georgië, Ghana, Guatemala, Haïti, Honduras, Hongkong, Ivoorkust, Jordanië, Kameroen,
Kenia, Macau, Madagaskar, Maleisië, Mongolië, Mozambique, Myanmar, Nicaragua, Nigeria, Oman,
Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Senegal, Seychellen, Syrië, Tanzania, Verenigde Arabische
Emiraten, Vietnam, Zaïre, Zimbabwe
*4 De aandrijfriemen van de airconditioning , indien voorzien, eveneens inspecteren.
Als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de
aandrijfriemen vaker inspecteren dan de normaal aanbevolen intervallen.
a) Langdurig rijden bij zeer nat weer of tijdens zware regenval.
*5 Inspecteer het elektrolytniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Bij de
onderhoudsvrije accu is alleen een inspectie van het uiterlijk vereist.
*6 Controle is alleen nodig bij loodzuuraccu’s.*7 Inspecteer een reservewiel, indien voorzien.*8 Controleer de uiterste gebruiksdatum van de bandreparatievloeistof elk jaar tijdens het uitvoeren van
periodiek onderhoud. Vervang de fles met bandreparatievloeistof door een nieuwe voor het
verstrijken van de uiterste gebruiksdatum.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-15
Page 525 of 759

Openen van de afdekkap van de
motor
1. Draai de knop van de
motorafdekkap om deze te
ontgrendelen.
2. Til de motorafdekkap omhoog.
3. Knijp de sluiting van de riem in en
verwijder de riem van de houder.
4. Maak de riem vast aan de
motorkaphaak om de afdekkap vast
te zetten.
Sluiten van de afdekkap van de motor
1. Maak de riem los van de
motorkaphaak.
2. Knijp de sluiting van de riem in en
duw deze op zijn plek tot een
klikgeluid hoorbaar is.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-23
Page 573 of 759

7Als er zich een probleem voordoet
Nuttige informatie over wat u kunt doen als er zich een
probleem voordoet met de auto.
Noodoproepsysteem................. 7-2
Noodoproepsysteem
*............ 7-2
Mazda ERA-GLONASS............. 7-14
Mazda ERA-GLONASS
*........ 7-14
Parkeren in noodgevallen......... 7-26
Parkeren in noodgevallen......7-26
Bevestigingsriem voor
gevarendriehoek
*................. 7-27
Lekke band............................ 7-28
Opbergplaatsen van reservewiel
en gereedschapsset.............. 7-28
Lekke band noodreparatieset
*......
.......................................... 7-31
Verwisselen van een lekke band
(Met reservewiel).................7-39
Accu is uitgeput...................... 7-46
Starten met een hulpaccu..... 7-46
Starten in noodgevallen........... 7-49
Starten van een verzopen motor
(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5 en
SKYACTIV-X 2.0)....... 7-49
Starten door aanduwen........ 7-49
Leegraken van de brandstoftank
(SKYACTIV-D 1.8)................7-50
Oververhitting........................ 7-51
Oververhitting..................... 7-51
Slepen in noodgevallen............7-53
Sleepmethoden................... 7-53
Sleephaken......................... 7-55
Waarschuwings-/indicatielampjes
en waarschuwingszoemers....... 7-57
Als een waarschuwingslampje
gaat branden of knipperen...........
.......................................... 7-57
Berichten die verschijnen op de
multi-informatiedisplay........ 7-73
Waarschuwingszoemer wordt
geactiveerd......................... 7-77
Wanneer de achterklep niet
geopend kan worden.............. 7-84
Wanneer de achterklep niet
geopend kan worden........... 7-84
Active Driving Display functioneert
niet....................................... 7-85
Als de Active Driving Display niet
functioneert........................ 7-85
Voorruitenwissers werken op hoge
snelheid.................................7-86
Voorruitenwissers werken op
hoge snelheid...................... 7-86
*Bepaalde modellen.7-1
Page 599 of 759

Bevestigingsriem voor
gevarendriehoek
*
▼Bevestigingsriem voor
gevarendriehoek
Bewaar de gevarendriehoek in de
rechter zijbekleding en zet deze met
de riem vast.
1. Riem
Als er zich een probleem voordoet
Parkeren in noodgevallen
*Bepaalde modellen.7-27
Page 619 of 759

Sluit de negatieve kabel aan op een geschikt massapunt op afstand van de accu:
Het aansluiten van het uiteinde van de tweede hulpstartkabel op de negatieve (–)
pool van de uitgeputte accu is gevaarlijk.
Het gas rondom de accu kan door een vonk tot ontploffing komen en iemand letsel
toebrengen.
Leid de hulpstartkabels op afstand van onderdelen die gaan bewegen:
Het aansluiten van een hulpstartkabel op of nabij bewegende onderdelen
(koelventilators, aandrijfriemen) is gevaarlijk. De kabel kan verstrikt raken wanneer
de motor start en ernstig letsel veroorzaken.
OPGELET
Gebruik uitsluitend een 12 V hulpstartsysteem. Een 12 V startmotor,
ontstekingssysteem en overige elektrische onderdelen kunnen onherstelbaar
beschadigd worden, wanneer er gebruik gemaakt wordt van een 24 V
stroomvoorziening (twee 12 V accu's in serie of een 24 V motorgenerator).
1. Zet de auto waarin zich de hulpaccu bevindt zo dicht mogelijk bij de accu van
uw auto.
2. Zorg dat de stroomtoevoer naar bijvoorbeeld koplampen en airconditioning is
uitgeschakeld.
3. Verwijder het accudeksel.
4. Zet de motor van de auto waarin zich de hulpaccu bevindt uit en sluit de
hulpstartkabels in de onderstaande volgorde aan.
Zorg dat de hulpstartkabels stevig zijn aangesloten zodat deze niet door trillingen
van de motor losschieten.
1e kabel
Positieve pool (+) op de lege accu
Positieve pool (+) op accu van de auto waarin zich de hulpaccu bevindt
2e kabel
Minpool (–) op accu van de auto waarin zich de hulpaccu bevindt
Als er zich een probleem voordoet
Accu is uitgeput
7-47
Page 745 of 759

Index
Actieve aangepaste overschakeling
(AAS)................................... 4-52
Handbediende stand............ 4-60
Modus voor handbediende
overschakeling...................... 4-53
Regeling van automatische
transmissie........................... 4-49
Rijtips.................................. 4-61
Schakelblokkeersysteem........ 4-50
Transmissiestanden............... 4-51
B
Bagageruimte............................ 5-43
Onderste
laadcompartiment................ 5-43
Bagageruimteverlichting............. 5-35
Banden..................................... 6-46
Bandenspanning................... 6-47
Lekke band.......................... 7-28
Onderling verwisselen van de
banden................................ 6-47
Sneeuwkettingen.................. 3-66
Technische gegevens............. 9-11
Vervangen van een band....... 6-48
Vervangen van een wiel.........6-49
Winterbanden...................... 3-65
Bandenspanningscontrolesysteem......
.............................................. 4-258
Bekerhouder............................. 5-39
Benzinedeeltjesfilter................ 4-262
Berichten die verschijnen op de
multi-informatiedisplay.............. 7-73
Beveiligingssysteem
Anti-diefstal
beveiligingssysteem...............3-56
Start-blokkeersysteem........... 3-54
Bevestigingsriem voor
gevarendriehoek........................7-27
Binnenspiegel............................3-45
Brake Override
waarschuwingszoemer............... 7-80
Brake Override-systeem............. 4-84
Brandstof
Tankinhoud............................ 9-8
Tankklep en -dop................. 3-39
Ve re i s te n
(SKYACTIV-D 1.8).. 3-37
Ve re i s te n
(SKYACTIV-G 2.0,
SKYACTIV-G 2.5. SKYACTIV-X
2.0)..................................... 3-34
Brandstofbesparing en
milieubescherming.................... 3-61
Buitenspiegels........................... 3-42
C
Cilinderdeactivering...................4-22
Claxon......................................4-77
Contactschakelaar....................... 4-4
Controle van het
motorkoelvloeistofniveau........... 6-31
Controle van het motoroliepeil... 6-29
Controle van het niveau van de rem/
koppelingsvloeistof.................... 6-33
Controle van het
sproeiervloeistofniveau.............. 6-34
Cruising & Traffic Support
(CTS)...................................... 4-168
Displayindicatie.................. 4-172
Instellen van het systeem..... 4-175
In-stilstandpositie-
houdenregeling.................. 4-182
Waarschuwing voor korte
volgafstand.........................4-173
Weergave van verzoek
opschakelen/
terugschakelen................... 4-182
D
Dakconsole............................... 5-42
Dashboardkastje....................... 5-42
10-3