airbag OPEL AMPERA E 2018 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018, Model line: AMPERA E, Model: OPEL AMPERA E 2018Pages: 279, PDF Size: 6.51 MB
Page 108 of 279

106VerlichtingKoplampverstellingHandmatige koplampverstelling
U kunt de lichtbundelhoogte aanpas‐
sen aan de belading om verblinding
te voorkomen: draai het kartelwiel‐
tje ? in de gewenste stand.
0:zitplaatsen voorin bezet1:alle zitplaatsen bezet2:alle zitplaatsen bezet en bagage
in de bagageruimte3:bestuurdersstoel bezet en
bagage in de bagageruimteDagrijlicht
Het dagrijlicht maakt de auto overdag
beter zichtbaar.
Als het dagrijlicht werkt, worden de
achterlichten en de stadslichten
uitgeschakeld.
Vergeet niet het dimlicht in te scha‐
kelen wanneer dat nodig is.
Alarmknipperlichten Om in te schakelen ¨ indrukken.
De alarmknipperlichten worden auto‐
matisch ingeschakeld wanneer de
airbags bij een ongeval in werking
treden.
Richtingaanwijzershendel omhoog:rechter richting‐
aanwijzerhendel omlaag:linker richtingaan‐
wijzer
Bij het bewegen van de hendel voelt
u een weerstandspunt.
Constant knipperen wordt geacti‐ veerd wanneer de hendel voor bij het weerstandspunt wordt geduwd. Dit
wordt uitgeschakeld wanneer het
stuurwiel in de tegenovergestelde
richting wordt gedraaid of handmatig
terug naar de neutrale stand.
Page 161 of 279

Rijden en bediening159Als de elektronische sleutel niet in de
auto ligt of de zender wordt geblok‐
keerd, verschijnt er een bericht op het
Driver Information Center.
Er kan een gereed-lampje rechtson‐
der in de instrumentengroep oplich‐ ten wanneer er met de auto kan
worden gereden.
In de instrumentengroep verschijnt
tevens een actieve accumeter
wanneer er met de auto kan worden
gereden.
Er klinkt een geluidssignaal bij het
openen van het bestuurdersportier
tijdens het inschakelen van de auto.
Druk altijd op POWERm om de auto
uit te schakelen alvorens uit te stap‐
pen.
Als de auto vanwege een bijna lege
batterij in de elektronische sleutel niet
start, kan er nog steeds mee worden
gereden.
Bediening bij storing 3 156.
Opnieuw startenVoorzichtig
Als de auto onderweg opnieuw
moet worden gestart, zet dan de
keuzehendel in de stand N en druk
twee keer op POWERm zonder
het rempedaal in te trappen. Het aandrijvingssysteem start op geen enkele andere manier.
Uitschakelen in noodsituatie
tijdens het rijden
1. Rem stevig en gelijkmatig af. Rem
niet pompend. Hierdoor kan de
rembekrachtiging worden geredu‐ ceerd en moet u het rempedaal
krachtiger intrappen.
2. Zet de keuzehendel in N. U kunt
dit onderweg doen. Trap het
rempedaal na het overschakelen
naar N krachtig in en stuur de auto
naar een veilige locatie.
3. Zet de auto helemaal stil, schakel
over naar P en zet de auto uit door
op POWER m te drukken.
4. Zet de parkeerrem aan. Als u de auto niet aan de kant vande weg kunt zetten en u deze
tijdens het rijden moet uitschake‐
len, houdt u POWERm langer dan
twee seconden ingedrukt of drukt u deze binnen vijf seconden twee
keer kort in.9 Gevaar
Als u tijdens het rijden de auto
uitschakelt, kunnen de airbags
worden gedeactiveerd. Schakel
het aandrijvingssysteem onder‐
weg alleen in noodsituaties uit.
De auto starten bij lage
temperaturen
Wanneer de buitentemperatuur lager
is dan 0 °C, wordt aangeraden de
auto op de contactdoos aan te sluiten om de levensduur van de hoogspan‐
ningsaccu te maximaliseren.
Page 230 of 279

228Verzorging van de autoAccu9Gevaar
Alleen een geschoolde onder‐
houdsmonteur met de juiste
kennis en gereedschappen mag
de hoogspanningsaccu inspecte‐
ren, testen of vervangen.
Raadpleeg een werkplaats als de
hoogspanningsaccu onderhoud
vergt.
Deze auto heeft een hoogspannings‐
accu en een standaard 12 V-auto‐
accu.
Na een botsing kan het sensorsys‐
teem het hoogspanningssysteem
afsluiten. In dit geval wordt de hoog‐
spanningsaccu ontkoppeld en start
de auto niet.
Er verschijnt een servicebericht op
het Driver Information Center
verschijnen.
Bied de auto bij een werkplaats aan
voor onderhoud voordat u deze weer
gebruikt.
Airbagsysteem 3 46.
Voor minder direct zonlicht op uw
auto en een langere levensduur van
de hoogspanningsaccu is er een
dekzeil bij uw Opel Ampera Service
Partner verkrijgbaar.
Uw erkende Opel Ampera reparatie‐
werkplaats kan u vertellen hoe u de
hoogspanningsaccu kunt recyclen.
Laat de auto op het stopcontact
aangesloten, ook na het volledig
opladen, om de hoogspanningsaccu
voor de volgende rit op temperatuur
te houden. Dit is met name bij
extreem hoge of lage temperaturen
van belang.
Vermeld het vervangingsnummer op
het label van de originele 12 V-auto‐
accu als u een nieuwe 12 V -autoaccu
nodig hebt. De auto heeft een Absor‐
bed Glass Mat (AGM) 12 V -autoaccu.
Als er een standaard 12 V-autoaccu wordt ingebouwd, is de levensduur
van de 12 V-autoaccu korter. Let op:
bij het gebruik van een 12 V-oplaad‐
apparaat op de 12 V-AGM-accu,
heeft het oplaadapparaat wellicht een stand voor AGM-accu's. Gebruik een
eventueel beschikbare AGM-standop het oplaadapparaat, om de
oplaadspanning te beperken tot
14,8 V.
Ga te werk volgens de instructies van
de fabrikant van de oplader.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
In de motorruimten zijn aansluitpun‐
ten aangebracht voor het starten met
hulpstartkabels.
Starthulp gebruiken 3 248.
Koppel de zwarte minkabel (-) van de
12 V-autoaccu los van de 12 V-auto‐
accu om te voorkomen dat de 12 V-
autoaccu wordt ontladen of sluit een
accudruppellader aan.
Sluit de 12 V-autoaccu alleen aan en
ontkoppel deze alleen wanneer de
auto is uitgeschakeld.
Auto stallen 3 222.
Page 249 of 279

Verzorging van de auto247
De wettelijk toegestane minimumpro‐
fieldiepte (1,6 mm) is bereikt wanneer het profiel tot aan één van de slijtage- indicatoren (TWI = Tread Wear Indi‐
cator) is afgesleten. De locatie hier‐ van is met markeringen op de zijkant
van de band weergegeven.
Is de slijtage voor groter dan achter,
dan de voorbanden regelmatig
omwisselen met de achterbanden. De draairichting van de wielen moet
dezelfde blijven.
Banden verouderen ook wanneer er
niet mee gereden wordt. Wij raden u
aan de banden om de zes jaar te
vervangen.
Van banden- en velgmaat
veranderen
Als er banden met een andere maat
dan de banden af fabriek worden
gemonteerd, kunnen de rijprestaties, waaronder remmen, weggedrag,
stabiliteit en weerstand tegen kante‐
len worden beïnvloed. Als de auto
over elektronische systemen, zoals
antiblokkeerremmen, omrolairbags,
tractieregeling, elektronische stabili‐
teitsregeling beschikt, dan kan de
werking van deze systemen ook
worden beïnvloed. Het kan zijn dat de snelheidsmeter en de nominale
bandenspanning opnieuw moeten
worden geprogrammeerd en dat er
andere wijzigingen aan de auto
moeten worden doorgevoerd.
Na montage van banden met een
andere bandenmaat de sticker met
de bandenspanning laten vervangen.
Bandenspanningscontrolesysteem
3 244.9 Waarschuwing
Rijden met ongeschikte banden of
wielen kan ongevallen veroorza‐
ken en de typegoedkeuring van de auto vervalt hierdoor.
Wieldoppen
Gebruik wieldoppen en banden die
door de fabriek voor de desbetref‐
fende auto zijn goedgekeurd en daar‐
mee aan alle eisen voor de desbe‐
treffende combinatie van wielen en
banden voldoen.
Indien geen wieldoppen en banden
worden gebruikt die door de fabriek
zijn goedgekeurd, mogen de banden
niet voorzien zijn van een velgbe‐
schermingsrand.
Wieldoppen mogen de koeling van de remmen niet belemmeren.
9 Waarschuwing
Het gebruik van ongeschikte
banden of wieldoppen kan tot plot‐
seling drukverlies leiden met
ongelukken als mogelijk gevolg.
Page 271 of 279

Klantinformatie269● reacties van de auto in bepaalderijsituaties (bijv. afgaan van
airbag, activering van stabiliteits‐ regeling)
● omgevingsomstandigheden (bijv. temperatuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als diensten worden gebruikt (bijv.
reparaties, serviceprocessen, garan‐
tiegevallen, kwaliteitsborging)
kunnen medewerkers van het servi‐
cenetwerk (met inbegrip van de fabri‐ kant) deze technische informatie
lezen in de gebeurtenis- en foutgege‐
vensopslagmodules waarbij speciale
diagnostische apparaten worden
gebruikt. Raadpleeg desgewenst
deze werkplaatsen voor meer infor‐
matie. Na het corrigeren van een fout
worden de gegevens gewist uit de
foutopslagmodule of worden ze cons‐ tant overschreven.Bij het gebruik van deze auto kunnen
er zich situaties voordoen waarin
deze technische gegevens in
verband met andere informatie (o.a.
ongevalmelding, schade aan de auto,
getuigenverklaringen) met een
persoon kunnen worden geassoci‐
eerd - mogelijk met behulp van een
expert.
Extra functies die contractueel zijn
overeengekomen met de klant (bijv.
locatie van auto in noodgevallen)
maken de overdracht van bepaalde
autogegevens uit de auto mogelijk.Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en de startbeveiliging. Het
wordt ook samen gebruikt met appa‐
raten zoals radiogestuurde handzen‐
ders voor het vergrendelen / ontgren‐ delen van de deuren en starten en
zenders in de auto voor het openen
van garagedeuren. RFID-technologie in Opel-voertuigen gebruikt geen
persoonlijke informatie, houdt ze niet
bij of koppelt deze niet aan andere
Opel-systemen die persoonlijke infor‐
matie bevatten.
Page 272 of 279

270TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 156
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ....................... 256
Aanduidingen op banden ..........242
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 221
Accu ........................................... 228
Accumeter .................................... 77
Achterlichten .............................. 231
Achterruitverwarming ................... 36
Achteruitkijkcamera ...................194
Achteruitrijlichten .......................107
Actieradius totaal ..........................80
Actieve noodrem......................... 177
Afbeeldingen weergeven ............135
Afbeeldingsbestanden ................131
Afbeelding via USB activeren .....135
Afmetingen auto ........................261
Airbag deactiveren ....................... 51 Airbag-deactivering ...................... 81
Airbag en gordelspanners ...........81
Airbaglabel.................................... 46
Airbagsysteem ............................. 46
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 154
Alarmknipperlichten ...................106
Algemene aanwijzingen .....110, 140
Algemene informatie ..131, 139, 219
AUX ......................................... 131Bluetooth................................. 131
DAB ......................................... 129
Infotainment-systeem ..............110
Smartphone-applicaties ..........131
Telefoon .................................. 140
USB ......................................... 131
Algemene richtlijnen voor het rijden ............................... 155, 156
Andere auto slepen ...................251
Antiblokkeersysteem .................165
Antiblokkeersysteem (ABS) .........82
Antidiefstalfunctie ......................111
Armsteun ................................ 41, 43
Armsteun met opbergruimte ........60
Audio afspelen ............................ 133
Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel .................................. 112
Audiobestanden ......................... 131
Audio via USB activeren .............133
Automatische dimfunctie .............34
Automatische verlichting ............ 104
Automatisch vergrendelen ...........26
Automatisch volume ...................121
Auto ontgrendelen .........................4
Auto optakelen ........................... 221
Auto slepen ................................ 250
Auto stallen ................................. 222
AUX Algemene informatie ...............131
Apparaat aansluiten ................131
Page 274 of 279

272Elektrische vereisten..................219
Elektrische verstelling ..................33
Elektrisch systeem...................... 233
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....83
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 170
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ............................................ 83
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............149
Elektronisch sleutelsysteem .........19
Energiemeter ................................ 79
Erkenning van software ..............264
Event Data Recorders (EDR) .....268
Externe functie smartphone .........27
F
Filmbestanden ............................ 131
Films afspelen ............................ 136
Film via USB activeren ...............136
Frontaal airbagsysteem ...............49
Frontaanrijdingswaarschuwing ...174
G
Gebruik ....................... 114, 125, 139
AUX ......................................... 131
Bluetooth ................................. 131
iPod ......................................... 131
Menu ....................................... 118
Radio ....................................... 125Telefoon.................................. 143
USB ......................................... 131
Gebruik van deze handleiding .......2
Gedeponeerde handelsmerken ..268
Gegevens aandrijvingssysteem. 260
Geluidsinstellingen .....................120
Geluidssignalen ........................... 93
Geprogrammeerde onderdrukking opladen ...........213
Gereedschap ............................. 241
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 2
Gevarendriehoek .........................63
Gloeilamp vervangen ................230
Gordels ......................................... 43
Gordelverklikker ........................... 80
Gordijnairbagsysteem .................. 50
Grootlicht ............................. 84, 104
Grootlichtassistentie .............84, 104
H Halogeenlampen ........................230
Handmatige stoelverstelling .........40
Handrem ............................. 165, 166
Handschoenenkastje ...................59
Handzender ................................. 17
Hoofdsteunen .............................. 38
Hoofdsteunverstelling ....................6
Hoogspanningsapparaten en bedrading ............................... 233I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 55
Indicatie afstand tot voorligger ...177
Inductief opladen ..........................73
Info-Display................................... 88
Info-Displays ................................. 85
Infotainmentsysteem inschakelen ............................. 114
Inklapbare spiegels .....................33
Inleiding .................................... 0
Instapverlichting ......................... 109 Instrumentengroep ......................75
Intellitext ..................................... 129
Interieurverlichting ......................108
iPod ............................................ 131
Apparaat aansluiten ................131
K Kentekenverlichting ...................232
KeyPass ....................................... 27
Kilometerteller .............................. 77
Kindersloten ................................. 27
Kinderveiligheids-systemen ..........52
Klimaatregeling ............................ 13
Klok............................................... 71
Koelsysteem ............................... 224
Koelvloeistof ............................... 224
Koelvloeistof en antivries ............256
Koplampafstelling .......................230
Page 277 of 279

275UUitstapverlichting .......................109
USB Afbeeldingenmenu USB ..........135
Algemene informatie ...............131
Apparaat aansluiten ................131
Audiomenu USB .....................133
Filmmenu USB ........................ 136
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 247
Vaste luchtroosters ....................154
Veiligheidsgordel ...........................6
Veiligheidsgordels .......................43
Velgen en banden .....................241
Ventilatieopeningen ....................153
Verbanddoos ............................... 64
Vergrendelingssysteem ...............30
Verkeersbordherkenning ......85, 198
Verlichting zonneklep ................108
Verstelbare luchtroosters ........... 153
Vertraagde uitschakeling stroom 158
Vertraagde vergrendeling .............25
Verwarmde spiegels ....................34
Verwarmd stuurwiel .....................68
Verwarming ........................... 42, 43
Verzorging .................................. 252
Verzorging exterieur ..................252
Verzorging interieur ...................254Vloerafdekking bagageruimte ......62
Voertuig gereed ............................ 84
Voertuiggewicht .........................260
Voertuigidentificatienummer ......258
Voertuig starten en stoppen .......158
Voetgangersbescherming voor ..180
Voetgangersdetectie ....................84
Volume Automatisch volume ................121
Beltoonvolume ........................ 121
Maximaal opstartvolume .........121
Stiltefunctie.............................. 114
Volume aanraakpiep ...............121
Volume instellen ......................114
Volume TP .............................. 121
Volumebegrenzing bij hoge
temperaturen ........................... 114
Voor snelheid
gecompenseerd volume ..........121
Volume aanraakpiep ..................121
Volume-instellingen ....................121
Volume TP .................................. 121
Voordat u wegrijdt ........................ 14
Voorligger gedetecteerd ...............84
Voorruit ......................................... 34
Voorstoelen .................................. 39W
Waarschuwing kruisend verkeer achter ...................................... 196
Waarschuwingslampen ................77
Waarschuwing voetgangersvei‐ ligheid .................................. 11, 69
Waarschuwing wisselen van rijstrook.................................... 191
Wasstraatmodus......................... 162
Werkzaamheden uitvoeren .......223
Wieldoppen ................................ 247
Winterbanden ............................ 242
Wis-/wasinstallatie .......................12
Wis-/wasinstallatie achterruit .......70
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........69
Wisserblad vervangen ...............229
X Xenonkoplampen ......................231
Z
Zekeringen ................................. 234 Zekeringenkast in motorruimte ..235
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............238
Zelfdichtende banden .................241
Zender zoeken............................ 126
Zitrijen achterin ............................. 43
Zonnekleppen .............................. 36
Zijdelings airbagsysteem .............50