display OPEL ANTARA 2014.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014.5, Model line: ANTARA, Model: OPEL ANTARA 2014.5Pages: 225, PDF Size: 5.98 MB
Page 134 of 225

132Rijden en bedieningKatalysator
De katalysator vermindert de hoe‐
veelheid schadelijke stoffen in de uit‐
laatgassen.Voorzichtig
Het gebruik van andere brandstof‐ kwaliteiten dan die genoemd op
pagina 3 147, 3 208 kan aanlei‐
ding geven tot schade aan de ka‐
talysator en elektronische onder‐
delen.
Onverbrande benzine kan leiden
tot oververhitting van en schade
aan de katalysator. Daarom de startmotor niet onnodig lang laten
draaien, de tank niet leegrijden en
de motor niet door duwen of sle‐
pen proberen te starten.
Bij overslag, een onregelmatige mo‐
torloop, beperkingen van het motor‐
vermogen of andere ongewone sto‐
ringen, de oorzaak van de storing
meteen door een werkplaats laten
verhelpen. In noodgevallen kan er
korte tijd met matige snelheid en laag
motortoerental verder worden gere‐
den.
Storingsindicatielamp 3 88.Automatische
versnellingsbak
Met de automatische versnellingsbak
kunt u zowel automatisch (automati‐
sche modus) als handmatig schake‐
len (handmatige modus).
Versnellingsbakdisplay
De modus of ingeschakelde versnel‐
ling verschijnt op het versnellingsbak‐
display.
P=parkeerstandR=achteruitversnelling
Page 164 of 225

162Verzorging van de auto
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐kelde ontsteking weer aansluiten.
Daarna als volgt te werk gaan:
1. Datum en tijd van het informatie‐ display instellen 3 80.
2. Zo nodig elektrisch bediende rui‐ ten en zonnedak activeren 3 32,
3 34.
Enkele verbruikers, bijvoorbeeld de
instapverlichting, worden na een tijdje automatisch uitgeschakeld om de
boordaccu tegen ontladen te be‐
schermen.
Een losgekoppelde boordaccu om de
6 weken opladen.
Ontlaadbeveiliging accu 3 116.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in deze para‐
graaf gegeven instructies kan leiden tot een tijdelijke uitschakeling van
het stop-startsysteem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐ roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moetdeze met een afdekkap worden afge‐
sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan worden gemonteerd.
Vervang bij auto’s met een Stop/
Start-systeem de boordaccu van het
type AGM (Absorptive Glass Mat)
weer door een AGM-accu.
U kunt een AGM-accu herkennen aan
het label op de accu. Wij bevelen het
gebruik aan van een originele Opel-
accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu ge‐
bruikt dan de originele Opel accu is
het mogelijk dat het Stop/Start-sys‐
teem slechter presteert.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop/Start-systeem 3 127.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 193.
Page 185 of 225

Verzorging van de auto183
Alle wielen moeten zijn voorzien van
een druksensor en de banden moe‐
ten de voorgeschreven bandenspan‐
ning hebben. Bij wielen zonder sen‐
sor werkt het bandenspanningscon‐
trolesysteem niet. Sensoren kunnen
naderhand gemonteerd worden.
Let op
In landen waar het bandenspan‐
ningscontrolesysteem wettelijk ver‐
eist is, wordt de typegoedkeuring
van het voertuig bij het gebruik van
wielen zonder druksensoren nietig.
Voor de huidige bandenspannings‐
waarden selecteert u menuoptie
Banden in het menu Boordcomputer .
Knop BC op het "Infotainment"-sys‐
teem indrukken en menuoptie selec‐
teren.
Het bandenspanningscontrolesys‐
teem registreert automatisch de be‐
lasting van de auto. Bij uiteenlopende bandenspanningswaarden verschijnteen bericht op het informatiedisplay.
Bij sommige versies verschijnt het be‐
richt in een verkorte vorm.
Er kunnen b.v. de volgende meldin‐
gen verschijnen:
Een afbeelding van de band linksach‐ ter samen met de huidige banden‐spanning; een kleine drukafwijking.
Snelheid verlagen. Bandenspanning
bij de eerstvolgende gelegenheid met
een goede meter controleren en zo
nodig corrigeren.
Op een Colour-Info-Display verschijnt
dit bericht in geel.
Een afbeelding van de band linksvoor samen met de huidige bandenspan‐
ning; een aanzienlijke drukafwijking
of rechtstreeks drukverlies.
Zo spoedig mogelijk de verkeers‐
stroom verlaten zonder hierbij andere
weggebruikers in gevaar te brengen.
Page 186 of 225

184Verzorging van de auto
Stoppen en de banden controleren.
Het reservewiel zo nodig monteren
3 189.
Op een Colour-Info-Display verschijnt dit bericht in rood.
Berichten bevestigen 3 94, 3 97.
Boordinformatie 3 103.
Schakel de ontsteking uit wanneer de
bandenspanning moet worden ver‐
hoogd of verlaagd. Bandenspan‐
ningswaarden 3 182, 3 213.
Externe zendinstallaties met een hoog vermogen kunnen storingen in
het bandenspanningscontrolesys‐
teem tot gevolg hebben.
De ventielen en afdichtringen van het
bandenspanningscontrolesysteem
moeten bij elke nieuwe band worden
vervangen.
Temperatuurcompensatie
De bandenspanning hangt af van de
temperatuur van de band. Onderweg
lopen de temperatuur en de spanning van de band op.De bandenspanningswaarde op het
display is de werkelijke bandenspan‐
ning. Daarom is het belangrijk de ban‐
denspanning bij koude banden te
controleren.
Profieldiepte Regelmatig de profieldiepte controle‐
ren.
Om veiligheidsredenen de banden te
vervangen wanneer een profieldiepte
van 2-3 mm (4 mm voor winterban‐
den) is bereikt.
Om veiligheidsredenen mag het ver‐
schil in profieldiepte van banden op
één as niet meer dan 2 mm zijn.
De wettelijk toegestane minimumpro‐ fieldiepte (1,6 mm) is bereikt wanneerhet profiel tot aan één van de slijtage-
indicatoren
(TWI = Tread Wear Indicator) is afge‐ sleten. De positie van de slijtage-in‐
dicatoren wordt aangeduid door
merktekens op de zijwand van de
band.
Is de slijtage voor groter dan achter,
dan de voorbanden omwisselen met
de achterbanden. De draairichting
van de wielen moet dezelfde als voor‐ heen zijn.
Page 201 of 225

Verzorging van de auto199
OnderstelSommige delen van de bodemplaat
zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende was‐
laag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten
controleren en zo nodig een nieuwe
waslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze/rubber materialen kun‐
nen de pvc-laag aantasten. Werk‐
zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de be‐
schermende waslaag laten controle‐
ren.
Trekhaak Kogelstang niet met een stoom- ofhogedrukreiniger reinigen.
Draagsysteem achteraan
Reinig minstens een keer per jaar het draagsysteem achteraan met een
stoomlans of hogedrukreiniger.Wanneer u het draagsysteem achter‐
aan niet regelmatig gebruikt, moet u
het, vooral in de winter, af en toe be‐
dienen.
Verzorging interieur Interieur en bekleding
Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig de lederen bekleding met zui‐
ver water en een zachte doek. Ge‐
bruik een reinigingsmiddel voor leder
als de bekleding erg vuil is.
Instrumentengroep en de displays al‐
leen met een zachte, vochtige doek
reinigen. Gebruik zo nodig water en
milde zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met
een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet
kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name oplichtgekleurde bekleding. Reinig ver‐
wijderbare vlekken en verkleuringen
zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.Voorzichtig
Klittenbandsluitingen sluiten om‐
dat geopende klittenbandsluitin‐
gen schade aan de stoelbekleding kunnen toebrengen.
Hetzelfde geldt voor kledingstuk‐
ken met scherpe voorwerpen
zoals ritssluitingen, riemen of spij‐ kerbroeken met metalen accen‐
ten.
Kunststof en rubber onderdelen
Kunststof en rubberen onderdelen
mogen met dezelfde middelen wor‐
den gereinigd als de carrosserie. Zo nodig een interieurreiniger gebruiken.
Geen andere middelen gebruiken.
Vooral geen oplosmiddelen of brand‐ stof. Niet schoonmaken met hoge‐
drukreinigers.
Page 202 of 225

200Service en onderhoudService en onderhoudAlgemene informatie..................200
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐
middelen en onderdelen ............201Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐
veiligheid en voor het behoud van de waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar
in de werkplaats.
Service-display 3 84.
Europese service-intervallen Grote beurt
Aan het voertuig moet om de
30.000 km onderhoud gepleegd wor‐
den, of na 1 jaar, wat het eerst voor‐
komt, tenzij anders vermeld op het
service-display.
De Europese service-intervallen gel‐
den voor de volgende landen:
Andorra, België, Cyprus, Denemar‐ ken, Duitsland, Estland, Finland,
Frankrijk, Griekenland, Groenland,Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Let‐
land, Litouwen, Luxemburg, Malta,
Nederland, Noorwegen, Oostenrijk,
Polen, Portugal, Servië, Slowakije,
Slovenië, Spanje, Tsjechische Repu‐
bliek, Verenigd Koninkrijk, Zweden,
Zwitserland.
Service-display 3 84.
Internationale service-
intervallen
Grote beurt
Aan het voertuig moet om de
15.000 km of na 1 jaar onderhoud ge‐ pleegd worden, wat het eerst voor‐
komt, tenzij anders vermeld op het
service-display.
De internationale service-intervallen
gelden voor de landen die niet tot de
groep behoren waarvoor de Euro‐
pese service-intervallen werden op‐
gesteld.
Service-display 3 84.
Page 203 of 225

Service en onderhoud201
Registraties
Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de uit‐
voerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en ga‐
rantieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van ser‐
vice essentieel is bij aanspraken op garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.
Service-interval met resterende
levensduur van motorolie
Het service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
Het service-display meldt wanneer de
motorolie moet worden ververst.
Service-display 3 84.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen
en smeermiddelen Gebruik alleen producten die voldoen
aan de aanbevolen specificaties. Schade als gevolg van het gebruik
van producten die niet voldoen aan
deze specificaties, wordt niet gedekt
door de garantie.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig han‐ teren. Informatie op de verpakking in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis
van de kwaliteit en de viscositeit. Bij
de keuze van motorolie is kwaliteit be‐
langrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De vis‐
cositeit geeft informatie over de dikte
van de olie bij diverse temperaturen.
Dexos is de nieuwste motoroliekwali‐ teit die optimale bescherming biedtvoor benzine- en dieselmotoren. Als
deze niet verkrijgbaar is, gebruikt u
motoroliën van een van de andere
vermelde kwaliteiten. Aanbevelingen
voor benzinemotoren gelden ook
voor motoren op ethanol (E85).
Kies de juiste motorolie op basis van
zijn kwaliteit en de minimale omge‐
vingstemperatuur 3 205.
Motorolie bijvullen
Motoroliesoorten van verschillende
fabrikanten en merken kunnen wor‐
den gemengd zolang ze voldoen aan de vereiste motoroliecriteria kwaliteit
en viscositeit.
Het gebruik van motorolie met alleen
de kwaliteit ACEA A1/B1 of alleen
A5/B5 is verboden, omdat deze onder
bepaalde omstandigheden langdu‐
rige motorschade kan veroorzaken.
Page 219 of 225

217
BBagageruimte ........................ 24, 71
Bagageruimte-afdekking .............71
Bagageruimteverlichting ............114
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 185
Bandenreparatieset ...................186
Bandenspanning ...............103, 182
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 103, 182
Bandenspanningswaarden ........213
Banden verwisselen ...................189
Bedieningsorganen ......................76
Bekerhouders ............................... 59
Bekleding, reinigen .....................199
Beladingsinformatie .....................75
Beslagen lampglazen ................112
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 144
Beveiliging van de auto ................26
Binnenspiegels ............................. 31
Binnenverlichting ...............113, 170
Board-Info-Display .......................94
Bolle vorm .................................... 29
Boordcomputer op Board-Info-Display ..................103
Boordcomputer op Graphic- Info-Display of Colour-Info-
Display ................................... 105Boordgereedschap.....................179
Brandblusser ................................ 74
Brandstof .................................... 147
Brandstoffilter aftappen ...............93
Brandstofmeter ............................ 84
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot 150
Brandstof voor benzinemotoren 147
Brandstof voor dieselmotoren ...148
Buitenspiegels .............................. 29
Buitentemperatuur .......................79
Buitenverlichting .........................108
C Car Pass ...................................... 20
Cd-bak .......................................... 60
Centrale vergrendeling ................22
Check-Control............................. 103
Claxon ................................... 13, 77
Conformiteitsverklaring ...............214
Consolenet ................................... 60
Contactslotstanden ....................126
Controlelampen ......................83, 85
Controlelampje aanhanger ..........94
Controle levensduur motorolie .....92
Controle over de auto ................125
Controles .................................... 156
Cruise control ...................... 93, 144D
Dagrijlicht ................................... 110
Dagteller ...................................... 83
Dak ............................................... 34
Dakbelasting ................................. 74
Dakdrager .................................... 74
Dakdragersysteem .......................75
Derde remlicht ....................112, 169
Detectiesystemen .......................146
Diefstalalarmsysteem ............26, 94
Dieselbrandstoffilter ...................163
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 164
Dieselpartikelfilter .........................88
Dimlicht of grootlicht ...........108, 109
Draagsysteem achterzijde ............61
Driepuntsgordel ........................... 44
E Elektrisch bediende ruiten ...........32
Elektrische aansluitingen .............82
Elektrische handrem ............88, 140
Elektrische handrem defect .........89
Elektrische stoelverstelling ...........40
Elektrische verstelling ..................29
Elektrisch systeem...................... 171
Elektronische rijprogramma's ....134
Elektronische stabiliteitsregeling ..90
Page 220 of 225

218
Elektronische stabiliteitsregeling(ESC) ...................................... 142
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ..............90
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............119
Event Data Recorders (EDR) .....214
F
Fietsendrager ............................... 61
Flex-Fix-systeem .......................... 61
Frontaal airbagsysteem ...............50
G Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................102
Gereedschap ............................. 179
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................74
Gloeilamp vervangen ................164
Gordels ......................................... 43
Gordelspanners ............................ 43
Gordelverklikker...................... 44, 87
Gordijnairbagsysteem .................. 51
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display .....................97
Grootlicht ............................. 93, 109H
Halogeenkoplampen .................165
Handgeschakelde versnellingsbak ......................136
Handmatige dimfunctie ................31
Handmatige modus ...................134
Handrem ............................... 88, 140
Handschoenenkastje ...................59
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 142
Hoofdsteunen .............................. 36
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 55
Info-Displays ................................. 94
Inhouden ................................... 212
Inklapbare spiegels .....................29
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 115
Instrumentengroep ......................83
Instrumentenverlichting .............171
Interieurverlichting ......................113
Isofix-kinderveiligheidssystemen ..58
K Kaarthouder .................................. 60
Katalysator............................ 88, 132
Kentekenverlichting ...................169Keuzehendel ............................. 133
Kickdown .................................... 134
Kilometerteller .............................. 83
Kindersloten ................................. 24 Kinderveiligheids-systemen ..........53
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................117
Klok .............................................. 80 Knoppen op het stuurwiel .............76
Koelvloeistof .............................. 158
Koelvloeistof en antivries ............201
Koelvloeistoftemperatuur .............91
Kogelstang.................................. 152
Koplampen ................................ 164
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 110
Koplampsproeier .......................... 77
Koplampverstelling ....................109
Koppelingsvloeistof ...................161
L Laadsysteem ............................... 87
Lampenkappen, beslagen ..........112
Leeslampen ............................... 114
Lekke band ................................. 189
Levensduur motorolie ...................92
Lichtschakelaar .......................... 108
Lichtsignaal ................................ 109
Luchtinlaat ................................. 123
Luchtroosters .............................. 122
Page 221 of 225

219
M
Meters........................................... 83
Mistachterlicht .............................. 93
Mistachterlichten ........................ 111
Mistlamp ...................................... 93
Mistlampen ......................... 111, 168
Mistlampen voor ........................111
Motorgegevens .......................... 208
Motor-ID...................................... 204
Motorkap .................................... 157
Motorkap open.............................. 94
Motorolie .................... 157, 201, 205
Motoroliedruk ............................... 91
Motoroliepeil laag ........................92
Motorolie verversen .....................92
Motor starten ............................. 126
Motorvermogen verminderd .........93
Munthouder .................................. 60
N
Nieuwe auto inrijden ..................126
O
Octaangetal ................................ 208
Olie ............................................. 157
Olie, motor .......................... 201, 205
Ontlaadbeveiliging accu ............116
Opbergruimte................................ 59
Opbergruimte voor ....................... 60
Opbergvak .................................... 61Opbergvak in bagageruimte .........71
Opbergvakken .............................. 59
Opbergvak middenconsole ..........61
Opbergvak onder passagiersstoel 61
Opbergvak onder passagiersstoel voorin ..............61
Opschakelen ................................ 89
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Parkeerhulp ............................... 146
Parkeerlichten ............................ 112
Parkeren .............................. 18, 129
Partikelfilter ................................. 131
Pech ........................................... 195
Pollenfilter .................................. 124
Portieren ....................................... 24
Portier open ................................. 94
Prestaties ................................... 209
Profieldiepte ............................... 184
R Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 215
Regelbare instrumentenverlichting ...........113
Regensensor ................................ 77
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 214
Remassistentie .......................... 141Rem- en koppelingsvloeistof ......201
Rem intrappen ............................. 93
Remmen ............................ 140, 160
Remsysteem ................................ 88
Remvloeistof .............................. 160
Reservewiel ............................... 191
Richtingaanwijzer ........................87
Richtingaanwijzers ..................... 110
Roetfilter ............................... 91, 131
Rugleuning neerklappen .............39
Ruiten ..................................... 31, 32
Rijgedrag en aanhangertips ......150
Rijklaar gewicht ....................75, 210
Rijverlichting ................................ 12
S Service ............................... 124, 200
Service-display ......................84, 92
Service-indicatie .......................... 88
Service-informatie ...................... 200
Sjorogen ...................................... 73
Slepen ................................ 150, 195
Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................185
Snelheidsmeter ............................ 83
Snelheidswaarschuwing ...............94
Spiegels .................................. 29, 31
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................160