stop start OPEL ANTARA 2014.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014.5, Model line: ANTARA, Model: OPEL ANTARA 2014.5Pages: 225, PDF Size: 5.98 MB
Page 163 of 225

Verzorging van de auto161
De remvloeistof moet tussen de
merktekens MIN en MAX staan.
Bij het bijvullen schoon te werk gaan,
omdat verontreinigde remvloeistof
storingen in het remsysteem tot ge‐
volg kan hebben. Oorzaak van het
remvloeistofverlies door een werk‐
plaats laten verhelpen.Voorzichtig
Gebruik uitsluitend hoogwaardige,
voor de auto goedgekeurde rem‐
vloeistof.
Remvloeistof 3 201.
Controlelampje remvloeistofpeil R
3 88.
Koppelingsvloeistof
9 Waarschuwing
Koppelingsvloeistof is giftig en
corroderend. Contact met ogen,
huid, textiel en lakwerk vermijden.
Een werkplaats raadplegen, als de
vloeistof in het reservoir tot onder het
merkteken MIN zakt.
Koppelingsvloeistof 3 201.
Accu
Auto's zonder stop-startsysteem zijn uitgerust met een loodzuuraccu. Au‐to's met Stop/Start-systeem zijn uit‐gerust met een AGM-boordaccu die
geen loodzuuraccu is.
De accu van de auto is onderhouds‐
vrij als het rijgedrag zodanig is dat
deze voldoende wordt opgeladen. Bij korte ritten en veelvuldig starten kan
de accu ontladen raken. Vermijd het
gebruik van onnodige elektrische ver‐ bruikers.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Wanneer de auto meer dan 6 weken
achtereen stilstaat, kan de accu ont‐
laden raken. Poolklem van de min‐
pool van de accu loskoppelen.
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐
kelde ontsteking aansluiten en los‐
koppelen.
Achteraf geplaatste elektrische of
elektronische accessoires kunnen de boordaccu extra belasten of de accu
ontladen. Voor de technische moge‐ lijkheden, bijv. het plaatsen van een
krachtiger accu, een werkplaats raad‐ plegen.
Page 164 of 225

162Verzorging van de auto
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐kelde ontsteking weer aansluiten.
Daarna als volgt te werk gaan:
1. Datum en tijd van het informatie‐ display instellen 3 80.
2. Zo nodig elektrisch bediende rui‐ ten en zonnedak activeren 3 32,
3 34.
Enkele verbruikers, bijvoorbeeld de
instapverlichting, worden na een tijdje automatisch uitgeschakeld om de
boordaccu tegen ontladen te be‐
schermen.
Een losgekoppelde boordaccu om de
6 weken opladen.
Ontlaadbeveiliging accu 3 116.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in deze para‐
graaf gegeven instructies kan leiden tot een tijdelijke uitschakeling van
het stop-startsysteem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐ roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moetdeze met een afdekkap worden afge‐
sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan worden gemonteerd.
Vervang bij auto’s met een Stop/
Start-systeem de boordaccu van het
type AGM (Absorptive Glass Mat)
weer door een AGM-accu.
U kunt een AGM-accu herkennen aan
het label op de accu. Wij bevelen het
gebruik aan van een originele Opel-
accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu ge‐
bruikt dan de originele Opel accu is
het mogelijk dat het Stop/Start-sys‐
teem slechter presteert.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop/Start-systeem 3 127.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 193.
Page 177 of 225

Verzorging van de auto175
ZekeringStroomkringABSAntiblokkeersys‐
teemA/CKlimaatregeling,
aircosysteemBATT1Zekeringendoos
onder het instru‐
mentenpaneelBATT2Zekeringendoos
onder het instru‐
mentenpaneelBATT3Zekeringendoos
onder het instru‐
mentenpaneelBCMCarrosserieregel‐
moduleECMMotorregelmoduleECM PWR TRNMotorregelmo‐
dule, aandrijflijnENG SNSRMotorsensorenEPBElektrische
handremFAN1KoelventilatorZekeringStroomkringFAN3KoelventilatorFRT FOGMistlampenFRT WPRRuitenwisser voorFUEL/VACBrandstofpomp,
vacuümpompHDLP WASHERKoplampsproeierHI BEAM LHGrootlicht (links)HI BEAM RHGrootlicht (rechts)HORNClaxonHTD WASH/MIRVerwarmde
sproeiervloeistof,
verwarmde
buitenspiegelsIGN COIL ABobineIGN COIL BBobineLO BEAM LHDimlicht (links)LO BEAM RHDimlicht (rechts)PRK LP LHParkeerlicht
(links)PRK LP RHParkeerlicht
(rechts)ZekeringStroomkringPWM FANAanjager met
pulsbreedtemodu‐
latieREAR DEFOGVerwarmbare
achterruitREAR WPRAchterruiten‐
wisserSPARE–STOP LAMPRemlichtenSTRTRStartmotorTCMVersnellingsba‐
kregelmoduleTRLR PRL LPParkeerlichten
aanhanger
Sluit de klep van de zekeringhouder
na het vervangen van doorgebrande
zekeringen en klik deze dicht.
Wanneer u de klep van de zekering‐
houder niet goed sluit, kunnen er sto‐ ringen optreden.
Page 195 of 225

Verzorging van de auto193
Voor banden die tegen de draairich‐
ting in gemonteerd zijn geldt:
■ Rijeigenschappen worden mogelijk
nadelig beïnvloed. Defecte band zo snel mogelijk laten vervangen en
wiel laten balanceren en op de auto
laten monteren.
■ Niet sneller rijden dan 80 km/u.
■ Bij regen en sneeuw bijzonder voorzichtig rijden.9 Waarschuwing
Een krik, wiel of andere voorwer‐
pen in de bagageruimte kunnen
letsel veroorzaken, indien deze
niet goed op hun plaats worden
vastgezet. Bij een noodstop of een botsing kunnen losse voorwerpen
letsel of schade aan de auto ver‐
oorzaken.
Berg de krik en het boordgereed‐
schap altijd op in de betreffende
opbergvakken en zet deze goed
vast.
Leg het beschadigde wiel altijd in
de bagageruimte en zet het met de
inschroefhouder vast in de reser‐
vewieluitsparing.Starthulp gebruiken
Niet starten met behulp van een snel‐
lader.
Bij een ontladen accu kan de motor
worden gestart met hulpstartkabels
en de accu van een andere auto.9 Waarschuwing
Hulpstartkabels alleen met de ui‐
terste voorzichtigheid gebruiken.
Elke afwijking van de onder‐
staande instructies kan letsel of
schade als gevolg van het explo‐
deren van de accu's en schade
aan de elektrische systemen van
beide auto's tot gevolg hebben.
9 Waarschuwing
Laat de accu niet in contact komen
met de ogen, huid, weefsels en
lakwerk. De vloeistof bevat zwa‐
velzuur, dat bij direct contact letsel en schade kan veroorzaken.
Page 222 of 225

220
Startbeveiliging ......................28, 93
Starten en bedienen ...................126
Starthulp gebruiken ...................193
Stekkerdozen................................ 61
Stoelpositie .................................. 37
Stoelverstelling ........................6, 38
Stoelverwarming ........................... 41
Stop/Start-systeem .....................127
Storing ....................................... 135
Storingsindicatielamp ..................88
Stroomonderbreking ..................135
Stuurbedieningsknoppen .............76
Stuurbekrachtiging ....................... 90 Stuurbekrachtigingsvloeistof ......159
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 76
Symbolen ....................................... 4
Systeem voor gecontroleerde afdaling ............................ 90, 143
T Tankdop........................................ 88
Tanken ....................................... 149
Technische gegevens ................208
Te laag brandstofpeil ...................92
Toerenteller ................................. 83
Top-Tether-bevestigingsogen ......58
Trekhaak............................. 150, 152
Trekken van een aanhanger ......151Trekstang.................................... 150
Typeplaatje ................................ 204
U
Uitlaatgassen .............................. 130
Uitrol-brandstofafsluiter .............127
Uitstapverlichting .......................115
Ultrasoonparkeerhulp ..........90, 146
Uw autogegevens ..........................3
V
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 185
Vaste luchtroosters ....................123
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................43
Velgen en banden .....................181
Ventilatie ..................................... 117
Verbanddoos ............................... 74
Vergrendelingssysteem ...............26
Verlichting ................................... 108
Verlichtingsfuncties..................... 115
Verlichting zonneklep ................115
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ........84, 132
Verstelbare luchtroosters ........... 122
Verwarmde spiegels ....................30
Verwarming ................................. 41
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 117Verwerking van sloopauto .........156
Verzorging .................................. 197
Verzorging exterieur ..................197
Verzorging interieur ...................199
Vloerafdekking bagageruimte ......72
Voertuiggewicht .........................210
Voertuigidentificatienummer ......203
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorruit ......................................... 31
Voorstoelen .................................. 37
Voorverwarming .......................... 91
W Waarschuwingslichten ..................83
Welkomstverlichting.................... 115
Werkzaamheden uitvoeren .......156
Wieldoppen ................................ 185
Wiel verwisselen ........................189
Winterbanden ............................ 181
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie achterruit .......79
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........77
Wisserblad vervangen ...............164
X Xenonkoplampen ......................166
Z
Zekeringen ................................. 171
Zekeringenkast in motorruimte ..173