airbag OPEL ANTARA 2017.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017.5, Model line: ANTARA, Model: OPEL ANTARA 2017.5Pages: 231, PDF Size: 6.07 MB
Page 90 of 231

88Instrumenten en bedieningsorganenAandrijving op alle wielen
B brandt of knippert geel.
Brandt korte tijd als het contact wordt ingeschakeld. Werkplaats raadple‐
gen als het niet oplicht.
Knippert kort bij een draaiende
motor
Het systeem is tijdelijk gedeactiveerd.
Knippert voortdurend bij een
draaiende motor
Systeemstoring. Onmiddellijk hulp
van een werkplaats inroepen.
All-wheel drive 3 142.
SPORT-modus
S brandt groen.
Brandt bij ingeschakelde Sport stand
3 139.
Systeem voor
gecontroleerde afdaling
u brandt geel en/of groen.Bij het inschakelen van het contact
branden zowel het gele als het
groene controlelampje even.
Groen
Brandt als het systeem bedrijfsge‐
reed is.
Knippert onderweg als het systeem
actief is, na het indrukken van
knop u.
Geel Knippert om aan te geven dat het
systeem niet klaar is voor gebruik.
Brandt ter indicatie van een storing in
het systeem.
Als het knippert of oplicht, moet het
frictiemateriaal afkoelen. Bij het rijden zo weinig mogelijk remmen.
Systeem voor gecontroleerde afda‐
ling 3 148.
Stuurbekrachtiging 2 brandt geel.
Wanneer het contact is ingeschakeld:
2 brandt kort. Als het niet brandt,
blijft branden of onderweg knippert iser een storing in de gordelspanners of het airbagsysteem. De hulp van een
werkplaats inroepen.
Stuurbekrachtiging 3 126.
Ultrasoonparkeerhulp r brandt geel.
Storing in het systeem
of
Storing door vervuilde of met sneeuw
of ijs bedekte sensoren
of
Storingen door externe bronnen van
ultrasoon geluid. Als de storingsbron
wordt verwijderd, dan werkt het
systeem weer normaal.
Oorzaak van de systeemstoring
onmiddellijk door een werkplaats
laten verhelpen.
Ultrasoonparkeerhulp 3 151.
Elektronische stabiliteitsregeling
b brandt of knippert geel.
Page 111 of 231

Verlichting109Schakel het dimlicht in en stel de
koplampreikwijdte af op de belasting
van het voertuig. Een correcte instel‐
ling vermindert verblinding van
andere verkeersdeelnemers.
Auto’s zonder automatische
niveauregeling
Kartelwieltje ? in de gewenste stand
draaien:0:zitplaatsen voorin bezet1:alle zitplaatsen bezet2:alle zitplaatsen bezet en bagage
in de bagageruimte3:bestuurdersstoel bezet en
bagage in de bagageruimte
Auto’s met automatische
niveauregeling
Kartelwieltje in de gewenste stand
draaien:
0:zitplaatsen voorin bezet1:alle zitplaatsen bezet1:alle zitplaatsen bezet en bagage
in de bagageruimte2:bestuurdersstoel bezet en
bagage in de bagageruimte
Automatische niveauregeling 3 149.
Automatische koplampverstelling
Bij auto's met xenonkoplampen wordt de koplampreikwijdte automatisch
aan de belasting van de auto aange‐
past.
Als controlelampje q onderweg op de
instrumentengroep oplicht, is er een
storing. Oorzaak van de storing
onmiddellijk door een werkplaats
laten verhelpen.
Controlelamp q voor automatische
koplamphoogteregeling 3 92.
Koplampinstelling in het buitenland
Het asymmetrische dimlicht biedt
meer zicht op de rand van de weg aan de passagierskant.
Laat bij het rijden in landen met links‐
rijdend verkeer de koplampen bijstel‐
len om tegenliggers niet te verblin‐
den. De hulp van een werkplaats
inroepen.
Dagrijlicht
Het dagrijlicht maakt de auto overdag
beter zichtbaar.Deze gaat bij het inschakelen van het contact automatisch branden.
Automatische verlichting 3 108.
Alarmknipperlichten
Om in te schakelen ¨ indrukken.
De alarmlichten worden automatisch
ingeschakeld wanneer de airbags bij
een ongeval in werking treden.
Page 114 of 231

112VerlichtingBeslagen lampglazen
De binnenkant van de lampenglazen
kan bij koud en vochtig weer, bij
hevige regen of na een wasbeurt
korte tijd beslaan. De condens
verdwijnt na korte tijd vanzelf, om dit
te versnellen de verlichting inschake‐ len.Binnenverlichting
Regelbare
instrumentenverlichting
Wanneer de rijverlichting aanstaat,
kunt u de lichtsterkte van de volgende lampen regelen:
● Instrumentenverlichting
● Info-Display
● Verlichte schakelaars en bedie‐ ningselementen.
Kartelwieltje k naar rechts of links op
de gewenste helderheid draaien.
Bij het openen van het bestuurders‐
portier of bij indrukken van q op de
afstandsbediening licht het instru‐
mentenbord automatisch
30 seconden op totdat de contact‐
sleutel in stand ACC wordt gezet.
Displaymodus 3 96.
Binnenverlichting
De voorste en achterste interieurver‐
lichting worden bij het in- en uitstap‐
pen vanzelf ingeschakeld en doven
met enige vertraging.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
Page 221 of 231

Klantinformatie219Reparatie ongevalschade
Lakdikte
Afhankelijk van productietechnieken
kan de dikte van de laklaag variëren
tussen 50 en 400 µm.
Een verschil in de lakdikte is daarom
geen aanwijzing voor een reparatie
na een ongeval.Registratie van
voertuigdata en privacy
Event Data Recorders (EDR)
Gegevensopslagmodules in de
auto
Een groot aantal elektronische
componenten van uw auto bevat
gegevensopslagnodules waarin tech‐
nische gegevens over de conditie van
de auto, gebeurtenissen en fouten
tijdelijk of permanent worden opge‐
slagen. Over het algemeen documen‐
teert de technische onformatie de
conditie van onderdelen, modules,
systemen of de omgeving:
● Staat van systeemcomponenten (bijv. vulniveaus)
● Statusberichten van de auto en de afzonderlijke componenten
(bijv. aantal omwentelingen van
het wiel / toerental, deceleratie,
zijwaartse acceleratie)
● Storingen en defecten in belang‐ rijke systeemcomponenten● Reacties van de auto in speci‐fieke verkeerssituaties (bijv.
ontplooien van een airbag, acti‐
veren van de stabiliteitsregeling)
● Omgevingscondities (bijv. temperatuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen fouten identificeren
en corrigeren alsook de functies van
de auto optimaliseren.
Bewegingsprofielen die afgelegde
routes aangeven, kunnen niet met
deze gegevens worden gemaakt.
Als er services worden gebruikt (bijv.
reparatiewerkzaamheden, onder‐
houdsprocessen, garantieclaims,
kwaliteitsborging), kunnen medewer‐
kers van het servicenetwerk (inclusief
de fabrikant) deze technische infor‐
matie met speciale diagnoseappara‐
tuur uit de voorvaal- en foutgege‐
vensopslagmodules aflezen. Raad‐
pleeg desgewenst deze werkplaat‐
sen voor meer informatie. Nadat een
fout gecorrigeerd is, worden de gege‐ vens uit de foutopslagmodule verwij‐
derd of worden ze constant over‐
schreven.
Page 224 of 231

222Trefwoordenlijst12V-aansluiting............................. 59
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............207, 211
Aandrijving op alle wielen ............88
Aanduidingen op banden ..........186
Aanhangerstabilisatie ................158
Aanhanger trekken ....................155
Aansluitingen voor accessoires ....79
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 160
Accu...................................... 86, 166
Accu, starthulp gebruiken ...........199
Achterklep..................................... 23 Achterlichten .............................. 173
Achterruitverwarming ................... 32
Achteruitrijlichten .......................111
Actieve hoofdsteunen .............34, 35
AdBlue .................................. 90, 133
Afmetingen auto ........................214
Afstandsbediening ........................20
Airbag deactiveren ....................... 50 Airbag-deactivering ...................... 85
Airbag en gordelspanners ...........85
Airbaglabel.................................... 45
Airbagsysteem ............................. 45
Airconditioning ........................... 117
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 123
Alarmknipperlichten ...................109
Algemene informatie .................. 155Algemene richtlijnen voor het rijden ............................... 124, 125
All-wheel drive ........................... 142
Andere auto slepen ...................202
Antiblokkeersysteem .................145
Antiblokkeersysteem (ABS) .........87
Armsteun ................................ 39, 41
Armsteun met opbergruimte ........59
Autogegevens ............................ 211
Autokrik....................................... 184
Automatische dimfunctie .......29, 30
Automatische koplamphoogteregeling .............92
Automatische niveauregeling ....
........................................ 108, 149
Automatische verlichting ............ 108
Automatische versnellingsbak ...
.......................................... 86, 138
Auto ontgrendelen .........................6
Auto reinigen .............................. 203
Auto slepen ................................ 201
Auto stallen ................................. 160
Autostop ..................................... 128
Auto wassen ............................... 203
B Bagageruimte ........................ 23, 69
Bagageruimte-afdekking .............69
Bagageruimteverlichting .............113
Page 226 of 231

224Elektronischestabiliteitsregeling UIT ..............89
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............118
Event Data Recorders (EDR) .....219
F
Fietsendrager ............................... 59
Flex-Fix-systeem .......................... 59
Frontaal airbagsysteem ...............48
G Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................101
Gereedschap ............................. 184
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................71
Gloeilamp vervangen ................169
Gordels ......................................... 41
Gordelspanners ............................ 41
Gordelverklikker...................... 43, 85
Gordijnairbagsysteem .................. 50
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display .....................96
Grootlicht ............................. 92, 108
H
Halogeenkoplampen .................170
Handgeschakelde versnellingsbak ......................142Handmatige dimfunctie ................29
Handmatige modus ...................140
Handrem ............................... 87, 145
Handschoenenkastje ...................58
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 147
Hoofdsteunen .............................. 34
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 53
Info-Displays ................................. 93
Inhouden ................................... 216
Inklapbare spiegels .....................28
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 114
Instrumentengroep ......................80
Instrumentenverlichting .............175
Interieurverlichting ......................112
Isofix-kinderveiligheidssystemen ..56
K Kaarthouder .................................. 57
Katalysator............................ 86, 132
Kentekenverlichting ...................174
Keuzehendel ............................. 138
Kickdown .................................... 140
Kilometerteller .............................. 80
Kindersloten ................................. 23
Kinderveiligheids-systemen ..........51Klimaatregeling ............................ 14
Klimaatregelsystemen ................116
Klok .............................................. 78
Knoppen op het stuurwiel .............74
Koelvloeistof .............................. 163
Koelvloeistof en antivries ............207
Koelvloeistoftemperatuur .............89
Kogelstang.................................. 156
Koplampen ................................ 169
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 109
Koplampsproeier .......................... 75
Koplampverstelling ....................108
Koppelingsvloeistof ....................165
L Laadsysteem ............................... 86
Lampenkappen, beslagen ..........112
Leeslampen ............................... 114
Lekke band ................................. 195
Levensduur motorolie ...................90
Lichtschakelaar .......................... 107 Lichtsignaal ................................ 108
Luchtinlaat ................................. 123
Luchtroosters .............................. 122
M
Meters........................................... 80
Mistachterlicht .............................. 92
Mistachterlichten ........................ 111
Mistlamp ...................................... 92
Page 229 of 231

227Zonnebrilhouder .......................... 58
Zonnedak ..................................... 33 Zonnekleppen .............................. 32
Zuinige stand .............................. 124
Zijdelings airbagsysteem .............49
Zijmarkeringslichten.................... 107
Zijrichtingaanwijzers ..................173