display OPEL ASTRA J 2015.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.5, Model line: ASTRA J, Model: OPEL ASTRA J 2015.5Pages: 345, PDF Size: 10.24 MB
Page 217 of 345

Rijden en bediening215
De baan van de auto wordt afgebeeld
overeenkomstig de stuurhoek.
U kunt de functie deactiveren in het
menu Instellingen op het Info-display.
Persoonlijke instellingen 3 137.
Waarschuwingssymbolen
Waarschuwingssymbolen zijn op het
beeld weergegeven als driehoekjes
9 en geven obstakels aan die door de
achtersensoren van de geavan‐
ceerde parkeerhulp zijn geconsta‐
teerd.
Display-instellingen
Navi 650 /Navi 950 : Stel de helderheid
in door eerst op de buitenste ring van
de multifunctionele knop te drukken en er dan aan te draaien.
CD 600 : De helderheid kan worden
ingesteld door de multifunctionele
knop eerst in te drukken en dan te
draaien.
Deactivering
De camera wordt gedeactiveerd wan‐ neer een bepaalde snelheid vooruit
wordt overschreden of als de achter‐
uitversnelling gedurende ong.
10 seconden niet is ingeschakeld.
U kunt de achteruitkijkcamera in- of
uitschakelen in het menu Instellingen
op het Info-display. Persoonlijke in‐
stellingen 3 137.
Storing
Storingsmeldingen worden weerge‐
geven met een 9 op de bovenste re‐
gel van het Info-Display.
De achteruitkijkcamera werkt moge‐
lijkerwijs niet goed:
■ In een donkere omgeving.
■ Wanneer de zon of de straal van koplampen rechtstreeks op de lensvan de camera valt.
■ Als de cameralens door ijs, sneeuw, modder of iets anders isvervuild. Reinig de lens, spoel deze met water en veeg deze met een
zachte doek af.
■ Wanneer de achterklep niet goed gesloten is.
■ De auto een aanrijding aan de ach‐
terzijde heeft gehad.
■ Bij extreme temperatuurwisselin‐ gen.
Page 218 of 345

216Rijden en bedieningVerkeersbordherkenning
Werking Het verkeersbordherkenningssys‐
teem herkent bepaalde borden via
een frontcamera en toont deze op het
Driver Information Center (DIC).
Verkeersborden die worden herkend, zijn:
Borden met snelheidsbeperkingen enverboden in te halen ■ maximumsnelheid
■ inhaalverbod
■ einde maximumsnelheid
■ einde inhaalverbodVerkeersborden
Begin en einde van:
■ snelwegen
■ rijkswegen
■ woonervenOnderborden ■ aanvullingen op verkeersborden
■ verbod op trekken van aanhangers
■ beperkingen voor trekkers
■ bij natheid
■ bij ijs
■ richtingspijlen
Borden maximumsnelheid worden
getoond op het DIC, totdat het vol‐
gende bord maximumsnelheid of
einde maximumsnelheid of als er ge‐
durende een bepaalde periode geen
ander bord wordt geconstateerd.
Weergeven van meerdere borden op
het display is mogelijk.
Page 219 of 345

Rijden en bediening217
Een uitroepteken in een kader bete‐
kent dat er een onderbord werd ge‐
detecteerd dat niet door het systeem
kan worden herkend.
Het systeem is actief tot een snelheid
van 200 km/u afhankelijk van de ver‐
lichtingsomstandigheden. 's Nachts
is het systeem actief tot een snelheid
van 160 km/u.
Zodra de snelheid onder 55 km/u
komt, wordt het display gereset en
wordt de inhoud van de pagina met
verkeersborden gewist. De volgende
herkende snelheidsindicatie zal wor‐
den weergegeven.
Displayweergave Verkeersborden worden weergege‐
ven op de pagina
Verkeersbordherkenning op het DIC.
Selecteer Instellingen X door op
MENU te drukken en selecteer de op‐
tie Verkeersbordherkenning via het
stelwiel op de richtingaanwijzerhen‐
del 3 124.
Wanneer u een andere pagina op het menu Driver Information Center hebt
gekozen en u daarna weer de pagina
Verkeersbordherkenning kiest, wordt
het laatst herkende verkeersbord ge‐
toond.
Waarschuwingsfunctie
Als deze functie geactiveerd is, wor‐
den maximumsnelheden en inhaal‐
verboden weergegeven als pop-up‐
waarschuwingen op het DIC.
Page 221 of 345

Rijden en bediening219
Storing
De verkeersbordherkenning werkt
eventueel niet goed wanneer:
■ De voorruit ter hoogte van de front‐
camera niet schoon is.
■ Verkeersborden geheel of gedeel‐ telijk bedekt zijn of lastig waar‐
neembaar zijn.
■ De omgevingsomstandigheden on‐
gunstig zijn, bijv. harde regen,
sneeuw, direct zonlicht of schadu‐
wen. In dat geval verschijnt Geen
verkeersbordherk. door het weer
op het display.
■ De verkeersborden incorrect ge‐ monteerd of beschadigd zijn.
■ Verkeersborden niet voldoen aan het Verdrag van Wenen inzake de
verkeerstekens (Wiener Überein‐
kommen über Straßenverkehrszei‐
chen).Voorzichtig
Het systeem is bedoeld om de be‐ stuurder binnen een vast snel‐
heidsbereik te helpen bij de waar‐
neming van bepaalde verkeers‐
borden. Negeer geen verkeers‐
borden die het systeem niet weer‐
geeft.
Het systeem herkent geen andere
verkeersborden dan de conventi‐
onele versies die een maximum‐
snelheid aangeven of beëindigen.
Laat u door dit speciale systeem
niet verleiden tot een roekeloze rij‐ stijl.
Pas uw snelheid altijd aan de staat
van het wegdek aan.
De hulpsystemen ontnemen de
bestuurder niet zijn verantwoorde‐ lijkheid voor het besturen van de
auto.
Lane Departure Warning
Het Lane Departure Warning-sys‐
teem houdt via een frontcamera de
belijning in het oog van de rijstrook
waarin u rijdt. Het systeem detecteert veranderingen van rijstrook en waar‐
schuwt u met visuele en akoestische
signalen wanneer u onbedoeld van
rijstrook verandert.
De criteria voor een onbedoelde ver‐
andering van rijstrook zijn:
■ Geen bediening van de richting‐ aanwijzers.
■ Geen bediening van het rempe‐ daal.
■ Geen bediening van het gaspedaal
of snelheidsverhoging.
■ Geen actieve stuurbeweging.
Wanneer de bestuurder actief is,
waarschuwt het systeem niet.
Activering
Page 267 of 345

Verzorging van de auto265
Nr.Stroomkring1Displays2Rijverlichting/carrosserieregel‐
module3Rijverlichting/carrosserieregel‐
module4Infotainmentsysteem5Infotainmentsysteem/instru‐
ment612 V-aansluiting/aansteker7Stekkerdoos8Dimlicht links/carrosserieregel‐
moduleNr.Stroomkring9Dimlicht rechts/carrosseriere‐
gelmodule/airbagmodule10Portiersloten/carrosserieregel‐
module11Aanjager12–13–14Diagnosestekker15Airbag16Stekkerdoos17Airconditioning18Logistiek19Carrosserieregelmodule20Carrosserieregelmodule21Instrumentengroep/diefstala‐
larmsysteem22Contactsensor23Carrosserieregelmodule24CarrosserieregelmoduleNr.Stroomkring25–26Stopcontact bagageruimte
(indien geen zekeringenkast in
bagageruimte) (alleen Sports
tourer)
Zekeringenkast in
bagageruimte
3-deurs hatchback, 5-deurs
hatchback De zekeringenkast zit links in de ba‐
gageruimte achter een deksel.
Page 296 of 345

294Verzorging van de auto
Bitumineuze/rubber materialen kun‐
nen de pvc-laag aantasten. Werk‐
zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de be‐
schermende waslaag laten controle‐
ren.
LPG-systeem9 Gevaar
Vloeibaar gas is zwaarder dan
lucht en kan zich op lage punten
verzamelen.
Wees voorzichtig wanneer u in
een werkkuil aan het chassis
werkt.
Voor lakwerk en bij gebruik van een
droogcabine bij een temperatuur bo‐
ven 60 °C moet de LPG-tank worden
verwijderd.
Breng geen wijzigingen in het LPG-
systeem aan.
Trekhaak
Kogelstang niet met een stoom- of
hogedrukreiniger reinigen.
Draagsysteem achterzijde Reinig het draagsysteem achterzijde
minstens één keer per jaar met een
stoomspuit of een hogedrukreiniger.
Als u het draagsysteem achteraan
niet regelmatig gebruikt, dient u het
toch af en toe te gebruiken, en dit
vooral in de winter.
Ventilatieklep
Reinig het afschermsysteem in de
voorbumper om een goede werking
te behouden.
Verzorging interieur
Interieur en bekleding
Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.Reinig de lederen bekleding met zui‐
ver water en een zachte doek. Ge‐
bruik een reinigingsmiddel voor leder
als de bekleding erg vuil is.
Instrumentengroep en de displays al‐ leen met een zachte, vochtige doek
reinigen. Gebruik zo nodig water en
milde zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet
kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name op lichtgekleurde bekleding. Reinig ver‐
wijderbare vlekken en verkleuringen
zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.
Page 298 of 345

296Service en onderhoudService en onderhoudAlgemene informatie..................296
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐
middelen en onderdelen ............297Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐
veiligheid en voor het behoud van de waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar
in de werkplaats.
Servicedisplay 3 115.
Europese service-intervallen Aan het voertuig moet om de
30.000 km onderhoud gepleegd wor‐
den, of na 1 jaar, wat het eerst voor‐
komt, tenzij anders vermeld op het
service-display.
Bij een zwaardere belasting, bijv. bij taxi's en politievoertuigen, geldt wel‐
licht een korter onderhoudsinterval.
De Europese service-intervallen gel‐
den voor de volgende landen:Andorra, België, Bosnië-Herzego‐ vina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken,
Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk,
Griekenland, Groenland, Groot-Brit‐
tannië, Hongarije, Ierland, IJsland,
Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië,
Malta, Monaco, Montenegro, Neder‐
land, Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
Portugal, Roemenië, San Marino,
Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Tsjechische Republiek, Zweden,
Zwitserland.
Servicedisplay 3 115.
Internationale service-
intervallen
Aan het voertuig moet om de
15.000 km onderhoud gepleegd wor‐
den, of na 1 jaar, wat het eerst voor‐
komt, tenzij anders vermeld op het
service-display.
De internationale service-intervallen
zijn geldig in de landen die niet tot de groep behoren waarvoor de Euro‐
pese service-intervallen werden op‐
gesteld.
Servicedisplay 3 115.
Page 299 of 345

Service en onderhoud297
Registraties
Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de uit‐
voerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en ga‐
rantieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van ser‐
vice essentieel is bij aanspraken op garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.
Service-interval met resterende
levensduur van motorolie
Het service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
Het service-display meldt wanneer de
motorolie moet worden ververst.
Servicedisplay 3 115.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen
en smeermiddelen Gebruik alleen producten die voldoen
aan de aanbevolen specificaties. Schade als gevolg van het gebruik
van producten die niet voldoen aan
deze specificaties, wordt niet gedekt
door de garantie.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig han‐ teren. Informatie op de verpakking in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis
van kwaliteit en viscositeit. Bij de
keuze van motorolie is kwaliteit be‐
langrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De vis‐
cositeit geeft informatie over de dikte
van de olie bij diverse temperaturen.
Dexos is de nieuwste motoroliekwali‐ teit die optimale bescherming biedtvoor benzine- en dieselmotoren. In‐
dien deze niet voorhanden i,s moet
motorolie van een andere gerenom‐
meerde kwaliteit worden gebruikt.
Aanbevelingen voor benzinemotoren
zijn ook geldig voor motoren met de
brandstoffen Compressed Natural
Gas (CNG), Liquified Petroleum Gas
(LPG) en Ethanol (E85).
Kies de juiste motorolie op basis van
zijn kwaliteit en de minimale omge‐
vingstemperatuur 3 301.
Motorolie bijvullen
Motoroliesoorten van verschillende
fabrikanten en merken kunnen wor‐
den gemengd zolang ze voldoen aan de vereiste motoroliecriteria kwaliteit
en viscositeit.
Page 342 of 345

340
Graphic-Info-Display,Color-Info-Display ...................129
Grootlicht ........................... 123, 144
Grootlichtassistentie ...........123, 144
H Halogeenkoplampen .................242
Handbediende ruiten ...................35
Handgeschakelde versnellingsbak ......................179
Handmatige dimfunctie ................34
Handmatige modus ...................177
Handrem ............................. 180, 181
Handschoenenkastje ...................63
Handzender ................................. 23
Hellingrem ................................. 182
Hoofdsteunen .............................. 40
Hoofdsteunverstelling ..................10
Hulpverwarming.......................... 164
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 59
Indicatie afstand tot voorligger ...202
Info-Displays ............................... 124
In hoogte verstelbare afdekking achterin ..................................... 93
Inhouden ................................... 316
Inklapbare spiegels .....................33
Inleiding ......................................... 3Instapverlichting ......................... 154
Instrumentengroep ....................112
Instrumentenverlichting .............261
Interactief rijsysteem................... 185
Interieurverlichting ..............152, 261
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........62
K Katalysator ................................. 174Kentekenverlichting ...................260
Keuzehendel ............................. 176
Kilometerteller ............................ 113
Kindersloten ................................. 27 Kinderveiligheids-systemen ..........57
Klimaatregeling ............................ 16
Klimaatregelsystemen ................157
Klok............................................. 110
Koelvloeistof .............................. 236
Koelvloeistof en antivries ............297
Koelvloeistoftemperatuurmeter . 114
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 146
Koplampverstelling ....................145
L Laadsysteem ............................. 119
Lane Departure Warning ....121, 219
Leeslampen ............................... 154
Lekke band ................................. 280Lichtschakelaar .......................... 143
Lichtsignaal ................................ 145
Luchtinlaat ................................. 166
Luchtroosters .............................. 165
M
Meters......................................... 112
Mistachterlicht ............................ 124
Mistachterlichten ........................ 151
Mistlamp .................................... 123
Mistlampen ................................ 246
Mistlampen voor ........................151
Motorgegevens .......................... 304
Motor-ID...................................... 300
Motorkap .................................... 235
Motorolie .................... 235, 297, 301
Motoroliedruk ............................. 122
Motor starten ............................. 168
Motorvermogen verminderd .......123
N
Nieuwe auto inrijden ..................168
Niveau sproeiervloeistof te laag 124
O Obstakeldetectiesystemen .........204
Olie, motor .......................... 297, 301
Ontlaadbeveiliging accu ............155
Opbergruimte................................ 63
Opbergruimte achter..................... 91
Page 343 of 345

341
Opbergruimte voorin.....................64
Opbergvakken .............................. 63
Opbergvak middenconsole ..........66
Opbergvak onder passagiersstoel 65
Opgeslagen instellingen ...............24
Opschakelen............................... 120
Overzicht instrumentenpaneel .....12
P Panoramadak .............................. 39
Parkeerhulp ............................... 204
Parkeerlichten ............................ 152
Parkeren .............................. 20, 172
Park pilot met ultrasoonsensoren 204
Partikelfilter ................................. 173
Pech ........................................... 290
Pedaal intrappen ........................119
Persoonlijke instellingen ............137
Pollenfilter .................................. 166
Portieren ....................................... 27
Portier open ............................... 124
Prestaties ................................... 307 Profieldiepte ............................... 275
Q Quickheat ................................... 164R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) .................................... 336
Regelbare instrumentenverlichting ...........152
Regeleenheid smartphone .........131
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 335
Remassistentie .......................... 182
Rem- en koppelingssysteem .....119
Rem- en koppelingsvloeistof ......297
Remmen ............................ 180, 238
Remvloeistof .............................. 238
Reservewiel ............................... 284
Richtingaanwijzer ......................118
Richtingaanwijzers ..................... 150
Richtingaanwijzers vooraan ......248
Roetfilter ............................. 122, 173
Rugleuning neerklappen .............45
Ruiten ........................................... 34
Rijgedrag en aanhangertips ......228
Rijverlichting ................14, 123, 143
S Service ............................... 166, 296
Service-display .......................... 115
Service-indicatie ........................119
Service-informatie ...................... 296
Sjorogen ...................................... 96Slepen................................ 228, 290
Sleutel, opgeslagen instellingen ...24
Sleutels ........................................ 22
Sleutels, sloten ............................. 22
Sneeuwkettingen .......................276
Snelheidsbegrenzer ...................189
Snelheidsmeter .......................... 112
Spiegelverstelling ........................10
Sproeiervloeistof ........................238
Startbeveiliging ....................32, 123
Starten en bediening ..................168
Starthulp gebruiken ...................288
Stoelpositie .................................. 42
Stoelverstelling ........................7, 42
Stop/Start-systeem .....................170
Storing ....................................... 178
Storingsindicatielamp ................119
Stroomonderbreking ..................178
Sturen ......................................... 167
Stuurbedieningsknoppen ...........105
Stuurbekrachtiging .....................121
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......237
Stuurwiel instellen ........................ 11
Stuurwielverstelling .................... 105
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 223
Te laag brandstofpeil .................123
Toerenteller ............................... 113