airbag OPEL CASCADA 2014.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014.5, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2014.5Pages: 253, PDF Size: 7.48 MB
Page 107 of 253

Instrumenten en bedieningsorganen105
■ Cruise control
■ Snelheidsbegrenzer
■ Parkeerhulpsystemen
■ Verlichting, gloeilampen vervangen
■ Wis-/wasinstallatie
■ Portieren, ruiten
■ Softtop
■ Bagageruimte, kofferdeksel
■ Afstandsbediening
■ Veiligheidsgordels
■ Airbagsystemen
■ Motor en versnellingsbak
■ Bandenspanning
■ Dieselpartikelfilter
■ Accustatus
Berichten op het
Colour-Info-Display
Sommige belangrijke berichten kun‐
nen tevens verschijnen op het
Colour-Info-Display. Druk op de mul‐
tifunctionele knop om een bericht te bevestigen. Sommige berichten ver‐
schijnen slechts enkele seconden
lang als pop-up.Geluidssignalen
Bij het starten van de motor oftijdens het rijden
Er klinkt slechts één geluidssignaal
tegelijk.
Het geluidssignaal voor niet gedra‐
gen veiligheidsgordels geniet de pri‐
oriteit boven alle andere geluidssig‐
nalen.
■ Wanneer de veiligheidsgordel niet wordt gedragen.
■ Als bij het wegrijden een van de portieren of het kofferdeksel niet
goed gesloten is.
■ Als de softtop niet geheel geopend of gesloten is.
■ Als het deksel van de softtop niet geheel gesloten is.
■ Als de afscheiding bagageruimte bij
het bedienen van de softtop inge‐
klapt is.
■ Wanneer u met aangetrokken handrem een bepaalde snelheid
overschrijdt.■ Als er bij het bedienen van de soft‐ top een bepaalde snelheid wordt
overschreden.
■ Wanneer een geprogrammeerde snelheid of snelheidslimiet wordt
overschreden.
■ Wanneer er een waarschuwings‐ bericht verschijnt op het Driver In‐
formation Centre.
■ Wanneer de parkeerhulp een ob‐ stakel herkent.
■ Bij een onbedoelde rijstrookwissel.
■ Als het roetfilter de maximale ver‐ zadigingsgraad bereikt.
Bij het parkeren van de auto en/ of het openen van het
bestuurdersportier ■ Als de contactsleutel nog in het contactslot steekt.
■ Bij ingeschakelde buitenverlichting.
Page 121 of 253

Verlichting119
De alarmlichten worden automatisch
ingeschakeld wanneer de airbags bij
een ongeval in werking treden.
Richtingaanwijzershendel
omhoog=rechter richtingaanwij‐
zersignaalhendel
omlaag=linker richtingaanwij‐
zersignaal
Als de hendel voorbij het weerstands‐
punt wordt geduwd, blijft de richting‐
aanwijzer ingeschakeld. Bij het terug‐ draaien van het stuurwiel gaat derichtingaanwijzer automatisch uit.
Om driemaal te knipperen, bijv. om
van rijstrook te wisselen, de hendel
tot tegen het weerstandspunt duwen
en loslaten.
Wanneer er een aanhangwagen is aangekoppeld, knippert de richting‐
aanwijzer zes keer wanneer u de hen‐
del indrukt tot u een weerstand voelt en u de hendel weer loslaat.
Voor langer richting aanwijzen de
hendel tot tegen het weerstandspunt
duwen en vasthouden.
Schakel de richtingaanwijzer hand‐
matig uit door de hendel in de oor‐
spronkelijke stand te zetten.Mistlampen voor
Bediening met toets >.
Lichtschakelaar in stand AUTO: bij
het inschakelen van de mistlampen
worden de koplampen automatisch
ingeschakeld.
Page 123 of 253

Verlichting121Binnenverlichting
Regelbare
instrumentenverlichting
Wanneer de rijverlichting aanstaat,
kunt u de lichtsterkte van de volgende lampen regelen:
■ Instrumentenverlichting
■ sfeerverlichting
■ plafondverlichting
■ Info-Display
■ Verlichte schakelaars en bedie‐ ningselementen.
Draai aan het kartelwiel A en houd dit
vast totdat de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Bij auto’s met een lichtsensor kan de
helderheid alleen worden aangepast
wanneer de rijverlichting aanstaat en
de lichtsensor nachtelijke omstandig‐
heden detecteert.
Binnenverlichting De voorste en achterste interieurver‐
lichting worden bij het in- en uitstap‐ pen vanzelf ingeschakeld en doven
met enige vertraging.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.Voorste interieurverlichting
Bedien de wipschakelaar:
w=automatisch in- en uit‐
schakelendruk op u=aandruk op v=uit
Plafondverlichting
De spot in de interieurverlichting gaat
aan wanneer de koplampen worden
ingeschakeld.
Sfeerverlichting
De sfeerverlichting bestaat uit indi‐
recte verlichting in de portieren en
rond de keuzehendel.
Page 142 of 253

140Rijden en bediening
■Wanneer de auto vlak of op een op‐
lopende helling staat, dan voor het
uitschakelen van het contact de
eerste versnelling inschakelen of
de keuzehendel in stand P zetten.
Op een oplopende helling boven‐
dien de voorwielen van de stoep‐
rand wegdraaien.
Wanneer de auto op een aflopende
helling staat, dan voor het uitscha‐ kelen van het contact de achteruit‐
versnelling inschakelen of de keu‐
zehendel in stand P zetten. Boven‐
dien de voorwielen naar de stoep‐ rand toedraaien.
■ Vergrendel de auto en activeer het alarmsysteem.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags wor‐
den geactiveerd, wordt de motor au‐
tomatisch uitgeschakeld als het
voertuig binnen een bepaalde tijd tot stilstand komt.Uitlaatgassen9 Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij in‐
ademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de pas‐
sagiersruimte dringen, de ruiten openen. Oorzaak van de storing
door een werkplaats laten verhel‐
pen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte bin‐
nen kunnen dringen.
Roetfilter
Het roetfilter verwijdert schadelijke
roetdeeltjes uit de uitlaatgassen. Het
systeem heeft een zelfreinigende
functie die tijdens het rijden automa‐
tisch wordt geactiveerd, zonder dat
hier een bericht over verschijnt. Het
filter wordt geregenereerd door ach‐
tergebleven roetdeeltjes periodiek bij
een hoge temperatuur te verbranden. Dit proces vindt in bepaalde rijom‐
standigheden automatisch plaats en
kan tot 25 minuten duren. Doorgaans neemt dit tussen 7 en 12 minuten in
beslag. Autostop is niet beschikbaar en het brandstofverbruik ligt mogelijk
hoger. Enige geur- en rookontwikke‐
ling tijdens deze procedure is nor‐
maal.
In bepaalde rijomstandigheden, zoals bij korte ritten, kan het systeem zich‐
zelf niet automatisch reinigen.
Page 202 of 253

200Verzorging van de auto
Nr.Stroomkring1Motorregelmodule2Lambdasonde3Brandstofinspuiting, ontste‐
kingssysteem4Brandstofinspuiting, ontste‐
kingssysteem5–6Spiegelverwarming7Aanjagerregeling8Lambdasonde, motorkoeling9Achterruitsensor10Accusensor11Ontgrendeling kofferruimte12Adaptief rijlicht (AFL), automati‐
sche verlichting13ABS-kleppen14–15Motorregelmodule16Startmotor17TransmissieregelmoduleNr.Stroomkring18Verwarmbare achterruit19Elektrische ruitbediening voorin20Elektrische ruitbediening
achterin21Relais- en zekeringhouder
achter22Grootlicht links (halogeen)23Koplampsproeiers24Rechter dimlicht (xenon)25Linker dimlicht (xenon)26Mistlampen27Verwarming dieselbrandstof28Start-stopsysteem29Elektrische handrem30ABS-pomp31–32Airbag33Adaptief rijlicht (AFL), automati‐
sche verlichting34UitlaatgasrecirculatieNr.Stroomkring35Elektrisch bediende ruiten,
regensensor, buitenspiegel36Verwarming en ventilatie37–38Vacuümpomp39Regelmodule brandstofsysteem40Wis-/wasinstallatie voor41Grootlicht rechts (halogeen)42Koelventilator43Voorruitwissers44–45Koelventilator46–47Claxon48Koelventilator49Brandstofpomp50Koplamphoogteregeling, adap‐
tief rijlicht (AFL)51–52Hulpverwarming, dieselmotor
Page 204 of 253

202Verzorging van de auto
Nr.Stroomkring1Displays2Regelmodule carrosserie, rijver‐
lichting3Regelmodule carrosserie, rijver‐
lichting4Infotainmentsysteem5Infotainmentsysteem, instru‐
ment612 V-aansluiting, aansteker712 V-aansluiting8Carrosserieregelmodule,
dimlicht linksNr.Stroomkring9Carrosserieregelmodule,
dimlicht rechts10Carrosserieregelmodule,
portiersloten11Aanjager12Elektrisch verstelbare bestuur‐
dersstoel13Elektrisch verstelbare passa‐
giersstoel14Diagnosestekker15Airbag16Kofferdekselrelais17Airconditioningssysteem18Servicediagnose19Carrosserieregelmodule, remlichten, achterlichten, interi‐
eurverlichting20–21Instrumentenpaneel22Ontstekingssysteem23CarrosserieregelmoduleNr.Stroomkring24Carrosserieregelmodule25–26Extra 12 V-aansluiting kofferbak
Zekeringenkast in
bagageruimte
De zekeringenkast zit links in de ba‐
gageruimte achter een deksel.
Verwijder het deksel.
Page 245 of 253

Klantinformatie243Registratie van
voertuigdata en privacy
Event Data Recorders
(EDR)
De auto is uitgerust met een aantal
complexe systemen die verschillende autogegevens bewaken en controle‐
ren. Sommige gegevens kunnen tij‐
dens normaal gebruik worden opge‐
slagen om het repareren van gecon‐
stateerde storingen te ondersteunen,
andere gegevens worden alleen op‐
geslagen bij een aanrijding of bij een
bijna-aanrijding door modules in uw
voertuigsystemen die beschikken
over een opnamefunctie voor gebeur‐
tenisgegevens, zoals de airbagregel‐
module.
De systemen kunnen diagnosegege‐
vens opslaan over de staat van de
auto (bijv. oliepeil of kilometerstand)
en informatie over deze wijze waarop
de auto werd bediend (bijv. motortoe‐ rental, gebruik van het remsysteem
en gebruik van de veiligheidsgor‐
dels).Om deze data uit te lezen, zijn speci‐
ale apparatuur en toegang tot de auto
vereist. Sommige diagnosegegevens worden elektronisch in de mondialesystemen van Opel ingevoerd wan‐
neer de auto voor onderhoud in de werkplaats is, om de onderhoudsge‐
schiedenis van de auto te kunnen
vastleggen. Daarmee kan de werk‐
plaats u efficiënt onderhouds- en re‐
paratiewerk bieden, op maat gemaakt
voor uw eigen auto. Elke keer als u de auto naar de werkplaats brengt.
De fabrikant zal geen informatie met
betrekking tot het gedrag van de be‐
stuurder over een ongeval opzoeken
of deze delen met anderen, tenzij:
■ de autobezitter, dan wel de lease- rijder in geval van een lease-autodaarmee akkoord gaat
■ in het kader van een officieel on‐ derzoek door de politie of een ver‐
gelijkbare overheidsinstantie
■ als hulpmiddel ter verdediging van de fabrikant bij wettelijke procedu‐
res
■ indien vereist door de wetDe fabrikant kan de verzamelde of
ontvangen diagnosedata bovendien
gebruiken:
■ ten behoeve van onderzoek dat de fabrikant verricht
■ om deze beschikbaar te stellen ten
behoeve van onderzoek, mits de
vereiste vertrouwelijkheid gewaar‐
borgd blijft en de noodzaak van der‐
gelijk onderzoek is aangetoond
■ om de algemene data, die niet aan een specifieke auto gekoppeld zijn,voor onderzoeksdoeleinden te de‐
len met andere organisaties
Page 248 of 253

246TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............228, 232
Aanduidingen op banden ..........205
Aanhanger trekken ....................177
Aansteker .................................... 85
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 182
Accu ........................................... 188
Achterlichten .............................. 195
Achterruitverwarming ................... 34
Achteruitkijkcamera ...................167
Achteruitrijlichten .......................120
Actieve hoofdsteunen ...................47
Adaptief rijlicht (AFL) .........115, 192
Adaptive Forward Lighting ...........96
Afmetingen auto ........................237
Afslagverlichting ......................... 115
Airbag deactiveren ....................... 63
Airbag-deactivering ...................... 91
Airbaglabel.................................... 58
Airbags, gordelspanners en rolbeugels.................................. 91
Airbagsysteem ............................. 58
Airconditioning ........................... 125
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 133
Alarmknipperlichten ...................118
Algemene informatie .................. 177Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 134
Andere auto slepen ...................222
Antiblokkeersysteem .................145
Antiblokkeersysteem (ABS) .........93
Armsteun ...................................... 54
Armsteun met opbergruimte ........72
Asbakken ..................................... 85
Autogegevens ............................ 232
Autokrik....................................... 204
Automatische dimfunctie .............31
Automatische verlichting ............ 112
Automatische versnellingsbak ...142
Automatisch vergrendelen ...........24
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 221
Auto stallen ................................. 182
B
Bagageruimte ........................ 25, 73
Bandenreparatieset ...................210
Bandenspanning .......................205
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 95, 206
Bandenspanningswaarden ........239
Batterijspanning .........................106
Bedieningsorganen ......................79
Bekerhouders .............................. 71
Bekleding .................................... 225
Beladingsinformatie .....................77
Page 249 of 253

247
Beslagen lampglazen ................120
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 152
Beveiliging van de auto ................26
Binnenspiegels ............................. 31
Binnenverlichting ...............121, 198
Blindehoeksysteem ....................166
Bolle vorm .................................... 29
Boordgereedschap .....................204
Boordinformatie .........................104
Brandstof .................................... 174
Brandstofmeter ............................ 87
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot 176
Brandstof voor benzinemotoren 174
Brandstof voor dieselmotoren ...174
Buitenspiegels .............................. 29
Buitentemperatuur .......................82
Buitenverlichting .........................111
C Car Pass ...................................... 20
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 14, 80
Code ........................................... 104
Conformiteitsverklaring ...............241
Contactslotstanden ....................135
Controlelampen ......................86, 89
Controle over de auto ................134
Controles .................................... 183
Cruise control ...................... 96, 152D
Dagrijlicht ................................... 115
Dagteller ...................................... 87
Diefstalalarmsysteem ..................27
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 190
Dimlicht of grootlicht ...................111
Driepuntsgordel ........................... 57
Driver Information Center .............97
E EHBO ........................................... 77
Elektrisch bediende ruiten ...........32
Elektrische aansluitingen .............85
Elektrische handrem .............93, 146
Elektrische stoelverstelling ..........52
Elektrische verstelling ..................29
Elektrisch systeem...................... 198
Elektronische rijprogramma's ....143
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....94
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) .........149
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............94
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............127
Event Data Recorders (EDR) .....243F
Frontaal airbagsysteem ...............62
Frontaanrijdingswaarschuwing ...155
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................105
Gereedschap ............................. 204
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................76
Gloeilamp vervangen ................190
Gordelverklikker ........................... 91
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................102
Grootlicht ............................. 96, 112
Grootlichtassistentie .............96, 113
H
Halogeenkoplampen .................191
Handgeschakelde versnellingsbak ......................145
Handmatige dimfunctie ................31
Handmatige modus ...................143
Handrem ............................. 145, 146
Handschoenenkastje ...................70
Handzender ................................. 21
Hellingrem ................................. 148
Hoofdsteunen .............................. 46
Page 252 of 253

250
Versnellingsbakdisplay ..............142
Verstelbare luchtroosters ........... 132
Vertraagde uitschakeling stroom 136
Verwarmde spiegels ....................30
Verwarmd stuurwiel .....................80
Verwarming ................................. 54
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 124
Verwerking van sloopauto .........183
Verzorging .................................. 223
Verzorging exterieur ..................223
Verzorging interieur ...................225
Vloerafdekking bagageruimte ......76
Voertuiggewicht .........................237
Voertuigidentificatienummer ......230
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorligger gedetecteerd ...............96
Voorruit ......................................... 31
Voorstoelen .................................. 48
Voorverwarming .......................... 94
W
Waarschuwingslampen ................86
Werkzaamheden uitvoeren .......183
Wieldoppen ................................ 210
Wiel verwisselen ........................214
Windgeleider................................. 42 Winterbanden ............................ 205
Wis-/wasinstallatie .......................14Wis-/wasinstallatie voorruit ..........81
Wisserblad vervangen ...............190
Z
Zekeringen ................................. 198 Zekeringenkast in bagageruimte 202
Zekeringenkast in motorruimte ..199
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............201
Zonnekleppen .............................. 34
Zijdelings airbagsysteem .............62
Zijmarkeringslichten.................... 111
Zijrichtingaanwijzers ..................196