alarm OPEL CASCADA 2016.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016.5, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2016.5Pages: 271, PDF Size: 7.79 MB
Page 168 of 271

166Rijden en bedieningDe gevoeligheid van het systeem
instellen
De gevoeligheid van het systeem kan
op kort, gemiddeld of ver worden in‐ gesteld.
Druk op V, de huidige instelling ver‐
schijnt op het Driver Information Cen‐ ter. Druk opnieuw op V om de ge‐
voeligheid van het systeem te wijzi‐
gen.
De bestuurder alarmeren
Een groene controlelamp voorligger
gedetecteerd A licht op in de instru‐
mentengroep wanneer het systeem
een voorligger heeft geconstateerd.Wanneer de afstand tot een voorlig‐
ger te kort wordt of wanneer u een
ander voertuig te snel nadert en er
een botsing dreigt, verschijnt het bot‐ singswaarschuwingssymbool op het
Driver Information Center.
Tegelijkertijd klinkt er een geluidssig‐
naal. Laat het rempedaal los als de
situatie dit vereist.
Uitschakelen
Het systeem kan worden gedeacti‐
veerd. Druk meerdere malen op V
totdat het volgende bericht op het Dri‐ ver Information Center verschijnt.
Page 178 of 271

176Rijden en bedieningLet op
Het parkeerhulpsysteem herkent automatisch een af fabriek gemon‐
teerde trekhaak. Het systeem wordt
gedeactiveerd zodra u de stekker
erin steekt.
Als gevolg van externe akoestische
of mechanische storingen is het mo‐ gelijk dat de sensor een niet-be‐
staand object (echostoring) herkent.
De geavanceerde parkeerhulp rea‐
geert eventueel niet op veranderin‐ gen van de parkeerplek nadat u met het parkeren bent begonnen.
Let op
Na gebruik moet de geavanceerde parkeerhulp worden gekalibreerd.
Voor optimale begeleiding tijdens het parkeren is een rijafstand van
ten minste 35 km, inclusief een aan‐
tal bochten, nodig.
Blindehoeksysteem
Het blindehoeksysteem detecteert en
meldt objecten die zich, binnen een
specifieke blindehoekzone, aan
weerszijden van de auto bevinden.
Het systeem alarmeert visueel in elkebuitenspiegels bij het detecteren die
in de binnen- en buitenspiegels wel‐
licht niet zichtbaar zijn.
De sensoren van het systeem bevin‐
den zich in de bumper aan de linker-
en rechterzijde van de auto.9 Waarschuwing
Het blinde-hoeksysteem vervangt
het zicht van de bestuurder niet.
Het systeem detecteert geen:
● Auto's die zich buiten de blinde
hoeken bevinden, en die mo‐
gelijk snel naderen.
● Voetgangers, fietsers of dieren.
Controleer voordat u van rijstrook
verandert altijd alle spiegels, kijk
over uw schouder en gebruik de
richtingaanwijzer.
Als het systeem tijdens het vooruitrij‐
den in de blindehoekzone een voer‐
tuig detecteert, licht er zowel bij auto's
die worden ingehaald of die u inhalen,
een geel waarschuwingssymbool B
in de betreffende buitenspiegel op.
Als de bestuurder vervolgens de rich‐
tingaanwijzer gebruikt, gaat het waar‐
schuwingssymbool B geel knipperen
als waarschuwing om niet van rij‐
strook te wisselen.
Let op
Als de passerende auto minstens 10 km/u sneller rijdt dan de gepas‐
seerde auto, licht het waarschu‐
wingssymbool B in de betreffende
buitenspiegel mogelijk niet op.
Het blindehoeksysteem werkt bij
snelheden van 10 km/u tot 140 km/u. Bij snelheden hoger dan 140 km/u
wordt het systeem inactief, aangege‐
ven door de verlichte waarschuwings‐ symbolen B in beide buitenspiegels.
Page 197 of 271

Verzorging van de auto195Algemene informatie
Accessoires en modificaties van auto
Wij raden u aan alleen gebruik te ma‐
ken van originele onderdelen, acces‐
soires en andere uitdrukkelijk door de fabriek voor uw autotype goedge‐
keurde onderdelen. Voor andere on‐ derdelen kunnen wij – ook als deze
door autoriteiten of anderszins zijn
goedgekeurd – niet beoordelen of
deze betrouwbaar zijn en er evenmin garant voor staan.
Geen aanpassingen in het elektrische
systeem aanbrengen, zoals wijzigin‐
gen in de elektronische stuurappara‐
ten (chip-tuning).Voorzichtig
Wanneer de auto getransporteerd wordt op een trein of een takelwa‐
gen kunnen de spatlappen be‐
schadigd worden.
Auto stallen
Langdurig stallen Wanneer u de auto meerdere maan‐
den moet stallen:
● Was de auto. Breng was op het lakwerk van de auto aan. Verzor‐
ging exterieur 3 236.
● Conservering van motorruimte en bodemplaat laten controleren.
● Afdichtrubbers reinigen en con‐ serveren.
● Brandstoftank volledig vullen.
● Motorolie verversen.
● Sproeiervloeistofreservoir leeg‐ maken.
● Vorst- en corrosiebestendigheid koelvloeistof controleren.
● Bandenspanning instellen op de waarde voor maximale belading.
● Auto in een droge en goed ge‐ ventileerde ruimte parkeren. Eer‐
ste versnelling of achteruitver‐
snelling inschakelen of keuze‐
hendel in stand P zetten. Voor‐
komen dat auto kan wegrollen.● Handrem niet aantrekken.
● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Sluit de softtop.
● Dek de softtop af om invloeden van buitenaf terug te brengen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten datgeen van de systemen werkt,
bijv. het diefstalalarmsysteem.
Weer in gebruik nemen Wanneer u de auto weer in gebruik
neemt:
● Poolklem op de minpool van de accu aansluiten. Elektronica voor
de elektrische ruitbediening in‐
schakelen.
● Bandenspanning controleren. ● Sproeiervloeistofreservoir vullen.
● Motoroliepeil controleren.
● Koelvloeistofpeil controleren.
● Zo nodig kentekenplaat monte‐ ren.
Page 266 of 271

264TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............241, 245
Aanduidingen op banden ..........217
Aanhanger trekken ....................189
Aansteker .................................... 86
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 195
Accu ........................................... 200
Achterlichten .............................. 206
Achterruitverwarming ................... 34
Achteruitkijkcamera ...................177
Achteruitrijlichten .......................125
Actieve hoofdsteunen ...................48
Adaptief rijlicht (AFL) .........120, 204
Adaptive Forward Lighting ...........97
AdBlue .................................. 95, 147
Afmetingen auto ........................250
Afslagverlichting ......................... 120
Airbag deactiveren ....................... 63 Airbag-deactivering ...................... 92
Airbaglabel.................................... 59
Airbags, gordelspanners en rolbeugels.................................. 92
Airbagsysteem ............................. 59
Airconditioning ........................... 130
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 138
Alarmknipperlichten ...................124
Algemene informatie .................. 188Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 140
Andere auto slepen ...................235
Antiblokkeersysteem .................155
Antiblokkeersysteem (ABS) .........94
Armsteun ...................................... 55
Armsteun met opbergruimte ........73
Asbakken ..................................... 86
Autogegevens ............................ 245
Autokrik....................................... 215
Automatische dimfunctie .............31
Automatische verlichting ............ 117
Automatische versnellingsbak ...151
Automatisch vergrendelen ...........25
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 234
Auto stallen ................................. 195
Autostop ..................................... 143
B Bagageruimte ........................ 25, 74
Bandenreparatieset ...................223
Bandenspanning .......................220
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 95, 217
Bandenspanningswaarden ........253
Batterijspanning .........................106
Bedieningsorganen ......................80
Bekerhouders .............................. 72
Bekleding .................................... 238
Page 267 of 271

265Beladingsinformatie .....................78
Beslagen lampglazen ................125
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 162
Beveiliging van de auto ................27
Binnenspiegels ............................. 31
Binnenverlichting ...............126, 209
Blindehoeksysteem ....................176
BlueInjection ............................... 147
Bolle vorm .................................... 29
Boordgereedschap .....................215
Boordinformatie .........................104
Brandstof .................................... 184
Brandstofmeter ............................ 88
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 187
Brandstof voor benzinemotoren 184
Brandstof voor dieselmotoren ...185
Buitenspiegels .............................. 29
Buitentemperatuur .......................83
Buitenverlichting .........................116
C Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................23
Claxon ................................... 14, 81
Code ........................................... 104
Conformiteitsverklaring ...............254
Contactslotstanden ....................141
Controlelampen ......................86, 89
Controle over de auto ................140Controles.................................... 196
Cruise control ...................... 97, 162
D Dagrijlicht ................................... 120
Dagteller ...................................... 87
DEF ............................................ 147
Diefstalalarmsysteem ..................27
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 202
Dieseluitlaatvloeistof ...................147
Dimlicht of grootlicht ...................116
Driepuntsgordel ........................... 57
Driver Information Center .............98
E EHBO ........................................... 77
Elektrisch bediende ruiten ...........32
Elektrische aansluitingen .............85
Elektrische handrem .............93, 156
Elektrische stoelverstelling ..........53
Elektrische verstelling ..................29
Elektrisch systeem...................... 210
Elektronische rijprogramma's ....153
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....95
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 159
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............94Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............132
Erkenning van software ..............257
Event Data Recorders (EDR) .....261
F Frontaal airbagsysteem ...............62
Frontaanrijdingswaarschuwing ...165
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................105
Gereedschap ............................. 215
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................77
Gloeilamp vervangen ................202
Gordelverklikker ........................... 92
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................102
Grootlicht ............................. 96, 118
Grootlichtassistentie .............97, 118
H
Halogeenkoplampen .................203
Handgeschakelde versnellingsbak ......................154
Handmatige dimfunctie ................31
Handmatige modus ...................152
Handmatige stoelverstelling .........49
Handrem ............................. 155, 156