Alar OPEL CASCADA 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2016Pages: 269, PDF Size: 7.73 MB
Page 149 of 269

Rijden en bediening147● Vergrendel de auto.
● Diefstalalarmsysteem inschake‐ len.
● Koelventilatoren kunnen ook na het afzetten van de motor in wer‐king treden 3 197.Voorzichtig
Na een rit waarbij met hoge mo‐
tortoerentallen of met hoge motor‐
belasting werd gereden, de motor
vóór het afzetten gedurende een
korte tijd met lage belasting laten
draaien of gedurende ca.
30 seconden stationair laten
draaien om de turbolader te be‐
schermen.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags wor‐
den geactiveerd, wordt de motor au‐ tomatisch uitgeschakeld als het
voertuig binnen een bepaalde tijd tot
stilstand komt.
Uitlaatgassen9 Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij in‐
ademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de pas‐
sagiersruimte dringen, de ruiten openen. Oorzaak van de storing
door een werkplaats laten verhel‐
pen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte bin‐
nen kunnen dringen.
Roetfilter
Het roetfilter verwijdert schadelijke
roetdeeltjes uit de uitlaatgassen. Het
systeem heeft een zelfreinigende
functie die tijdens het rijden automa‐
tisch wordt geactiveerd, zonder dat
hier een bericht over verschijnt. Het
filter wordt geregenereerd door ach‐
tergebleven roetdeeltjes periodiek bij
een hoge temperatuur te verbranden.
Dit proces vindt in bepaalde rijom‐
standigheden automatisch plaats en
kan tot 25 minuten duren. Doorgaans neemt dit tussen 7 en 12 minuten in
beslag. Autostop is niet beschikbaar en het brandstofverbruik ligt mogelijk
hoger. Enige geur- en rookontwikke‐
ling tijdens deze procedure is nor‐
maal.
Onder bepaalde rijomstandigheden,
bijv. bij korte ritten, kan het systeem
zichzelf niet automatisch reinigen.
Page 169 of 269

Rijden en bediening167De gevoeligheid van het systeem
instellen
De gevoeligheid van het systeem kan
op kort, gemiddeld of ver worden in‐ gesteld.
Druk op V, de huidige instelling ver‐
schijnt op het Driver Information Cen‐ ter. Druk opnieuw op V om de ge‐
voeligheid van het systeem te wijzi‐
gen.
De bestuurder alarmeren
Een groene controlelamp voorligger
gedetecteerd A licht op in de instru‐
mentengroep wanneer het systeem
een voorligger heeft geconstateerd.Wanneer de afstand tot een voorlig‐
ger te kort wordt of wanneer u een
ander voertuig te snel nadert en er
een botsing dreigt, verschijnt het bot‐ singswaarschuwingssymbool op het
Driver Information Center.
Tegelijkertijd klinkt er een geluidssig‐
naal. Laat het rempedaal los als de
situatie dit vereist.
Uitschakelen
Het systeem kan worden gedeacti‐
veerd. Druk meerdere malen op V
totdat het volgende bericht op het Dri‐ ver Information Center verschijnt.
Page 179 of 269

Rijden en bediening177Let op
Het parkeerhulpsysteem herkent
automatisch een af fabriek gemon‐
teerde trekhaak. Het systeem wordt
gedeactiveerd zodra u de stekker
erin steekt.
Als gevolg van externe akoestische
of mechanische storingen is het mo‐
gelijk dat de sensor een niet-be‐
staand object (echostoring) herkent.
De geavanceerde parkeerhulp rea‐
geert eventueel niet op veranderin‐
gen van de parkeerplek nadat u met het parkeren bent begonnen.
Let op
Na gebruik moet de geavanceerde
parkeerhulp worden gekalibreerd.
Voor optimale begeleiding tijdens het parkeren is een rijafstand van
ten minste 35 km, inclusief een aan‐
tal bochten, nodig.
Blindehoeksysteem
Het blindehoeksysteem detecteert en meldt objecten die zich, binnen een
specifieke blindehoekzone, aan
weerszijden van de auto bevinden.
Het systeem alarmeert visueel in elkebuitenspiegels bij het detecteren die
in de binnen- en buitenspiegels wel‐
licht niet zichtbaar zijn.
De sensoren van het systeem bevin‐
den zich in de bumper aan de linker-
en rechterzijde van de auto.9 Waarschuwing
Het blinde-hoeksysteem vervangt
het zicht van de bestuurder niet.
Het systeem detecteert geen:
● Auto's die zich buiten de blinde
hoeken bevinden, en die mo‐
gelijk snel naderen.
● Voetgangers, fietsers of dieren.
Controleer voordat u van rijstrook
verandert altijd alle spiegels, kijk
over uw schouder en gebruik de
richtingaanwijzer.
Als het systeem tijdens het vooruitrij‐
den in de blindehoekzone een voer‐
tuig detecteert, licht er zowel bij auto's
die worden ingehaald of die u inhalen,
een geel waarschuwingssymbool B
in de betreffende buitenspiegel op.
Als de bestuurder vervolgens de rich‐
tingaanwijzer gebruikt, gaat het waar‐
schuwingssymbool B geel knipperen
als waarschuwing om niet van rij‐
strook te wisselen.
Let op
Als de passerende auto minstens 10 km/u sneller rijdt dan de gepas‐
seerde auto, wordt het waarschu‐
wingssymbool B in de betreffende
buitenspiegel niet verlicht.
Het blindehoeksysteem werkt bij
snelheden van 10 km/u tot 140 km/u. Bij snelheden hoger dan 140 km/u
wordt het systeem inactief, aangege‐
ven door de verlichte waarschuwings‐ symbolen B in beide buitenspiegels.
Page 198 of 269

196Verzorging van de autoAlgemene informatieAccessoires en modificatiesvan auto
Wij raden u aan alleen gebruik te ma‐
ken van originele onderdelen, acces‐
soires en andere uitdrukkelijk door de fabriek voor uw autotype goedge‐
keurde onderdelen. Voor andere on‐
derdelen kunnen wij – ook als deze
door autoriteiten of anderszins zijn
goedgekeurd – niet beoordelen of
deze betrouwbaar zijn en er evenmin garant voor staan.
Geen aanpassingen in het elektrische
systeem aanbrengen, zoals wijzigin‐
gen in de elektronische stuurappara‐
ten (chip-tuning).Voorzichtig
Wanneer het voertuig getranspor‐
teerd wordt op een trein of een ta‐ kelwagen kunnen de spatlappen
beschadigd worden.
Auto stallen
Langdurig stallen Wanneer u de auto meerdere maan‐
den moet stallen:
● Was de auto. Breng was op het lakwerk van de auto aan. Verzor‐
ging exterieur 3 237.
● Conservering van motorruimte en bodemplaat laten controleren.
● Afdichtrubbers reinigen en con‐ serveren.
● Brandstoftank volledig vullen.
● Motorolie verversen.
● Sproeiervloeistofreservoir leeg‐ maken.
● Vorst- en corrosiebestendigheid koelvloeistof controleren.
● Bandenspanning instellen op de waarde voor maximale belading.
● Auto in een droge en goed ge‐ ventileerde ruimte parkeren. Eer‐
ste versnelling of achteruitver‐
snelling inschakelen of keuze‐
hendel in stand P zetten. Voor‐
komen dat auto kan wegrollen.● Handrem niet aantrekken.
● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Sluit de softtop.
● Dek de softtop af om invloeden van buitenaf terug te brengen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten datgeen van de systemen werkt,
bijv. het diefstalalarmsysteem.
Weer in gebruik nemen Wanneer u de auto weer in gebruik
neemt:
● Poolklem op de minpool van de accu aansluiten. Elektronica voorde elektrische ruitbediening in‐schakelen.
● Bandenspanning controleren.
● Sproeiervloeistofreservoir vullen.
● Motoroliepeil controleren.
● Koelvloeistofpeil controleren.
● Zo nodig kentekenplaat monte‐ ren.
Page 264 of 269

262TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............241, 245
Aanduidingen op banden ..........218
Aanhanger trekken ....................190
Aansteker .................................... 87
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 196
Accu ........................................... 201
Achterlichten .............................. 207
Achterruitverwarming ................... 35
Achteruitkijkcamera ...................178
Achteruitrijlichten .......................126
Actieve hoofdsteunen ...................49
Adaptief rijlicht (AFL) .........121, 205
Adaptive Forward Lighting ...........98
AdBlue .................................. 96, 148
Afmetingen auto ........................251
Afslagverlichting ......................... 121
Airbag deactiveren ....................... 64 Airbag-deactivering ...................... 93
Airbaglabel.................................... 60
Airbags, gordelspanners en rolbeugels.................................. 93
Airbagsysteem ............................. 60
Airconditioning ........................... 131
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 139
Alarmknipperlichten ...................125
Algemene informatie .................. 189Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 141
Andere auto slepen ...................236
Antiblokkeersysteem .................156
Antiblokkeersysteem (ABS) .........95
Armsteun ...................................... 56
Armsteun met opbergruimte ........74
Asbakken ..................................... 87
Autogegevens ............................ 245
Autokrik....................................... 216
Automatische dimfunctie .............32
Automatische verlichting ............ 118
Automatische versnellingsbak ...152
Automatisch vergrendelen ...........26
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 235
Auto stallen ................................. 196
B Bagageruimte ........................ 26, 75
Bandenreparatieset ...................224
Bandenspanning .......................221
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 96, 218
Bandenspanningswaarden ........254
Batterijspanning .........................107
Bedieningsorganen ......................81
Bekerhouders .............................. 73
Bekleding .................................... 239
Beladingsinformatie .....................79
Page 265 of 269

263Beslagen lampglazen ................126
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 163
Beveiliging van de auto ................28
Binnenspiegels ............................. 32
Binnenverlichting ...............127, 210
Blindehoeksysteem ....................177
BlueInjection ............................... 148
Bolle vorm .................................... 30
Boordgereedschap .....................216
Boordinformatie .........................105
Brandstof .................................... 185
Brandstofmeter ............................ 89
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 188
Brandstof voor benzinemotoren 185
Brandstof voor dieselmotoren ...186
Buitenspiegels .............................. 30
Buitentemperatuur .......................84
Buitenverlichting .........................117
C Car Pass ...................................... 22
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 15, 82
Code ........................................... 105
Conformiteitsverklaring ...............255
Contactslotstanden ....................142
Controlelampen ......................87, 90
Controle over de auto ................141Controles.................................... 197
Cruise control ...................... 98, 163
D Dagrijlicht ................................... 121
Dagteller ...................................... 88
DEF ............................................ 148
Diefstalalarmsysteem ..................28
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 203
Dieseluitlaatvloeistof ...................148
Dimlicht of grootlicht ...................117
Driepuntsgordel ........................... 58
Driver Information Center .............99
E EHBO ........................................... 78
Elektrisch bediende ruiten ...........33
Elektrische aansluitingen .............86
Elektrische handrem .............94, 157
Elektrische stoelverstelling ..........54
Elektrische verstelling ..................30
Elektrisch systeem...................... 211
Elektronische rijprogramma's ....154
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....96
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 160
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............95Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............133
Erkenning van software ..............257
Event Data Recorders (EDR) .....259
F Frontaal airbagsysteem ...............63
Frontaanrijdingswaarschuwing ...166
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................106
Gereedschap ............................. 216
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................78
Gloeilamp vervangen ................203
Gordelverklikker ........................... 93
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................103
Grootlicht ............................. 97, 119
Grootlichtassistentie .............98, 119
H
Halogeenkoplampen .................204
Handgeschakelde versnellingsbak ......................155
Handmatige dimfunctie ................32
Handmatige modus ...................153
Handrem ............................. 156, 157
Handschoenenkastje ...................72