MPG OPEL CASCADA 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2016Pages: 269, PDF Size: 7.73 MB
Page 119 of 269

Verlichting117VerlichtingRijverlichting.............................. 117
Lichtschakelaar .......................117
Automatische verlichting .........118
Grootlicht ................................. 119
Grootlichtassistentie ................119
Lichtsignaal ............................. 120
Koplampverstelling ..................120
Koplampinstelling in het buitenland ............................... 120
Dagrijlicht ................................. 121
Adaptief rijlicht (AFL) ...............121
Alarmknipperlichten .................125
Richtingaanwijzers ..................125
Mistlampen voor ......................125
Mistachterlicht ......................... 126
Parkeerlichten ......................... 126
Achteruitrijlichten .....................126
Beslagen lampglazen ..............126
Binnenverlichting .......................127
Regelbare instrumentenverlichting .........127
Leeslampen ............................. 128
Verlichting zonneklep ..............128
Verlichtingsfuncties ....................128
Instapverlichting ......................128Uitstapverlichting .....................128
Ontlaadbeveiliging accu ..........129Rijverlichting
Lichtschakelaar
Lichtschakelaar draaien:
7:verlichting uit8:zijmarkeringslichten9:dimlicht of grootlicht
Controlelamp 8 3 97.
Page 128 of 269

126VerlichtingOm in te schakelen > indrukken.
Lichtschakelaar in stand AUTO: bij
het inschakelen van de mistlampen
worden de koplampen automatisch
ingeschakeld.
Mistachterlicht
Om in te schakelen r indrukken.
Lichtschakelaar in stand AUTO: bij in‐
schakelen van het mistachterlicht
worden de koplampen automatisch
ingeschakeld.
Lichtschakelaar in stand 8: mistach‐
terlicht kan alleen in combinatie met
voorste mistlampen worden inge‐
schakeld.
Het mistachterlicht van de auto wordt
bij het aankoppelen van een aanhan‐
ger uitgeschakeld.
Parkeerlichten
Bij het parkeren kunnen de parkeer‐
lichten aan één kant worden inge‐
schakeld:
1. Contact uitschakelen.
2. Richtingaanwijzerhendel volledig omhoog- (parkeerlichten rechts)
of omlaaghalen (parkeerlichten links).
Bevestiging door een geluidssignaal
en de bijbehorende controlelamp van
de richtingaanwijzer.
Achteruitrijlichten
Het achteruitrijlicht gaat branden
wanneer het contact aanstaat en de
auto in de achteruitversnelling staat.
Beslagen lampglazen
De binnenkant van de lampenglazen
kan bij koud en vochtig weer, bij he‐
vige regen of na een wasbeurt korte
tijd beslaan. De condens verdwijnt na korte tijd vanzelf, om dit te versnellen
de verlichting inschakelen.
Page 265 of 269

263Beslagen lampglazen ................126
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 163
Beveiliging van de auto ................28
Binnenspiegels ............................. 32
Binnenverlichting ...............127, 210
Blindehoeksysteem ....................177
BlueInjection ............................... 148
Bolle vorm .................................... 30
Boordgereedschap .....................216
Boordinformatie .........................105
Brandstof .................................... 185
Brandstofmeter ............................ 89
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 188
Brandstof voor benzinemotoren 185
Brandstof voor dieselmotoren ...186
Buitenspiegels .............................. 30
Buitentemperatuur .......................84
Buitenverlichting .........................117
C Car Pass ...................................... 22
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 15, 82
Code ........................................... 105
Conformiteitsverklaring ...............255
Contactslotstanden ....................142
Controlelampen ......................87, 90
Controle over de auto ................141Controles.................................... 197
Cruise control ...................... 98, 163
D Dagrijlicht ................................... 121
Dagteller ...................................... 88
DEF ............................................ 148
Diefstalalarmsysteem ..................28
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 203
Dieseluitlaatvloeistof ...................148
Dimlicht of grootlicht ...................117
Driepuntsgordel ........................... 58
Driver Information Center .............99
E EHBO ........................................... 78
Elektrisch bediende ruiten ...........33
Elektrische aansluitingen .............86
Elektrische handrem .............94, 157
Elektrische stoelverstelling ..........54
Elektrische verstelling ..................30
Elektrisch systeem...................... 211
Elektronische rijprogramma's ....154
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....96
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 160
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............95Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............133
Erkenning van software ..............257
Event Data Recorders (EDR) .....259
F Frontaal airbagsysteem ...............63
Frontaanrijdingswaarschuwing ...166
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................106
Gereedschap ............................. 216
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................78
Gloeilamp vervangen ................203
Gordelverklikker ........................... 93
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................103
Grootlicht ............................. 97, 119
Grootlichtassistentie .............98, 119
H
Halogeenkoplampen .................204
Handgeschakelde versnellingsbak ......................155
Handmatige dimfunctie ................32
Handmatige modus ...................153
Handrem ............................. 156, 157
Handschoenenkastje ...................72