OPEL CASCADA 2018.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018.5, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2018.5Pages: 275, PDF Size: 7.94 MB
Page 221 of 275

Verzorging van de auto219
Druk op MENU om Informatiemenu
voertuig te selecteren X.
Draai aan het stelwiel om het bandenā
spanningscontrolesysteem te selecā
teren.
De systeemstatus en bandenspanā
ningswaarschuwingen worden
samen met het betreffende wiel
aangegeven in een bericht op het Driver Information Center.
Voor de waarschuwingen kijkt het
systeem ook naar de temperatuur
van de band.
Afhankelijkheid van temperatuur
3 221.
Bij het detecteren van een te lage
bandenspanning licht controlelampje
w 3 94 op.
Als
w oplicht, stop dan bij de eerstā
volgende gelegenheid en breng de
banden op de aanbevolen spanningsā
waarden 3 254.
Als w 60-90 seconden knippert en
daarna continu wordt verlicht, is er
een fout in het systeem. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Na het op spanning brengen moet u
wellicht een stukje rijden om de
bandenspanningswaarden op Driver
Information Center bij te werken.
Hierbij kan w oplichten.
Als w bij lagere temperaturen oplicht
en na het rijden dooft, kan dit duiden
op een naderende te lage bandenā
spanning. Bandenspanning controleā
ren.
Boordinformatie 3 103.
Schakel het contact uit wanneer de
bandenspanning moet worden
verhoogd of verlaagd.
Monteer alleen wielen met druksenā
soren, anders wordt de bandenspanā
ning niet weergegeven en brandt w
voortdurend.
Page 222 of 275

220Verzorging van de autoEen reservewiel of tijdelijk reserveā
wiel heeft geen druksensor. Het
bandenspanningscontrolesysteem
werkt niet op deze banden. De
controlelamp w brandt. Voor de
overige drie wielen blijft het systeem
werken.
Gebruik van standaard verkrijgbare
vloeibare bandenreparatiesets kan
de werking van het systeem nadelig
beĆÆnvloeden. Gebruik bij voorkeur
door de fabriek goedgekeurde repaā
ratiesets.
Als u elektronische apparaten
gebruikt of zich in de buurt vindt van
voorzieningen die vergelijkbare
frequenties gebruiken, kan dit de
werking van het bandenspanningsā
controlesysteem verstoren.
Elke keer bij het verwisselen van de
banden moeten de bandenspanā
ningssensoren worden gedemonā
teerd en onderhouden. Bij opgeā
schroefde sensoren: vervang het
ventielelement en de keerring. Bij
opgeklikte sensor: vervang de
complete ventielsteel.Status belading van auto
Pas de bandenspanning volgens de
informatie op het etiket van de band
of in de tabel bandenspanningswaarā den aan op de belading van de auto3 254 en selecteer de betreffende
instelling in het menu Bandbelasting
op het Driver Information Center
3 97. Deze instelling is de referentieā
waarde voor waarschuwingen over
de bandenspanning.
Het menu Bandenbelasting verschijnt
alleen als de auto stilstaat en de handrem aangetrokken is. Bij auto's
met automatische versnellingsbak
moet de keuzehendel op P staan.Selecteer:
ā Licht voor een comfortabele
spanning tot 3 inzittenden
ā Eco voor een Eco-spanning tot
3 inzittenden
ā Max voor volledige belading
Koppelingsprocedure
bandenspanningssensor
Elke bandenspanningsensor heeft
een unieke identificatiecode. De idenā tificatiecode moet aan de positie van
een nieuw wiel worden gekoppeld
nadat de wielen zijn geroteerd of alle wielen zijn verwisseld en als een of
meer bandenspanningssensoren zijn
vervangen. De bandenspanningsā
sensoren moeten ook worden gekopā
peld na het vervangen van een reserā
vewiel door een reguliere band met
een bandenspanningssensor.
Bij de volgende contactcyclus moeten
de storingslamp w en het waarschuā
wingsbericht doven/verdwijnen. De
sensoren worden met een inleergeā
reedschap in de volgende volgorde
gekoppeld aan de wielposities: voorā
wiel linkerzijde, voorwiel rechterzijde,
Page 223 of 275

Verzorging van de auto221achterwiel rechterzijde en achterwiellinkerzijde. De richtingaanwijzer in de
huidige actieve stand wordt verlicht
totdat de sensor is gekoppeld.
Raadpleeg uw werkplaats voor
onderhoud. U hebt twee minuten voor het koppelen van de positie van het
eerste wiel en vijf minuten voor het
koppelen van de positie van alle vier
de wielen. Bij het overschrijden van
deze tijd stopt het koppelen en moet u opnieuw beginnen.
Koppel de bandenspanningssensoā
ren als volgt:
1. Trek de handrem aan.
2. Schakel het contact in.
3. Op auto's met automatische versnellingsbak: zet de keuzeā
hendel in P.
Bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak: selecteer
Neutraalstand.
4. Gebruik MENU op de richtingaanā
wijzerhendel om Informatiemenu
voertuig op het Driver Information
Center te selecteren.5. Draai het stelwieltje om naar het bandenspanningsmenu te schuiā
ven.
6. Druk op SET/CLR om het koppeā
len van de sensoren te starten. Er
moet een bericht met een vraag
om acceptatie van het proces
verschijnen.
7. Druk nogmaals op SET/CLR om
de selectie te bevestigen. De
claxon piept twee keer om aan te
geven dat de ontvanger in de
inleermodus staat.
8. Begin met de voorwiel aan de linkerzijde.
9. Zet de inleertool bij het ventiel tegen de wang van de band. Drukdaarna op de toets om de bandenā
spanningssensor te activeren. De claxon piept ter bevestiging dat de sensoridentificatiecode aan de
positie van dit wiel is gekoppeld.
10. Ga verder met het voorwiel rechts
en herhaal de procedure zoals
beschreven in stap 9.
11. Ga verder met het achterwiel rechts en herhaal de procedure
zoals beschreven in stap 9.12. Ga verder met het achterwiel links
en herhaal de procedure zoals
beschreven in stap 9. De claxon
klinkt twee keer ter aanduiding dat
de sensoridentificatiecode aan de linkerachterband is gekoppeld en
dat de procedure voor het koppeā len van de bandenspanningssenā
soren afgesloten is.
13. Schakel het contact uit.
14. Breng alle vier banden op de aanbevolen bandenspanning
zoals aangegeven op het etiket
bandenspanningsinformatie.
15. Zorg dat de bandenlaadstatus volgens de geselecteerde spanā
ning is ingesteld 3 97.
Bandenspanning
De bandenspanning minstens om de
14 dagen en vóór elke lange rit bij
koude banden controleren. Het reserā vewiel niet vergeten. Dit geldt ookvoor auto's met een bandenspanā
ningscontrolesysteem.
Page 224 of 275

222Verzorging van de auto
Bandenspanning 3 254.
De bandenspanningsinformatiesticā
ker in de linker portieropening
vermeldt de originele banden en de
bijbehorende bandenspanning.
De voorgeschreven bandenspanning geldt bij koude banden. De waarde
geldt voor zowel zomer- als winterā
banden.
Reservewiel altijd oppompen tot de
bandenspanning bij maximale belaā
ding.
De ECO-bandenspanning dient om
een zo laag mogelijk brandstofverā
bruik te bereiken.
Een onjuiste bandenspanning beĆÆnā
vloedt de veiligheid, het weggedrag,
het rijcomfort en het brandstofverā
bruik negatief en verhoogt de
bandenslijtage.
De bandenspanningswaarden
verschillen afhankelijk van de diverse opties. Ga voor de juiste bandenāspanningswaarde als volgt te werk:
1. Bepaal de code van de motor-ID. Motorgegevens 3 250.
2. Bepaal de betreffende band.
De bandenspanningswaardetabellen
vermelden alle mogelijke bandenā
combinaties 3 254.
Voor de voor uw auto goedgekeurde
banden kunt u de EEG-conformiteitsā
verklaring die bij uw auto is geleverd, of andere landelijke registratiedocuā
menten raadplegen.
De bestuurder is verantwoordelijk
voor het juist instellen van de bandenā
spanning.9 Waarschuwing
Een te lage bandenspanning kan
aanleiding geven tot oververhitting van de banden en interne beschaā
digingen, wat bij hoge snelheden
loslatende loopvlakken en zelfs
klapbanden kan veroorzaken.
9 Waarschuwing
Bij specifieke banden mag de
aanbevolen bandenspanning
zoals vermeld in de bandenspanā
ningstabel de op de band aangeā
geven maximale bandenspanning
overschrijden. Overschrijd nooit de op de band aangegeven maxiā
male bandenspanning.
Wanneer u de bandenspanning van
een auto met bandenspanningsconā
trolesysteem moet verhogen of verlaā
gen, schakel dan de ontsteking uit.
Schakel na het aanpassen van de
bandenspanning het contact in en
selecteer de betreffende instelling op
de pagina Draagvermogen band op
het Driver Information Center 3 97.
Page 225 of 275

Verzorging van de auto223Afhankelijkheid van temperatuurDe bandenspanning hangt af van de
temperatuur van de band. Onderweg
lopen de temperatuur en de spanning van de band op. De bandenspanninā
gen op de bandinformatiesticker en in
de bandenspanningentabel verwijzen naar koude banden, dus bij een
temperatuur van 20 °C.
De druk wordt voor iedere temperaā
tuurstijging van 10 °C met bijna
10 kPa verhoogd. Houd hiermee
rekening wanneer u warme banden
controleert.
De bandenspanningswaarde die u op
het Driver Information Center ziet, is
de huidige bandenspanning. Bij een
afgekoelde band is deze waarde iets
lager, maar is de band niet lek.
Profieldiepte
Regelmatig de profieldiepte controleā
ren.
Om veiligheidsredenen de banden te
vervangen wanneer een profieldiepte
van 2ā3 mm (4 mm voor winterbanā den) is bereikt.Om veiligheidsredenen mag het
verschil in profieldiepte van banden
op ƩƩn as niet meer dan 2 mm zijn.
De wettelijk toegestane minimumproā
fieldiepte (1,6 mm) is bereikt wanneer het profiel tot aan ƩƩn van de slijtage- indicatoren (TWI = Tread Wear Indiā
cator) is afgesleten. De positie van de slijtage-indicatoren wordt aangeduid
door merktekens op de zijwand van
de band.
Is de slijtage voor groter dan achter,
dan de voorbanden regelmatig
omwisselen met de achterbanden. De draairichting van de wielen moet
dezelfde als voorheen zijn.
Banden verouderen ook wanneer er
niet mee gereden wordt. Wij raden u
aan de banden om de 6 jaar te
vervangen.
Van banden- en velgmaatveranderen
Bij het gebruik van banden met een
andere bandenmaat dan af fabriek
gemonteerd, moeten mogelijk de
snelheidsmeter en de voorgeschreā
ven bandenspanning geherprogramā
meerd worden en moeten er eventuā
eel andere aanpassingen aan de auto
worden verricht.
Laat na montage van banden met een andere bandenmaat de sticker met
de bandenspanning vervangen.
3 2189 Waarschuwing
Rijden met ongeschikte banden of
wielen kan ongevallen veroorzaā
ken en de typegoedkeuring van de auto vervalt hierdoor.
Page 226 of 275

224Verzorging van de autoWieldoppen
Gebruik wieldoppen en banden die
door de fabriek voor de desbetrefā
fende auto zijn goedgekeurd en daarā mee aan alle eisen voor de desbeā
treffende combinatie van wielen en
banden voldoen.
Als de gebruikte wieldoppen en
banden niet door de fabriek zijn goedā gekeurd, mogen de banden niet voorā
zien zijn van een velgbeschermrand.
Wieldoppen mogen de koeling van de remmen niet belemmeren.9 Waarschuwing
Het gebruik van ongeschikte
banden of wieldoppen kan tot plotā
seling drukverlies leiden met
ongelukken als mogelijk gevolg.
Auto's met stalen velgen: Bij gebruik van wielborgmoeren mogen de wielā
doppen niet worden bevestigd.
Sneeuwkettingen
Gebruik sneeuwkettinghen alleen op
de voorwielen.
Gebruik altijd kettingen met fijne
schakels waardoor het loopvlak en de binnenkanten (inclusief kettingslot)
met niet meer dan 10 mm toenemen.
9Waarschuwing
Beschadigingen kunnen een klapā
band veroorzaken.
Sneeuwkettingen zijn toegestaan op
de bandenmaten 225/55 R17 en
245/45 R18.
Het gebruik van sneeuwkettingen op
een compact reservewiel is niet
toegestaan.
Bandenreparatieset Lichte beschadigingen van het loopā
vlak van de banden kan met de
bandenreparatieset worden verholā
pen.
Vreemde voorwerpen niet uit de
banden verwijderen.
Beschadigingen die groter zijn dan
4 mm of die in de bandwang zitten,
kunnen niet met de bandenreparatieā
set worden verholpen.9 Waarschuwing
Niet sneller rijden dan 80 km/u.
Niet langdurig gebruiken.
Bestuurbaarheid en rijeigenā
schappen worden mogelijk nadeā
lig beĆÆnvloed.
Bij bandenpech:
Handrem aantrekken en eerste
versnelling, achteruitversnelling of P
inschakelen.
Page 227 of 275

Verzorging van de auto225
De bandenreparatieset zit in een
doos onder de vloerafdekplaat van de
bagageruimte.
Bij andere versies is er een zak met
de bandenreparatieset bevestigd aan het sjoroog linksachter in de bagageā
ruimte.
1. Haal de bandenreparatieset uit de
bagageruimte.
2. Verwijder de compressor.
3. Verwijder de aansluitkabel en de luchtslang uit de opbergvakken
aan de onderkant van de compressor.
4. Schroef de compressorluchtslang
op de koppeling van de fles
afdichtmiddel.
5. Zet de fles afdichtmiddel in de houder op de compressor.
Plaats de compressor dicht bij de
band, zodanig dat de fles afdichtā
middel rechtop staat.
Page 228 of 275

226Verzorging van de auto
6. Ventieldop van defecte bandlosschroeven.
7. Schroef de vulslang op het ventiel.
8. De schakelaar van de compresā sor moet op J staan.
9. Steek de compressorstekker in de
12V-aansluiting of de aanstekeā
raansluiting.
Om te voorkomen dat de accu
leegraakt, is het raadzaam de
motor te laten draaien.10. Zet de wipschakelaar van de compressor op I. De band wordt
nu met afdichtmiddel gevuld.
11. Tijdens het leeglopen van de fles met afdichtmiddel (ca.
30 seconden) loopt de manomeā
ter van de compressor korte tijd
op tot 6 bar. De bandenspanā
ningswaarde begint daarna weer
te dalen.
12. Al het afdichtmiddel wordt in de band gepompt. Daarna wordt de
band opgepompt.
13. De voorgeschreven bandenspanā ning moet binnen 10 minuten
worden bereikt. Bandenspanning
3 254 . Schakel de compressor uit
wanneer de juiste bandenspanā
ning is bereikt.
Wordt de voorgeschreven
bandenspanning niet binnen
10 minuten bereikt, dan de
bandenreparatieset verwijderen.
De auto ƩƩn wielomwenteling
verrijden. De bandenreparatieset
weer aansluiten en het vulproces
10 minuten lang voortzetten.
Wordt de voorgeschreven bandenspanning dan nog niet
bereikt, dan is de band te ernstig
beschadigd. De hulp van een
werkplaats inroepen.
Laat eventueel de te hoge
bandenspanning af via de knop
boven op de manometer.
Page 229 of 275

Verzorging van de auto227De compressor niet langer dan
10 minuten laten werken.
14. Maak de bandenreparatieset los. Borglipje op houder indrukken omfles met afdichtmiddel uit houder
te verwijderen. De bandenvulā
slang op de vrije aansluiting van
de fles met afdichtmiddel schroeā
ven. Hierdoor wordt voorkomen
dat er afdichtmiddel uit de fles
stroomt. Bandenreparatieset in de
bagageruimte opbergen.
15. Eventueel vrijgekomen afdichtā middel met een doek verwijderen.
16. Het op de fles met afdichtmiddel aanwezige etiket met de maxiā
maal toelaatbare snelheid in het
gezichtsveld van de bestuurder
aanbrengen.
17. De rit onmiddellijk voortzetten, zodat het afdichtmiddel zich
gelijkmatig in de band kan
verspreiden. Na ca. 10 km rijden
(uiterlijk na 10 minuten) stoppen
en de bandenspanning controleā
ren. Hiervoor de luchtslang van de compressor rechtstreeks op
bandventiel en compressor
schroeven.
Bij een bandenspanning hoger
dan 1,3 bar, de bandenspanning
op de voorgeschreven waarde
brengen. Procedure herhalen totdat de bandenspanning niet
meer afneemt.
Bij een bandenspanning lager
dan 1,3 bar, de auto niet meer
gebruiken. De hulp van een werkā
plaats inroepen.
18. Berg de bandenreparatieset op in
de bagageruimte.
Let op
De rijeigenschappen van de
herstelde band zijn veel minder
goed, daarom deze band laten
vervangen.
Bij abnormale geluiden of sterke
verhitting van de compressor, deze
minimaal 30 minuten lang uitschaā
kelen.
Het ingebouwde veiligheidsventiel
opent bij een druk van 7 bar.
Let op de houdbaarheidsdatum van
de set. Na deze datum is niet meer
gegarandeerd dat het middel nog
goed afdicht. Op de bewaarinstrucā
ties op de fles met afdichtmiddel
letten.
Gebruikte fles met afdichtmiddel
vervangen. Afvoeren volgens de
desbetreffende wettelijke voorschrifā ten.
De compressor en het afdichtmiddel zijn vanaf ca. ā30 °C te gebruiken.
De aanwezige hulpstukken kunnen
voor het oppompen van ballen,
luchtbedden en opblaasboten e.d.
worden gebruikt. Deze zitten aan de onderkant van de compressor. Om
deze te verwijderen, schroeft u de
compressorluchtslang erop en trekt
u de adapter eruit.
Page 230 of 275

228Verzorging van de autoWiel verwisselen
Sommige autoās hebben in plaats van
een reservewiel een bandenreparaā
tieset 3 224.
De onderstaande voorbereidingen
treffen en de instructies opvolgen:
ā Auto op een vlakke en stevige ondergrond parkeren die niet
glad is. Voorwielen in de rechtuitā stand draaien.
ā Handrem aantrekken en eerste versnelling, achteruitversnelling
of P inschakelen.
ā Reservewiel verwijderen 3 230.
ā Nooit meerdere wielen tegelijkerā
tijd vervangen.
ā Gebruik de krik alleen om een wiel te verwisselen bij bandenāpech en niet voor de jaarlijkse
montage van winter- of zomerā banden.
ā De krik is onderhoudsvrij.
ā Bij een zachte ondergrond, een stevige plank (max. 1 cm dik)
onder de krik leggen.
ā Haal zware voorwerpen van de auto voordat u deze opkrikt.ā In de op te krikken auto mogenzich geen personen of dieren
bevinden.
ā Nooit onder een opgekrikte auto kruipen.
ā Opgekrikte auto niet starten.
ā Reinig de wielmoeren en de draad met een schone doek
voordat u het wiel plaatst.9 Waarschuwing
Vet de wielbout, de wielmoer en
de conus van de wielmoer niet in.
1. Wielmoerdoppen met een schroeā
vendraaier loswippen en verwijā
deren. Wieldop verwijderen.
Boordgereedschap 3 216.
Lichtmetalen velgen: Wielmoerā
doppen met een schroevenā
draaier loswippen en verwijderen. Ter bescherming een zachte doek
tussen de schroevendraaier en de lichtmetalen velg aanbrengen.
Lichtmetalen velgen met middenā
wielboutdop: Maak de middendop los door de trekker 3 216 in de
uitsparing van het merkembleem
te plaatsen en te trekken.