infotainment OPEL COMBO 2014 Handleiding Infotainment (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: COMBO, Model: OPEL COMBO 2014Pages: 69, PDF Size: 1.13 MB
Page 35 of 69

AUX-ingang35AUX-ingangAlgemene aanwijzingen...............35
Gebruik ........................................ 35Algemene aanwijzingen
Radio met cd / mp3-speler
In de middenconsole bevindt zich een
AUX-poort voor het aansluiten van
externe audiobronnen.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
Het is mogelijk om bijv. een draag‐ bare cd-speler met een 3,5 mm-stek‐
ker aan te sluiten op de AUX-ingang.
Gebruik
Druk op het Infotainmentsysteem meerdere malen op de toets MEDIA
om de AUX-modus te activeren en
schakel het externe audioapparaat in.Voorzichtig
Voordat u een extra apparaat aan‐ sluit of loskoppelt, bijv. een draag‐
bare cd-speler, schakelt u de spe‐ ler en het infotainment-systeem uit
om problemen met de geluidskwa‐
liteit en mogelijke schade aan de
apparatuur te voorkomen.
Een audiobron die is aangesloten op
de AUX-ingang werkt alleen via de
bedieningsorganen op de audiobron
zelf. Met de bedieningsorganen op
het Infotainmentsysteem kunt u niet
naar een andere track, map of af‐
speellijst gaan.
De naam van de artiest of het num‐
mer wordt niet op het display weer‐
gegeven.
Page 39 of 69

USB-poort39
■ Configureer de iPod voor gebruikals een externe schijf. Raadpleeg
de gebruikershandleiding van de
iPod
■ Als de configuratie is gemaakt op een Apple -computer, configureert u
deze op een Windows-pc
■ Sla de muziektracks op als audio‐ bestanden die compatibel met het
Infotainmentsysteem zijn
Deze handelingen beïnvloeden de
geluidskwaliteit of bruikbaarheid van
de iPod-tracks niet nadelig.
Opgeslagen
audiobestanden afspelen
De mediaspeler registreert het aan‐
sluiten van een USB-audioapparaat op de USB-poort. Na het inschakelen van het contact wordt er een library
aangemaakt en automatisch weerge‐
geven.
De mediaspeler heeft slechts één li‐
brary. Bij het aansluiten van een
nieuw USB-apparaat wordt er in
plaats van de bestaande library een
nieuwe aangemaakt.Na het aansluiten kunt u het externe audioapparaat alleen met de stuurbe‐ dieningsknoppen, de toetsen van het
Infotainmentsysteem en gesproken
opdrachten bedienen.
Bedieningsorganen Infotainment 3 8.
Stuurbedieningsknoppen 3 8.
Stemherkenningssysteem 3 42.
Bediening van displayscherm Met de stuurbedieningsknoppen doormenuopties op het display bladerenen geselecteerde opties bevestigen:
■ Druk op R of S om door de me‐
nuopties op het display te bladeren.
■ Druk op SRC/OK om geselec‐
teerde opties te bevestigen.
Wijzigingen worden opgeslagen en
menu's worden na korte tijd automa‐
tisch afgesloten.
Weergave starten Ga als volgt te werk om de audiobron
in mediaspeler te veranderen:
■ MEDIA -toets op het infotainment‐
systeem indrukken.- of -
■ Druk meerdere malen op de knop SRC/OK van de stuurbedienings‐
knoppen.
Na het activeren van de mediaspeler
start de weergave automatisch als
Auto play ingeschakeld is.
Let op
Wij raden u aan om de automatische afspeelfunctie in te schakelen, zodat audiotracks bij het inschakelen van
het contact automatisch worden af‐
gespeeld.
Als Auto play uitgeschakeld is, kunt u
de weergave met de stemherken‐
ningsfunctie starten:
1. Druk op s en wacht op het ge‐
luidssignaal.
2. Zeg " Spelen".
Stemherkenningssysteem 3 42.
Page 40 of 69

40USB-poort
Volgende / vorige track
selecteren
Volgende / vorige track selecteren tij‐ dens weergave van een track op de
mediaspeler:
■ Druk op het stuurwiel op de knop R of S.
- of -
■ Druk op het Infotainmentsysteem op de toets _ of 6.
Volume aanpassen
Pas het volume van de mediaspeler
als volgt aan:
Druk op de stuurbedieningsknoppen
op < of ].
Pauze / einde pauze Laat de mediaspeler als volgt pauze‐
ren:
■ Druk op het stuurwiel op de knop à / ESC
- of -
■ Druk op het Infotainmentsysteem op de toets MUTE.Beëindig de pauze van de mediaspe‐
ler als volgt:
■ Druk opnieuw op de knop à / ESC
- of -
■ Knop MUTE opnieuw indrukken.
Let op
Als de huidige audiobron op mute /
pauze staat, kunt u de aidobron niet wijzigen.
Tracks in willekeurige volgorde
afspelen
Ga als volgt te werk om tracks tijdelijk in een willekeurige volgorde af te spe‐ len:
1. Druk op  / MENU .
2. Selecteer MEDIA PLAYER en
druk op SRC/OK .
3. Selecteer Willekeurig en druk op
SRC/OK .Selecteer een categorie (bijv.
artiesten, albums, genres)
Ga als volgt te werk om alle tracks in
een specifieke categorie te selecte‐
ren en af te spelen:
1. Druk op  / MENU .
2. Selecteer MEDIA PLAYER en
druk op SRC/OK .
3. Selecteer met R of S één van de
onderstaande categorieën:
ARTIESTEN
ALBUMS
GENRES
PLAYLIST
MAPPEN
4. Druk op SRC/OK om de geselec‐
teerde optie te bevestigen.
5. Blader met R of S door de be‐
schikbare opties in de gekozen
categorie en selecteer ALLES.
- of -
Blader met R of S door de be‐
schikbare opties in de gekozen
Page 50 of 69

50Stemherkenning
opgevat. Wellicht moet u tijdens het
geven van uw gesproken opdracht alle ruiten en het schuifdak sluiten
en vragen of alle inzittenden stil wil‐
len zijn.
■ Wacht na het activeren van de stemherkenning altijd op het ge‐
luidssignaal alvorens u spreekt. om
te voorkomen dat het systeem de
gesproken opdracht maar deels op‐
neemt en het niet herkent.
■ Wanneer het systeem de gespro‐ ken opdracht niet herkent, wordt u
gevraagd deze te herhalen. Wan‐
neer de gesproken opdracht nog
niet wordt herkend, wordt de lijst
met gesproken opdrachten spraak‐ labels afgespeeld. Herhaal de ge‐
wenste gesproken opdracht bij het afspelen ervan.
Mocht het systeem de gesproken opdracht nog steeds niet herken‐nen, wordt de stemherkenning au‐
tomatisch uitgeschakeld.
■ Als er binnen enkele seconden na het activeren van de stemherken‐
ning geen gesproken opdracht
volgt, wordt het systeem automa‐
tisch uitgeschakeld.
Belangrijke opmerkingen over
taalondersteuning ■ Gesproken opdrachten zijn zoda‐ nig geprogrammeerd dat ze door
het systeem in een bepaalde taal
worden herkend. Het systeem hoeft
echter niet een specifieke stem te
herkennen. Daarom kunnen ge‐
sproken opdrachten ongeacht de
spreker worden herkend.
■ Het systeem kan gesproken op‐ drachten in verschillende talen her‐
kennen, maar herkent gesproken
opdrachten alleen op basis van de
op dat moment ingestelde taal.
■ Het stemherkenningssysteem werkt met de volgende talen:
Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Portugees, Nederlands,
Pools, Braziliaans Portugees.Raadpleeg uw Opel Partner voor
het wijzigen van de taal van het
handsfreesysteem (met stemher‐
kenning).
■ Niet alle talen voor het display van het Infotainmentsysteem zijn ook
beschikbaar voor de stemherken‐
ning.
Page 51 of 69

Telefoon51TelefoonAlgemene aanwijzingen...............51
Verbinding .................................... 52
Bluetooth-verbinding ....................53
Noodoproep ................................. 55
Bediening ..................................... 56
Mobiele telefoons en
CB-zendapparatuur ....................63Algemene aanwijzingen
Het handsfree telefoonsysteem, ge‐
baseerd op Windows Mobile techno‐
logie, is een persoonlijk telematica
systeem voor communicatie- en en‐ tertainmentapparatuur, speciaal voor
gebruik in auto's.
Met dit systeem kunt u via de micro‐
foon en de luidsprekers van de auto
mobiele-telefoongesprekken voeren
en de belangrijkste mobiele-telefoon‐
functies via de stuurbedieningsknop‐ pen of gesproken interactie met het
Infotainmentsysteem bedienen.
Om het handsfree telefoonsysteem te kunnen gebruiken, moet de mobiele
telefoon via Bluetooth 3 53 met het
systeem worden verbonden.
Let op
Niet elke mobiele telefoon onder‐
steunt alle functies van een hand‐
sfreetelefoonsysteem. De mogelijke
telefoonfuncties zijn afhankelijk van
de betreffende mobiele telefoon en
de netwerkprovider.Raadpleeg de gebruiksaanwijzing in het handboek van uw mobiele tele‐
foon of neem contact op met uw net‐ werkprovider.
Belangrijke informatie voor de bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het gebruik van het handsfree-te‐
lefoonsysteem tijdens het rijden
kan gevaarlijk zijn omdat uw con‐
centratie afneemt tijdens het tele‐
foneren. Parkeer de auto voordat
u het handsfree-telefoonsysteem
gebruikt.
Volg de voorschriften van het land op waarin u rijdt.
Volg ook de speciale voorschriften die in sommige gebieden gelden
op en zet uw mobiele telefoon al‐
tijd uit als mobiel telefoneren ver‐ boden is, als de mobiele telefoon
storing veroorzaakt of als zich ge‐
vaarlijke situaties kunnen voor‐
doen.
Page 52 of 69

52Telefoon9Waarschuwing
Mobiele telefoons hebben invloed
op uw omgeving. Daarom zijn vei‐ ligheidsvoorschriften opgesteld
waarvan u zich op de hoogte moet stellen voordat u de telefoon ge‐
bruikt.
Bluetooth
Met de Bluetooth -technologie kan de
gebruiker onderweg geheel veilig, ge‐
heel conform de wet, met voorgepro‐
grammeerde gesproken commando's
of de knoppen op het stuurwiel tele‐
foongesprekken voeren en ontvan‐
gen.
Het handsfree telefoonsysteem on‐
dersteunt Bluetooth Handsfree Profi‐
les V. 1.1 en V. 1.5, en is gespecifi‐
ceerd in overeenstemming met de
Bluetooth Special Interest Group
(SIG). Raadpleeg de Bluetooth aan‐
sluitspecificaties in het handboek bij
uw mobiele telefoon.
Meer informatie over de specificatie is verkrijgbaar bij
www.bluetooth.org/qualweb .
Voldoet aan EU R & TTE
Hierbij verklaren wij dat de Bluetooth-
systeemontvanger voldoet aan de es‐
sentiële vereisten en andere rele‐
vante voorwaarden van Richtlijn
1999/5/EC.
SMS (Short Message Service)Door middel van de stemsynthese‐technologie kan de geïntegreerde
SMS-berichtenlezer 3 56 van het
Infotainmentsysteem ontvangen
tekstberichten via het geluidssysteem
van de auto op uw Bluetooth mobiele
telefoon lezen.
De functies van de SMS-
berichtenlezer werken via de stuur‐
bedieningsknoppen of gesproken op‐ drachten.
Niet alle mobiele telefoons onder‐
steunen het voorlezen van SMS-
berichten . Raadpleeg de bedienings‐
instructies in het handboek bij uw mo‐ biele telefoon of raadpleeg uw net‐
werkprovider.
Verbinding
Een mobiele telefoon moet op het
handsfree telefoonsysteem zijn aan‐
gesloten om de functies ervan te re‐
gelen via het Infotainmentsysteem.
Er kan geen telefoon op het systeem
zijn aangesloten tenzij deze eerst ge‐
koppeld is. Zie de paragraaf
Bluetooth-verbinding (3 53) voor
het koppelen van een mobiele tele‐ foon aan het handsfree telefoonsys‐
teem via Bluetooth.
Bij het contact in de stand MAR zoekt
het handsfree telefoonsysteem naar
gekoppelde telefoons in de omge‐
ving. Bluetooth moet geactiveerd zijn
Page 53 of 69

Telefoon53
op de mobiele telefoon; anders her‐kent het handsfree telefoonsysteem
de telefoon niet. Het zoeken gaat
door tot een gekoppelde telefoon is
gevonden.
Het displaybericht Verbinden geeft
aan dat de telefoon wordt verbonden. Een bevestiging van de verbinding op het display, toont details over de ge‐
koppelde mobiele telefoon.
Let op
Wanneer een Bluetooth-verbinding
actief is, wordt bij gebruik van het
handsfree-telefoonsysteem de bat‐
terij van de mobiele telefoon sneller
ontladen.
Automatische verbinding
Uw telefoon wordt wellicht alleen au‐
tomatisch verbonden terwijl het sys‐
teem ingeschakeld is, als de automa‐ tische Bluetooth -verbindingsfunctie
op uw mobiele telefoon geactiveerd is. Raadpleeg de gebruiksaanwijzingvan de mobiele telefoon.Als de verbinding mislukt:
■ controleer of de telefoon ingescha‐ keld is
■ controleer of de batterij van de te‐ lefoon niet leeg is
■ controleer of de telefoon reeds ge‐ koppeld is
De Bluetooth -functie van de mobiele
telefoon en van het handsfree tele‐
foonsysteem moet ingeschakeld zijn
en de mobiele telefoon moet geconfi‐
gureerd zijn om het verbindingsver‐
zoek van het systeem te accepteren.
Bluetooth-verbinding Bluetooth is een radiografische norm
voor het draadloos verbinden van
bijv. een mobiele telefoon met andere
apparatuur.
Met compatibele mobiele telefoons
kan de gebruiker gesprekken voeren en ontvangen en via de stuurbedie‐
ningsknoppen of spraakinteractie ge‐ sproken berichten afluisteren. Infor‐
matie van de mobiele telefoon, o.a. contact- en gesprekslijsten, kan wor‐den overgezet naar het geheugen
van het Infotainmentsysteem en op
het display worden getoond.
Let op
Afhankelijk van de uitvoering en het
model van de telefoon kan de func‐ tionaliteit beperkt zijn.
Mobiele telefoon koppelen aan
het handsfree telefoonsysteem
Let op
Voeg voorafgaand aan het koppelen
van een mobiele telefoon contacten
aan het mobiele-telefoonboek toe,
opdat u deze met het handsfreesys‐
teem kunt bellen.
Om uw handsfree telefoonsysteem te
kunnen gebruiken, moet er een ver‐
binding tot stand worden gebracht
tussen de mobiele telefoon en het
systeem via Bluetooth, d.w.z. de mo‐
biele telefoon moet vóór gebruik aan
de auto worden gekoppeld. Daarom
moet de mobiele telefoon Bluetooth
ondersteunen. Raadpleeg de bedie‐
ningsinstructies van uw mobiele tele‐
foon.
Page 55 of 69

Telefoon55
Let op
Ga als het koppelen mislukt na of het
telefoonsysteem van de auto op de
lijst in het toetsel staat.
Wellicht moet u het toestel uit het te‐ ostellenoverzicht wissen en als een
nieuw toestel koppelen.
Na het koppelen door het systeem wordt u gevraagd of u de contacten
van de zojuist gekoppelde telefoon
wilt kopiëren. 3 56
Na het koppelen is de telefoon auto‐
matisch met het handsfree telefoon‐
systeem verbonden. De mobiele te‐
lefoon kan dan via de knoppen van
het Infotainmentsysteem op het
stuurwiel worden bediend.
Mobiele telefoon ontkoppelen
van het handsfree
telefoonsysteem Wanneer de lijst met gekoppelde te‐
lefoons vol is, kan een nieuwe tele‐
foon alleen worden gekoppeld wan‐
neer een bestaande telefoon wordt
ontkoppeld.Ontkoppel een mobiele telefoon met
de knoppen op het stuurwiel:
1. Â / MENU : indrukken
2. R / S : indrukken om op het dis‐
play omhoog/omlaag te gaan
3. INSTELLINGEN : optie selecteren
en met de toets SRC/OK bevesti‐
gen
4. R / S : indrukken om op het dis‐
play omhoog/omlaag te gaan
5. Gebruikersgegevens : optie selec‐
teren en met de toets SRC/OK be‐
vestigen
6. R / S : indrukken om op het dis‐
play omhoog/omlaag te gaan
7. Gebruikers wissen : optie selecte‐
ren en met de toets SRC/OK be‐
vestigen
Wis het toestel uit de lijst met
Bluetooth -toestellen op uw mobiele
telefoon. Raadpleeg de bedienings‐
instructies van uw mobiele telefoon.
Door een telefoon te ontkoppelen
worden alle gedownloade contacten
en het belgeheugen ervan uit het
handsfreesysteem verwijderd.Noodoproep9 Waarschuwing
Het tot stand brengen van de ver‐
binding kan niet onder alle om‐
standigheden worden gegaran‐
deerd. Daarom is het belangrijk
dat u bij gesprekken van levens‐
belang (bijv. bij het inroepen van
medische hulp) niet alleen op een
mobiele telefoon vertrouwt.
Voor sommige netwerken kan het
noodzakelijk zijn dat er op de juiste manier een geldige simkaart in de
mobiele telefoon is aangebracht.
9 Waarschuwing
Denk eraan dat u met uw mobiele
telefoon kunt bellen en ontvangen indien u zich in een gebied bevindt
met een voldoende sterk signaal.
Onder bepaalde omstandigheden
kunnen nooddiensten niet op alle
Page 56 of 69

56Telefoonmobiele telefoonnetwerken wor‐den gebeld; mogelijkerwijs kun‐
nen deze oproepen niet gedaan
worden wanneer bepaalde net‐
werkdiensten en/of telefoonfunc‐
ties actief zijn. U kunt hierover uw lokale netwerkexploitant raadple‐
gen.
Het alarmnummer kan per land en
regio variëren. Wij raden u aan het juiste alarmnummer voor de rele‐
vante regio van tevoren op te vra‐
gen.
Een noodoproep doen
Vorm het noodnummer (bijv. 112).
De telefoonverbinding met de alarm‐
centrale wordt tot stand gebracht.
Antwoord als het dienstdoende per‐
soneel u vragen stelt over het nood‐
geval.
9 Waarschuwing
Beëindig het gesprek pas als de
alarmcentrale u daarom vraagt.
Bediening
Inleiding Wanneer een Bluetooth-verbinding
tot stand is gebracht tussen uw mo‐
biele telefoon en het handsfree tele‐
foonsysteem, kunnen de functies van
uw mobiele telefoon grotendeels via
de knoppen van het Infotainmentsys‐ teem op het stuurwiel worden be‐
diend.
Het handsfree telefoonsysteem werkt
ook via gesproken opdrachten 3 42.
Het is dan bijv. mogelijk om de tele‐
foonnummers en contacten die in uw
mobiele telefoon zijn opgeslagen, in
het handsfree telefoonsysteem te im‐
porteren en bij te werken.
Nadat de verbinding tot stand is ge‐
bracht, worden de gegevens van de
mobiele telefoon naar het handsfree
telefoonsysteem verzonden. Afhan‐ kelijk van het model telefoon kan dit
enige tijd duren. Tijdens de gege‐
vensoverdracht is bedienen van de
mobiele telefoon slechts beperkt mo‐
gelijk.Let op
Niet elke mobiele telefoon onder‐
steunt de functies van het hands‐
free-telefoonsysteem. Daarom kan
het bereik aan beschreven functies
afwijken.
Telefoonbedieningselementen De belangrijkste telefoonbedienings‐
elementen zijn de volgende:
Knoppen op het stuurwiel: ■ Â / MENU : menu telefoon active‐
ren, geselecteerde menuoptie be‐
vestigen, oproep aannemen, wis‐
selgesprek, getoond bericht selec‐ teren. gesprek afwijzen/beëindigen
3 20
■ SRC/OK : geselecteerde menu‐
optie bevestigen, telefoongesprek
van handsfreesysteem naar mo‐
biele telefoon en omgekeerd door‐
verbinden, getoond SMS-bericht
selecteren 3 20
■ Ã / ESC : stemherkenning deacti‐
veren, gesproken bericht/lezen van een tekstbericht onderbreken,
menu Telefoon afsluiten, submenu
afsluiten en terug naar vorige
Page 57 of 69

Telefoon57
menu, huidige selectie afsluiten
zonder opslaan, microfoon tijdens
telefoongesprek deactiveren/weer
activeren, beltoongeluid voor ont‐
vangen oproepen onderdrukken
3 20
■ s: stemherkenning activeren, ge‐
sproken bericht onderbreken en
nieuwe gesproken opdracht geven,
laatst afgespeeld gesproken be‐ richt herhalen 3 42
■ < / ]: volume aanpassen 3 20
■ R / S : door menu bladeren, door
tekstberichten bladeren 3 56
Telefooninstellingen Selecteer het optiemenu Telefoonin‐
stellingen:
1. Â / MENU : indrukken
2. R / S : indrukken voor het selec‐
teren van de optie
INSTELLINGEN
3. SRC/OK : indrukken om te beves‐
tigen
Druk na het bevestigen van de ge‐ wenste aanpassingen van de tele‐
fooninstellingen op de toets à / ESCop het stuurwiel om het menu Tele‐
foon af te sluiten en de wijzigingen op
te slaan.
Standaard telefooninstellingen
herstellen
Selecteer de volgende menuopties
om alle gegevens en contacten voor
alle gekoppelde telefoons te wissen
en het handsfreesysteem op de oor‐
spronkelijke instellingen terug te zet‐
ten:
1. Â / MENU : indrukken
2. R / S : indrukken voor het selec‐
teren van optie INSTELLINGEN
en SRC/OK indrukken om te be‐
vestigen
3. Selecteer de optie Gebruikersgegevens en druk op
de toets SRC/OK.
4. Selecteer de optie Alle wissen en
druk op de toets SRC/OK om te
bevestigen
De vraag Alle wissen? verschijnt op
het display. Bevestig dat u alle gege‐
vens wilt wissen door op de toets
SRC/OK te drukken of annuleer deze
optie met de toets à / ESC .Let op
Het is niet mogelijk om de gebrui‐
kersgegevens voor een enkele mo‐
biele telefoon te wissen als dit niet
de enige is die aan het Infotainment‐ systeem gekoppeld is.
Volumeregeling Het vaste telefoonvolume kan worden
aangepast met de optie
Spraakvolume via de toesten op het
Infotainmentsysteem 3 20.
Met de functie Spraakvolume kunt u:
■ het voorgeprogrammeerde volume aanpassen
■ onderweg het telefoonvolume tij‐ dens een gesprek aanpassen.
■ het voorgeprogrammeerde volume van een lopende oproep aanpas‐
sen
■ het volume van een momenteel ge‐
sproken aankondiging aanpassen