display OPEL CORSA 2015.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.75, Model line: CORSA, Model: OPEL CORSA 2015.75Pages: 271, PDF Size: 7.66 MB
Page 87 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen85
Datumopmaak instellen
Schakel door de beschikbare opties
door steeds op de knop
MENU-TUNE te drukken.
Kloksynchr. RDS-signaal
Het RDS-signaal van de meeste
VHF-zenders stelt automatisch de tijd
in. De RDS-tijdsynchronisatie kan en‐
kele minuten in beslag nemen. Som‐
mige zenders zenden geen correct
tijdsignaal uit. Het is dan raadzaam
de automatische tijdsynchronisatie uit te schakelen.
Schakel door de opties Aan en Uit
door steeds op de knop
MENU-TUNE te drukken.
Colour-Info-Display Druk op ; en selecteer vervolgens
de knop Instellingen op het scherm.
Selecteer Tijd- en datuminstellingen
om het betreffende submenu weer te
geven.
Let op
Raadpleeg de handleiding van het
Infotainmentsysteem voor een ge‐
detailleerde van de menubediening.
Tijdopmaak instellen
Selecteer het gewenste tijdformaat
door op het scherm op de knoppen
12 h of 24 h te tikken.
Datumopmaak instellen
Selecteer het gewenste datumfor‐
maat door op het scherm op de knop‐
pen < en > te tikken en kies tussen
de beschikbare opties.
Tijd en datum instellen
Pas de tijd en de datum aan door op
het scherm op de knoppen H en
I te tikken.
RDS-synchronisatie
Het RDS-signaal van de meeste
VHF-zenders stelt automatisch de tijd
in. De RDS-tijdsynchronisatie kan en‐
kele minuten in beslag nemen. Som‐ mige zenders zenden geen correct
tijdsignaal uit. Het is dan raadzaam
de automatische tijdsynchronisatie uit
te schakelen.
Page 89 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen87Waarschuwingslam‐
pen, meters en
controlelampen
Instrumentengroep De naalden van de instrumenten
draaien even tot tegen de eindaan‐
slag wanneer de ontsteking wordt in‐
geschakeld.
Snelheidsmeter
Aanduiding van de rijsnelheid.
Kilometerteller
Weergave van de afgelegde afstand
in km op de onderste regel.
Dagteller
De opgenomen snelheid wordt sinds
de laatste reset weergegeven.
De dagteller telt tot 9.999 km en be‐
gint dan weer bij 0.
Baselevel- en Midlevel-display
Zet deze terug door enkele seconden op SET/CLR te drukken 3 99.
Page 90 of 271

88Instrumenten en bedieningsorganen
Uplevel-display
De auto is uitgevoerd met twee dag‐
tellers voor verschillende tochten.
Selecteer de pagina Informatiemenu
dagteller/brandst. ; door op Menu
op de richtingaanwijzerhendel te
drukken. Draai aan het stelwiel op de
richtingaanwijzerhendel en selecteer
Dagteller 1 of Dagteller 2 . Elke dag‐
teller kan afzonderlijk worden terug‐
gezet door op de betreffende pagina gedurende enkele seconden op
SET/CLR op de richtingaanwijzer‐
hendel te drukken.
Toerenteller
Geeft het motortoerental aan.
In elke versnelling zo veel mogelijk met een laag toerental rijden.
Voorzichtig
Als de naald in het rode gebied
komt, betekent dit dat het maxi‐
maal toegestane toerental wordt
overschreden. Gevaar voor de
motor.
Brandstofmeter
Aantal LED's geeft het brandstofpeil
in de tank weer.
8 LED's=tank is vol.
Tijdens rijden op vloeibaar gas wordt
het gaspeil in de tank weergegeven.
Bij een te laag brandstofpeil brandt
controlelamp Y. Meteen tanken wan‐
neer deze knippert.
Tijdens rijden op vloeibaar gas scha‐
kelt het systeem automatisch naar rij‐
den op benzine als de gastanks leeg
zijn 3 89.
Tank nooit leegrijden.
Page 92 of 271

90Instrumenten en bedieningsorganenVoorzichtig
Stop en zet de motor af wanneer
de koelvloeistoftemperatuur te
hoog is. Kans op motorschade.
Controleer het koelvloeistofpeil
meteen.
Service-display
Het controlesysteem van de oliekwa‐
liteit laat u weten wanneer de motor‐
olie en het oliefilter moeten worden
vervangen. Afhankelijk van de rijom‐
standigheden, kan het aangegeven vervangingsinterval van de motorolie
en het oliefilter aanzienlijk variëren.
Gebruik de knoppen van de rich‐
tingaanwijzerhendel om de reste‐
rende gebruiksduur van de motorolie
weer te geven:
Druk op MENU om Informatie- menu
voertuig te selecteren ?.
Draai het stelwieltje naar de optie
Resterende levensduur olie .
De resterende levensduur van de mo‐
torolie wordt in procent weergegeven op het Driver Information Center.
Terugzetten Druk gedurende enkele seconden opSET/CLR op de richtingaanwijzer om
terug te zetten. De pagina met de res‐
terende gebruiksduur van de motor‐
olie moet actief zijn. Schakel het con‐ tact in maar de motor uit.
Bij het verversen van de olie moet het
systeem altijd worden teruggezet om
goed te kunnen werken. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Volgende onderhoudsbeurt Wanneer het systeem heeft berekend
dat de levensduur van de motorolie is
verstreken, verschijnt er een waar‐
schuwingsbericht op het Driver Infor‐
mation Center. Laat de motorolie en
het oliefilter binnen een week of
500 km door een werkplaats vervan‐
gen (wat het eerst voorkomt).
Driver Information Center 3 99.
Service-informatie 3 242.
Page 97 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen95
Brandt bij een draaiende motorStoring in het uitlaatgasreinigingssys‐ teem. De toegestane emissiewaar‐
den worden mogelijk overschreden.
Onmiddellijk hulp van een werkplaats inroepen.
Knippert bij een draaiende
motor
Storing die schade aan de katalysator kan veroorzaken. Gas terugnemen
totdat de lamp niet meer knippert. On‐ middellijk hulp van een werkplaats in‐
roepen.
Service-indicatie
g brandt geel.
Ook verschijnt er een waarschu‐ wingsbericht op het Driver Informa‐
tion Center.
Laat de auto nakijken.
De hulp van een werkplaats inroepen. Boordinformatie 3 107.Rem- en
koppelingssysteem
R brandt rood.
Het rem- en koppelingsvloeistofpeil is te laag 3 197.9 Waarschuwing
Stoppen. De auto meteen stilzet‐
ten. De hulp van een werkplaats
inroepen.
Brandt nadat de ontsteking is inge‐
schakeld en de handbediende hand‐
rem is aangetrokken 3 152.
Pedaal intrappen
- brandt of knippert geel.
Brandt
Trap het koppelingspedaal in om de motor in de stand Autostop te starten.
Stop-startsysteem 3 138.
Knippert
Trap het koppelingspedaal in om de
motor in het algemeen te starten 3 19,
3 137.
Bij sommige versies verschijnt het be‐ richt Pedaal intrappen op het bestuur‐dersinformatiedisplay 3 107.
Antiblokkeersysteem
(ABS)
u brandt geel.
Brandt na het inschakelen van de ont‐ steking enkele seconden. Het sys‐
teem is na het doven van het contro‐
lelampje klaar voor gebruik.
Als de controlelamp na enkele secon‐
den niet dooft of als deze tijdens de rit gaat branden, dan zit er een storing inhet ABS-systeem. Het remsysteem
blijft normaal werken, maar zonder ABS-regeling.
Antiblokkeersysteem 3 151.
Page 101 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen99Cruise control
m brandt wit of groen.
Brandt wit
Het systeem is ingeschakeld.
Brandt groen De cruise control is actief.
Cruise control 3 157.
Voorligger gedetecteerd A brandt groen.
Er is een voertuig in dezelfde rijstrook gedetecteerd.
Frontaanrijdingswaarschuwing
3 160.
Snelheidsbegrenzer L brandt op het Driver Information
Center wanneer de snelheidsbegren‐
zer actief is. Ingestelde snelheid
wordt aangegeven bij symbool L.
Snelheidsbegrenzer 3 158.Verkeersbordherkenning
L geeft gedetecteerde verkeersbor‐
den als controlelampje weer.
Verkeersbordherkenning 3 175.
Portier open
h brandt.
Een portier of de achterklep staat open.Informatiedisplays
Driver Information Center Het Driver Information Centre (DIC) is
ondergebracht in de instrumenten‐
groep.
Afhankelijk van de versie en de uit‐ rusting is het Driver Information Cen‐ter (DIC) verkrijgbaar als Baselevel-
display, Midlevel-display of Uplevel-
display.
De volgende pagina's kunnen worden
geselecteerd in het DIC met de toet‐
sen op de richtingaanwijzerhendel:
■ dagteller 3 87
■ boordinformatie en instellingen, zie
hieronder
■ rit-/brandstofinformatie, zie hieron‐ der
■ economische informatie, zie hier‐ onder
■ navigatie-informatie
Page 102 of 271

100Instrumenten en bedieningsorganen
De volgende aanduiding verschijnt zonodig:
■ waarschuwingsmeldingen 3 107
■ aanduiding versnelling 3 96
■ aanduiding rijmodus 3 143,
3 148
■ waarschuwing bandenspanning 3 217
■ aanduiding gordelverklikker 3 93
■ aanduiding Autostop 3 138
■ service-informatie 3 95
Baselevel-displaySelecteer verdere pagina's door aan
het stelwiel op de richtingaanwijzer‐
hendel te draaien. Te selecteren pa‐
gina's zijn:
■ aanduiding levensduur motorolie■ aanduiding bandenspanning
■ draagvermogen band
■ instellen van eenheid
■ instellen van taal, als er geen Info‐ tainmentsysteem beschikbaar is
■ klok, als er geen Infotainmentsys‐ teem beschikbaar is
■ buitentemperatuur, als er geen In‐ fotainmentsysteem beschikbaar is
Sommige weergegeven functies ver‐
schillen onderweg ten opzichte van
stilstand van de auto.Midlevel-display
De menupagina's op het Midlevel-dis‐ play worden geselecteerd door op
MENU op de richtingaanwijzerhendel
te drukken.
De te selecteren menupagina's van
Midlevel-display zijn:
■ Menu Informatiemenu dagteller/
brandst. , beschrijving zie hieronder
■ Menu Informatie- menu voertuig ,
beschrijving zie hieronder
Page 103 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen101
Sommige weergegeven functies ver‐
schillen onderweg ten opzichte van
stilstand van de auto. Sommige func‐
ties zijn alleen onderweg beschik‐
baar.
Uplevel-display
De menupagina's op het Uplevel-dis‐
play worden geselecteerd door op
MENU op de richtingaanwijzerhendel
te drukken. Hoofdmenusymbolen
verschijnen op de bovenste regel van het display:
■ Informatiemenu dagteller/brandst. ,
weergegeven door ;, beschrij‐
ving zie hieronder
■ Informatie- menu voertuig , weerge‐
geven door ?, beschrijving zie
hieronder
■ Informatiemenu ECO , weergege‐
ven door @, beschrijving zie hier‐
onder
Sommige weergegeven functies ver‐
schillen onderweg ten opzichte van
stilstand van de auto. Sommige func‐
ties zijn alleen onderweg beschik‐
baar.
Menu's en functies selecteren
U selecteert de menu's en functies
met de toetsen op de richtingaanwij‐
zerhendel.
Druk op MENU om tussen de hoofd‐
menu's te schakelen of om vanuit een
submenu één niveau terug te gaan.
Draai aan het stelwiel om een subpa‐ gina van het hoofdmenu te selecterenof om een numerieke waarde in te
stellen.
Druk op SET/CLR om een functie te
selecteren en te bevestigen.
Eventueel verschijnen er boord- en
onderhoudsberichten op het DIC. Be‐
vestig berichten door op SET/CLR te
drukken. Boordinformatie 3 107.
Page 104 of 271

102Instrumenten en bedieningsorganen
Informatiemenu dagteller/brandst.
Druk op MENU om de
Informatiemenu dagteller/brandst. in‐
formatiepagina ; te selecteren.
Draai aan het stelwiel om een subpa‐ gina te selecteren.
De onderstaande lijst bevat alle mo‐ gelijke pagina's van Informatiemenu
dagteller/brandst. . Sommige zijn voor
uw specifieke auto wellicht niet be‐
schikbaar.
Volg de instructies in de submenu's. ■ dagteller 1
■ dagteller 2
■ gemiddeld brandstofverbruik 1
■ gemiddeld brandstofverbruik 2
■ digitale snelheid
■ actieradius brandstof
■ actieradius brandstof LPG-versie
■ brandstofpeil LPG-versie
■ actueel brandstofverbruik
■ gemiddelde snelheid
■ klok■ temperatuur
■ lege pagina
Selectie en aanduiding is verschillend
tussen Midlevel- en Uplevel-display.
Dagteller 1 en 2
De dagteller geeft de huidige afstand
vanaf een bepaalde reset weer.
Dagteller telt op tot een afstand van
2000 km en begint dan weer bij 0.
Draai het stelwiel om dagteller 1 of 2 te selecteren.
Druk enkele seconden op SET/CLR
terwijl u naar de pagina kijkt, om te
resetten.
Gemiddeld brandstofverbruik 1 en 2
worden tegelijk aangeduid samen
met dagteller 1 en 2.
De informatie van ritpagina 1 en 2 kan
apart worden gereset terwijl het be‐
treffende display actief is.
Gemiddeld brandstofverbruik 1 en 2
Weergave van het gemiddelde ver‐
bruik. De meting kan altijd opnieuw
worden ingesteld en start met een
standaardwaarde.Druk enkele seconden op SET/CLR
terwijl u naar de pagina kijkt, om te
resetten.
Dagteller 1 en 2 worden tegelijk aan‐
geduid samen met gemiddeld brand‐
stofverbruik 1 en 2.
De informatie van ritpagina 1 en 2 kan
apart worden gereset terwijl het be‐
treffende display actief is.
Bij auto's met LPG-motoren: Het ge‐
middelde verbruik wordt aangegeven
voor de momenteel geselecteerde
modus (LPG of benzine).
Digitale snelheid
Digitale weergave van de huidige
snelheid.
Actieradius brandstof
De actieradius wordt op basis van de
aanwezige tankinhoud en het mo‐
mentane verbruik berekend. Op het display verschijnen gemiddelde
waarden.
Na het tanken wordt de nieuwe actie‐ radius na korte tijd automatisch bijge‐
werkt.
Page 105 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen103
Wanneer het brandstofpeil in de tank
laag is, verschijnt er een bericht op het display en gaat het controle‐
lampje Y op de brandstofmeter bran‐
den.
Wanneer er onmiddellijk moet wor‐
den bijgetankt, verschijnt er een
waarschuwingsbericht dat op het dis‐
play blijft staan. Daarbij gaat de con‐
trolelamp Y op de brandstofmeter
knipperen 3 98.
Actieradius brandstof LPG-versie
Weergave van de totale actieradius
brandstof bij benadering voor elke
brandstoftank (LPG en benzine). Een
te laag brandstofpeil in een van de
tanks wordt aangegeven door
GERING in het betreffende gedeelte.
Brandstofpeil LPG-versie
Weergave van het brandstofpeil in
procenten voor de brandstofsoort die
momenteel niet wordt gebruikt, bijv. in de benzinemodus wordt het brand‐
stofpeil voor LPG weergegeven.
Actueel brandstofverbruik
Weergave van het actuele verbruik.
Bij auto's met LPG-motoren: Het mo‐
mentane verbruik wordt aangegeven
voor de momenteel geselecteerde
modus: LPG of benzine.
Gemiddelde snelheid
Weergave van de gemiddelde snel‐ heid. De meting kan op elk momentopnieuw worden gestart.
Druk enkele seconden op SET/CLR
terwijl u naar de pagina kijkt, om te
resetten.
Klok
Weergave van actuele tijd.Alleen aangeduid als geen Infotain‐
mentsysteem beschikbaar is.
Temperatuur
Weergave van actuele buitentempe‐
ratuur.
Alleen aangeduid als geen Infotain‐
mentsysteem beschikbaar is.
Lege pagina
Geeft een lege pagina zonder enige
informatie weer.
Informatie- menu voertuig
Druk op MENU om Informatiemenu
voertuig ? te selecteren.
Draai aan het stelwiel om een subpa‐ gina te selecteren.
De onderstaande lijst bevat alle mo‐
gelijke pagina's van Informatie- menu
voertuig . Sommige zijn voor uw spe‐
cifieke auto wellicht niet beschikbaar.
Volg de instructies in de submenu's. ■ eenheid
■ snelheidswaarschuwing
■ resterende levensduur olie
■ bandenspanning