stop start OPEL CORSA 2015.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.75, Model line: CORSA, Model: OPEL CORSA 2015.75Pages: 271, PDF Size: 7.66 MB
Page 201 of 271

Verzorging van de auto199
U kunt een AGM-accu herkennen
door het label op de accu. Wij bevelen
het gebruik aan van een originele
Opel-accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu ge‐ bruikt dan de originele Opel accu is
het mogelijk dat het Stop/Start-sys‐
teem slechter presteert.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop-startsysteem 3 138.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 234.
Waarschuwingslabel
Betekenis van symbolen: ■ Geen vonken of open vlammen en niet roken.
■ Bescherm de ogen altijd. Explo‐ sieve gassen kunnen blindheid of
letsel veroorzaken.
■ Houd de accu buiten het bereik van
kinderen.
■ De accu bevat zwavelzuur dat aan‐
leiding kan geven tot blindheid of
ernstige brandwonden.
■ Zie het Instructieboekje voor meer informatie.
■ Explosief gas kan in de buurt van de accu aanwezig zijn.
Page 222 of 271

220Verzorging van de auto
Kies■ Licht voor een comfortabele span‐
ning tot drie inzittenden.
■ Eco voor een Eco-spanning tot
drie inzittenden.
■ Max voor volledige belading.
TPMS-sensoren koppelen Elke TPMS-sensor heeft een unieke
identificatiecode. De identificatiecode
moet aan de positie van een nieuw
wiel worden gekoppeld nadat de wie‐ len zijn geroteerd of alle wielen zijn
verwisseld en als een of meer TPMS-
sensoren zijn vervangen. De TPMS-
sensoren moeten ook worden gekop‐
peld na het vervangen van een reser‐
vewiel door een reguliere band met
de TPMS-sensor.
Bij de volgende contactcyclus moeten
de storingslamp w en het waarschu‐
wingsbericht doven/verdwijnen. De sensoren worden met een TPMS-in‐
leergereedschap in de volgende volg‐ orde gekoppeld aan de wielposities:
voorwiel linkerzijde, voorwiel rechter‐
zijde, achterwiel rechterzijde en ach‐
terwiel linkerzijde. De richtingaanwij‐
zer in de huidige actieve stand wordt
verlicht totdat de sensor is gekoppeld.
Raadpleeg uw werkplaats voor on‐
derhoud of voor het aanschaffen van
een inleergereedschap. U hebt
2 minuten voor het koppelen van de
positie van het eerste wiel en
5 minuten voor het koppelen van de
positie van alle vier wielen. Bij het
overschrijden van deze tijd stopt het
koppelen en moet u opnieuw begin‐
nen.
Koppel de TPMS-sensoren als volgt:
1. Trek de handrem aan.
2. Schakel het contact in.3. Op auto's met automatische ver‐ snellingsbak: zet de keuzehendel
in P.
Bij auto's met geautomatiseerde
versnellingsbak: Rempedaal in‐
trappen en vasthouden. Breng en houd de keuzehendel
5 seconden in stand N tot P wordt
weergegeven op het DIC. P geeft
aan dat het koppelen van de
TPMS-sensoren gestart kan wor‐
den.
Bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak: selecteer Neu‐
traalstand.
4. Gebruik MENU op de richtingaan‐
wijzerhendel om Informatie- menu
voertuig ? op het DIC te selec‐
teren.
5. Draai het stelwieltje om naar het bandenspanningsmenu te schui‐
ven.
Baselevel-display en Midlevel-
display:
Page 269 of 271

267
Parkeren .............................. 20, 141
Park pilot met ultrasoonsensoren 163
Partikelfilter ................................. 142
Pedaal intrappen .......................... 95
Persoonlijke instellingen ............111
Pollenfilter .................................. 134
Portieren ....................................... 27
Portier open ................................. 99
Prestaties ................................... 253
Profieldiepte ............................... 222
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 263
Regelbare instrumentenverlich‐ ting ......................................... 121
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 262
Remassistentie .......................... 153
Rem- en koppelingssysteem .......95
Rem- en koppelingsvloeistof ......243
Remmen ............................ 151, 197
Remvloeistof .............................. 197
Reservewiel ............................... 232
Richtingaanwijzer ........................93
Richtingaanwijzers ..................... 119
Richtingaanwijzers vooraan ......205
Roetfilter ............................... 97, 142
Rugleuning neerklappen .............40
Ruiten ........................................... 32Rijgedrag en aanhangertips ......186
Rijregelsystemen ........................153
Rijverlichting .......................... 13, 98
S
Schakelen ..................................... 96
Service ....................................... 134
Service-display ............................ 90
Service-indicatie .......................... 95
Service-informatie ...................... 242
Sjorogen ...................................... 75
Sleutel, opgeslagen instellingen ...24
Sleutels ........................................ 22
Sleutels, sloten ............................. 22
Sneeuwkettingen .......................223
Snelheidsbegrenzer .............99, 158
Snelheidsmeter ............................ 87
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................197
Stadsmodus................................ 155
Startbeveiliging ......................30, 98
Starten en bedienen ...................136
Starthulp gebruiken ...................234
Stoelpositie .................................. 38
Stoelverstelling ........................7, 39
Stoelverwarming ........................... 42
Stop/Start-systeem .....................138
Storing ............................... 146, 151
Storingsindicatielamp ..................94
Stroomonderbreking ..................146Stuurbedieningsknoppen .............79
Stuurbekrachtiging........................ 96 Stuurwiel instellen ........................ 10
Stuurwielverstelling ...................... 79
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 182
Te laag brandstofpeil ...................98
Toerenteller ................................. 88
Top-Tether-bevestigingsogen ......58
Traction Control .........................153
Traction Control-systeem UIT....... 97 Trekhaak .................................... 188
Trekken............................... 186, 236
Trekstang.................................... 186
Typeplaatje ................................ 246
U
Uitlaatgassen ............................. 142
Uitrol-brandstofafsluiter .............138
Uitstapverlichting .......................123
Ultrasoonparkeerhulp ..................96
Uw autogegevens ..........................3
V
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 222
Vaste luchtroosters ....................134
Veiligheidsgordel ...........................8