service OPEL INSIGNIA 2015.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.5, Model line: INSIGNIA, Model: OPEL INSIGNIA 2015.5Pages: 341, PDF Size: 9.15 MB
Page 285 of 341

Service en onderhoud283
Registraties
Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de uit‐
voerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en ga‐
rantieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van ser‐
vice essentieel is bij aanspraken op garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.
Service-interval met resterende
levensduur van motorolie
De service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
Het service-display meldt wanneer de
motorolie moet worden ververst.
Servicedisplay 3 105.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen
en smeermiddelen Gebruik uitsluitend producten die aan
de aanbevolen specificaties voldoen.
Schade als gevolg van het gebruik
van producten die niet aan deze spe‐
cificaties voldoen, wordt niet door de
garantie gedekt.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig han‐ teren. Informatie op de verpakking in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis
van kwaliteit en viscositeit. Bij de
keuze van motorolie is kwaliteit be‐
langrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De vis‐
cositeit geeft informatie over de dikte
van de olie bij diverse temperaturen.
Dexos is de nieuwste motoroliekwali‐ teit die optimale bescherming biedtvoor benzine- en dieselmotoren. Als
deze niet voorhanden is moet motor‐
olie van een andere gerenommeerde kwaliteit worden gebruikt. Aanbeve‐
lingen voor benzinemotoren zijn ook
geldig voor motoren met de brand‐
stoffen Compressed Natural Gas
(CNG), Liquified Petroleum Gas
(LPG) en Ethanol (E85).
Kies de juiste motorolie op basis van
zijn kwaliteit en de minimale omge‐
vingstemperatuur 3 287.
Motorolie bijvullen
Motoroliesoorten van verschillende
fabrikanten en merken mogen door
elkaar worden gebruikt, zolang ze
voldoen aan de vereiste motoroliek‐
waliteit en -viscositeit.
Page 286 of 341

284Service en onderhoud
Het gebruik van motorolie met alleen
ACEA A1/B1 of alleen A5/B5-kwaliteit
is verboden, omdat deze in bepaalde omstandigheden langdurige motor‐
schade kan veroorzaken.
Kies de juiste motorolie op basis van
zijn kwaliteit en de minimale omge‐
vingstemperatuur 3 287.
Extra motorolieadditieven
Het gebruik van extra motorolieaddi‐
tieven kan schade tot gevolg hebben
en de garantie ongeldig maken.
Motorolieviscositeitswaarden
De SAE-viscositeitswaarde geeft in‐
formatie over de dikte van de olie.
Multigrade-olie wordt geklasseerd
door twee cijfers, bijv. SAE 5W-30.
Het eerste cijfer, gevolgd door een W,
geeft de viscositeit bij lage tempera‐
turen, het tweede cijfer de viscositeit
bij hoge temperaturen aan.
Selecteer de betreffende viscositeits‐ index afhankelijk van de minimumom‐
gevingstemperatuur 3 287.Alle aanbevolen viscositeitswaarden
zijn geschikt voor hoge omgevings‐
temperaturen.
Koelvloeistof en antivries Gebruik uitsluitend Long Life koel‐
vloeistof/antivries (LLC) op basis van
organisch zuur, die voor de auto is
goedgekeurd. De hulp van een werk‐ plaats inroepen.
Het systeem is af-fabriek afgevuld
met koelvloeistof voor optimale cor‐
rosiebescherming en vorstbescher‐
ming tot een temperatuur van ca.
-28 °C. In noordelijke landen met ex‐
treem lage temperaturen biedt de af- fabriek bijgevulde koelvloeistof vor‐
stbescherming tot ca. -37 °C. Deze
concentratie dient het gehele jaar in
stand te worden gehouden. Het ge‐
bruik van extra koelvloeistofadditie‐
ven die bedoeld zijn om extra corro‐
siebestendigheid te bieden of om
kleine lekken te dichten kan functie‐
storingen veroorzaken. Aansprake‐
lijkheid voor eventuele gevolgen van
het gebruik van extra koelvloeistofad‐
ditieven wordt afgewezen.Rem- en koppelingsvloeistof
Remvloeistof absorbeert na verloop
van tijd vocht waardoor de remmen
minder efficiënt werken. De remvloei‐ stof moet daarom na het aangegeven interval worden ververst.
AdBlue
Gebruik AdBlue alleen voor het terug‐
brengen van het aandeel stikstof‐
oxide in de uitstoot van uitlaatgassen 3 168.
Page 289 of 341

Technische gegevens287AutogegevensAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen
Europees serviceschema
Vereiste motoroliekwaliteitAlle Europese landen
(uitgezonderd Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Turkije)
Alleen Israel
MotoroliekwaliteitBenzinemotoren
(met inbegrip van CNG, LPG, E85)DieselmotorenBenzinemotoren
(met inbegrip van CNG, LPG, E85)Dieselmotorendexos 1––✔–dexos 2✔✔–✔
Wanneer er geen dexos-kwaliteit beschikbaar is, kunt u één keer tussen elke olieverversing max. 1 liter motorolie van dekwaliteit ACEA C3 gebruiken.
Motorolieviscositeitswaarden
Alle Europese landen en Israel
(uitgezonderd Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Turkije)OmgevingstemperatuurBenzine- en dieselmotorentot -25 °CSAE 5W-30 of SAE 5W-40onder -25 °CSAE 0W-30 of SAE 0W-40
Page 290 of 341

288Technische gegevens
Internationaal serviceschema
Vereiste motoroliekwaliteitAlle landen buiten Europa uitgezonderd Israel
Alleen Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Turkije
MotoroliekwaliteitBenzinemotoren
(met inbegrip van CNG, LPG, E85)DieselmotorenBenzinemotoren
(met inbegrip van CNG, LPG, E85)Dieselmotorendexos 1✔–––dexos 2–✔✔✔
Wanneer er geen dexos-kwaliteit beschikbaar is, kunt u de onderstaande oliekwaliteiten gebruiken:
Alle landen buiten Europa uitgezonderd Israel
Alleen Wit-Rusland, Moldavië, Rusland, Turkije
MotoroliekwaliteitBenzinemotoren
(met inbegrip van CNG, LPG, E85)DieselmotorenBenzinemotoren
(met inbegrip van CNG, LPG, E85)DieselmotorenGM-LL-A-025✔–✔–GM-LL-B-025–✔–✔
Page 335 of 341

Klantinformatie333
■ reacties van de auto in bepaalderijsituaties (bijv. afgaan van airbag,
activering van stabiliteitsregeling)
■ omgevingsomstandigheden (bijv. temperatuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde
routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als diensten worden gebruikt ( bijv. re‐
paraties, serviceprocessen, garantie‐
gevallen, kwaliteitsborging) kunnen
medewerkers van het servicenetwerk
(met inbegrip van de fabrikant) deze
technische informatie lezen in de ge‐
beurtenis- en foutgegevensopslag‐
modules waarbij speciale diagnosti‐
sche apparaten worden gebruikt.
Raadpleeg desgewenst deze werk‐
plaatsen voor meer informatie. Na het corrigeren van een fout worden de
gegevens gewist uit de foutopslag‐
module of worden ze constant over‐
schreven.Bij het gebruik van deze auto kunnen
er zich situaties voordoen waarin
deze technische gegevens in ver‐
band met andere informatie (o.a. on‐
gevalmelding, schade aan de auto,
getuigenverklaringen) met een per‐
soon kunnen worden geassocieerd -
mogelijk met behulp van een expert.
Extra functies die contractueel zijn
overeengekomen met de klant (bijv.
locatie van auto in noodgevallen) ma‐ ken de overdracht van bepaalde au‐
togegevens uit de auto mogelijk.Radiofrequentie-
identificatie (RFID) RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en beveiliging van het ont‐
stekingssysteem. Het wordt ook sa‐
men gebruikt met apparaten zoals ra‐ diogestuurde afstandsbedieningen
voor het vergrendelen/ontgrendelen
van de deuren en starten en zenders
in de auto voor het openen van gara‐ gedeuren. RFID-technologie in Opel-
voertuigen gebruikt geen persoonlijke
informatie, houdt ze niet bij of koppelt
deze niet aan andere Opel-systemen
die persoonlijke informatie bevatten.
Page 339 of 341

337
O
Obstakeldetectiesystemen .........201
Olie, motor .......................... 283, 287
Ontlaadbeveiliging accu ............141
Opbergruimte................................ 72
Opbergruimte voor........................ 73
Opbergvakken .............................. 72
Opgeslagen instellingen ...............24
Opschakelen............................... 110
Overzicht instrumentenpaneel .....11
P Panne ......................................... 275
Parkeerhulp ......................... 40, 201
Parkeerlichten ............................ 137
Parkeren .............................. 20, 165
Park pilot met ultrasoonsensoren 201
Pedaal intrappen ........................109
Persoonlijke instellingen ............126
Pollenfilter .................................. 157
Portieren ....................................... 30
Portier open ............................... 114
Prestaties ................................... 292
Profieldiepte ............................... 263
Q Quickheat ................................... 155R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 333
Regelbare instrumentenverlichting ...........138
Regeleenheid smartphone .........123
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 332
Remassistentie .......................... 178
Rem- en koppelingssysteem .....108
Rem- en koppelingsvloeistof ......283
Remmen ............................ 176, 238
Remvloeistof .............................. 238
Reservewiel ............................... 271
Richtingaanwijzer ......................106
Richtingaanwijzers ..................... 136
Richtingaanwijzer vooraan .........242
Roetfilter ............................. 111, 166
Rolschermen ............................... 44
Ruiten ........................................... 41
Rijgedrag en aanhangertips ......228
Rijregelsystemen ........................179
Rijverlichting ........................ 13, 112
S Schakelen ................................... 110
Selectieve katalysatorreductie ....168
Service ............................... 157, 282
Service-display .......................... 105Service-informatie ...................... 282
Sjorogen ...................................... 79
Slepen ................................ 228, 275
Sleutel, opgeslagen instellingen ...24
Sleutels ........................................ 21
Sleutels, sloten ............................. 21
Sneeuwkettingen .......................265
Snelheidsbegrenzer ...........113, 186
Snelheidsmeter .......................... 102
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................238
Startbeveiliging ....................38, 112
Starten en bedienen ...................159
Starthulp gebruiken ...................273
Stoelpositie .................................. 49
Stoelverstelling ........................6, 49
Stop/Start-systeem .....................163
Storing ....................................... 174
Storing elektrische handrem .......109
Storingsindicatielamp ................108
Stroomonderbreking ..................174
Sturen ......................................... 158
Stuurbedieningsknoppen .............88
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......237
Stuurwiel instellen ........................ 10
Stuurwielverstelling ...................... 88
Symbolen ....................................... 4