air condition OPEL KARL 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016, Model line: KARL, Model: OPEL KARL 2016Pages: 232, PDF Size: 5.77 MB
Page 135 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
134 Klimaatregeling
Klimaatregeling
Klimaatregelsystemen
Verwarmings- en ventilatie-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . 135
Elektronisch klimaatregel- systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Luchtroosters
Verstelbare luchtroosters . . . . . 141
Vaste luchtroosters . . . . . . . . . . . 141
Onderhoud
Luchtinlaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Interieurluchtfilter . . . . . . . . . . . . . 142
Regelmatig gebruik van deairconditioning . . . . . . . . . . . . . . 142
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Klimaatregelsystemen
Verwarmings- en ventila-
tiesysteem
Bedieningsorganen voor:
. temperatuur
. luchtverdeling
. luchtdebiet
. ontwasemen en ontdooien
. luchtrecirculatie
. Verwarmbare achterruit
0
Achterruitverwarming 029ii
Temperatuur
De temperatuur instellen door aan
de knop te draaien.
Rood: Warm
Blauw: Koud
De verwarming werkt pas optimaal
als de motor op de normale bedrijfs-
temperatuur is gekomen.
Luchtverdeling
E: Naar hoofdhoogte via de
verstelbare luchtroosters.
): Naar hoofdhoogte en voeten-
ruimte.
[: Naar de voetenruimte, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht naar
de voorruit, de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
-: Naar de voorruit en voeten-
ruimte, waarbij een geringe hoeveel-
heid lucht naar de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
Page 136 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Klimaatregeling 135
0:Naar de voorruit en de ruiten
van de voorportieren, waarbij een
geringe hoeveelheid lucht naar de
zijdelingse luchtroosters wordt
geleid.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de venti-
latorknop in de gewenste stand te
zetten.
Ontwasemen en ontdooien
. Draai de luchtverdeelknop naar
ONTDOOIEN
0.
. Draaiknop voor temperatuur in
hoogste stand zetten.
. Zet de aanjagerknop op de
hoogste snelheid voor snelle
ontwaseming.
. Verwarming achterruit R
1
inschakelen.
. Zijdelingse luchtroosters openen
naar wens en op de zijruiten
richten. Aanwijzing
Als de instellingen voor ontwa-
semen en ontdooien zijn geselec-
teerd, is er geen Autostop mogelijk.
Als de instellingen voor ontwa-
semen en ontdooien zijn geselec-
teerd terwijl de motor in een
Autostop is, zal de motor automa-
tisch herstarten.
Aanwijzing
Als de modusknop op Ontdooi-
modus
0staat, werkt de airco en
wordt de recirculatiemodus
vastgezet op buitenluchtmodus,
ongeacht de status van het controle-
lampje.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0146
ii.
Airconditioning
De airconditioning heeft
regelingen voor:
Airco : Koeling
W:Luchtrecirculatie
Koeling
Druk op A/Com de koeling in te
schakelen. De activering wordt
aangeduid door de LED in de toets.
Koeling werkt alleen bij een draai-
ende motor en ingeschakelde
aanjager van de klimaatregeling.
Druk nogmaals op A/Com de
koeling uit te schakelen. De aircon-
ditioning koelt en ontvochtigt
Page 138 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Klimaatregeling 137
Als1wordt ingedrukt terwijl de
motor in een Autostop is, zal de
motor automatisch herstarten.
Aanwijzing
Als de modusknop op Ontdooi-
modus
1staat, werkt de airco en
wordt de recirculatiemodus
vastgezet op buitenluchtmodus,
ongeacht de status van het controle-
lampje.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0146
ii.
Elektronisch klimaatregel-
systeem
Bedieningsorganen voor:
.
temperatuur
. luchtverdeling
. luchtdebiet
. automatische modus
. luchtrecirculatie
. ontwasemen en ontdooien
Temperatuur
De temperatuur instellen door aan
de knop te draaien.
Rood : Warm
Blauw : Koud
De verwarming werkt pas optimaal
als de motor op de normale bedrijfs-
temperatuur is gekomen.
Luchtverdeling
E: Naar hoofdhoogte via de
verstelbare luchtroosters.
): Naar hoofdhoogte en voeten-
ruimte.
[: Naar de voetenruimte, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht naar
de voorruit, de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
-: Naar de voorruit en voeten-
ruimte, waarbij een geringe hoeveel-
heid lucht naar de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
0: Naar de voorruit en de ruiten
van de voorportieren, waarbij een
geringe hoeveelheid lucht naar de
zijdelingse luchtroosters wordt
geleid.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de venti-
latorknop in de gewenste stand te
draaien.
Om aan of uit te zetten, drukt u op
Pof past u de aanjagerknop aan.
Automatische modus
Het systeem regelt automatisch de
ventilatorsnelheid, luchtverdeling,
airconditioning en recirculatie om de
auto tot de gewenste temperatuur te
verwarmen of koelen. Wanneer het
Page 139 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
138 Klimaatregeling
AUTO-controlelampje brandt, werkt
het systeem volledig automatisch.
Als de instelling van luchtlever-
modus, ventilatietoerental, recircu-
latie of airco werd aangepast, dooft
het controlelampje AUTO. Voor een
beter brandstofverbruik en snellere
koeling van de auto kan de recircu-
latie bij warm weer automatisch
worden geselecteerd. Het recircula-
tielampje gaat niet branden. Druk op
Wom de recirculatiefunctie te
kiezen; druk nogmaals op de knop
om voor luchtaanvoer van buiten te
kiezen. Om het systeem uit te
zetten, drukt u op stroom
P.
Basisinstelling voor maximaal
comfort:
. Druk op AUTO.
. Open alle luchtroosters voor
optimale luchtdistributie in de
automatische modus.
. Druk op A/C voor het inscha-
kelen van optimale koeling en
ontwaseming. De activering
wordt aangeduid door de LED in
de toets.
. Gewenste temperatuur instellen.
Temperatuur selecteren
De temperatuur kan naar wens
worden ingesteld. Als de minimum-
temperatuur Lo is ingesteld, levert
de klimaatregeling maximale
koeling, indien de koeling A/C wordt
ingeschakeld. Wanneer u de
maximumtemperatuur Hi instelt,
zorgt het klimaatregelsysteem voor
een maximale verwarming. De
aanbevolen temperatuur is 22 °C.
Aanwijzing
Als A/C wordt ingeschakeld, kan
door het verlagen van de ingestelde
temperatuur de motor vanuit een
Autostop opnieuw worden gestart of
kan een Autostop
0Stop/Start-sys-
teem 0146
iiworden belemmerd.
Luchtrecirculatiesysteem
De luchtrecirculatiestand wordt in- of
uitgeschakeld met
W. Aan een
brandend controlelampje is te zien
dat de recirculatiefunctie is
ingeschakeld.
Recirculatiemodus uitschakelen
door weer op
Wte drukken.
{Waarschuwing
Schakel regelmatig over op
buitenlucht. In de luchtrecircula-
tiemodus wordt er minder verse
lucht aangezogen. Bij het gebruik
zonder koeling neemt de lucht-
vochtigheid toe waardoor de
ruiten kunnen beslaan. De kwali-
teit van de lucht in het passa-
gierscompartiment neemt af,
waardoor de inzittenden van de
auto zich slaperig kunnen voelen.
Ruiten ontwasemen en
ontdooien
.0indrukken. De activering
wordt aangeduid door de LED in
de toets. En de recirculatie-
modus wordt automatisch op de
buitenluchtmodus ingesteld en
vastgezet. De airconditioning
werkt, maar een controlelampje
verandert niet.
. Temperatuur en luchtverdeling
worden automatisch ingesteld,
de aanjager draait met een hoge
snelheid.
Page 140 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Klimaatregeling 139
.Verwarming achterruit R1
inschakelen.
. Vorige modus opnieuw inscha-
kelen: Druk
0om de automati-
sche modus opnieuw in te
schakelen: druk op AUTO
Aanwijzing
Als
0wordt ingedrukt terwijl de
motor loopt, wordt een Autostop
verhinderd totdat er opnieuw op
0
wordt gedrukt.
Als
0wordt ingedrukt terwijl de
motor in een Autostop is, zal de
motor automatisch herstarten.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0146
ii.
Handmatige instellingen
U kunt de instellingen van het
klimaatregelsysteem als volgt met
de toetsen en draaiknoppen veran-
deren.
Wanneer u een instelling verandert,
wordt de automatische modus
gedeactiveerd.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de venti-
latorknop in de gewenste stand te
zetten. U herkent de gekozen aanja-
gersnelheid aan het aantal
segmenten op het display. Als de
aanjager wordt uitgeschakeld, wordt
ook de airconditioning gedeacti-
veerd.
Om de automatische modus
opnieuw in te schakelen, drukt u
op AUTO.
Luchtverdeling
Druk op de betreffende knop voor
de gewenste afstelling. De active-
ring wordt aangeduid door de LED
in de toets.
E:Naar hoofdhoogte via de
verstelbare luchtroosters.
): Naar hoofdhoogte en voeten-
ruimte.
[: Naar de voetenruimte, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht naar
de voorruit, de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
Page 143 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
142 Klimaatregeling
Onderhoud
Luchtinlaat
De luchtinlaat naar de motorruimte
onder aan de voorkant van de
voorruit moet voor voldoende lucht-
toevoer vrijgehouden worden.
Bladeren, vuil of sneeuw verwij-
deren.
Interieurluchtfilter
Filtering lucht passagierscom-
partiment
Het microfilter verwijdert vaste
deeltjes zoals pollen, stof of roet uit
de lucht in het interieur. Het filter
moet worden vervangen tijdens het
periodiek onderhoud.
Voorzichtig
Wanneer veel op stoffige en op
onverharde wegen en in gebieden
met zware luchtvervuiling wordt
gereden, moet het luchtfilter vaker
worden vervangen. Anders zal de
efficiëntie van het filter afnemen
en worden de ademwegen van de
inzittenden zwaar belast.
Regelmatig gebruik van
de airconditioning
Om te zorgen dat het systeem goed
blijft werken, moet de koeling
eenmaal per maand, ongeacht de
weersgesteldheid of het seizoen,
enkele minuten worden ingescha-keld. Bij te lage buitentemperaturen
kan de koeling niet worden
ingeschakeld.
Onderhoud
Voor een optimale koelfunctie moet
het klimaatregelsysteem jaarlijks
worden gecontroleerd.
.
functie- en druktest
. werking van de verwarming
. lektest
. controle van de aandrijfriemen
. afvoer van condensor en
verdamper reinigen
. prestatietest
Page 149 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
148 Rijden en bedienen
Een Autostop wordt mogelijk minder
beschikbaar, wanneer de
omgevingstemperatuur het vriespunt
nadert.
Bepaalde instellingen van het airco-
systeem kunnen een Autostop
verhinderen. Raadpleeg het hoofd-
stuk Klimaatregeling voor meer
details.
Onmiddellijk na een snelwegrit kan
mogelijk geen Autostop plaats-
vinden.
Nieuwe auto inrijden
0Nieuw
voertuig inrijden 0144
ii.
Ontlaadbeveiliging accu
Om het betrouwbaar opnieuw
starten van de motor te garanderen,
zijn er verschillende ontlaadbeveili-
gingen van de accu ingevoerd als
onderdeel van het stop-start-
systeem.
Stroombesparingsmaatregelen
Tijdens een Autostop worden
verschillende elektrische functies
zoals de extra elektrische
verwarmer of de achterruitverwar-
ming uitgeschakeld of in een stroombesparingsmodus gezet. De
ventilatorsnelheid van het aircosys-
teem wordt verlaagd om stroom te
besparen.
Herstarten van de motor door
de bestuurder
Trap het koppelingspedaal in om de
motor te herstarten.
Het starten van de motor wordt
aangeduid door de naald van de
stationaire toerentalstand op de
toerenteller.
Als de keuzehendel uit neutraal is
gezet voordat u de koppeling heeft
ingetrapt, gaat lampje
#branden
of wordt het als symbool weerge-
geven op het Driver Information
Center.
Controlelamp
# 0Controlelampen
0 64
ii.
Herstarten van de motor door
het stop/start-systeem
De keuzehendel moet in neutraal
staan om automatisch herstarten
mogelijk te maken. Als een van de volgende omstandig-
heden zich voordoet tijdens een
Autostop, dan zal de motor automa-
tisch door het Stop/Start-systeem
worden herstart.
.
Het stop-startsysteem is
manueel uitgeschakeld.
. De motorkap is geopend.
. De veiligheidsgordel van de
bestuurders is losgemaakt en
het bestuurdersportier is
geopend.
. De motortemperatuur is te laag.
. De accu is ontladen.
. Het remvacuüm is niet
voldoende.
. De auto begint te rijden.
. Het klimaatregelsysteem vereist
het starten van de motor.
. De airconditioning wordt
handmatig ingeschakeld.
Als de motorkap niet volledig
gesloten is, verschijnt een
waarschuwingsbericht in het Driver
Information Center.
Page 183 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
182 Verzorging van de auto
3 Achterruitverwarming
4 Verwarming buitenspiegel
5 Zonnedak
6 Regelmodule continuvariabele transmissie
7 Luchtmassasensor
8 Pomp hulpverwarming
9 Klep ABS-systeem
10 Regeling voor spanningsre- gulatie
11 Achteruitkijkcamera
12 -
13 -
14 Motorregelmodule/transmis- sieregelmodule
15 Regelmodule brandstofin- spuiting/startmotor
16 Brandstofpompmotor
17 Motorregelmodule1
18 Motorregelmodule2
19 Verstuiver, ontsteking
20 Airconditioning 21 Intelligente accusensor
22 Elektrisch stuurslot
23 Koelventilator laag
24 -
25 Schakelaar buitenspiegel
26 Motorregelmodule/
regelmodule automatische
transmissie
27 Magneetklep koolstofre- servoir
28 Rempedaalschakelaar
29 Extra inzittendensensor
30 Motor koplampafstelling
31 Claxon
32 Mistlamp voor
33 Grootlicht links
34 Grootlicht rechts
35 -
36 Motor achterruitwisser
37 Bochtverlichting links
38 Motor sproeierpomp
39 Bochtverlichting rechts 40 -
41 -
42 Startmotor 2
43 Elektrisch centrum met
bussen in het paneel
44 Geautomatiseerde versnel- lingsbak
45 Startmotor 1
46 Pomp ABS-systeem
47 Koelventilator hoog
48 Motor voorruitwisser
49 Accessoire elektrisch centrum met bussen in het
paneel/RAP-vermogen
Page 224 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Index 223
IndexA
Aan/UitIngeschakelde acces-soire (RAP) . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Aan/uit
Beveiliging, accu . . . . . . . . . . . . . . . 96
Elektrische aansluitingen . . . . . . . 62
Lampje Motorvermogenverminderd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Aanduidingen
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
Aanwijzers, richting . . . . . . . . . . . . . . 92
Accessoires en modificaties van auto . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Accessoirevoeding . . . . . . . . . . . . . 146
Accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Ontlaadbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . 96
Starthulp gebruiken . . . . . . . . . . . 200
Achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Achterste zijruiten Verwarmbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . 27
Achteruitrijlichten . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Afdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 Afdekkingen (Vervolg)
Achterin/opbergpaneel . . . . . . . . . . 54
Beslagen lampglazen . . . . . . . . . . . 93
Afdekplaat achterin/opberg-
ruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Afmetingen Voertuig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Afmetingen auto . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Airbags Aan/uit-schakelaar . . . . . . . . . . . . . . 43
Gordijn . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Lampje deactivering . . . . . . . . . . . . 70
Systeemcontrole . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Verklikkerlampje gordel-spanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Zijkant . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Alarm
Knipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
Alarmknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . 91
Alarmsysteem Antidiefstal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
AM/FM-radio . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Ander serviceonderdeel Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Antiblokkeersysteem (ABS) Waarschuwingslampje . . . . . . . . . . 71
Page 228 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Index 227
Lekke bandVerwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Luchtfilter, Interieur . . . . . . . . . . . . . 142
Luchtinlaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
M
Meldingen Boord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Meters Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Dagteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Motorkoelvloeistoftempe-ratuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Richtingaanwijzer . . . . . . . . . . . . . . . 69
Service-display . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Snelheidsmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Toerenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Middenconsoleverlichting . . . . . . . . 95
Mistachterlicht . . . . . . . . . . . . . . . 74, 92
Mistlamp voor Lampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Mistlampen Achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Gloeilamp vervangen . . . . . . . . . 175
Voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Motor Koelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169 Motor (Vervolg)
Koelvloeistofthermometer . . . . . . . 67
Lampje controleer en onder-
houd motor spoedig . . . . . . . . . . . 70
Lampje Motorvermogen verminderd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Lampje oliedruk . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15, 145
Stop/start-systeem . . . . . . . . . . . . 146
Uitlaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur . . . . . . 72
Motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Motorgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Motoridentificatie . . . . . . . . . . . . . . . 212
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
N
Net, bagage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Nieuwe auto inrijden . . . . . . . . . . . . 144
O
Olie Lampje bandenspanning . . . . . . . . 73
Motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 Accessoires en modificatiesvan auto . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Motor spoedig-lampje . . . . . . . . . . . 70 Onderhoud (Vervolg)
Regelmatig gebruik van de
airconditioning . . . . . . . . . . . . . . 142
Vehicle soon (SVS-lampje) . . . . . 70
Werkzaamheden uitvoeren . . . 167
Onderhoudsschema Aanbevolen vloeistoffen ensmeermiddelen . . . . . . . . . . . . . . 207
OnStar
®-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Opbergruimte Auto . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . 23, 52
Opbergruimten Afdekplaat achterin/opberg-
ruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Bagagenet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Beladingsinformatie . . . . . . . . . . . . . 56
Dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . 51
Instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . 51
Opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 Opbergruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Opgelet, gevaar en waarschuwing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Opgeslagen instellingen . . . . . . . . . 20
Overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99