airbag OPEL KARL 2017 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017, Model line: KARL, Model: OPEL KARL 2017Pages: 207, PDF Size: 5.31 MB
Page 90 of 207

88Instrumenten en bedieningsorganenOnStar knoppen
Privacyknop
Houd j ingedrukt tot u een bericht
hoort om het doorgeven van de voer‐ tuiglocatie te activeren of deactive‐
ren.
Druk op j om een oproep met een
adviseur te beantwoorden of beëindi‐
gen.
Druk op j om de Wi-Fi-instellingen te
openen.
Serviceknop
Druk op Z om contact met een advi‐
seur te leggen.
SOS knop
Druk op [ om een noodoproep te
plaatsen naar een speciaal opgeleide
adviseur.
Status-LED
Groen: Het systeem is gereed met
geactiveerd doorgeven van de voer‐
tuiglocatie.
Groen knipperend: Het systeem is
bezig met een oproep.
Rood: Er is een probleem opgetre‐
den.
Uit: Het systeem is gereed met
gedeactiveerd doorgeven van de
voertuiglocatie of het systeem staat in
de stand-bymodus.
Rood/groen knipperend gedurende
een korte periode: Het doorgeven van
de voertuiglocatie is gedeactiveerd.
OnStar-services
Algemene services
Druk als u informatie nodig hebt over
bijv. openingstijden, markante punten en bestemmingen of als u hulp nodighebt bij bijv. pech onderweg, eenlekke band of een lege brandstoftank op Z om contact met een adviseur te
leggen.
Noodhulpdiensten
Druk in een noodsituatie op [ om een
adviseur te spreken. De adviseur
neemt vervolgens contact op met de
(nood)hulpdiensten en stuurt ze naar
uw locatie.
Bij een ongeval waarbij de airbags of
gordelspanners zijn geactiveerd,
wordt er een automatische noodhulp‐
oproep geplaatst. De adviseur wordt
onmiddellijk met uw auto verbonden
en gaat na of er hulp nodig is.
Wi-Fi Hotspot
De Wi-Fi Hotspot van de auto biedt
verbinding met het internet met een
maximale snelheid van 4G/LTE.
Let op
De functionaliteit voor Wi-Fi
hotspots is niet voor alle markten
verkrijgbaar.
Er kunnen maximaal zeven toestellen
worden aangesloten.
Page 92 of 207

90Instrumenten en bedieningsorganenStartblokkering
OnStar kan met externe signalen het
starten van de auto blokkeren
wanneer het contact is afgezet.
Diagnose op aanvraag
U kunt te allen tijde, bijvoorbeeld als de auto boordinformatie laat zien, op
Z te drukken om contact op te nemen
met een adviseur. U kunt hem vragen
een realtime diagnose uit te voeren
om de oorzaak van het probleem na
te gaan. Afhankelijk van de resultaten biedt de adviseur meer ondersteu‐
ning.
Diagnoserapport
De auto stuurt automatisch diagnose‐ gegevens naar OnStar. U en uw
garage ontvangen maandelijks per e- mail een rapport.
Let op
De werkplaatsmeldingsfunctie kan
in uw account worden uitgescha‐
keld.
Het rapport bevat de status van de
belangrijkste besturingssystemen
van de auto, zoals de motor, trans‐
missie, airbags, ABS, en anderegrote systemen. Ook bevat het infor‐
matie over mogelijke onderhouds‐
punten en de bandenspanning
(alleen als er een bandenspannings‐
controlesysteem is).
U kunt meer details opvragen door op
de link in de e-mail te klikken en u bij
uw account aan te melden.
Bestemming downloaden
Een gewenste bestemming kan
rechtstreeks naar het navigatiesys‐
teem worden gedownload.
Druk op Z om een adviseur te bellen
en beschrijf de bestemming of het
markante punt.
De adviseur kan elk adres en elke
nuttige plaats opzoeken en deze naar
het ingebouwde navigatiesysteem
verzenden.
OnStar-instellingen
OnStar-PIN
U hebt een viercijferige PIN nodig
voor toegang tot alle OnStar-servi‐
ces. U moet een eigen PIN invoeren
wanneer u voor de eerste keer met
een adviseur belt.Druk op Z om een adviseur te bellen
en de PIN te veranderen.
Accountgegevens
Een OnStar-abonnee heeft een
account waar alle gegevens in zijn
opgeslagen. Druk op Z en spreek
met een adviseur of log in bij uw
account als u accountinformatie wilt
veranderen.
Als de OnStar-service voor een
andere auto moet worden gebruikt,
druk dan op Z en vraag of de account
op de nieuwe auto kan worden over‐
gedragen.
Let op
Informeer OnStar onmiddellijk over
de wijzigingen als de auto wordt
afgevoerd, verkocht of anderszins
overgedragen en beëindig de
OnStar-service voor deze auto.
Voertuiglocatie
De voertuiglocatie wordt aan OnStar
doorgegeven wanneer er een service wordt verzocht of getriggerd. Eenbericht op het Info-Display geeft door
dat deze informatie is verzonden.
Page 95 of 207

Verlichting93KoplampverstellingHandmatige koplampverstelling
U kunt de lichtbundelhoogte aanpas‐
sen aan de belading om verblinding
te voorkomen: draai het kartelwiel‐
tje ? in de gewenste stand.
0:zitplaatsen voorin bezet1:alle zitplaatsen bezet2:alle zitplaatsen bezet en bagage
in de bagageruimte3:bestuurdersstoel bezet en
bagage in de bagageruimteKoplampinstelling in het
buitenland
De koplampen zijn al gericht en hoeven niet verder te worden bijge‐
steld. Als wordt gereden in landen
met verkeer dat de andere rijbaan
aanhoudt, hoeft u de koplampen niet
af te stellen.
Dagrijlicht
Het dagrijlicht maakt de auto overdag
beter zichtbaar.
Deze gaat bij het inschakelen van het
contact automatisch branden.
Bochtverlichting
In scherpe bochten of bij het afslaan,
afhankelijk van de stuurhoek of de
richtingaanwijzer, wordt een extra
lamp links of rechts bijgeschakeld, die
de weg in de rijrichting verlicht. Wordt geactiveerd tot een snelheid van
40 km/u.
Alarmknipperlichten
Om in te schakelen ¨
indrukken.
De alarmknipperlichten worden auto‐
matisch ingeschakeld wanneer de
airbags bij een ongeval in werking
treden.
Page 98 of 207

96VerlichtingBinnenverlichting
Bij het openen van een portier gaat de
interieurverlichting automatisch aan
en dan uit na een bepaalde tijd.
Wanneer de rijverlichting aan is
geweest, licht de interieurverlichting
op wanneer het contact wordt uitge‐
schakeld.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden, gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
InstapverlichtingBedien de wipschakelaar:middelste
stand w:automatisch
inschakelen bij
openen van een
portier. Gaat na
enige tijd uit.druk op d:permanent aandruk op K:permanent uit
Leeslampen
Deze worden bediend door de knop‐
pen aan de voorkant in te drukken.
Verlichtingsfuncties
Uitstapverlichting
Padverlichting
De koplampen, achterlichten en
kentekenverlichting blijven een instel‐
bare tijd branden wanneer u de auto
verlaat.
Inschakelen
1. Schakel de ontsteking uit.
2. De contactsleutel verwijderen.
3. Bestuurdersportier openen.
Page 116 of 207

114Rijden en bedieningAls een elektrische accessoire, bvb.
een draagbare CD-speler op de stek‐
kerdoos is aangesloten, merkt u
mogelijk een korte terugval tijdens het herstarten.
Parkeren9 Waarschuwing
● Parkeer de auto niet op een
licht ontvlambaar oppervlak.
Door de hoge temperatuur van
het uitlaatsysteem kan het
oppervlak ontbranden.
● Trek altijd de handrem aan. Trek de handrem aan zonder
op de ontgrendelingsknop te
drukken. Op een aflopende of
oplopende helling zo stevig
mogelijk. Trap tegelijkertijd het rempedaal in om minder kracht
nodig te hebben.
● Zet de motor af.
● Schakel als de auto op een vlakke ondergrond of een oplo‐
pende helling staat de eerste
versnelling in voordat u de
contactsleutel lostrekt. Op een
oplopende helling bovendien de voorwielen van de stoep‐
rand wegdraaien.
Schakel als de auto op een
aflopende helling staat de
achteruitversnelling in voordat
u de contactsleutel lostrekt.
Bovendien de voorwielen naar
de stoeprand toedraaien.
● Sluit de ramen en het schuif‐ dak.
● Trek de contactsleutel uit het contactslot. Stuurwiel
verdraaien totdat het stuurslot
merkbaar vergrendelt.
Voor auto's met geautomati‐
seerde versnellingsbak kan de
sleutel alleen uit het contactslot
worden verwijderd wanneer de
handrem is aangetrokken.
● Vergrendel de auto.
● Diefstalalarmsysteem inschake‐ len.
● Koelventilatoren kunnen ook na het afzetten van de motor in
werking treden 3 139.
Voorzichtig
Na een rit waarbij met hoge motor‐
toerentallen of met hoge motorbe‐
lasting werd gereden, de motor
vóór het afzetten gedurende een
korte tijd met lage belasting laten
draaien of gedurende ca.
30 seconden stationair laten
draaien om de turbolader te
beschermen.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags
worden geactiveerd, wordt de motor automatisch uitgeschakeld als de
auto binnen een bepaalde tijd tot stil‐
stand komt.
Page 200 of 207

198KlantinformatieAupeo! GmbH
AUPEO ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van Aupeo! GmbH.Bluetooth SIG, Inc.
Bluetooth ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc.EnGIS Technologies, Inc.
BringGo ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van EnGIS Technolo‐
gies, Inc.Google Inc.
Android™, Android Auto™ en Google Play™ Store zijn handelsmerken van
Google Inc.Verband der Automobilindustrie e.V.
AdBlue ®
is een gedeponeerd
handelsmerk van de VDA.Registratie van
voertuigdata en privacy
Event Data Recorders(EDR)
Gegevensopslagmodules in de
auto
Een groot aantal elektronische
componenten van uw auto bevat
gegevensopslagmodules die tijdelijk of permanent technische gegevens
over de staat van de auto, voorvallen en fouten opslaan. In het algemeen
documenteert deze technische infor‐
matie de staat van onderdelen,
modules, systemen of de omgeving:
● Bedrijfsomstandigheden van systeemcomponenten (bijv.
vulniveaus).
● Statusberichten van de auto en de componenten ervan (bijv.
aantal wielomwentelingen / rota‐
tiesnelheid, afremming, dwars‐
acceleratie).
● Storingen en defecten in belang‐ rijke systeemcomponenten.●Reacties van de auto in bepaalde
rijsituaties (bijv. afgaan van
airbag, activering van stabiliteits‐
regeling).
● Omgevingsomstandigheden (bijv. temperatuur).
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde
routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als diensten worden gebruikt (bijv. reparaties, serviceprocessen, garan‐
tiegevallen, kwaliteitsborging)
kunnen medewerkers van het servi‐
cenetwerk (met inbegrip van de fabri‐ kant) deze technische informatie
lezen in de gebeurtenis- en foutgege‐
vensopslagmodules waarbij speciale
diagnostische apparaten worden
gebruikt. Raadpleeg desgewenst
deze werkplaatsen voor meer infor‐
matie. Na het corrigeren van een fout worden de gegevens gewist uit de
foutopslagmodule of worden ze cons‐
tant overschreven.
Page 202 of 207

200TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............178, 183
Aanduidingen op banden ..........157
Aansteker .................................... 63
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 138
Accu ........................................... 143
Achterdeuren ............................... 24
Achterlichten .............................. 148
Achterruitverwarming ................... 31
Achteruitrijlichten .........................95
Afmetingen auto ........................189
Airbag deactiveren ....................... 44 Airbag-deactivering ...................... 70
Airbag en gordelspanners ...........70
Airbaglabel.................................... 39
Airbagsysteem ............................. 39
Airconditioning ............................. 99
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 106
Alarmknipperlichten .....................93
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 108
Antiblokkeersysteem .................119
Antiblokkeersysteem (ABS) .........72
Asbakken ..................................... 63
Autogegevens ............................ 183
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 173Auto stallen ................................. 138
Autostop ..................................... 111
B Bagageruimte ........................ 24, 52
Bagageruimte-afdekking .............54
Bandenreparatieset ...................164
Bandenspanning .......................157
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 73, 159
Bandenspanningswaarden ........191
Batterijspanning ........................... 84
Bedieningsorganen ......................59
Bekerhouders .............................. 51
Bekleding .................................... 176
Beladingsinformatie .....................56
Beslagen lampglazen ..................95
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 124
Binnenspiegels ............................. 28
Binnenverlichting .................96, 151
Bochtverlichting ............................ 93
Boordgereedschap .....................156
Boordinformatie ........................... 82
Brandstof .................................... 130
Brandstofkeuzeschakelaar ..........65
Brandstofmeter ............................ 65
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 136
Brandstof voor benzinemotoren 130
Brandstof voor rijden op LPG .....130
Page 203 of 207

201Buitenspiegels.............................. 27
Buitentemperatuur .......................61
C Centrale vergrendeling ................21
Claxon ................................... 13, 60
Code ............................................. 82
Conformiteitsverklaring ...............192
Contactslotstanden ....................109
Controlelampen ............................ 64
Controlelampjes............................ 67
Controle over de auto ................108
Controles .................................... 139
Cruise control ...................... 75, 124
D Dagrijlicht ..................................... 93
Dagteller ...................................... 64
Dak ............................................... 31
Dakbelasting ................................. 56
Derde remlicht ........................... 150
Diefstalalarmsysteem ..................26
Dimlicht of grootlicht .....................92
Driepuntsgordel ........................... 38
Driver Information Center .............75
E Eerste hulp ................................... 56
Elektrisch bediende ruiten ...........29
Elektrische aansluitingen .............63
Elektrische verstelling ..................27Elektrisch systeem...................... 151
Elektronische rijprogramma's ....119
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....73
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 122
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............72
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............101
Erkenning van software ..............194
Event Data Recorders (EDR) .....198
F
Frontaal airbagsysteem ...............42
G
Geautomatiseerde versnellingsbak .......................116
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..197
Geluidssignalen ........................... 83
Gereedschap ............................. 156
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................55
Gloeilamp vervangen ................145
Gordels ......................................... 37
Gordelverklikker ........................... 70
Gordijnairbagsysteem .................. 44
Grootlicht ............................... 74, 92H
Halogeenkoplampen .................145
Handbediende ruiten ...................29
Handgeschakelde modus ..........118
Handgeschakelde versnellingsbak ......................115
Handmatige dimfunctie ................28
Handmatig verstellen ...................27
Handrem ............................. 119, 120
Handschoenenkastje ...................51
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 120
Hoofdsteunen .............................. 33
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 47
Info-Display................................... 80
Info-Displays ................................. 75
Inhouden ................................... 190
Inklapbare spiegels .....................27
Inleiding ......................................... 3
Instrumentengroep ......................64
Instrumentenverlichting .............151
Interieurverlichting ........................95
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........50
Page 206 of 207

204Z
Zekeringen ................................. 151 Zekeringenkast in motorruimte ..153
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............154
Zonnedak ..................................... 31
Zonnekleppen .............................. 31
Zijdelings airbagsysteem .............43
Zijmarkeringslichten...................... 92
Zijrichtingaanwijzers ..................149