display OPEL MOVANO_B 2015 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2015Pages: 215, PDF Size: 4.97 MB
Page 135 of 215

Rijden en bediening133
Tijdelijk uitschakelen
Systeem tijdelijk uitschakelen door
toets r op het instrumentenpaneel
in te drukken met het contact en de achteruitversnelling ingeschakeld.
Controlelamp in de knop brandt.
Wanneer de achteruitversnelling
wordt ingeschakeld, klinkt er geen ge‐
luidssignaal; dit is uitgeschakeld.
Het systeem wordt bij het indrukken
van toets r of de volgende keer dat
het contact wordt ingeschakeld, op‐
nieuw geactiveerd.
Permanent uitschakelen
Systeem permanent uitschakelen
door toets r op het instrumenten‐
paneel in te drukken en ca. 3 seconden lang ingedrukt te houden
met het contact en de achteruitversnelling ingeschakeld.
Controlelamp in de knop brandt on‐
onderbroken.
Het systeem is daarmee uitgescha‐
keld en werkt niet. Wanneer de
achteruitversnelling wordt ingescha‐
keld, klinkt er geen geluidssignaal; dit is uitgeschakeld.Het systeem wordt opnieuw geacti‐
veerd door toets r in te drukken en
ca. 3 seconden lang ingedrukt te hou‐ den.
Storing
Als het systeem een storing regis‐
treert, klinkt er ca. 5 seconden lang
een ononderbroken geluidssignaal bij het inschakelen van de
achteruitversnelling. Contact opne‐
men met een werkplaats om de oor‐
zaak van de storing te laten verhel‐ pen.Voorzichtig
Bij het achteruitrijden moet het ge‐ bied vrij zijn van obstakels die de
onderkant van de auto zouden
kunnen raken.
Botsen tegen de achteras, dat
wellicht niet zichtbaar is, zou on‐
karakteristieke veranderingen in
het rijgedrag tot gevolg kunnen
hebben. Raadpleeg bij een derge‐
lijke botsing een werkplaats.
Achteruitkijkcamera
De camera is gewoonlijk onder de lijst van de nummerplaat gemonteerd meteen displaymonitor op de zonneklepvan de bestuurder.
Werking Door het achteruitkijkcamerasysteem
kan de bestuurder de achterkant van
het voertuig in de displaymonitor zien terwijl hij achteruit rijdt.
Het systeem kan worden in- of uitge‐
schakeld met de Start/Stop-knop die
zich rechts van de displaymonitor be‐ vindt.
Page 136 of 215

134Rijden en bediening
Met de overige toetsen op de monitorkan de gebruiker bron AV1 of AV2 se‐
lecteren en de helderheid en het con‐
trast van de displaymonitor aanpas‐
sen.
Voor een optimale zichtbaarheid mag de achteruitkijkcamera niet met vuil,sneeuw of ijs zijn bedekt.9 Waarschuwing
Het systeem is bedoeld als een
achteruitrijhulp en vervangt het
zicht van de bestuurder niet.
Zorg ervoor dat u door deze func‐
tie geen risico's neemt bij het ach‐ teruit rijden.
Niet voorzichtig zijn bij het achter‐
uit rijden kan leiden tot schade aan
de auto, letsel of de dood. Contro‐
leer steeds de buitenspiegels en
kijk over uw schouder voordat u
achteruit rijdt.
De hulpsystemen voor de bestuur‐
der ontheffen de bestuurder niet
van zijn volledige verantwoorde‐
lijkheid van de bediening van het
voertuig.Brandstof
Brandstof voor
dieselmotoren Gebruik uitsluitend dieselbrandstof‐
fen die voldoen aan EN 590. De
brandstof moet een laag zwavelge‐
halte hebben (max. 10 ppm). Het is
toegestaan gelijkwaardige genorma‐
liseerde brandstoffen te gebruiken
met een gehalte aan biodiesel
(= FAME conform EN14214) van max. 7 volumeprocent (zoals
DIN 51628 of gelijkwaardige nor‐
men).
Landen buiten de Europese Unie ge‐
bruiken Euro-Diesel met een zwavel‐ concentratie onder 50 ppm.Voorzichtig
Gebruik van brandstof die niet vol‐ doet aan EN 590 of soortgelijk,kan leiden tot een verminderd mo‐
torvermogen, meer slijtage of mo‐
torschade en kan van invloed zijn
op de garantie.
Page 164 of 215

162Verzorging van de auto
Let op
In landen waar het bandenspan‐
ningscontrolesysteem wettelijk ver‐
eist is, wordt de typegoedkeuring
van het voertuig bij het gebruik van
wielen zonder druksensoren nietig.
De sensoren van het TPMS controle‐ ren de spanningswaarden van de
banden en verzenden de meetwaar‐
den naar een ontvanger in de auto.
Elke band, ook de reserve, moet koud
en op de spanning zoals aanbevolen
op het etiket bandenspanning maan‐
delijks worden gecontroleerd.
Bandenspanningswaarden op
display
U kunt de actuele bandenspannings‐
waarden bekijken op het Driver Infor‐
mation Center 3 85.
Druk bij een stilstaande auto meer‐
dere malen op de knop op het uit‐
einde van de wisserhendel totdat het
menu Bandenspanningswaarden
verschijnt.
Bandenspanning te laag
Een te lage bandenspanning wordt
aangegeven door het oplichten van
controlelamp w 3 83 en een bijbeho‐
rend bericht op het Driver Information Center.
Als w oplicht, stop dan bij de eerst‐
volgende gelegenheid en breng de banden op de aanbevolen spannings‐
waarden 3 204.
Na het op spanning brengen moet u
wellicht een stukje rijden om de ban‐
denspanningswaarden op Driver In‐
formation Center bij te werken. Hierbij
kan w oplichten.
Page 181 of 215

Verzorging van de auto179
Velgen zijn gelakt en kunnen met de‐
zelfde middelen worden behandeld
als de carrosserie.
Lakschade
Geringe lakschade voordat er roest‐
vorming optreedt met een lakstift her‐
stellen. Grotere lakschade of roest‐
vorming door een werkplaats laten
herstellen.
Onderstel Sommige delen van de bodemplaat
zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende was‐
laag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten
controleren en zo nodig een nieuwe
waslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze/rubber materialen kun‐
nen de pvc-laag aantasten. Werk‐
zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de be‐
schermende waslaag laten controle‐
ren.Trekhaak
Kogelstang niet met een stoom- ofhogedrukreiniger reinigen.
Verzorging interieur
Interieur en bekleding Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig lederen bekleding met zuiver
water en een zachte doek. Gebruik een reinigingsmiddel voor leder als
de bekleding erg vuil is.
De instrumentengroep en de displays
alleen met een vochtige doek reini‐
gen. Gebruik zo nodig water en milde
zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name oplichtgekleurde bekleding. Reinig ver‐
wijderbare vlekken en verkleuringen
zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.Voorzichtig
Klittenbandsluitingen sluiten om‐
dat geopende klittenbandsluitin‐
gen schade aan de stoelbekleding kunnen toebrengen.
Hetzelfde geldt voor kledingstuk‐
ken met scherpe voorwerpen
zoals ritssluitingen, riemen of spij‐ kerbroeken met metalen accen‐
ten.
Kunststof en rubber onderdelen
Kunststof en rubberen onderdelen
mogen met dezelfde middelen wor‐
den gereinigd als de carrosserie. Zo nodig een interieurreiniger gebruiken.
Geen andere middelen gebruiken.
Vooral geen oplosmiddelen of brand‐ stof. Niet schoonmaken met hoge‐
drukreinigers.
Page 182 of 215

180Service en onderhoudService en onderhoudAlgemene informatie..................180
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐
middelen en onderdelen ............182Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐
veiligheid en voor het behoud van de waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar
in de werkplaats.
Servicedisplay 3 77.
Motoraanduiding 3 185.
Europese service-intervallen - uitgezonderd Bus
Onderhoud van uw auto is nodig om de 40.000 km of na 2 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Bij een zwaardere belasting, bijv. bij
taxi's en politievoertuigen, geldt wel‐
licht een korter onderhoudsinterval.Europese service-intervallen -
alleen Bus Onderhoud van uw auto is nodig omde 30.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
De Europese service-intervallen gel‐ den voor de volgende landen:
Andorra, België, Denemarken, Duits‐
land, Estland, Finland, Frankrijk,
Griekenland, Hongarije, Ierland, IJs‐
land, Italië, Kroatië, Letland, Liech‐
tenstein, Litouwen, Luxemburg, Ne‐
derland, Noorwegen, Oostenrijk, Po‐ len, Portugal, Slovenië, Slowakije,
Spanje, Tsjechische Republiek, Ver‐
enigd Koninkrijk, Zweden, Zwitser‐
land.
Page 183 of 215

Service en onderhoud181
Internationale service-
intervallen
Israël:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 40.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij anders aangegeven op het service-
display.
Roemenië, Bulgarije, Australië:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 30.000 km of na 2 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Marokko, Turkije:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 20.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.Internationaal:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 15.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Tot de andere landen behoren:
Albanië, Australië, Bosnië-Herzego‐
vina, Cyprus, Kazachstan, Kosovo,
Macedonië, Malta, Montenegro,
Nieuw-Zeeland, Oekraïne, Rusland,
Servië, Singapore, Wit-Rusland,
Zuid-Afrika.
Internationaal +:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 10.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Tot de + landen behoren: Moldavië.
Internationaal ++:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 8.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.Tot de ++ landen behoren: Hong‐
kong.
Registraties
Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de uit‐
voerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en ga‐
rantieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van ser‐
vice essentieel is bij aanspraken op
garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.
Servicedisplay De service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
De Service-display, in het Driver In‐
formation Center, geeft de volgende
onderhoudsbeurt aan. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Servicedisplay 3 77.
Peilsensor motorolie 3 77.
Page 212 of 215

210
HHandbediende ruiten ...................33
Handgeschakelde modus ..........122
Handgeschakelde versnellingsbak ......................119
Handmatige dimfunctie ................32
Handmatig verstellen ...................30
Handrem .................................... 125
Handschoenenkastje ...................62
Handzender .................................. 18
Hellingrem ................................. 126
Hoofdsteunen .............................. 36
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 103
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 54
Info-Displays ................................. 85
Inhouden ................................... 203
Inklapbare spiegels .....................31
Inleiding ......................................... 3
Instrumentengroep ......................75
Instrumentenverlichting .............156
Interieurverlichting ........................93
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........60K
Katalysator ................................. 118
Kentekenverlichting ...................154
Keuzehendel ............................. 121
Kilometerteller .............................. 75
Kindersloten ................................. 23 Kinderveiligheids-systemen ..........52
Klimaatregeling ............................ 14
Klimaatregelsystemen ..................97
Klok .............................................. 73
Knoppen op stuurkolom ...............71
Koeling handschoenenkastje ....108
Koelvloeistof .............................. 142
Koelvloeistof en antivries ............182
Koelvloeistoftemperatuur .............83
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...76
Koelvloeistofverwarming............. 103
Kogelstang.................................. 137
Koplampinstelling in het buitenland ................................ 91
Koplampverstelling ......................91
Krachtafnemer ........................... 138
Krik ............................................. 159
L
Laadsysteem ............................... 81
Lampenkappen, beslagen ............93
Leeslampen ................................. 94
Lekke band ......................... 166, 169Lichtschakelaar ............................ 90
Lichtsignaal .................................. 91
Luchtinlaat ................................. 108
Luchtvering ................................ 116
M
Meldingen ..................................... 86
Meters........................................... 75
Mistachterlicht .............................. 85
Mistachterlichten .......................... 93
Mistlamp ...................................... 84
Mistlampen ........................... 92, 151
Mistlampen voor .......................... 92
Modus ECO ................................ 110
Motoraanduiding .........................185
Motorgegevens .......................... 188
Motor-ID...................................... 186
Motorkap .................................... 141
Motorolie .................... 141, 182, 187
Motoroliedruk ............................... 83
Motor starten ..................... 112, 120
N Nieuwe auto inrijden ..................111
Nooduitgang ................................. 35
O
Obstakeldetectiesystemen .........131
Octaangetal ................................ 188
Olie ............................................. 141
Page 213 of 215

211
Oliedruk........................................ 83
Olie, motor .......................... 182, 187
Oliepeil.......................................... 77
Opbergruimte................................ 61
Opbergruimte plafond ..................64
Opbergruimte voor ....................... 62
Opbergvakken .............................. 61
Opbergvakken instrumentenpaneel .................61
Opbergvak onder passagiersstoel 63
Opschakelen................................. 82 Overzicht instrumentenpaneel .....10
P
Panne ......................................... 176
Panoramadak .............................. 35
Parkeerhulp ............................... 131
Parkeerrem - zie Handrem .........125
Parkeren .............................. 17, 116
Park pilot met ultrasoonsensoren 131
Partikelfilter ................................. 118
Peilsensor motorolie .....................77
Plafondconsole ............................ 63
Pollenfilter .................................. 108
Portieren ....................................... 24
Portier open ................................. 85
Profieldiepte ............................... 165R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 207
Regeling stationair toerental ......113
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 206
Remassistentie .......................... 126
Remmen ............................ 124, 145
Remsysteem ................................ 81
Remvloeistof ...................... 145, 182
Reservewiel ............................... 171
Richtingaanwijzer ........................80
Richtingaanwijzers ....................... 92
Richtingaanwijzers vooraan ......151
Roetfilter ............................... 83, 118
Ruiten ........................................... 33
Rijgedrag en aanhangertips ......136
Rijregelsystemen ........................126
Rijverlichting .......................... 12, 84
S Schakel motor uit ..........................81
Schuifdeur ................................... 24
Service ............................... 109, 180
Service-display ............................ 77
Service-indicatie .......................... 81
Service-informatie ...................... 180
Sjorogen ...................................... 64
Sleepoog .................................... 176Sleutels ........................................ 18
Sleutels, sloten ............................. 18
Slijtage van remblokken ...............82
Sneeuwkettingen .......................166
Snelheidsmeter ............................ 75
Snelheidsregelaar ........................75
Spiegels .................................. 30, 32
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................144
Startbeveiliging ............................ 30
Starten en bedienen ...................111
Starthulp gebruiken ...................174
Stoelpositie .................................. 37
Stoelverstelling ........................7, 38
Stoelverwarming ........................... 41
Stop/Start-systeem .....................113
Stop-startsysteem......................... 84
Storing ....................................... 124
Storingsindicatielamp ..................81
Stroomonderbreking ..................124
Sturen ......................................... 111
Stuurbedieningsknoppen .............70
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......143
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 70
Symbolen ....................................... 4
T Tachograaf ............................. 85, 89
Tanken ....................................... 135
Page 214 of 215

212
Technische gegevens................188
Te laag brandstofpeil ...................84
Toerenteller ................................. 76
Top-Tether-bevestigingsogen ......60
Traction Control .........................126
Trekhaak .................................... 137
Trekken....................................... 136
Trekken van een aanhanger ......137
Trekstang.................................... 136
Tripcomputer ............................... 87
Triple-Info-Display .......................86
Typeplaatje ................................ 185
U Uitlaatgassen .............................. 118
Uitrol-brandstofafsluiter .............113
Uitstapverlichting .........................95
Uittrekbare handrem ...................125
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 165
Vaste luchtroosters ....................108
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................44
Veiligheidsnet .............................. 66
Velgen en banden .....................160
Ventilatie ....................................... 97
Ventilatieopeningen ....................107Verbanddoos ............................... 67
Vergrendelingssysteem ...............28
Verlichting ..................................... 90
Verlichtingsfuncties....................... 95
Versnellingsbak ........................... 15
Versnellingsbakdisplay ........78, 120
Verstelbare luchtroosters ........... 107
Verwarmde spiegels ....................31
Verwarming ................................. 41
Verwarming achterin .................. 101
Verwarmings- en ventilatiesysteem ...................... 97
Verwerking van sloopauto .........140
Verzorging .................................. 177
Verzorging exterieur ..................177
Verzorging interieur ...................179
Voertuiggewicht .........................190
Voertuigidentificatienummer ......184
Voordat u wegrijdt ........................ 16
Voorstoelen .................................. 37
Voorverwarming .......................... 83
W
Waarschuwingslampen ................75
Werkzaamheden uitvoeren .......140
Wieldoppen ................................ 165
Wiel verwisselen ........................169
Winterbanden ............................ 160
Wis-/wasinstallatie .......................14Wis-/wasinstallatie voorruit ..........71
Wisserblad vervangen ...............147
Z Zekeringen ................................. 156
Zekeringenkast ...................157, 158
Zekeringenkast in motorruimte ..157
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............158
Zitplaatsen achterin .....................42
Zitrijen achterin ............................. 42
Zonnebrilhouder .......................... 63
Zonnekleppen .............................. 35
Zijdelings airbagsysteem .............51
Zijknipperlichten ......................... 153
Zijmarkeringslichten...................... 90