display Peugeot 206 CC 2003.5 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2003.5, Model line: 206 CC, Model: Peugeot 206 CC 2003.5Pages: 132, PDF Size: 1.74 MB
Page 39 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
42
08-12-2003
RDS Gebruik van RDS-functie (Radio Data Systeem) op FM De
RDS -functie biedt de mogelijkheid om naar een zender te luisteren, ongeacht de verschillende frequenties die voor deze
zender gebruikt worden in de diverse regio's.
Druk kort op de toets "RDS"om de functie in of uit te schakelen.
Op het multifunctionele display verschijnt: Ð "RDS" als deze functie is ingeschakeld.
Ð "(RDS)" als deze functie wel ingeschakeld, maar niet beschikbaar is.
Volgen van RDS-zenders
Op het display wordt de naam van de zender aangegeven. Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds de sterkste zender die hetzelfde programma uitzendt.
Verkeersinformatie Druk op de toets "TA"om deze functie in of uit te schakelen.
Op het display verschijnt:
Ð "TA" als deze functie is ingeschakeld.
Ð "(TA)" als deze functie wel ingeschakeld, maar niet beschikbaar is.
Als deze functie is ingeschakeld, wordt de geluidsbron die op dat moment te horen is (radio, CD of CD-wisselaar) onderbroken om voorrang te verlenen aan de ontvangen verkeersinformatie. Druk op de toets "TA"om de verkeersinformatie te onderbreken; de functie is dan uitgeschakeld.
Opmerking: Het volume van de verkeersinformatie is onafhankelijk van het normale volume van de radio. U kunt dit instellen met de volumeknop. De instelling wordt opgeslagen en gebruikt bij volgende berichten. Regionale functie (REG) Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionale programma's uit. Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd. Houd hiervoor de toets "RDS"langer dan twee seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen.
Page 43 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
47
08-12-2003
Pijltjestoetsen:Met behulp van de pijltjestoetsen kan een item op het scherm worden geselecteerd. In het beginmenu kan met behulp van de toetsen "Omhoog" en "Omlaag" de lichtsterkte van hetscherm worden ingesteld. Door tijdens het navigeren op de pijltjestoets "links" of "rechts" te drukken wordt tijdelijk de volledige naam van de straat weergegeven alsdeze gedeeltelijk buiten het scherm valt.
menu : het indrukken van deze toets geeft toegang tot hethoofdmenu. Deze toets kan op elk gewenstmoment worden ingedrukt.
esc : escape-toets Kort indrukken: annuleren van de actuele hande-
ling en terug naar het vorige scherm. Langer dan 2 seconden indrukken: terug naar beginmenu. Deze toets kan vanuit elk menu worden ingedrukt. Deze functie werkt niet tijdens het navigeren.
mod : mode-toetsKort indrukken: wisselen tussen weergave vandatum, navigeren, radio en permanente plaatsbe-paling.
val : bevestigingstoetsBevestigen van de geselecteerde functie.
Type van de 2 batterijen: 1,5 V type LR03.
NAVIGATIESYSTEEM Presentatie Het navigatiesysteem helpt u door middel van beeld en geluid om de bestemming van uw keuze te
bereiken. Het systeem berust op een bestand met cartografische gegevens en eenGPS-systeem (Global PositioningSystem). Dit systeem bepaalt uwpositie met behulp van een aantalsatellieten. Het navigatiesysteem bestaat uit de volgende onderdelen:
Ð de afstandsbediening,
Ð het display,
Ð de computer,
Ð de schakelaar voor het herhalen van het laatste gesproken bericht,
Ð de CD-rom,
Ð de multifunctionele antenne. De afstandsbedieningDoor de afstandsbediening op het display te richten kunnen de verschillende functies worden geselecteerd.
De afstandsbediening kan in een speciaal daarvoor bestemd vak in het dash- boardkastje worden opgeborgen.
Sommige functies of diensten in deze handleiding kunnen vari‘ren,afhankelijk van de gebruikte CD-rom of het land van bestemming.
Page 44 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
Tijdens het navigeren geeft het scherm verschillende soor- ten informatie afhankelijk van de uit te voeren manoeu-vres. 1.Afstand tot de volgende manoeuvre.
2. Volgende manoeuvre.
3. Volgende afslag.
4. Tijd.
5. Buitentemperatuur.
6. Huidige weg.
7. Afstand tot de eindbestemming.
8. Uit te voeren manoeuvre.
Het display De functies van de verschillende menu's verschijnen aan de onderkant van het scherm: 1.
Gekozen functie.
2. Functie niet beschikbaar in deze situatie.
3. Functie beschikbaar.
Opmerking: In de optie "Lijst"kunnen maximaal
80 adressen worden opgeslagen.
48
08-12-2003
Page 52 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
55
Instellingen display
Vanuit het hoofdmenu kan het menu "Beeldschermcon-
figuratie" worden gekozen met de volgende instellingen:
Ð regelen van de lichtsterkte van de tekst en de achtergrond op het scherm.
Ð instellen van de datum en de tijd.
Ð keuze van de taal voor de weergave op het display en de gesproken informatie (Duits, Spaans, Frans, Engels, Italiaans, Nederlands).
Ð instellen van formaten en eenheden. Er kan gekozen worden tussen de weergave in km/h of mph en in graden Celsius of Fahrenheit en tussen 12- of 24-uursweergave van de tijd. Opties
Vanuit het menu navigatie/begeleiding kan het menu "Navigatie-opties"
worden gekozen dat de volgende
mogelijkheden biedt:
Ð beheer van de geheugens. Met deze functie kan de omschrijving van een opgeslagen adres gewijzigd worden en kan een adres gewist worden. Kies daarvoorhet geheugen en dan de omschrijving van het desbe-
treffende adres.
Ð het regelen van de geluidssterkte van de gesproken berichten.
Ð het wissen van alle gegevens in beide geheugens.
Ð het stopzetten of het hervatten van de navigatie. Afhan- kelijk van de uitgangssituatie verschijnt de melding "Navigatie hervatten" of "Navigatie stopzetten" .
08-12-2003
Page 60 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
64
08-12-2003
2 . Automatisch programma "comfort"
Druk op de toets AUTO. Het
systeem regelt de luchtge- steldheid in het interieur auto-matisch aan de hand van de
door u ingestelde waarde. Hiervoor
regelt het systeem de temperatuur, deluchtopbrengst, de luchtverdeling naarde luchtroosters en schakelt het indiennodig de airconditioning in.
De instellingen worden voor uw comfort tussen twee startmomentenopgeslagen, mits de temperatuur inhet interieur nauwelijks is veran-derd. Is dit wel het geval, dan treedthet automatische programma weerin werking.
3. Automatisch programma "zicht"
In sommige gevallen kan het programma "comfort"niet toereikend blijken omde ruiten condens- en ijsvrij
te houden (vocht, veel inzittenden,vorst...). Kies dan dit programma omde ruiten snel te ontwasemen. Druk op de toets AUTOom dit pro-
gramma af te sluiten en weer terug te keren naar het automatisch pro-gramma "comfort". Handmatige bediening Al naar gelang uw wensen kunt u de automatische bediening van hetsysteem handmatig aanpassen. Deoverige functies worden automa-tisch geregeld. Bij het indrukken vande toets AUTOzal het systeem
weer volledig automatisch functio-neren.
Automatische werking
1. Temperatuurregeling
De op het display weergege-ven waarde heeft betrekking op een bepaald comfortni-veau en niet op een tempe-
ratuur in graden Celsius ofFahrenheit.
Druk op de pijltjestoetsen 1(omhoog en
omlaag) om deze waarde te wijzigen. Instelling op ongeveer 21 biedt een optimaal comfort.
AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING Opmerking: De werking van het systeem kan minder zijn wanneer het dak open is.
Page 61 of 132

UW 206 CC IN DETAIL65
08-12-2003
5. Luchtverdeling
Druk deze toets herhaalde- lijk in om de luchtstroom teverdelen naar:
Ð de voorruit (ontwasemen en ont- dooien).
Ð de voorruit en de beenruimte.
Ð de beenruimte.
Ð de linker, rechter en middelste ven- tilatieroosters en de beenruimte.
Ð de linker, rechter en middelste ventilatieroosters. 7. Toevoer van buitenlucht
Bij het indrukken van deze toets wordt de lucht in hetinterieur gerecirculeerd.Deze stand, aangegeven
op het display, dient om de toevoervan buitenlucht bij stank en stof-overlast af te sluiten. Gebruik de luchtrecirculatie alleen als dit echt nodig is. Druk de toetsnogmaals in om de automatischetoevoer van buitenlucht te hervatten. Opmerking: Om te voorkomen dat de
ruiten beslaan bij koud of vochtig weer, raden we u aan dan niet de instelling"luchtrecirculatie" te kiezen.
4. Airconditioning
Bij het indrukken van dezetoets wordt de airconditioninguitgeschakeld. De aandui-ding ECO verschijnt op het
display. Druk de toets nogmaals in omde automatische werking van de air-conditioning te hervatten. De aandui-ding A/Cverschijnt op het display.
Opmerking Condensvorming in de airconditio- ning kan ertoe leiden dat er zicheen klein plasje water onder deauto vormt, dit is een normaal ver-schijnsel.Om het beslaan van de ruiten tevoorkomen is het raadzaam destand ECObij koud of vochtig weer
niet te gebruiken. 8. Uitschakelen van het systeem
Bij het indrukken van de toetsOFFworden alle functies van
het systeem uitgeschakeld. De temperatuur en de ontwa-
seming zullen dan niet meer optimaal zijn, maar er blijft een kleine lucht-stroom gehandhaafd. Het systeem wordt weer opnieuw met de laatste instellingen ingeschakelddoor op de toets OFF, AUTO of zicht
te drukken. Opmerking: Druk op de toets toevoer
van buitenlucht 7om de luchttoevoer
volledig af te sluiten.
9. Achterruitverwarming en verwarming buitenspiegels
Druk op deze toets om de achterruitverwarming en deverwarming van de buiten-spiegels in te schakelen.De verwarming wordt auto-
matisch uitgeschakeld. Druk detoets nogmaals in om de achterruit-verwarming eerder uit te schakelen. Opmerking: Deze functie is uitge-
schakeld wanneer het dak in de bagageruimte is opgeborgen. Belangrijke voorzorgsmaatregelen Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om hetsysteem in perfecte staat te houden. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en laat het systeem in
dat geval door uw PEUGEOT-servi-cepunt controleren.
6. Luchtopbrengst
De luchtopbrengst kan vergroot of verkleindworden door respectie-velijk de toets +of Ðin
te drukken.
Page 69 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
74
08-12-2003
Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaalde melding
"Batterij afstandsbedie-
ning leeg" op het multifunctionele
display. Draai de schroef los en wip het huis met een muntstuk bij het ooglos om de batterij te vervangen (CR 2016/3 V). Als de afstandsbediening na het ver- vangen van de batterij niet werkt,moet deze opnieuw gesynchroni-seerd worden.
SLEUTELS Met behulp van de sleutels kunnen de
portieren, het kofferdeksel (openen),de tankdop en het slot van het dash-boardkastje
onafhankelijk van elkaar
worden bediend, kan de airbag aanpassagierszijde worden uitgeschakelden kan het stuurslot worden bediend.
Vergrendelen en ontgrendelen Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier:
Ð kunnen de portieren en het kofferdek- sel gelijktijdig vergrendeld worden.
Ð kunnen de portieren gelijktijdig ontgrendeld worden.
Wanneer een van de portieren is geopend, werkt de centrale vergren-deling niet. Het kofferdeksel kan alleen ont- grendeld worden met de sleutel inhet slot van het kofferdeksel. Afstandsbediening Met de afstandsbediening kunnen dezelfde functies worden uitgevoerd.
Vergrendelen Druk op de knop
Aom de auto te
vergrendelen.Het vergrendelen wordt bevestigd doorhet gedurende ongeveer 2 secondenbranden van de richtingaanwijzers. Ontgrendelen Druk op de knop Bom de portieren
te ontgrendelen.Het ontgrendelen wordt bevestigd door het snel knipperen van de richtingaanwijzers. Opmerking: Als de auto is vergren-
deld en wordt ontgrendeld zonder dat binnen 30 seconden een van deportieren wordt geopend, wordt deauto automatisch weer vergrendeld. Druk de knop van de afstandsbedie- ning niet buiten het bereik van deauto in. Hierdoor kan het systeembuiten werking raken. In dat gevalmoet de afstandsbediening opnieuwgesynchroniseerd worden (zie het
desbetreffende hoofdstuk).
Waarschuwingssignaal sleutel
Als het bestuurdersportier wordt geo-pend terwijl de sleutel nog in het con-tact steekt, klinkt er een geluidssignaal.
Lokaliseren van de auto Om de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats: Druk op de knop A, de plafonnier
gaat branden en de knipperlichten knipperen gedurende enkeleseconden.
Synchroniseren van de afstandsbediening Zet het contact uit.
Zet het contact weer aan.
Druk direct gedurende enkele
seconden op de knop A.
Zet het contact uit en verwijder de
sleutel uit het contactslot. De
afstandsbediening werkt nu weer.
Page 72 of 132

UW 206 CC IN DETAIL
76
08-12-2003
Openen van buitenaf
PORTIEREN
Openen van binnenuit
VERGRENDELEN EN
ONTGRENDELEN VAN HETKOFFERDEKSEL
Vergrendel het kofferdeksel met de
sleutel (draai de sleutel van Anaar C)
of met de afstandsbediening. Ontgrendel het kofferdeksel met de
sleutel (draai de sleutel van Anaar B).
De verlichting van de bagageruimte gaat automatisch aan zodra hetkofferdeksel geopend wordt.
Vergrendelen van binnenuit
Vergrendelen: Druk op de knop A.
Met het vergrendelen van een voorportier worden tegelijkertijd ookhet portier aan passagierszijde en
het kofferdeksel vergrendeld. Ontgrendelen van binnenuit
Trek aan de knop Aof aan de hand-
greep om het portier te ontgrendelen.
Waarschuwing "portier open" Als bij draaiende motor een portier
niet goed is gesloten, zal een geluidssignaal te horen zijn in combinatie met een bijbehorendemelding of afbeelding op het multi-
functionele display.
Tijdens het rijden gaat, als de knop
van de plafonnier in de stand "ver- lichting gaat branden als een portiergeopend wordt" staat, de plafonnierknipperen.
Page 77 of 132

RichtingaanwijzersLinks: Omlaag.
Rechts: Omhoog. UW 206 CC IN DETAIL
81AUTOMATISCH INSCHAKELEN
VAN DE VERLICHTING Het parkeerlicht en het dimlicht worden automatisch ingeschakeld als de licht-sterkte van de omgeving onvoldoendeis of als de ruitenwissers onafgebrokenwissen en worden uitgeschakeld als delichtsterkte van de omgeving weer vol-doende is of de ruitenwissers wordenuitgeschakeld. Bij mist of sneeuw kan de lichtsen- sor voldoende licht waarnemen enzullen de lichten niet automatischworden ingeschakeld. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In- of uitschakelen van de functie:
Ð zet het contact in de stand acces-
soires (1 e
stand van de sleutel).
Ð zet de lichtschakelaar in de stand AUTO/0 .
Ð houd het uiteinde van de licht- schakelaar meer dan 4 secondeningedrukt. Controle van werking Inschakelen
Bij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en verschijnt een
melding op het multifunctionele display.
Uitschakelen Bij het uitschakelen van de functie klinkt een geluidssignaal. Als de bestuurder de verlichting handmatig bedient, wordt de functietijdelijk uitgeschakeld. Bij een storing in de lichtsensor
wordt de verlichting ingeschakeld, klinkt een geluidssignaal en verschijnteen melding op het multifunctionele
display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.
08-12-2003
Dek de lichtsensor, die aan de regensensor is gekoppeld en zichin het midden van de voorruit, ach-ter de binnenspiegel bevindt, nietaf. Deze sensor regelt de automa-tische verlichting.
Page 78 of 132

RichtingaanwijzersLinks: Omlaag.
Rechts: Omhoog. UW 206 CC IN DETAIL
81AUTOMATISCH INSCHAKELEN
VAN DE VERLICHTING Het parkeerlicht en het dimlicht worden automatisch ingeschakeld als de licht-sterkte van de omgeving onvoldoendeis of als de ruitenwissers onafgebrokenwissen en worden uitgeschakeld als delichtsterkte van de omgeving weer vol-doende is of de ruitenwissers wordenuitgeschakeld. Bij mist of sneeuw kan de lichtsen- sor voldoende licht waarnemen enzullen de lichten niet automatischworden ingeschakeld. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In- of uitschakelen van de functie:
Ð zet het contact in de stand acces-
soires (1 e
stand van de sleutel).
Ð zet de lichtschakelaar in de stand AUTO/0 .
Ð houd het uiteinde van de licht- schakelaar meer dan 4 secondeningedrukt. Controle van werking Inschakelen
Bij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en verschijnt een
melding op het multifunctionele display.
Uitschakelen Bij het uitschakelen van de functie klinkt een geluidssignaal. Als de bestuurder de verlichting handmatig bedient, wordt de functietijdelijk uitgeschakeld. Bij een storing in de lichtsensor
wordt de verlichting ingeschakeld, klinkt een geluidssignaal en verschijnteen melding op het multifunctionele
display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.
08-12-2003
Dek de lichtsensor, die aan de regensensor is gekoppeld en zichin het midden van de voorruit, ach-ter de binnenspiegel bevindt, nietaf. Deze sensor regelt de automa-tische verlichting.