contact Peugeot 208 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2013, Model line: 208, Model: Peugeot 208 2013Pages: 332, PDF Size: 8.77 MB
Page 107 of 332

105
4
Rijden
Controleer bij slecht weer en bij winterse omstandigheden of de sensoren niet worden bedekt met vuil,rijp of sneeuw.
Laat in het geval van een storing het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Als het systeem tijdens een manoeuvrewordt gedeactiveerd, moet de bestuurder het systeem handmatig weer activeren om de meting voort te zetten.
Als de ruimte tussen uw auto en deparkeerplek te groot is, kan het systeem mogelijk de beschikbare ruimte nietmeten. Objecten die groter zijn dan de afmetingen van de auto, worden bij een manoeuvre niet gedetecteerd door het Park Assist-systeem.
Deactiveren
Er verschijnt een melding op het scherm.
De bestuurder moet nu het stuur weer overnemen. Het systeem wordt automatisch gedeactiveerd:
- als het contact wordt a
fgezet,
- als de motor afslaat,
- als er binnen 5 minuten na het selecteren
van het type manoeuvre niet wordt gestart
met een manoeuvre,
- als de auto tijdens de manoeuvre langdurig
blij
ft stilstaan,
- als de antispinregeling (ASR) in werking
treedt,
- als de maximale wagensnelheid wordt
overschreden,
- als de bestuurder het stuur wiel tegenhoudt,
-
als de bestuurder de schakelaar van het
Park Assist-systeem indrukt,
- als het niet mogelijk is om de auto correct
in te parkeren
(te veel manoeuvres nodig
voor het in- of uitparkeren),
- als het bestuurdersportier wordt geopend,
- als
één van de voor wielen op een obstakelstuit. Uitschakelen
Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld:
- bij het trekken van een aanhangwagen,
- als het bestuurdersportier wordt geopend,
- bij een wagensnelheid vanaf 70 km/h. Raadpleeg om het systeem voor langere duur
te laten uitschakelen het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
Storing
In het geval van een storing in
het systeem wordt dit pictogram
weergegeven op het instrumentenpaneelen/of verschijnt een melding op het scherm
in combinatie met een geluidssignaal (kor t
piepsignaal).
Het lampje van de schakelaar knippert enkeleseconden. Als de storing optreedt tijdens het gebruik van het systeem, gaat het lampje uit.
In het geval van een storing in de stuurbekrachtiging worden dezepictogrammen weergegeven ophet instrumentenpaneel.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Page 111 of 332

109
5
!
Zicht
Als de buitenspiegels zijn ingeklapt met behulp van de schakelaar A , worden ze niet automatischuitgeklapt als de auto wordt ontgrendeld. Treknogmaals de schakelaar A
naar achteren om de Abuitenspiegels uit te klappen.
Het automatisch in- en uitklappen van de buitenspiegels kan wordengedeactiveerd door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerdewerkplaats.
Klap de buitenspiegels in als u uw auto in een automatische autowasstraat laatwassen.
Inklappen
- Automatisch: vergrendel de auto met de afstandsbediening of de sleutel.
- Handmatig: trek bij aangezet contact deschakelaar Anaar achteren.
Uitklappen
- Automatisch: ontgrendel de auto met deafstandsbediening of de sleutel.
- Handmatig: trek bij aangezet contact deschakelaar Anaar achteren.
Automatisch dimmende binnenspiegel
Dankzij een sensor die de hoeveelheid licht die
vanaf de achterzijde van de auto op de spiegel
valt meet, gaat de binnenspiegel geleidelijk en
automatisch over van de dag- in de nachtstand. Verstelbare spiegel voor het zicht recht achter
de auto.
De binnenspiegel is voorzien van
een nachtstand waardoor de spiegel
donkerder wordt en de bestuurder minder hinder ondervindt van de zon en vankoplampverlichting van achteropkomend
verkeer ...
Binnenspiegel
Binnenspiegel met handbediende dag-/nachtstand
Verstellen
) Stel de spiegel af als deze in de dagstand
staat.
Dag-/nachtstand
)
Trek aan het hendeltje om de spiegel in de
nachtstand te zetten. ) Duw het hendeltje naar voren om despiegel terug te zetten in de dagstand.
Zodra de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt de spiegel in dedagstand gezet voor een maximaal zicht naar achteren.
Om veiligheidsredenen moeten despiegels zo zijn ingesteld dat de "dode hoek" zo klein mogelijk is.
Page 115 of 332

113
5
Zicht
Bij helder of regenachtig weer, zowel overdag als 's nachts, zijn de mistlampen vóór en het mistachterlichtverblindend voor medeweggebruikers en daarom niet toegestaan. Gebruik de mistlampen vóór en het mistachterlichtuitsluitend bij mist of sneeuwval. Onder deze weersomstandigheden dient u de mistlampen vóór en het dimlicht handmatig in te schakelen, omdat de lichtsensor voldoende lichtkan waarnemen. Vergeet niet de mistlampen uit te zettenzodra ze niet meer nodig zijn.
Inschakelen van de verlichting na het afzetten van het contact
Draai om de lichtschakelaar weer te activeren ter wijl de verlichting uit is, dering in de stand "0"
en ver volgens in de stand van uw keuze. Als het bestuurdersportier wordt geopend, klinkt een geluidssignaal om aan te geven dat de verlichting nog brandt. De verlichting, met uitzondering vanhet parkeerlicht, wordt na maximaal 30 minuten automatisch uitgeschakeld om het ontladen van de accu te voorkomen.
Uitschakelen van deverlichting bij het afzetten van het contact
Bij het afzetten van het contact gaat alleverlichting onmiddellijk uit, behalve het dimlicht als de automatische follow me home-verlichting is geactiveerd.