Waarschuwing Peugeot 301 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: 301, Model: Peugeot 301 2016Pages: 260, PDF Size: 6.72 MB
Page 119 of 260

117
301_nl_Chap08_securite-enfants_ed01-2016
Airbag aan passagierszijde OFF
uitschakelen van de airbag vóór aan passagierszijde
Plaats nooit een kind in een kinderzitje
"met de rug in de rijrichting" op de
voorpassagiersstoel als de airbag vóór
aan passagierszijde is ingeschakeld.
Het kind kan in dat geval bij een
aanrijding ernstig en zelfs dodelijk
gewond raken.Raadpleeg de rubriek "Airbags" voor
meer informatie over het uitschakelen
van de airbag vóór aan passagierszijde.
Dit voorschrift wordt tevens vermeld op de
waarschuwingssticker aan beide zijden van de
zonneklep aan passagierszijde. Conform de
wettelijke voorschriften vindt u op de volgende
tabellen deze waarschuwing in alle benodigde
talen.
Deze sticker is op de middenstijl, aan
passagierszijde, aangebracht.
8
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Page 131 of 260

129
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Minimumbrandstofniveau
Als het minimumbrandstofniveau
is bereikt, gaat dit
waarschuwingslampje branden.
tijd
ens het openen van de tankdop
kan een geluid van aangezogen lucht
hoorbaar zijn. Dit wordt veroorzaakt
door de onderdruk die ontstaat door de
afdichting van het brandstofcircuit. Dit
geluid is normaal.
Brandstoftank
Inhoud van de brandstoftank: ongeveer 50 liter.
op een label aan de binnenzijde van de vulklep staat
de v oorgeschreven soort brandstof voor uw auto
aangegeven, afhankelijk van de motoruitvoering.
Als er minder dan 5
li
ter brandstof getankt wordt,
wordt deze stijging van het brandstofniveau niet
weergegeven op de brandstofmeter.
Ta n k e n
F open de vuldop door deze een kwart
om wenteling linksom te draaien.
F
Ver
wijder de vuldop en plaats deze op de
steun (aan de klep).
F
Vul d
e brandstoftank. Laat het vulpistool
maximaal drie keer afslaan, aangezien er
anders storingen kunnen optreden.
F
Pla
ats de vuldop terug en sluit deze door
de dop een kwart omwenteling rechtsom te
draaien.
F
Dru
k de klep van de tankdop dicht.Openen
F trek aan de hendel.
Al s dit lampje gaat branden, zit er nog
ongeveer 5
li
ter brandstof in de tank.
ga zo sn
el mogelijk tanken om te voorkomen
dat u zonder brandstof komt te staan.
Raadpleeg het hoofdstuk "Controles" indien u
strandt met een lege brandstoftank (Diesel).
9
Praktische informatie
Page 135 of 260

133
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Additief AdBlue® en SCR-systeem
voor BlueHDi-dieselmotoren
om het milieu zo min mogelijk te belasten en
om a an de nieuwe euro 6 -norm te voldoen,
heeft P
eug
eot
er
voor gekozen zijn auto's
met dieselmotor te voorzien van een systeem
waarbij het roetfilter (FAP) wordt gecombineerd
met een SCR-systeem (Selective Catalytic
Reduction) voor de behandeling van de
uitlaatgassen zonder dat de prestaties
veranderen of het brandstofverbruik toeneemt.
SCR-systeem
Met behulp van het additief AdBlue®, dat
ureum bevat, zet een katalysator tot 85% va n
de stikstofoxides (N
ox) om i
n stikstof en
water, stoffen die onschadelijk zijn voor de
gezondheid en het milieu. Het additief AdBlue
® bevindt zich in een
specifiek reservoir onder de bagageruimte,
aan de achterzijde van de auto. Het reservoir
heeft een inhoud van 17 liter, goed voor een
actieradius van ongeveer 20.000 km voordat
een waarschuwingssysteem u meldt dat u
met de resterende hoeveelheid additief nog
maximaal 2400 km kunt rijden.
om erv
oor te zorgen dat het SCR-systeem
goed blijft werken, wordt bij elke periodieke
onderhoudscontrole aan uw auto in het
P
eug
eot
-ne
twerk of bij een gekwalificeerde
werkplaats het reservoir van het additief
AdBlue
® bijgevuld.
Als u ver wacht tussen twee periodieke
onderhoudscontroles meer dan 20.000 km te
rijden, raden wij u aan het reservoir tussentijds
te laten bijvullen door het P
eug
eot
-ne
twerk
of een gekwalificeerde werkplaats. Als het AdBlue
®-reservoir leeg is, zorgt
een wettelijk verplicht systeem ervoor
dat de motor niet opnieuw kan worden
gestart.
Als het SCR-systeem niet goed werkt,
stoot uw auto te veel schadelijke stoffen
uit, waardoor hij niet meer aan de
euro 6-
emissienorm voldoet.
Neem bij een storing in het SCR-
systeem zo snel mogelijk contact op
met het P
eug
eot
-ne
twerk of een
gekwalificeerde werkplaats: na 1100
km
w
ordt een systeem geactiveerd dat
het opnieuw starten van de motor
blokkeert.
9
Praktische informatie
Page 138 of 260

136
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Starten geblokkeerd
elke keer dat het contact wordt aangezet, gaan de
ver klikkerlampjes SeRVI Ce en ze lfdiagnose motor
branden en knippert het verklikkerlampje
uReA in
combinatie met een geluidssignaal en de tijdelijk op het
instrumentenpaneel weergegeven melding "N
o StARt
IN" e
n de afstand 0 km of mijl - ("N
o StARt IN 0 k
m"
betekent dat het starten van de motor is geblokkeerd).
om de motor weer te kunnen starten, is het
no odzakelijk dat u contact opneemt met het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
u hebt de limiet van de geautoriseerde rijfase
over schreden: het startblokkerringssysteem
voorkomt dat de motor opnieuw wordt gestart.
Als een storing in het SCR-systeem wordt gedetecteerd
Als een storing wordt gedetecteerd
De verklikkerlampjes
uReA, SeRVI
C
e en
z
elfdiagnose motor gaan branden in combinatie
met een geluidssignaal en de melding "Storing
emissieregeling".
De waarschuwing wordt tijdens het rijden
gegeven als de storing voor de eerste keer
wordt gedetecteerd en vervolgens steeds bij
het aanzetten van het contact zolang de storing
niet is verholpen. Tijdens de geautoriseerde rijfase
(tussen 1100 km en 0 km)
Als een storing in het SCR-systeem is bevestigd
(nadat 50 km is gereden ter wijl de melding van de
storing permanent wordt weergegeven), gaan de
verklikkerlampjes S
eRVI
C
e en ze
lfdiagnose motor
branden en knippert het verklikkerlampje
uReA in
combinatie met een geluidssignaal en de tijdelijk op het
instrumentenpaneel weergegeven melding "N
o StARt
IN" e
n een afstand die aangeeft hoeveel kilometer of mijl
u nog met de resterende hoeveelheid additief kunt rijden
voordat het starten van de motor wordt geblokkeerd -
(bijv.: "N
o StARt IN 6
00
km
" betekent dat na 600 km
het starten van de motor wordt geblokkeerd).
er wordt automatisch een startblokkeringssysteem geactiveerd als meer dan 1100 km is gereden nadat een storing in het SCR-systeem is
be vestigd. Laat het systeem zo snel mogelijk controleren door het Peug eot-ne twerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
In het geval van een tijdelijke storing
verdwijnt de waarschuwing tijdens
de volgende rit na controle van de
zelfdiagnose van het SCR-systeem.
tijdens het rijden wordt deze melding elke 30 se conden
weergegeven zolang de storing in het SCR-systeem niet
is verholpen.
De waarschuwing wordt opnieuw weergegeven zodra het
contact wordt aangezet.
Neem zo snel mogelijk contact op met het P
eug
eot
-
net
werk of een gekwalificeerde werkplaats.
Als u dit niet doet, kan de motor niet meer worden gestart.
Praktische informatie
Page 139 of 260

137
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Bevriezing van het additief AdBlue®
Het additief AdBlue® bevriest bij
temperaturen lager dan ongeveer -11°C.
Het SCR-systeem is voorzien van een
voorverwarmingssysteem voor het
AdBlue
®-reservoir waardoor u ook
in zeer koude omstandigheden kunt
blijven rijden.
Bijvullen van het additief AdBlue®
Gebruiksvoorschriften
gebruik uitsluitend additief AdBlue® dat aan de
norm ISo 22
241 voldoet.
De verpakking in flacons met een
antidruppelsysteem vergemakkelijkt het
bijvullen. De flacons met een inhoud van
1,89 liter (1/2 gallon) zijn verkrijgbaar bij het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Bewaar AdBlue
® buiten het bereik van
kinderen, in de originele flacon.
Als het AdBlue
® niet in de originele
flacon wordt bewaard, verliest het zijn
zuiverheid. Verdun het additief nooit met water.
giet n
ooit additief in de brandstoftank.
Vul nooit AdBlue® bij vanuit een
vulsysteem dat is bedoeld voor
vrachtwagens.
Het AdBlue
®-reservoir moet bij elke periodieke
onderhoudscontrole worden gevuld door het
P
euge
ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Vanwege de inhoud van het reservoir kan
het echter noodzakelijk zijn om het reservoir
tussentijds bij te vullen, zeker als u hier door
een waarschuwing (verklikkerlampjes en
melding) op wordt geattendeerd.
Dit kunt u laten uitvoeren door het P
eug
eot
-
net
werk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Als u zelf het reservoir wilt bijvullen, lees dan
eerst aandachtig de volgende waarschuwingen. Het additief AdBlue
® is een oplossing op
ureumbasis. Deze vloeistof is onontvlambaar,
kleurloos en geurloos (indien koel bewaard).
Als het additief in contact komt met de huid,
moet u de huid wassen met kraanwater en met
zeep. Als additief in de ogen komt, spoel de
ogen dan onmiddellijk en grondig gedurende
ten minste 15 minuten met kraanwater of met
een oogspoelmiddel. Raadpleeg een arts bij
een branderig gevoel of blijvende irritatie.
Als additief AdBlue wordt ingeslikt, spoel
de mond dan met schoon water en drink
vervolgens een ruime hoeveelheid water.
onder
bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld
bij een hoge omgevingstemperatuur) kan het
risico van het vrijkomen van ammoniakdampen
niet worden uitgesloten: adem deze niet in.
Deze ammoniakdampen werken irriterend op
de slijmvliezen (ogen, neus en keel).
9
Praktische informatie
Page 141 of 260

139
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
F Pak een flacon AdBlue®. Controleer de
houdbaarheidsdatum en lees vervolgens
aandachtig de gebruiksaanwijzing op het
etiket voordat u de inhoud van de flacon in
het AdBlue
®-reservoir van uw auto giet. F
Vee
g nadat u de flacon leeg hebt gegoten
met behulp van een vochtige doek
eventuele vloeistofsporen van de rand van
de vulopening van het reservoir.
F
Bre
ng de blauwe dop aan op de vulopening
van het reservoir en draai de dop een
zesde omwenteling rechtsom tot hij stuit.
F
Bre
ng de plastic dop aan door hem op de
opening vast te klikken.
F
Pla
ats de opbergkist met het gereedschap
terug.
F
Pla
ats de vloerplaat van de bagageruimte
terug en sluit het kofferdeksel.
Belangrijk: als het AdBlue
®-
reservoir van uw auto helemaal leeg
is - dit wordt aangegeven door de
waarschuwingsmeldingen en u kunt in
dat geval de motor niet meer opnieuw
starten - moet u het reservoir vullen met
minimaal 3,8 liter additief (twee flacons
van 1,89 liter). Spoel gemorst additief onmiddellijk weg
met koud water of veeg het weg met een
vochtige doek.
Als het additief is gekristalliseerd, verwijder
het dan met een spons en warm water.
Belangrijk:
als u additief hebt bijgevuld
nadat het reser voir leeg is geraakt ,
dient u ongeveer 5 minuten te wachten
voordat u het contact weer aanzet,
zonder het bestuurdersportier te
openen, de auto te ontgrendelen en de
sleutel in het contactslot te steken .
Zet vervolgens het contact aan en start
na 10 seconden wachten de motor.
Voer de lege AdBlue
®-flacons niet als
huisvuil af, maar deponeer ze in de
daartoe bestemde containers of breng
de flacons naar uw verkooppunt.
9
Praktische informatie
Page 175 of 260

173
301_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2016
Adviezen
Gewichtsverdeling
F Verdeel het gewicht in de caravan/
aanhanger gelijkmatig, plaats zware
voor werpen zo dicht mogelijk bij de as en
houd u aan de toegestane kogeldruk.
Door een geringere luchtdichtheid nemen
de prestaties van de motor af als men op
grotere hoogte boven de zeespiegel komt.
trek b
oven de 1000
m 10
% van het maximale
aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke
volgende 1000
m.
Zijwind
F Houd er rekening mee dat de
zi jwindgevoeligheid van de auto groter is.
Koeling
Het trekken van een aanhanger op
een helling veroorzaakt een hogere
koelvloeistoftemperatuur.
De koelventilator wordt elektrisch bediend en is
niet afhankelijk van het motortoerental.
F
Pas u
w snelheid aan om het toerental te
beperken.
Het maximale aanhangergewicht is
afhankelijk van het hellingspercentage en de
buitentemperatuur.
Let in elk geval goed op de aanwijzing van de
koelvloeistoftemperatuurmeter.
F
Als
het waarschuwingslampje
van de koelvloeistoftemperatuur
gaat branden in combinatie met
het waarschuwingslampje STOP ,
stop dan zo snel mogelijk en zet
de motor af.
Remmen
Het trekken van een aanhanger verlengt de
remweg.
Bij een lange afdaling is het, om te voorkomen
dat de remmen oververhit raken, raadzaam om
op de motor af te remmen.
Banden
F Controleer de bandenspanning van de auto
en d e aanhanger en breng deze indien
nodig op de juiste waarde.
Verlichting
F Controleer de verlichting van de
aan hanger.
Raadpleeg de rubriek "
tech
nische gegevens"
voor de gewichten en aanhangergewichten die
voor uw auto van toepassing zijn.
De parkeerhulp wordt automatisch
uitgeschakeld als bij het aankoppelen
van een aanhanger een originele
P
eug
eot
-tr
ekhaak wordt gebruikt.
9
Praktische informatie
Page 188 of 260

186
301_nl_Chap10_verifications_ed01-2016
Controles
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig te
controleren of de accupoolklemmen goed vastzitten
(bij uitvoeringen zonder snelsluiting voor de
accupoolklemmen) en of de aansluitingen schoon zijn.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter vervuild is,
wordt u hierop geattendeerd
door het permanent branden van dit lampje in
combinatie met een waarschuwingsmelding op
het display (volgens uitvoering).
ga om he
t roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60
km
/h rijden tot het lampje
dooft.
Als het lampje blijft branden is het minimum
brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg de
paragraaf "Niveau brandstofadditief".
Bij een nieuwe auto kunt u de
eerste paar keer dat het roetfilter
geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargenomen
worden. Dit heeft geen invloed op de
prestaties en heeft geen gevolgen voor
het milieu.
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, het onderhoudsschema van de fabrikant dat betrekking heeft op de motoruitvoering van uw auto voor het controleren van bepaalde onderdelen.
Laat de controles eventueel uitvoeren door het Peug eot-ne twerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat de filters periodiek vervangen
volgens de in het onderhoudsschema
van de fabrikant aangegeven
intervallen.
Oliefilter
Laat bij het olie verversen tevens het
oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit
onderdeel.
Raadpleeg voordat u werkzaamheden uitvoert
aan de 12V-accu de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Als de omgeving (veel stof...) en het gebruik
(veel stadsverkeer...) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo vaak
worden vervangen
.
een ve
rstopt interieur filter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
onderhoud
Page 200 of 260

03
198
301_nl_Chap12a_RD5(RD45)_ed01-2016
ALGEMEEN MENU
"Multimedia": Parameters
media, Radio-instellingen.
Display C
"Boordcomputer":
Logboek
waarschuwIngsmeldingen.
"Telefoon": Bellen, Beheer
adresboek, Beheer telefoon,
ophangen "Persoonlijke instellingen -
Configuratie
": Parameters van auto
definiëren,
Taalkeuze, Configuratie display, Keuze van eenheden, Datum en
tijd instellen
Raadpleeg voor een compleet overzicht
van de beschikbare menu's de rubriek
"Menustructuur display".
"Bluetooth-verbinding
":
V
erbindingen beheren,
extern
apparaat zoeken.
Page 252 of 260

250
301_nl_Chap14_index-alpha_ed01-2016
SCR (Selective Catalytic Reduction) ............13 3
S CR-systeem .......................................... 2
2, 13 3
Selectiehendel
.......................................... 6
9, 77
Selectiehendel automatische transmissie
................................................... 73
Selec
tiehendel elektronisch gestuurde
versnellingsbak
........................................... 187
Sel
ectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak
............................................. 68
Se
rienummer auto
........................................ 193
S
et voor tijdelijke bandenreparatie
............... 140
Sl
epen van een auto
..................................... 170
S
leutel met
afstandsbediening
..................... 33
, 34, 36, 64
Sneeuwkettingen
.......................................... 15
2
Sneeuwscherm
............................................. 174
Sne
euwschermen
......................................... 1
74
Snelheidsbegrenzer
........................................ 85
Snel
heidsregelaar
........................................... 87
Spa
arfase
...................................................... 16
8
Starten ........................................................... 165
Starten van de auto...................... 64, 69, 73, 77 Starten van de motor
...................................... 64
St
ilzetten van de auto
.................. 64
, 69, 73, 77
Stoelen achter
................................................. 45
S
toelen verstellen
........................................... 43
Stop
& Start
............................... 14
, 82, 164, 167
Streaming audio Bluetooth
................... 208,
210
Stuurslot
.......................................................... 64
St
uurwiel (verstellen)
...................................... 48
Sy
nchroniseren afstandsbediening
................ 35
Sy
nchroniseren van de
afstandsbediening
........................................ 35
tankb
eveiliging .............................................13 0techni
sche gegevens ............................18
8 -191
te la
ag brandstofniveau
...............................129telef
oon
........................................................2
11
te l
l e r
................................................................10tijd
elijke bandenspanning
(met set)
...................................................... 140tijd
instellen
....................................................26toeren
teller
.....................................................10trekha
ak
.......................................................172
uitsc
hakelen airbag
passagier
.................................................... 11
0
uReA ....................................................13
3, 13 4
uSB-
aansluiting
......................................6
0, 205Waarschuwingssignaal sleutel
in contact
...................................................... 66
Wa
arschuwing vergeten
verlichting
..................................................... 94
Wa
ssen (adviezen)........................175, 181, 182
Wiel demonteren
........................................... 148
W
iel monteren
...............................................148
W
iel verwisselen
...................................14
5, 146
Window-airbags
............................................ 113
V
eiligheidsgordels
.........................107
, 109, 120
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
................. 11
0, 114 -116, 121, 124 -127
Ventilatie
......................................... 8, 4
9 -51, 53
Ventilatieroosters
............................................ 49
Ver
keersinformatie (
tA) ................................200
ST
U
W
V
Verklikkerlampje remsysteem .........................17
Ver klikkerlampjes ................................ 11, 1
5, 16
Verklikkerlampje SCR-systeem
...................... 22
V
erklikkerlampje voorgloeien (diesel)
.......................................................... 13
Ver
lichting
....................................................... 91
Ver
lichting overdag
................................. 9 5
, 155
Versnellingshendel
........................................... 8
Ve
rwarming
........................................... 8, 5
1, 53
Verwarming onderzijde voorruit
.......................................................... 57
V
oorgloeien (dieselmotor)
............................... 13
Voor
stoelen
..................................................... 43
Index