ABS Peugeot 308 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2014, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2014Pages: 400, PDF Size: 10.15 MB
Page 3 of 400

Welkom
Symbolen
Waarschuwing
Dit symbool geeft waarschuwingen
weer die u absoluut dient te respecteren
omwille van uw veiligheid en die van
anderen en om schade aan uw auto te
voorkomen.
Informatie
Dit symbool vestigt uw aandacht op
aanvullende informatie die u helpt de
gebruiksmogelijkheden van uw auto
optimaal te benutten.
Bescherming van het
milieu
Dit symbool verschijnt bij adviezen met
betrekking tot de bescherming van het
milieu.
Wij danken u voor uw keuze voor de 308.
Dit instructieboekje is ontwikkeld om u in de
gelegenheid te stellen onder alle omstandigheden
optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden
van uw auto.
Belangrijke informatie:
Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires die niet onder \
een artikelnummer in het assortiment van Automobiles PEUGEOT
voorkomen, kan storingen in het elektronisch systeem van uw auto veroorz\
aken. Wij verzoeken u hier rekening mee te houden en raden u
aan contact op te nemen met een vertegenwoordiger van het merk PEUGEOT om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en
accessoires voorzien van het betreffende artikelnummer.
Een uitrustingselement kan binnen hetzelfde modelgamma
zowel niet leverbaar, optioneel als standaard zijn.
Een optie kan desgewenst bij de bestelling van een auto worden
geselecteerd op basis van een offerte, voordat de auto wordt
geproduceerd.
Alle uitrusting die op de auto wordt gemonteerd nadat deze de
productielijn heeft verlaten, geldt als naderhand gemonteerd
accessoire.
De gebruiksaanwijzing hiervan wordt verstrekt door de fabrikant
van het accessoire en is niet opgenomen in dit boekje.
Page 23 of 400

21
1
Controle tijdens het rijden
308_nl_Chap01_controle de marche_ed02-2013
ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen
Antiblokkeersysteem (ABS) permanent. Er is een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden. Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Dynamische stabiliteitscontrole (CDS/ASR)
knippert. De CDS-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een betere koersstabiliteit als de wielen te weinig grip hebben of de auto uit de koers dreigt te raken.
permanent. Storing in het CDS-/ASR-systeem. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Remsysteem permanent. Het remvloeistofniveau is te laag. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een artikelnummer van PEUGEOT. Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
+ permanent, in
combinatie met het waarschuwingslampje ABS.
Er is een storing in de elektronische
remdrukregelaar (REF).
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Page 41 of 400

39
1
Controle tijdens het rijden
308_nl_Chap01_controle de marche_ed02-2013
To e t sDesbetreffende functieAanwijzingen
Configuratie auto Toegang tot de te configureren functies. De functies zijn verdeeld over drie tabbladen: - " Rijhulpsysteem " - "[Automatisch inschakelen achterruitenwisser bij inschakelen achteruitversnelling]" (Zie voor het inschakelen van deze functie de rubriek "[Zicht]") - "[Waarschuwing kans op aanrijding]" (Zie voor het inschakelen van deze functie de rubriek "[Rijden]") - "[ Verlichting ]" - "[Follow me home-verlichting]" (Zie de rubriek "[Zicht]"), - "[Instapverlichting]" (Zie de rubriek "[Zicht]"), - "[Sfeerverlichting]" (Zie de rubriek "[Zicht]"). - " Toegang auto " - "[Indrukken afstandsbediening bestuurder]" (Selectieve ontgrendeling van het bestuurdersportier; zie de rubriek "[Toegang tot de auto]"). - "[Ontgrendeling achterklep]" (Selectieve ontgrendeling van de achterklep; zie de rubriek "[Toegang tot de auto]"). Selecteer of deselecteer de tabs onder aan het scherm om de gewenste functies weer te geven.
Diagnose Overzicht van de actieve waarschuwingen.
Parkeerhulp Uitschakelen van de functie.
Distance Alert Inschakelen van de functie.
Page 120 of 400

118
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Noodremfunctie
Wanneer het rempedaal niet werkt of bij uitzonderlijke situaties (bijv. wanneer de bestuurder onwel wordt), kan de auto worden afgeremd door aan de hendel te trekken en deze vast te houden. De auto wordt afgeremd zolang aan de hendel wordt getrokken en het remmen stopt als de hendel wordt losgelaten. De systemen ABS en CDS zorgen ervoor dat de auto stabiel blijft wanneer de noodremfunctie actief is. In geval van een storing aan het systeem van de noodremfunctie verschijnt de melding "Parkeerrem defect".
De noodremfunctie mag uitsluitend in uitzonderlijke gevallen worden gebruikt.
Herhaal deze procedure om de automatische werking weer in te schakelen. Het inschakelen van de automatische werking wordt bevestigd door het doven van het verklikkerlampje op het instrumentenpaneel.
Uitschakelen van de automatische werking
Onder bepaalde omstandigheden, zoals bij zeer koud weer of het trekken van een aanhangwagen (bijv. caravan) of het slepen van een auto, kan het nodig zijn de automatische werking van het systeem uit te schakelen. Start de motor.
Trek met de hendel de parkeerrem aan als deze is vrijgezet. Laat het rempedaal volledig los. Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de stand voor het vrijzetten. Laat de hendel los. Trap het rempedaal in en houd dit ingetrapt. Houd de hendel gedurende 2 seconden in de stand voor het aantrekken.
Het uitschakelen van de automatische werking wordt bevestigd door het branden van dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel.
Laat de hendel en het rempedaal los.
Vanaf dat moment kan de parkeerrem alleen handmatig met behulp van de hendel worden aangetrokken en vrijgezet.
Bij een storing aan de systemen ABS en CDS, aangegeven door het branden van een van de twee verklikkerlampjes op het instrumentenpaneel, kan de stabiliteit van de auto niet meer worden gegarandeerd. In dat geval moet de bestuurder er zelf voor zorgen dat de auto stabiel blijft door
afwisselend aan de hendel te trekken en deze weer los te laten tot de auto stilstaat.
Page 189 of 400

187
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Richtingaanwijzers
Links: beweeg de verlichtingsschakelaar omlaag voorbij het zware punt. Rechts: beweeg de verlichtingsschakelaar omhoog voorbij het zware punt.
Drie keer knipperen
Alarmknipperlichten
Gebruik de alarmknipperlichten om het overige verkeer te waarschuwen in het geval van file, pech, slepen of een ongeval. Druk deze knop in: de richtingaanwijzers knipperen tegelijkertijd. De alarmknipperlichten werken ook als het contact is afgezet.
Beweeg de schakelaar kort omhoog of omlaag, zonder deze door de weerstand te drukken. De desbetreffende richtingaanwijzers zullen drie keer knipperen.
Bij een noodstop - afhankelijk van de mate van remvertraging, als het ABS ingrijpt, maar ook als er een aanrijding wordt gesignaleerd, worden de alarmknipperlichten automatisch ingeschakeld. Zodra er weer gas wordt gegeven gaan de alarmknipperlichten uit. U kunt de alarmknipperlichten echter ook uitschakelen door de knop in te drukken.
Page 195 of 400

193
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP: Electronic Stability Control) dat de volgende systemen omvat: - het antiblokkeersysteem (ABS) en de elektronische remdrukregelaar (REF), - de noodremassistentie (AFU), - de antispinregeling (ASR), - de dynamische stabiliteitscontrole (CDS).
Elektronische stabiliteitscontrole (ESP)
Begrippen
Antiblokkeersysteem (ABS) en elektronische remdrukregelaar (REF)
Deze systemen zorgen tijdens het remmen voor een betere stabiliteit en bestuurbaarheid van uw auto en voor een betere controle in bochten, vooral op een slecht of glad wegdek. Het ABS voorkomt het blokkeren van de wielen in het geval van een noodstop. De elektronische remdrukregelaar verdeelt de remdruk over de wielen.
Noodremassistentie (AFU)
Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen de optimale remdruk sneller wordt bereikt, zodat de remafstand kleiner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als het rempedaal snel wordt ingetrapt en zorgt ervoor dat de benodigde bedieningskracht wordt verminderd en de effectiviteit van het remmen wordt vergroot.
Antispinregeling (ASR)
De ASR past de aandrijfkracht aan om het doorspinnen van de wielen te beperken via de remmen van de aangedreven wielen en de motor. De ASR zorgt ook voor meer koersstabiliteit bij het accelereren.
Dynamische stabiliteitscontrole (CDS)
Het CDS houdt de vier wielen in de gaten en grijpt, als de koers van de auto afwijkt van de door de bestuurder gewenste richting, automatisch in via de remmen van een of meerdere wielen en het motorkoppel om de auto voor zover mogelijk weer in de juiste koers te brengen.
Page 196 of 400

194
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Werking
Antiblokkeersysteem (ABS) en elektronische remdrukregelaar (REF)
Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledig in en laat het niet los.
Zorg er bij vervanging van de wielen (banden en velgen) voor dat wielen worden gemonteerd die voor uw auto zijn gehomologeerd. De normale werking van het antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn door het trillen van het rempedaal.
Als dit lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een storing in het ABS-systeem, waardoor u tijdens het remmen de controle over uw auto zou kunnen verliezen.
Als dit lampje gaat branden in combinatie met het lampje STOP , STOP , STOPeen geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een
Intelligente Tractiecontrole
Onder gladde omstandigheden is het raadzaam te rijden op winterbanden.
storing in de elektronische remdrukregelaar waardoor u tijdens het remmen de controle over uw auto zou kunnen verliezen. Stop onmiddellijk. Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Afhankelijk van de uitvoering is uw auto uitgerust met een systeem dat zorgt voor extra tractie op besneeuwde wegen: intelligente tractiecontrole . Deze functie signaleert situaties met weinig grip, zoals wegrijden en voortbewegen van de auto in verse en diepe sneeuw of over platgereden sneeuw. In dergelijke omstandigheden regelt de intelligente tractiecontrole het doorslippen van de voor wielen om voor een optimale grip te zorgen. Zo wordt de aandrijving en de bestuurbaarheid verbeterd. Als het onder barre omstandigheden (diepe sneeuw, modder) niet lukt om weg te rijden, kan het nuttig zijn de systemen ESP/ASR tijdelijk uit te schakelen. U kunt dan de wielen laten spinnen zodat de auto in beweging kan komen.