ECU Peugeot 308 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2016Pages: 398, PDF Size: 9.45 MB
Page 144 of 398

142
308_nl_Chap05_securite_ed02-2015
Zitplaatsen geschikt voor ISoFIX-kinderzitjes
overeenkomstig de eu ropese wetgeving geeft het overzicht de mogelijkheden aan voor het bevestigen van een ISoF IX-kinderzitje op een plaats in de
auto voorzien van IS oF IX-bevestigingen.
Bij universele en semi-universele IS
oF
IX-kinderzitjes wordt de IS
oF
IX-maat op het kinderzitje naast het IS
oF
IX-logo aangegeven met een letter
( A t /m G ).
Gewicht van het kind / leeftijdsindicatie
Tot 10 kg
(groep 0)
to
t ca.
6
maandenTot 10 kg
(groep 0)
Tot 13 kg
(groep 0+)
to
t ca. 1 jaarVan 9 tot 18 kg (groep 1)
Van 1 tot ca. 3 jaar
Type ISOFIX-kinderzitje Reiswieg"rug in de rijrichting"
"rug in de rijrichting""gezicht in de rijrichting"
ISOFIX-maat F G C D E C D A B B1
Passagiersstoel voor
ge
en IS
oFI
X
Berline
Zitplaats links en rechts achter IL- SU
(a+b) IL- SU
(c) IL- SU
(a) IL- SU
(c) IL- SU
(a) IUF
IL- SU
Zitplaats midden achter Zonder IS
oF
IX
SW
Zitplaats links en rechts achter IL- SU
(a+b) IL- SU
(c) IL- SU
(a) IL- SU
(c) IL- SU
(a) IUF
IL- SU
Zitplaats midden achter Zonder IS
oF
IX
Veiligheid
Page 145 of 398

143
308_nl_Chap05_securite_ed02-2015
IUF Zitplaats geschikt voor de bevestiging van een
universeel gehomologeerd ISoFIX- kinderzitje met
het gezicht in de rijrichting en een bovenste riem.
IL- SU Zitplaats geschikt voor de bevestiging van
een semi-universeel gehomologeerd ISoF IX-
kinderzitje:
- rug in de rijrichting voorzien van een
bovenste riem of een steun,
- gezicht in de rijrichting voorzien van een steun,- reiswieg voorzien van een bovenste riem of
een steun.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de ISoF IX-
bevestigingen en de bovenste riem.
X:
Z
itplaats die niet geschikt is voor
een kinderzitje voor de aangegeven
gewichtscategorie.
(a)
S
chuif de voorstoel zonder
hoogteverstelling vanuit de middelste
stand 1 positie naar voren. Zet een stoel
met hoogteverstelling in de hoogste
stand.
(b)
A
ls een reiswieg op een buitenste
zitplaats is bevestigd, kunnen de andere
twee zitplaatsen achter niet gebruikt
worden.
(c)
D
e voorstoel met hoogteverstelling moet
in de hoogste stand zijn gezet. Schuif
de stoel zonder hoogteverstelling vanuit
de middelste stand 1 tot 5 posities naar
voren.
Ver wijder de hoofdsteun en berg hem op
alvorens een kinderzitje met een rugleuning
op een passagiersstoel te bevestigen.
Plaats de hoofdsteun terug zodra het
kinderzitje is verwijderd.
5
Veiligheid
Page 146 of 398

144
308_nl_Chap05_securite_ed02-2015
KinderzitjesPlaatsen van een
zitverhoger
Adviezen
De regelgeving met betrekking tot
het vervoer van kinderen op de
voorpassagiersstoel verschilt per land. Houd
u aan de regels die gelden in het land waar u
zich bevindt.
Schakel de passagiersairbag vóór uit zodra
een kinderzitje "met de rug in de rijrichting"
op de voorpassagiersstoel wordt geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van de
airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Voor een optimale bevestiging van het
kinderzitje met "het gezicht in de rijrichting" is het
noodzakelijk dat de afstand tussen de rugleuning
van het kinderzitje en de rugleuning van de stoel
van de auto zo klein mogelijk is.
Voordat u een kinderzitje met rugleuning op een
passagiersstoel plaatst, moet u de hoofdsteun
van de desbetreffende passagiersstoel
verwijderen.
Zorg ervoor dat de hoofdsteun goed is
opgeborgen of vastgemaakt om te voorkomen
dat de hoofdsteun bij plotseling remmen een
gevaarlijk projectiel wordt.
Vergeet niet de hoofdsteun weer aan te brengen
nadat u het kinderzitje weer hebt verwijderd.
De onjuiste bevestiging van een kinderzitje
brengt de veiligheid van het kind in gevaar bij
een aanrijding.
Controleer of er geen veiligheidsgordel of gesp
van de veiligheidsgordel onder het kinderzitje
zit; dat zou de stabiliteit van het zitje in gevaar
kunnen brengen.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het
tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten,
worden vastgemaakt waarbij de speling
ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveel
mogelijk moet worden beperkt .
Zorg er bij het bevestigen van het kinderzitje
met de veiligheidsgordel voor dat de
veiligheidsgordel correct tegen het kinderzitje
is gespannen en dat de gordel het kinderzitje
stevig op zijn plaats houdt. Schuif de
passagiersstoel, wanneer deze versteld kan
worden, indien nodig naar voren.
Laat bij de achterzitplaatsen altijd voldoende
ruimte tussen de voorstoel en:
-
h
et kinderzitje "met de rug in de
rijrichting",
-
d
e voeten van het kind in het kinderzitje
"met het gezicht in de rijrichting".
Schuif daartoe de voorstoel naar voren en zet de
rugleuning ervan, indien nodig, meer rechtop.
Kinderen voorin
Het bovenste gedeelte van de
veiligheidsgordel moet over de schouder van
het kind liggen zonder de hals te raken.
Controleer of de heupgordel goed over de
bovenbenen van het kind ligt.
P
e
ugeot beveelt aan een zitverhoger met
rugleuning te gebruiken voorzien van een
gordelgeleider ter hoogte van de schouder.
Laat uit veiligheidsoverwegingen:
-
g
een kinderen zonder toezicht achter in
een auto,
-
n
ooit een kind of een dier in een auto
achter wanneer alle ruiten gesloten zijn
en de auto in de zon staat,
-
d
e sleutels nooit binnen bereik van de
kinderen achter in de auto.
ge
bruik de kindersloten om te voorkomen
dat de achterportieren per ongeluk geopend
worden.
Zorg er voor dat de achterportierruiten niet
verder dan voor 1/3
deel geopend worden.
Plaats zonneschermen om jonge kinderen
tegen de zon te beschermen.
Veiligheid
Page 147 of 398

145
308_nl_Chap05_securite_ed02-2015
Kinderbeveiliging
Beide achterportieren zijn voorzien van een mechanisch systeem om het openen van binnenuit te
verhinderen.
De knop bevindt zich op de zijkant van beide achterportieren en de kinderbeveiliging werkt op elk
portier afzonderlijk.
Vergrendelen
F Draai de knop met de geïntegreerde sleutel tot de aanslag:
-
n
aar links bij het linker achterportier,
-
n
aar rechts bij het rechter achterportier.
Ontgrendelen
F Draai de knop met de geïntegreerde sleutel tot de aanslag:
-
n
aar rechts bij het linker achterportier,
-
n
aar links het rechter achterportier.
5
Veiligheid
Page 175 of 398

173
308_nl_Chap06_conduite_ed02-2015
Snelheden opslaan
Opslaan
Met behulp van deze functie kunt u snelheden opslaan die u vervolgens kunt gebruiken voor de configuratie van de twee functies snelheidsbegrenzer
(maximumsnelheid) en snelheidsregelaar (kruissnelheid).
u
kunt voor beide functies zes snelheden opslaan in het geheugen van het systeem. e
r z
ijn standaard al snelheden opgeslagen.
F
S
electeer het menu " Rijhulpsysteem".
Voer deze handelingen omwille van de
veiligheid alleen uit als de auto stilstaat. F
S
electeer de functie waarvoor u nieuwe
snelheden wilt opslaan:
Deze functie kan worden ingesteld via het
touchscreen tablet.
F
V
oer de nieuwe waarde in met de
nummertoetsen en bevestig.
F
B
evestig om de wijzigingen op te slaan en
sluit het menu af.
●
s
nelheidsbegrenzer
of
F
D
ruk op de toets van de snelheid die u wilt
wijzigen. Als u op deze toets drukt, worden de
fabrieksinstellingen weer teruggezet.
Touchscreen
F Druk op de secundaire pagina op
"Inst. snelheden ".
●
sn
elheidsregelaar.
6
Rijden
Page 192 of 398

190
308_nl_Chap06_conduite_ed02-2015
Waarschuwing bij kans op aanrijding en automatisch noodremsysteem
Waarschuwing bij kans op aanrijding
Het waarschuwingssysteem bij kans op
aanrijding kan door de bestuurder worden in-
en uitgeschakeld.
op d
e secundaire pagina van het menu
" Rijhulpsystemen ":
F
S
electeer het menu " Configuratie auto".
F
V
ink de regel " Waarschuwing kans op
aanrijding en automatisch remmen " aan
en bevestig.
Dit systeem is ontworpen om de
veiligheid tijdens het rijden te vergroten.
Het is de taak van de bestuurder constant
alert te zijn op de verkeerssituatie en
de afstand en snelheid ten opzichte van
andere voertuigen in te schatten.
Het waarschuwingssysteem kans op
aanrijding is een hulpmiddel voor de
bestuurder die echter te allen tijde zijn
aandacht op het verkeer moet blijven
vestigen. Dit systeem werkt vanaf 30
km/h en alleen
bij detectie van een object dat in dezelfde
richting als uw auto rijdt. Stilstaande
objecten worden niet gedetecteerd. De
radar van het systeem bevindt zich aan de
voorzijde van de auto.
Dit systeem waarschuwt de bestuurder als er
kans is op een aanrijding met de voorligger.
Rijden
Page 193 of 398

191
308_nl_Chap06_conduite_ed02-2015
op de secundaire pagina van het menu
"Rijhulpsystemen ":
F
S
electeer het menu " Configuratie auto".
F
V
ink de regel " Waarschuwing kans op
aanrijding en automatisch remmen " aan.
Het moment dat de waarschuwing wordt
geactiveerd, bepaalt de manier waarop u wordt
gewaarschuwd voor een voorligger.
u
kunt kiezen uit een van de drie volgende
standen:
-
1
: " Ver", wanneer u vroeg voor een
voorligger wilt worden gewaarschuwd
(rustige rijstijl).
-
2
: "Normaal".
-
3
: "Dichtbij", wanneer u later wilt worden
gewaarschuwd (sportieve rijstijl).
Instellen van de activering van
de waarschuwing
F Druk op het vergrootglas. F
W
ijzig het moment dat de waarschuwing
wordt geactiveerd en druk op " Afsluiten"
om deze instelling op te slaan en het menu
te verlaten.
F
D
ruk op "
Bevestigen " om de wijziging op
te slaan.
6
Rijden
Page 195 of 398

193
308_nl_Chap06_conduite_ed02-2015
Het automatisch noodremsysteem is een
functie die beoogt de snelheid van een frontale
aanrijding te verminderen of de aanrijding
te voorkomen wanneer de bestuurder niet
zelf ingrijpt, door gebruik te maken van een
detectiesysteem met radar en in te grijpen op
het remsysteem van de auto.
Automatisch
noodremsysteem
Dit verklikkerlampje knippert als de
auto "begint" te remmen, maar de
auto zal nooit automatisch volledig
worden stilgezet.
u
zult het rempedaal krachtig moeten
blijven intrappen totdat de auto
volledig stilstaat.Voorwaarden voor activering
Het automatisch noodremsysteem werkt
alleen als aan de volgende voor waarden wordt
voldaan:
●
d
raaiende motor,
●
g
een storingen in het elektronisch
stabiliteitsprogramma,
●
w
agensnelheid minimaal 20 km/h,
●
m
otortoerental voldoende hoog.
Bovendien werkt de radardetectie van het systeem
niet als de auto een scherpe bocht maakt. F
D ruk op het vergrootglas.F
W
ijzig het moment dat de waarschuwing
wordt geactiveerd en vink de regel
" Automatisch remmen " aan.
F
D
ruk op "
Afsluiten " om het gekozen moment
op te slaan en het menu te verlaten.
F
D
ruk op "
Bevestigen " om de wijziging op
te slaan.
Via de secundaire pagina van het
menu "
Rijhulpsysteem ":
F
S
electeer het menu "
Configuratie auto".
F
V
ink de regel "
Waarschuwing kans op
aanrijding en automatisch remmen " aan.
Als de functie "automatisch
noodremsysteem" niet is
geactiveerd, brandt dit
verklikkerlampje permanent.
6
Rijden
Page 302 of 398

300
308_nl_Chap10c_SMegplus_ed02-2015
Basisfuncties
gebruik de toetsen aan weerszijden van het
touchscreen om de menu's te openen en
druk vervolgens op de op het touchscreen
weergegeven toetsen.
el
k menu wordt op één pagina of op
twee
pagina's (hoofdpagina en secundaire
pagina) weergegeven.
Secundaire pagina
HoofdpaginaAls het bijzonder warm is, kan het systeem
gedurende minimaal 5 minuten overgaan in
de waakstand (volledig uitschakelen van het
scherm en het geluid).
Audio en telematica
Page 310 of 398

308
308_nl_Chap10c_SMegplus_ed02-2015
Niveau 1Niveau 2Niveau 3
Media Foto's
Lijst van FM-zenders
"Media"
Secundaire pagina
Audio en telematica