reset Peugeot 308 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2018Pages: 324, PDF Size: 10.83 MB
Page 199 of 324

197
F Schakel de compressor in door de schakelaar in de stand ' I' te zetten en breng
de band op de spanning die is aangegeven
op de bandenspanningssticker van de auto.
Druk om de bandenspanning te verlagen op
de zwarte knop op de compressorslang bij
de ventielaansluiting.
Als na 7
minuten de druk niet 2 bar is, is
de band niet te repareren; neem contact
op met een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats om u verder
te helpen.
F
Z
et, zodra de gewenste spanning is bereikt,
de schakelaar in de stand " O".
F
V
er wijder de set en berg deze op.
Rijd met een gerepareerde band niet meer
dan 200
km; neem contact op met een
PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats om de band te ver vangen. Als de spanning van één of meer
banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden
gereset.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem
.
Bandenreparatieset
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
Deze set bestaat uit een compressor en een
flacon met afdichtmiddel.
Hiermee kunt u de band tijdelijk repareren .
U kunt ver volgens naar de dichtstbijzijnde
garage rijden.
Met deze reparatieset kunnen de meeste lekke
banden worden gerepareerd, als het lek zich in
het loopvlak of de hiel van de band bevindt.
Met de compressor kunt u de bandenspanning
controleren en aanpassen.
De elektrische installatie van de auto biedt
de mogelijkheid een compressor aan te
sluiten en te gebruiken voor de duur die
nodig is om een gerepareerde lekke band
op spanning te brengen. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset
.
Samenstelling van de set
A.Schakelaar stand "Reparatie" of "Op
spanning brengen".
B. Aan/uit-schakelaar I/O.
C. Knop voor leeg laten lopen.
D. Manometer (bar en psi).
8
In geval van pech
Page 203 of 324

201
F Breng de band met behulp van de compressor op de voorgeschreven
spanning (spanning verhogen: schakelaar B
in stand " I"; spanning verlagen: schakelaar
B in stand " O" en knop C indrukken), zoals
vermeld op de bandenspanningssticker.
Als na ongeveer 7
minuten de gewenste
bandenspanning niet is bereikt, is
de band niet te repareren met de
bandenreparatieset; neem contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om u verder
te helpen.
F
V
er wijder de set en berg deze op.
Rijd met een gerepareerde band niet
meer dan 200
km; neem contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om de band te
vervangen.
Als de spanning van één of meer
banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden
gereset.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem .Reservewiel
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
In het geval van een lekke band kunt u het wiel
met het bij de auto geleverde gereedschap
verwisselen volgens de onderstaande
procedure. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset .
De krik mag uitsluitend worden gebruikt
voor het ver wisselen van een wiel met een
beschadigde band.
De krik is onderhoudsvrij.
De krik voldoet aan de Europese
regelgeving zoals deze is vastgelegd in de
Richtlijn 2006/42/EG over machines.
Wiel met wieldop
Monteren : haal de wielbouten aan en
breng daarna de wieldop aan; plaats
daartoe de opening in lijn met het ventiel
en druk de wieldop vervolgens rondom
vast met de palm van uw hand. F
P
arkeer het voertuig zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af.
Toegang tot het reservewiel
Het reser vewiel bevindt zich onder de vloer van
de bagageruimte.
Afhankelijk van het land van bestemming, is
er een stalen reservewiel, een lichtmetalen
reservewiel of noodreservewiel aanwezig.
Raadpleeg voordat u het reser vewiel gebruikt
de rubriek Boordgereedschap.
8
In geval van pech
Page 207 of 324

205
Na het ver wisselen van een wiel
Ver wijder de naafdop van het wiel om het
op de juiste manier in de bagageruimte op
te bergen.
Rijd met een noodreser vewiel niet sneller
dan 80 km/h.
Laat zo snel mogelijk het aanhaalmoment
van de wielbouten en de bandenspanning
van het reservewiel controleren
door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Laat de lekke band zo spoedig mogelijk
repareren en verwissel hem met het
reservewiel.
Controleer als uw auto is uitgerust met
een bandenspanningscontrolesysteem de
bandenspanning en reset het systeem.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem .
Op deze sticker staat de bandenspanning
aangegeven.Een lamp vervangen
De koplampunits zijn voorzien van glas
van polycarbonaat met een speciale
vernislaag:
F
r
einig de koplampen nooit met een
droge of schurende doek en gebruik
geen oplosmiddelen,
F
g
ebruik een spons met zeepwater of
een pH-neutraal product,
F
w
anneer u met een hogedrukreiniger
hardnekkig vuil probeert te
ver wijderen, houd de straal dan
nooit langdurig op de koplampen,
de achterlichten en de randen er van
gericht, om beschadiging van de
vernislaag en de afdichtrubbers te
voorkomen.
Bij het ver vangen van lampen moet
het contact en de verlichting minstens
enkele minuten zijn uitgeschakeld – om
brandwonden te voorkomen!
F
R
aak de lamp niet met de vingers aan,
maar gebruik een niet-pluizende doek.
Het is van belang dat u uitsluitend lampen
van het type anti-ultraviolet (UV) toepast
om beschadiging van de koplamp te
voorkomen.
Ver vang een kapotte lamp altijd door een
nieuwe lamp met dezelfde specificaties. Onder bepaalde weersomstandigheden
(lage temperatuur, vochtigheid) kan zich
een laagje condens aan de binnenzijde
van de koplampen en de achterlichten
vormen; dit verdwijnt enkele minuten na
het ontsteken van de koplampen.
Lichtgevende diodes (leds)
Neem voor ver vanging contact op met het PEUGEOT-
netwerk of met een gekwalificeerde werkplaats.
Halogeenlampen
Controleer voor een goede lichtopbrengst
of de lamp op juiste wijze in de behuizing
is geplaatst.
8
In geval van pech
Page 274 of 324

22
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de bassen en hoge tonen
wordt de instelling van de equalizer opgeheven.
Na het wijzigen van de instellingen voor de
equalizer wordt de instelling van de bassen en
hoge tonen gereset. De instelling van de equalizer is gekoppeld aan
de bassen en hoge tonen.
Wijzig de instelling van de bassen en de
hoge tonen of de equalizer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling
worden de instellingen van de balans
uitgeschakeld. De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.
Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast aan
verschillende geluidsbronnen die hoorbare
verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u gebruikt.
Zet de audiofuncties in de middelste stand.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem
nog werken zolang de laadtoestand van de
accu dat toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het
systeem na een bepaalde tijd automatisch over
op de eco-mode om de laadtoestand van de
accu op peil te houden.Zet het contact aan om de laadstroom van de
accu te verhogen.
PEUGEOT Connect Radio
Page 312 of 324

38
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de bassen en hoge tonen
wordt de instelling van de equalizer opgeheven.
Als u de instelling van de equalizer wijzigt,
worden de instellingen van de bassen en de
hoge tonen gereset. De instelling van de equalizer is gekoppeld aan
de bassen en hoge tonen.
Wijzig de instelling van de bassen en de
hoge tonen of de equalizer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling
worden de instellingen van de balans
uitgeschakeld. De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.
Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast
aan verschillende geluidsbronnen, die
hoorbare verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u gebruikt.
Het is raadzaam de audiofuncties (Bass:,
Treble:, Balans) in de middelste stand te zetten,
de geluidssfeer "Geen" te selecteren en de
functie Loudness in de stand "Actief " te zetten
bij gebruik van de CD-speler en in de stand
"Inactief " bij gebruik van de radio.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem
nog werken zolang de laadtoestand van de
accu dat toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het
systeem na een bepaalde tijd automatisch over
op de eco-mode om de laadtoestand van de
accu op peil te houden.Start de motor om de laadstroom van de accu
te verhogen.
Ik kan de datum en tijd niet instellen. De datum en tijd kunnen alleen worden
ingesteld als u de synchronisatie met de
satellieten deactiveert.Menu instellingen/Opties/Datum en tijd
instellen. Selecteer het tabblad "Tijd" en
deactiveer de "GPS-synchronisatie" (UTC).
PEUGEOT Connect Nav
Page 315 of 324

237
JJack .............................................................9, 23
Jack-aansluiting ................................ 58, 8, 9, 23
Jack-kabel
................................................... 9, 23
KKaartleeslampjes ............................... .............72
Kentekenplaatverlichting ..............................2 11
Keyless entry and start
.........41 - 4 2 , 4 4 , 112 -113
Kilometerteller
............................................ 27-2 8
Kinderbeveiliging
.......................................... 107
Kinderen
........................................................ 104
Kinderen (veiligheid)
..................................... 107
Kinderzitjes
..................91, 95 - 9 6, 10 0 -101, 107
Kinderzitjes (conventioneel)
.........................10 0
Kleurcode lak
...............................
.................233
Klimaatregeling
...............................
................69
Klokje (instellen)
.......................30 -32, 38, 17, 31
Koelvloeistoftemperatuur
..........................23 -24
Koelvloeistoftemperatuurmeter
................23 -24
Koplampsproeiers
........................................... 81
Koplampverstelling
................................... 79-80
Krik
................................................ 193 -19 4, 201
LLaden accu ~ Accu laden ......................21 6 -217
Lampen ............... .......................................... 205
Lampen (vervangen)
............. 20
5-206, 209-210
Lampen vervangen
...............205-206, 209-210
Lane Departure Warning System
...20, 15 0, 15 6
Lane Departure Warning System (LDWS)
.....20
LED-verlichting
............................................... 76
Lekke band
.................................... 19 4, 19 6 -20 0
Lendensteun
............................................. 5
2, 54
Lendensteun, verstelling
................................. 52
L
ichtschakelaar
............................................... 74
Lokaliseren van de auto ..................................40
Lu chtfilter ............................................... 18 6 -187
Luchtfilter (vervangen)
...........................18 6 -187
Luchtrecirculatie ........................................ 67- 6 9
MMassagefunctie ............................... ................54
Matten ............................................................. 59
Mat verwijderen
.............................................. 59
Meldingen ........................................................ 28
Menu
............................................................... 12
Menustructuren display
..................................12
Menu's (audio)
........................................ 4-5, 3-5
Milieu
........................................................... 6, 46
Mistachterlicht
................ 2
0, 74, 74-75, 209 -210
Mistlampen vóór ................................. 74 -75 , 2 0 7
Monochroom display
.................................30-32
Monteren allesdragers ~ Allesdragers monteren
...............................182
Motoren
................................................. 221-230
Motorkap
....................................................... 183
Motorkapsteun
.............................................. 183
Motorolie
................................................ 18 4 -185
Motorolieniveaumeter
...............................24-25
Multifunctioneel display (met autoradio) ...30 -32, 4
NNeerklappen stoelen achter ..................... 5 7- 5 8
Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau
..................... 18
6 -187
Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau
................. 2
3 -24, 185 -18 6
Niveau koplampsproeiervloeistof ~ Koplampsproeiervloeistofniveau
.......... 8
1, 18 6
Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau ....185
Niveau ruitensproeiervloeistof ~
Ruitensproeiervloeistofniveau ..............81, 18 6
Niveaus controleren
..............................18 4 -18 6
Niveaus en controles
.............................183 -18 6
Noodbediening achterklep
..............................47
Noodbediening portieren
.......................... 4
4-45
Noodoproep ~ Urgence-oproep
...............85-86
Noodprocedure afzetten van de motor
.........113
Noodprocedure starten
.........................113 , 2 15
Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS)
............................................. 148
Nulstelling dagteller ~ Dagteller resetten ....2 7-2 8Nulstelling onderhoudsindicator ~
Onderhoudsintervalindicator resetten ...23 -24
OOliefilter ......................................................... 187
Oliefilter (vervangen) .................................... 187
Olieniveau
.................................. 2
4 -25, 18 4 -185
Oliepeilstok
................................ 24 -25, 18 4 -185
Olieverbruik
............................................ 18 4 -185
Onder de motorkap ~ Motorruimte
...............183
Onderhoudscontroles
.................................6, 23
Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator
........................ 23
O
ntdooien ............................................ 6 6 , 70 -71
Ontgrendelen
............................................ 4
0 - 41
Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten
.....................220
Ontwasemen
............................................. 66, 70
Ontwasemen achter ~ Achterruitverwarming ...55Opbergvakken ..................................... 58-62, 62
Openen bagageruimte ~ Bagageruimte openen
......................4 0 - 41, 47
Openen motorkap ~ Motorkap, openen
.......18
3
Openen portieren ~ Portieren openen ...4 0 - 41, 4 6Opslaan van snelheden ................................13 0
.
Trefwoordenregister
Page 316 of 324

238
Overzicht motoren ~ Motorenoverzicht ...222 -230Overzicht zekeringen ~
Zekeringentabel ................................... 21
1-214
PPack e-Motion ........................................ 126 -127
Panoramadak .................................................. 71
Park Assist
...............................
......161-162, 16 4
Parkeerhulp achter
................................ 15 6 -157
Parkeerhulp vóór
.................................... 15 6 -157
Parkeerlichten
......................... 76, 206, 208 -210
Parkeerrem
..............................
......114, 187-188
PEUGEOT Connect Nav
...................................1
PEUGEOT Connect Radio
...............................1
P
lafonniers
...................................................... 72
Portieren
......................................................... 46
Portieren sluiten
............................ 40, 42- 43, 46
Profielen
.................................................... 16, 30
Pyrotechnische gordelspanners
.....................91
RRadio ......................................... 4-5, 6, 9, 21, 24
Radiozender ...................................... 4
, 6, 21-22
RDS
................
........................................ 7, 2 1 - 2 2
Regeling luchtopbrengst ~ Aanjager, regeling
.................................. 66-69
Regeling luchtverdeling ~ Luchtverdeling ....6 7- 6 9Regelmatige controles ~ Controles ......18 6 -188
Regelmatig onderhoud ..................................... 6
R
egeneratie roetfilter
.................................... 18
7
Remblokken
........................................... 187-188
Remlichten
...............................
.............209 -210
Remmen
........................................... 10, 187-188
Remschijven ........................................... 187-188
Reservewiel
.............62, 188, 193 -194, 201-202
Reservoir koplampsproeiers .........................18 6
Reservoir ruitensproeiers ~ Ruitensproeierreservoir
..............................18 6
Resetten bandenspanningscontrolesysteem ...167Richtingaanwijzers ..................79, 206, 208 -210
Riem ................................................................ 62
Rijadviezen
..............................
..............109 -110
Rijverlichting
................................................... 74
Roetfilter
...............................
..................18 6 -187
Ruitbediening
...............................
...................50
Ruitensproeier achter
..................................... 81
Ruitensproeiers
............................................... 81
Ruitenwisser achter
........................................ 81
Ruitenwisserbladen (vervangen)
..............81- 82
Ruitenwisserbladen vervangen
................ 81
- 82
Ruitenwissers
...................................... 20, 80, 83
Ruitenwisserschakelaar
...................... 8
0 - 81, 8 3
SSchakelaars stoelverwarming ~ Stoelverwarming, schakelaars .....................53
Schakelindicator
........................................... 127
SCR (Selective Catalytic Reduction)
............188
SCR-systeem
...............................
.................188
Selectiehendel
....................................... 12
2-126
Selectiehendel automatische transmissie ~ Schakelen
automatische versnellingsbak
..... 1
19 -123, 125
Selectiehendel handgeschakelde versnellingsbak ~ Schakelen
handgeschakelde versnellingsbak
.............11 8
Serienummer auto
........................................ 233
Set voor tijdelijke bandenreparatie ~ Bandenreparatieset
....62, 193 -19 4, 19 6 -20 0
Sfeerverlichting
............................................... 73
S
jorogen
.......................................................... 62
Skiluik
.............................................................. 61Sleepoog
.........................................................
62
S
lepen van een auto ..............................
218 -219
Sleutel
...........................................
39-42, 44-46
Sleutel met afstandsbediening
.........
40, 42, 110
Sleutel niet herkend
......................................
113
SMS
.................................................................
28
Sneeuwkettingen
.................................. 1
6 7, 17 3
Sneeuwscherm
.......................
173 -174, 173 -175
Snelheidsbegrenzer
....................... 13
0, 132-13 5
Snelheidsregelaar
...........................
13 0, 132-13 3, 13 5 -141, 14 4 -14 5
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning
...................
132-13 3
Spaarfase
......................................................
181
Starten ........................................................... 215
Starten dieselmotor ~ Dieselmotor starten
.. 17
2
Starten van de auto......................... 12-14, 18 -19, 112-113 , 119 -12 6
Starten van de motor
.............................
11
0 -111
Stilzetten van de auto .....................
12-14, 18 -19, 112-113 , 119 -12 6
Stoelen achter ~ Achterbank ....................
5 6-58
Stoelen verstellen ............................... .......51- 5 3
Stoelverwarming ...............................
..............53
Stop & Start ........................................
20, 30, 66, 70, 128 -130, 171, 183, 186, 215, 217
Streaming audio Bluetooth .....................9, 9, 24
Stuurkolomschakelaars ......................... 12
2-126
Stuurwiel (verstellen)
...................................... 55
S
upervergrendeling
.................................. 40 - 42
Synchroniseren afstandsbediening
..........45-46
Synchroniseren van de afstandsbediening ~
Afstandsbediening synchroniseren
........45-46
Trefwoordenregister