display Peugeot 308 SW BL 2008 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2008, Model line: 308 SW BL, Model: Peugeot 308 SW BL 2008Pages: 260, PDF Size: 12.08 MB
Page 153 of 260

10
!
i
159
ONDERHOUD
Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloei-
stoffen.
De meeste van deze vloeistoffen
zijn bijtend en schadelijk voor de
gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het
water of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de
daarvoor bestemde containers bij
het PEUGEOT-netwerk .
Niveau brandstofadditief
(diesel met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aange-
geven door het verklikkerlampje service
in combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het multifunctionele
display.
Afgewerkte producten
CONTROLES
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven,
de bladzijden in het onderhoudsboekje,
die betrekking hebben op de motoruitvoe-
ring van uw auto, voor het laten controle-
ren van bepaalde onderdelen volgens het
onderhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren
door het PEUGEOT-netwerk .
Accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of
de accupolen en -klemmen
schoon zijn, vooral bij warm
weer en in de winter.
Raadpleeg voordat u de accukabels
losneemt het hoofdstuk "Praktische in-
formatie" voor meer informatie over de
te nemen voorzorgsmaatregelen.
Luchtfilter en interieurfilter
L a a t d e fi l t e r s p e r i o d i e k v e r -
vangen volgens de in het on-
derhoudsboekje aangegeven
intervallen.
Als de omgeving (veel stof...)
en het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geven, moeten de
fi l t e r s t w e e k e e r z o v a a k w o r d e n v e r -
vangen (zie paragraaf "Motoren").
E e n v e r s t o p t i n t e r i e u r fi l t e r k a n d e p r e s -
taties van de airconditioning verstoren
en onaangename geuren veroorzaken. Roetfilter (diesel)
H e t o n d e r h o u d v a n h e t r o e t fi l t e r m o e t
worden uitgevoerd door het PEUGEOT-
netwerk .
Oliefilter
Laat bij het olie verversen te-
v e n s h e t o l i e fi l t e r v e r v a n g e n .
Raadpleeg het onderhouds-
boekje voor het vervangings-
interval.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargeno-
men worden. Dit heeft geen invloed
op de prestaties en heeft geen ge-
volgen voor het milieu.
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk
uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk .
Page 154 of 260

10
!
i
159
ONDERHOUD
Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloei-
stoffen.
De meeste van deze vloeistoffen
zijn bijtend en schadelijk voor de
gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het
water of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de
daarvoor bestemde containers bij
het PEUGEOT-netwerk .
Niveau brandstofadditief
(diesel met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aange-
geven door het verklikkerlampje service
in combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het multifunctionele
display.
Afgewerkte producten
CONTROLES
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven,
de bladzijden in het onderhoudsboekje,
die betrekking hebben op de motoruitvoe-
ring van uw auto, voor het laten controle-
ren van bepaalde onderdelen volgens het
onderhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren
door het PEUGEOT-netwerk .
Accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of
de accupolen en -klemmen
schoon zijn, vooral bij warm
weer en in de winter.
Raadpleeg voordat u de accukabels
losneemt het hoofdstuk "Praktische in-
formatie" voor meer informatie over de
te nemen voorzorgsmaatregelen.
Luchtfilter en interieurfilter
L a a t d e fi l t e r s p e r i o d i e k v e r -
vangen volgens de in het on-
derhoudsboekje aangegeven
intervallen.
Als de omgeving (veel stof...)
en het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geven, moeten de
fi l t e r s t w e e k e e r z o v a a k w o r d e n v e r -
vangen (zie paragraaf "Motoren").
E e n v e r s t o p t i n t e r i e u r fi l t e r k a n d e p r e s -
taties van de airconditioning verstoren
en onaangename geuren veroorzaken. Roetfilter (diesel)
H e t o n d e r h o u d v a n h e t r o e t fi l t e r m o e t
worden uitgevoerd door het PEUGEOT-
netwerk .
Oliefilter
Laat bij het olie verversen te-
v e n s h e t o l i e fi l t e r v e r v a n g e n .
Raadpleeg het onderhouds-
boekje voor het vervangings-
interval.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargeno-
men worden. Dit heeft geen invloed
op de prestaties en heeft geen ge-
volgen voor het milieu.
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk
uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk .
Page 172 of 260

11
177
PRAKTISCHE INFORMATIE
Zekering Ampère Functies
F8 20 A Autoradio, autoradio/telefoon, CD-wisselaar,
multifunctioneel display, detectie te lage
bandenspanning.
F9 30 A 12V-aansluiting vóór, aansteker.
F10 15 A Stuurkolomschakelaars, sirene alarm,
elektronische eenheid alarm.
F11 15 A Contactslot met circuit lage stroomsterkte.
F12 15 A
Instrumentenpaneel, pictogrammendisplay
veiligheidsgordels/airbag aan passagierszijde,
airconditioning, geheugeneenheid positie
bestuurdersstoel, schakelaars stoelen 2 e zitrij, lesautomodule.
F13 5 A Servicecentrale motor, airbags, selectiehendel
gestuurde handgeschakelde versnellingsbak.
F14 15 A Multifunctioneel display, versterker, handsfree set,
regen-/lichtsensor, elektronische eenheid
parkeerhulp, servicecentrale trekhaakaansluiting,
Lane Departure Warning System (LDWS).
F15 30 A Vergrendeling en supervergrendeling.
F17 40 A Achterruit- en buitenspiegelverwarming.
SH - Shunt tijdens opslag.
Page 179 of 260

11
!
i
183
PRAKTISCHE INFORMATIE
Als de accu ontladen is, kan de
motor niet gestart worden (zie de
desbetreffende paragraaf).
Als u op het moment dat de eco-
mode wordt ingeschakeld aan het
telefoneren bent:
- kan het gesprek nog 5 minuten worden voortgezet met de hands-
free set van de autoradio RD4,
- kan het telefoongesprek ge- woon worden voortgezet met
de radiotelefoon GPS RT4.
ECO-MODE
De eco-mode bepaalt de maximale ge-
bruiksduur van een aantal functies om
te voorkomen dat de accu ontladen
raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals radio,
ruitenwissers, dimlichten, plafonniers, ...
nog in totaal maximaal 30 minuten ge-
bruiken. Uitschakelen van de eco-mode
De functies worden automatisch weer in-
geschakeld als de motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te
kunnen gebruiken de motor en laat
deze gedurende enige tijd draaien.
De beschikbare tijd bedraagt het dub-
bele van de tijd dat de motor heeft ge-
draaid. Deze tijd zal echter altijd tussen
de 5 en 30 minuten bedragen.
Inschakelen van de eco-mode
Na deze 30 minuten geeft een melding
op het multifunctionele display aan dat
de eco-mode is ingeschakeld en de ac-
tieve functies worden in de ruststand
gezet.
WISSERBLADEN VERVANGEN
De ruitenwisserbladen kunnen zonder
gereedschap worden vervangen.
Demonteren van een wisserblad
vóór of achter
Til de desbetreffende ruitenwisser-
arm op.
Maak het wisserblad los en verwij-
der het.
Monteren van een wisserblad
vóór of achter
Controleer bij de ruitenwissers vóór de
lengte van het wisserblad, omdat het
kortste blad aan de rechterzijde van de
auto gemonteerd moet worden.
Breng het nieuwe wisserblad aan en
klik het vast.
Zet de ruitenwisserarm voorzichtig
terug.
Voordat u een wisserblad
demonteert
Bedien de ruitenwisserschakelaar
binnen één minuut na het afzetten
van het contact om de ruitenwissers
naar het midden van de voorruit te
verplaatsen.
Na het monteren van een
wisserblad vóór
Zet het contact aan.
Bedien nogmaals de ruitenwissers-
chakelaar om de ruitenwissers in de
ruststand te zetten.
Page 209 of 260

212
22
11
55
3344
88
99
10101515
11111717
18181212
1616
1414
7766
1313
01
1. Uitwerpen van de CD.
2. Selecteren van de geluidsbron: radio, Jukebox, CD, CD-wisselaar en externe apparatuur (AUX, indien geacti veerd in h e t c o n fi g u r a t i e m e n u ) . Lang indrukken: de CD naar de harde schijf kopiër en.
3. Lang indrukken van de toets SOS: noodoproep.
4. Selecteren van de weergave op het display van de functies TRIP, TEL, NAV en AUDIO.
5. Wijzigen van de schermweergave. Lang indrukken: resetten van de autoradio/telefoo n GPS RT4.
6. Aan/uit en volumeregeling.
7. Selecteren van het golfbereik FM1, FM2, FMast, AM.
8. TA-functie (verkeersinformatie) AAN/UIT. Lang indrukken: toegang tot de PTY-functie (progr ammatypen radio).
9. Toegang tot het dienstenmenu " PEUGEOT ".
10. Annuleren van de bewerking. Lang indrukken: terugkeren naar de actieve functie.
1 1 . A u t o m a t i s c h z o e k e n n a a r z e n d e r s i n a fl o p e n d e / o p l o p e n d e volgorde. Selecteren van het vorige/volgende nummer van de CD, de vorige/volgende MP3 of het vorige/volgende nummer van de Jukebox.
12. Weergave van het algemene menu.
13. Alfanumeriek toetsenbord voor invoeren van omschrijvingen.
14. Selecteren van de vorige/volgende CD. Selecteren van de vorige/volgende MP3/Jukebox-spee llijst.
15. Audio-instellingen: balans voor/achter, links/rechts, loudness, geluidssferen.
16. Selecteren en bevestigen.
17. Opening voor SIM-kaart.
18. Weergave van de lijst radiozenders, de nummers van de CD of de MP3/Jukebox-speellijste n. Lang indrukken: bijwerken van de lijst radiozenders.
BASISFUNCTIES
Page 210 of 260

213
02 ALGEMEEN MENU
KAART: oriëntatie, details, weergave. AUDIO FUNCTIES: radio, CD-speler, Jukebox, opties.
Gebruik voor het schoonmaken van het display een zacht, niet-schurend doekje (bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder schoonmaakmiddel.
TELEMATICA: telefoon, index, SMS.
CONFIGURATIE: parameters van de auto, weergave, tijd, talen, stem, AUX-aansluiting. AUX-aansluiting.
VIDEO: activeren, parameters.
DIAGNOSE AUTO: logboek waarschuwingsmeldingen, status van functies.
NAVIGATIE: GPS, etappes, opties.
VERKEERSINFORMATIE: TMC-informatie, meldingen.
Page 222 of 260

225
11
22
33
44
SOURCE
BAND
MENU
ESC
MENU LIST
ESC
MENU LIST
ESC
MENU LIST
11
22
33
44
LIST
05 AUDIO/VIDEO
RADIO
SELECTEREN VAN EEN ZENDER
Druk herhaalde malen op de toets SOURCE om de RADIO te selecteren.
Druk op de toets BAND om het golfbereik te selecteren: FM1, FM2, FMast of AM.
Druk kort op een van de toetsen om automatisch naar zenders te zoeken.
Druk op een van de toetsen om handmatig naar zenders te zoeken.
Druk op de toets LIST voor een lijst van de lokaal beschikbare zenders (maximaal 60). Druk langer dan 2 seconden op de toets om deze lijst bij te werken.
Er kunnen storingen in de ontvangst optreden door obstakels in de omgeving (bergen, gebouwen, tunnels, parkeergarages, enz.), ook als de RDS-func tie is ingeschakeld. Dit is een normaal verschijnsel en heeft niets te maken met een storing in de autor adio.
RDS
Selecteer RDS VOLGEN ACTIVEREN en druk op OK. Op het display verschijnt de aanduiding RDS.
Selecteer de functie VOORKEUZE RADIO en druk op OK.
Selecteer AUDIOFUNCTIES en druk op OK.
Druk op de toets MENU.
Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds naar de sterkste frequentie van een zender, zodat u erna ar kunt blijven luisteren. Sommige RDS-zenders zijn echter niet in het hele land te ontvangen, omdat de frequenties van de zender niet het hele land dekken. Dit verklaart dat de zender tijdens het rijden kan wegvallen.
VOORKEUZE RADIO
RDS VOLGEN ACTIVEREN
Page 238 of 260

241
1
2
3
3
3
3
2
3
3
4
4
1
3
2
3
1
2
3
3
2
2
2
1
2
2
2
1
1
MENU
4
3
2
2
3
3
6
1
Version arborescence 7.0
geluidssignaal SMS
nummer voicemail
de gesprekkenlijst wissen
* De parameters variëren afhankelijk van de auto (zie het hoofdstuk "Multifunctionele displays").
CONFIGURATIE
VIDEO
BOORDCOMPUTER
Druk meer dan 2 seconden op de toets MENU voor toegang tot het volgende schermmenu.
LIJST STEMCOMMANDO'S
Druk herhaalde malen op de toets met de muzieknoot voor toegang tot de volgende instellingen.
GELUIDSSFEER
Elke geluidsbron (radio, CD, MP3, Jukebox, CD-wisselaar) kan afzonderlijk worden ingesteld.
CONFIGURATIE DISPLAY
de kleur kiezen
lichtsterkte regelen
datum en tijd instellen
eenheden kiezen
GELUIDEN
gesproken berichten instellen
instellingen spraaksturing
volume van de instructies
volume andere berichten
een vrouwelijke/mannelijke stem kiezen
AUX-ingang activeren/deactiveren
TAALKEUZE
PARAMETERS VAN DE AUTO DEFINIËREN *
INSCHAKELEN VIDEOFUNCTIE
PARAMETERS VIDEO
afmetingen weergave
lichtsterkte regelen
kleuren instellen
contrast instellen
LOGBOEK MELDINGEN
STATUS VAN FUNCTIES *
RESET DETECTOR TE LAGE BANDENSPANNING *
DIAGNOSE RADIOTELEFOON
DEKKING GPS
NOODENERGIEVOORZIENING
BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL
NAVIGATIEDEMONSTRATIE
CONFIGURATIE DIENSTEN
BASS TREBLE CORRECTIE LOUDNESS BALANS V - A BALANS L - R AUTOMATISCHE CORRECTIE VOLUME
Page 240 of 260

255
VRAAG OPLOSSING ANTWOORD
De voorkeuzezenders kunnen niet worden ontvangen (geen geluid, 87,5 Mhz wordt weergegeven...).
Het verkeerde golfbereik is geselecteerd. Druk op de toets BAND AST om het golfbereik (AM, FM1, FM2, FMAST) terug te vinden waarin de voorkeuzezenders zijn opgeslagen.
De functie TA (verkeersinformatie) is ingeschakeld, maar ik krijg geen verkeersinformatie te horen.
Stem af op een zender die wel verkeersinformatie uitzendt. De geselecteerde radiozender maakt geen deel uit van het regionale netwerk van zenders die verkeersinformatie uitzende n.
De ontvangstkwaliteit van de beluisterde radiozender neemt geleidelijk af of de voorkeuzezenders kunnen niet worden ontvangen (geen geluid, 87,5 Mhz wordt weergegeven...).
De auto bevindt zich te ver van de zender van het beluisterde radiostation of er bevindt zich geen zender in het gebied waarin de auto zich bevindt.
De omgeving (bergen, gebouwen, tunnels, parkeergar ages, enz.) veroorzaakt storingen in de ontvangst, ook als de RDS-functie is ingeschakeld.
De antenne is niet aanwezig of beschadigd (bijvoor beeld in een wasstraat of ondergrondse parkeergarage).
Activeer de functie RDS om het systeem te laten controleren of er een sterkere zender in het gebied aanwezig is.
Dit is een normaal verschijnsel en heeft niets te maken met een storing in de autoradio.
Laat de antenne controleren door het PEUGEOT- netwerk.
Het geluid van de radio valt 1 tot 2 seconden weg. Het RDS zoekt tijdens deze korte onderbreking van het geluid naar een eventuele sterkere zender voor een betere ontvangst van het station. Schakel de RDS-functie uit als dit verschijnsel zich te vaak en steeds op hetzelfde traject voordoet.
Na het afzetten van de motor wordt de radio na enkele minuten automatisch uitgeschakeld.
Als de motor is afgezet, blijft de radio nog werke n zolang de laadtoestand van de accu dat toestaat. Het automatisch uitschakelen duidt erop dat de eco -mode van de autoradio is geactiveerd om te voorkomen dat de accu van de a uto ontladen raakt.
Start de motor om de accu op te laden.
De melding "het audiosysteem is oververhit" verschijnt op het display.
Schakel het audiosysteem enkele minuten uit om het systeem te laten afkoelen. Om het audiosysteem te beschermen tegen een te hog e omgevingstemperatuur, activeert de autoradio automatisch een thermische beveiliging die het geluidsvolume verlaagt of de CD-speler uitschakelt.
Page 243 of 260

243
11
22
10101111
131314141515
33445566778899
1212
01 BASISFUNCTIES
1. Aan/uit en volumeregeling.
2. Uitwerpen van de CD.
3. Selecteren van de weergave op het display.
4. Selecteren van de geluidsbron: radio, CD-speler of CD-wisselaar.
5. Selecteren van het golfbereik FM1, FM2, FMast en AM.
6. Instellen van de geluidsweergave: geluidsverdeling voor/achter, links/rechts, loudness, geluidssferen.
7. Weergave van de lijst radiozenders, de nummer s van de CD of de MP3-speellijsten.
8. Annuleren van de bewerking.
9. Functie TA (verkeersinformatie) AAN/UIT. Lang indrukken: toegang tot de PTY-functie (programmatypen radio).
10. Bevestigen.
1 1 . A u t o m a t i s c h z o e k e n n a a r z e n d e r s i n a fl o p e n d e / o p l o p e n d e volgorde. Selecteren van het vorige/volgende nummer van de C D of MP3.
12. Selecteren van een lagere/hogere radiofrequentie. Selecteren van de vorige/volgende CD. Selecteren van de vorige/volgende MP3-speellijst.
13. Weergave van het algemene menu.
14. Toetsen 1 t/m 6: Selecteren van een voorkeuzezender. Selecteren van een CD in de CD-wisselaar. Lang indrukken: opslaan van een zender.
15. Met de toets DARK kan de weergave van het display worden gewijzigd voor extra rijcomfort 's nachts. 1 keer indrukken: display onder de menubalk zwart maken. 2 keer indrukken: display volledig uitschakelen. 3 keer indrukken: terugkeren naar de normale weerg ave.