air condition Peugeot 508 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: 508, Model: Peugeot 508 2018Pages: 320, PDF Size: 10.22 MB
Page 71 of 320

69
U kunt deze functie in- en uitschakelen door
de secundaire pagina te openen met de toets
"OPTIES " en ver volgens op toets 10 te drukken.
Handmatig instellen
Het is mogelijk één of meer functies van de
airconditioning handmatig in te stellen, terwijl
de overige functies door het systeem geregeld
blijven:
-
r
egeling luchtopbrengst 2 ,
-
r
egeling luchtverdeling 3 .
Zodra u een instelling wijzigt, gaat het lampje
van de toets " AUTO" uit.
F Druk nogmaals op toets 5 om het automatische
comfortprogramma weer in te schakelen.
Regeling luchtopbrengst
F Druk op een van de toetsen 2 om de aanjagersnelheid te verhogen of te
verlagen.
Het symbool van de luchtopbrengst (ventilator)
wordt geleidelijk opgevuld als de aanjagersnelheid
toeneemt.
Deze functie is niet in staat om onaangename
geuren te detecteren.
De recirculatie wordt automatisch ingeschakeld
als de ruitensproeiers vóór worden gebruikt of
de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.
De functie werkt niet als de buitentemperatuur
lager is dan 5°C, om te voorkomen dat de
voorruit en zijruiten beslaan.Door de aanjagersnelheid in de laagst mogelijke stand
te zetten wordt de aanjager volledig uitgeschakeld.
Naast de ventilator wordt " OFF" weergegeven.
Rijd niet te lang met uitgeschakelde
aanjager – Kans op beslaan van de ruiten
en vermindering van de luchtkwaliteit!
Regeling luchtverdeling
Met de drie toetsen 3 kunt u de luchtverdeling
in het interieur instellen.
Bij het indrukken van een toets wordt de
desbetreffende functie in- of uitgeschakeld. Het
lampje brandt als de functie is ingeschakeld.
Voor een gelijkmatige verdeling van de lucht
over het interieur kunnen de drie toetsen
gelijktijdig zijn geactiveerd.
In de stand AUTO zijn de lampjes van deze drie
toetsen 3 gedoofd.
Airconditioning
Aan/uit
F Druk op de toets 4 om de airconditioning in of uit te schakelen.
Het lampje van de toets brandt als de
airconditioning is ingeschakeld.
De airconditioning werkt niet als de als
de regeling van de luchtopbrengst 2 in de
stand "0" staat.
Het uitschakelen van de airconditioning kan negatieve
effecten hebben (vocht, beslaan van de ruiten).
Voorruit en zijruiten.
Centrale ventilatieroosters en
zijventilatieroosters.
Voetenruimte.
Maximale stand van de
airconditioning
In deze stand wordt de lucht in het interieur sneller
gekoeld.
Het systeem stelt automatisch de temperatuur in op
het laagste comfortniveau, verdeelt de lucht over de
middelste ventilatieroosters en zijventilatieroosters
en schakelt de maximale aanjagersnelheid en de
recirculatie van de interieurlucht in.
F Druk op de toets 6 om de functie in of uit te schakelen.
Het lampje van de toets brandt als de functie is
ingeschakeld.
Als de functie wordt uitgeschakeld, keert het
systeem terug naar de instellingen van vóór de
inschakeling.
De airconditioning werkt doeltreffend in elk
jaargetijde, mits de ruiten zijn gesloten.
Het systeem stelt u in staat: -
d
e temperatuur in het interieur 's zomers te
verlagen,
-
i
n de winter bij temperaturen boven 3°C
beslagen ruiten snel te ontwasemen.
3
Ergonomie en comfort
Page 72 of 320

70
Centrale regeling/gescheiden
regeling
De temperatuurinstelling aan voorpassagierszijde
kan worden afgestemd op de instelling aan
bestuurderszijde (functie centrale regeling).
U kunt deze functie inschakelen op de secundaire
pagina die u kunt openen via de toets "OPTIES".
F
D
ruk op de toets 8 om de functie "MONO"
(centrale regeling) in te schakelen; de functie
krijgt de status " ON".
De functie wordt automatisch uitgeschakeld
als de passagier de toetsen voor de
temperatuurregeling aan zijn zijde bedient
(functie gescheiden regeling).
Ventilatie bij aangezet contact
Bij aangezet contact kunt u het ventilatiesysteem
gebruiken om de luchtopbrengst 2 en de
luchtverdeling 3 in het interieur te regelen
afhankelijk van de laadtoestand van de accu.
Bij deze functie kan de airconditioning niet
worden ingeschakeld.
Uitschakelen van het systeem
F Druk op de toets 14 .
Het lampje van de toets gaat branden en alle
andere lampjes van het systeem gaan uit.
Alle functies van het airconditioningsysteem
zijn nu uitgeschakeld.
Door de luchtopbrengst 2 in de laagst mogelijke
stand te zetten wordt de aanjager volledig
uitgeschakeld.
Het thermische comfort wordt niet meer
geregeld. Er blijft door de rijwind echter nog wel
een kleine luchtstroom gehandhaafd.
Vermijd het te lang rijden met een uitgeschakelde
aanjager of een uitgeschakeld systeem om
te voorkomen dat de ruiten beslaan of de
luchtkwaliteit vermindert.
Door op een willekeurige toets te drukken wordt het
systeem weer ingeschakeld waarbij de instellingen
van vóór het uitschakelen weer worden gebruikt.
Recirculatie van de
interieurlucht
De toevoer van buitenlucht voorkomt het beslaan
van de voorruit en de zijruiten.
De luchtrecirculatie dient om de toevoer van
buitenlucht bij stank en stofoverlast af te sluiten.
Deze functie kan ook worden gebruikt om sneller de
gewenste temperatuur in het interieur te bereiken.
F Druk op deze toets om de functie in of uit te schakelen.
De recirculatie wordt automatisch ingeschakeld
als de ruitensproeiers vóór worden gebruikt of
de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.
Schakel zo snel mogelijk de toevoer van
buitenlucht weer in om te voorkomen
dat de luchtkwaliteit in het interieur
achteruitgaat en de ruiten beslaan.
Ontwasemen – ontdooien
voorruit
Automatisch programma
"Zicht"
Selecteer dit programma om de voorruit en de
zijruiten snel te ontwasemen of te ontdooien.
F
D
ruk op deze toets om de
functie in of uit te schakelen.
Als het lampje brandt, is de functie ingeschakeld.
Het systeem regelt automatisch de
airconditioning (afhankelijk van de uitvoering),
de luchtopbrengst en de luchttoevoer en stelt de
luchtverdeling zodanig in dat de voorruit en de
zijruiten zo snel mogelijk schoon worden.
De luchtopbrengst kan handmatig worden
gewijzigd zonder dat het automatische
programma "Zicht" wordt uitgeschakeld.
Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt
dat zolang de voorruitontwaseming in werking
is, de STOP-stand niet beschikbaar is.
Als het lampje brandt, is de functie
ingeschakeld.
Ergonomie en comfort
Page 73 of 320

71
Verwijder in winterse omstandigheden
voordat u wegrijdt alle sneeuw of ijs van
de voorruit ter hoogte van de camera.
Anders werken de functies die
gebruikmaken van de camera mogelijk
niet goed.
Voorruitverwarming
Bij koud weer ver warmt deze functie de
onderzijde van de voorruit en het gedeelte
langs de voorruitstijlen.
Zonder dat u daar voor de instellingen van de
airconditioning hoeft te wijzigen, zorgt deze
functie er voor dat de ruitenwisserbladen
sneller loskomen van de voorruit als ze
zijn vastgevroren en helpt de functie een
opeenhoping van sneeuw door de werking van
de ruitenwissers te voorkomen.
Inschakelen/uitschakelen
F Druk bij draaiende motor op deze toets; het oranje lampje van de toets gaat branden.
Deze functie is actief zodra de
buitentemperatuur lager is dan 0°C.
F
D
ruk nogmaals op deze toets om de functie
weer uit te schakelen; het lampje van de
toets gaat uit.
De functie wordt automatisch uitgeschakeld als
de motor wordt afgezet.
Ontwasemen – ontdooien
achterruit
Inschakelen
F Druk op deze toets om de achterruit en de buitenspiegels (afhankelijk van de
uitvoering) te ontwasemen/ontdooien. Het oranje lampje van de toets gaat branden.
De achterruitverwarming werkt uitsluitend
bij draaiende motor.
Uitschakelen
De ver warming wordt automatisch uitgeschakeld
om overmatig stroomverbruik te voorkomen.
F
U k
unt de achterruitver warming ook eerder
uitschakelen door nogmaals op de toets te
drukken.
Het lampje van de toets gaat uit.
Schakel, zodra de omstandigheden
het toelaten, de achterruit- en
buitenspiegelverwarming uit, omdat een
geringer stroomverbruik leidt tot een
verlaging van het brandstofverbruik.
Extra verwarming/
ventilatie
3
Ergonomie en comfort
Page 74 of 320

72
12:13
23 °C
OFF
OK
12:13
1 12:00 AM
12:00 AM
2
23 °C
Ver war ming
Dit is een aanvullend en afzonderlijk systeem
dat het interieur voor ver warmt en de ruiten
sneller ontdooit.
Dit lampje brandt als het systeem
wordt geprogrammeerd.
Dit lampje knippert als de verwarmings
werkt of als de ver warming met de
afstandsbediening wordt ingeschakeld.
Het lampje gaat uit als de
verwarmingscyclus is beëindigd
of als de ver warming met
de afstandsbediening wordt
uitgeschakeld.
Ventilatie
Dit systeem ventileert het interieur
met buitenlucht, zodat onder zomerse
omstandigheden bij het instappen een
aangenamere temperatuur in het interieur
heerst.
Programmeren
U kunt de ver warming of ventilatie
programmeren om te worden ingeschakeld
op de secundaire pagina van het menu
"Airconditioning " op het touchscreen. Druk ver volgens op
"
Voortemperatuurregeling ".
Met PEUGEOT Connect Nav
F Druk op het menu
"Airconditioning ".
F
D
ruk op het tabblad " OPTIES".
F Druk op " Thermisch programma ".
Met PEUGEOT Connect Radio
F Druk op het menu
"Airconditioning ".
F
D
ruk op het tabblad " OPTIES".
F
S
electeer het tabblad "Status" om het
systeem in/uit te schakelen.
F
S
electeer het tabblad " Status" om het
systeem in/uit te schakelen. F
D
ruk op het tabblad "
Overige instellingen "
voor het kiezen van " Ver war ming" om
de motor en het interieur te ver warmen of
" Ventilatie " om het interieur te ventileren.
F
V
oer hierna een programmering/
voorinstelling van het inschakeltijdstip voor
elke selectie uit.
Druk op deze toets om op te slaan.
Ergonomie en comfort
Page 139 of 320

137
Rijstanden
Parameters van de
auto ECO Comfort
(met Active
Suspension Control)Normaal
Sport
Handmatig
(bij auto's met een
automatische transmissie
en Full Park Assist)
Gaspedaal ZuinigNormaalNormaalSportNormaal
Automatische
transmissie Zuinig
NormaalNormaalSportHandmatig
Active Suspension
Control Zachte stand vering Zachte stand vering Normale stand vering Sportstand vering Normale stand vering
Elektrische
stuurbekrachtiging Normaal
NormaalNormaalSportNormaal
Stop & Start BeschikbaarBeschikbaarBeschikbaarNiet beschikbaar Beschikbaar
Schakelindicator Zuinig NormaalNormaalNormaalNormaal
Verwarming/
airconditioning Zuinig
NormaalNormaalNormaalNormaal
Stand "ECO"
Deze stand verlaagt het brandstofverbruik,
maar beperkt het gebruik van de ver warming
en de airconditioning zonder deze echter uit te
schakelen.
Vrijloop in stand "ECO" : bij de automatische
transmissie EAT8 wordt, afhankelijk van de
uitvoering, het in de "vrijloop" zetten van de
auto aangemoedigd, zodat de auto afremt zonder op de motor af te remmen. U kunt
brandstof besparen door uw voet van het
gaspedaal te halen om te anticiperen op het
afremmen.
Stand "Comfort"
(met Active Suspension Control)
Deze stand biedt meer rijcomfort en een
zachtere vering.
Stand "Normal"
In deze stand wordt teruggekeerd naar de
oorspronkelijke instellingen van de auto.In combinatie met Active Suspension Control
biedt deze stand het beste compromis tussen
comfort en weggedrag.
Stand "Spor t"
Afhankelijk van de uitvoering maakt deze stand
een dynamischere rijstijl mogelijk.
Permanente handmatige bediening
(bij auto's met een automatische
transmissie en Full Park Assist)
De bestuurder schakelt met de schakelflippers
aan de stuurkolom.
6
Rijden
Page 203 of 320

201
Gebruikspositie
Kogel ontgrendeld:
F
P
ak de kogel vast en draai hem omhoog tot
hij in de verticale stand vergrendeld wordt. De kogel moet altijd ingeklapt worden bij
het gebruik van een hogedrukreiniger.
Houd het uiteinde van de spuitlans op
minimaal 30
cm van de trekhaak.
F
B
eweeg de beschermkap van de
trekhaakaansluiting omhoog en sluit de
stekker van de aanhanger of de drager aan.
F M aak de veiligheidskabel van de aanhanger
vast aan de beugel op de trekhaakkogel.
Opbergpositie
Wanneer de trekhaak niet gebruikt wordt,
wordt geadviseerd de kogel in te klappen.
In het geval van een aanrijding van
achteren kan er door de uitgeklapte
trekhaakkogel meer schade aan de auto
ontstaan. Kogel ontgrendeld en stekker ontkoppeld:
F
P
ak de kogel vast en draai hieraan totdat hij
in de horizontale stand wordt vergrendeld.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats voor
werkzaamheden aan het trekhaaksysteem.
Ontgrendelen van de kogel:
F
T
rek de handgreep stevig omlaag om de
kogel te ontgrendelen.
Zodra u de handgreep loslaat, wordt hij
automatisch in de houder vastgezet. De kogel hangt omlaag aan zijn as.
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van
de auto aan om het ontladen van de accu te
voorkomen.
Tijdens het rijden kunnen in verband met de
laadtoestand van de accu enkele functies
(airconditioning, achterruitverwarming,
...)
tijdelijk worden uitgeschakeld.
Deze functies worden automatisch
ingeschakeld zodra de laadtoestand van de
accu dit toelaat.
7
Praktische informatie
Page 210 of 320

208
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over AdBlue (BlueHDi-
motoren), in het bijzonder met betrekking
tot
het bijvullen.
Controles
Controleer, tenzij anders aangegeven,
deze componenten overeenkomstig de
onderhoudsschema van de fabrikant.
Laat de controles eventueel uitvoeren door
het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig
te controleren of de accupoolklemmen
goed vastzitten (bij uitvoeringen zonder
snelsluiting voor de accupoolklemmen)
en of de aansluitingen schoon zijn.
Raadpleeg voordat u werkzaamheden
uitvoert aan de 12V-accu de desbetreffende
rubriek voor meer informatie en de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Uitvoeringen met het Stop & Start-
systeem zijn voorzien van een speciale
12V- loodac c u.
Deze accu mag uitsluitend worden
vervangen door het PEUGEOT-netwerk
of
door een gekwalificeerde werkplaats.
Interieurfilter
Als de omgeving (veel stof...) en
het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geven, moet
dit filter twee keer zo vaak
worden vervangen .
Een verstopt interieur filter kan de
prestaties van de airconditioning verstoren
en onaangename geuren veroorzaken.
Luchtfilter
Als de omgeving (veel stof...) en
het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geven, moet
dit filter twee keer zo vaak
worden vervangen .
Oliefilter
Laat bij het olie ver versen tevens het
oliefilter vervangen.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter verzadigd begint te
raken, wordt u hierop geattendeerd
door het tijdelijk branden van dit
lampje in combinatie met een
waarschuwingsmelding over het
risico van verstopping van het filter.
Ga om het roetfilter te regenereren, zodra
de omstandigheden het toelaten, met een
snelheid van minimaal 60 km/h rijden tot
het lampje dooft.
Als het lampje blijft branden, is het
minimale dieseladditiefniveau bereikt.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het controleren van
de niveaus .
Bij een nieuwe auto kunt u de eerste paar
keer dat het roetfilter geregenereerd wordt
een brandlucht ruiken; dit is volkomen
normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid wordt
gereden of de motor langdurig stationair
draait, kan bij gasgeven soms waterdamp
uit de uitlaat komen. Dit heeft geen invloed
op de prestaties en heeft geen gevolgen
voor het milieu.
Praktische informatie
Page 248 of 320

2
De eerste stappen
Als u bij draaiende motor op de toets
drukt, wordt het geluid onderbroken.
Als u bij afgezet contact op de toets
drukt, wordt het systeem ingeschakeld.
Bepaalde informatie wordt permanent
weergegeven in de bovenste balk van het
touchscreen:
-
B
asisinformatie van de airconditioning
(afhankelijk van de uitvoering) en rechtstreekse
toegang tot het desbetreffende menu.
-
I
nformatie over de menu's Radio Media en
Telefoon.
-
I
nformatie over de privégegevens.
-
T
oegang tot de Instellingen van het touchscreen
en het digitale instrumentenpaneel.
Selecteren van de geluidsbron (afhankelijk van
de uitrusting):
-
F
M/DAB/AM-radiozenders (afhankelijk van de
uitrusting).
-
T
elefoon verbonden via Bluetooth en
multimedia-uitzending Bluetooth (streaming).
-
USB-stick.
-
V
ia de AUX-aansluiting aangesloten
mediaspeler (afhankelijk van de uitvoering).
-
C
D-speler (afhankelijk van de uitvoering).
Via het menu "Instellingen" kunt
u een profiel voor één persoon
of voor een groep personen met
gemeenschappelijke instellingen
aanmaken, waarbij vele instellingen
mogelijk zijn (voorkeuzezenders radio,
audio-instellingen, geluidssfeer enz.).
De instellingen worden automatisch
aangepast.
Verhoog of verlaag het volume met het wieltje
of de toetsen "plus" of "min" (afhankelijk van de
uitvoering).
Gebruik de toetsen aan weerszijden van
of onder het touchscreen om de menu's te
openen en druk ver volgens op de virtuele
toetsen op het touchscreen.
Gebruik al naar gelang de uitvoering de toetsen
"Bron" of "Menu" aan de linkerkant van het
touchscreen om de menu's te openen en
druk ver volgens op de virtuele toetsen op het
touchscreen.
U kunt op elk gewenst moment de menu's
oproepen door het scherm kort met drie vingers
aan te raken.
Alle aanraakzones op het touchscreen zijn wit.
Voor pagina's met meerdere tabbladen onder
aan het scherm, kunt u tussen de pagina's
wisselen door op de gewenste pagina te tikken
of door een vinger te gebruiken en de pagina's
naar links of rechts te verschuiven.
Druk op het gearceerde gedeelte om een
niveau lager te gaan of om uw keuze te
bevestigen. Druk op de zwarte pijl om een niveau lager te
gaan of om uw keuze te bevestigen.
Het touchscreen is een capacitief scherm.
Voor het schoonmaken van het scherm is
het raadzaam gebruik te maken van een niet
schurende zachte doek (bijvoorbeeld een
brillendoekje), zonder schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet aan met scherpe
voorwerpen.
Raak het scherm niet aan met natte handen.
PEUGEOT Connect Radio
Page 251 of 320

5
21,518,5
Instellingen
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoering.
Configureren van een persoonlijk
profiel en/of configureren van het geluid
(balans, sfeer enz.) en de weergave
(taal, eenheden, datum, tijd, enz.).
Rijden
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoering
Activeren, deactiveren en configureren
van bepaalde voertuigfuncties.
Navigatie
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoeringStel de navigatie in en kies via
MirrorLink
TM, CarPlay® of Android
Auto uw bestemming.
Airconditioning
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoering
Instellen van de temperatuur en de
aanjagersnelheid.
Applicaties
Weergeven van foto's
Plaats een USB-stick in de USB-aansluiting.
Gebruik geen USB-verdeelstekker om
beschadiging van het systeem te voorkomen.
Het systeem kan mappen en beeldbestanden
lezen in de formaten: .tiff; .gif; .jpg/jpeg; .bmp;
.png.
Druk op Applicaties om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op " Beheer foto's ".
Selecteer een map.
Selecteer een afbeelding voor
weergave.
Druk op deze toets voor informatie
over de foto.
Druk op de pijl Terug om één niveau
terug te gaan.
.
PEUGEOT Connect Radio
Page 270 of 320

2
De eerste stappen
Als u bij draaiende motor op de toets
drukt, wordt het geluid onderbroken.
Als u bij afgezet contact op de toets
wordt drukt, wordt het systeem
ingeschakeld.
Verhoog of verlaag het volume met het wieltje
of de toetsen "plus" of "min" (afhankelijk van de
uitvoering).
Gebruik de menutoetsen aan weerszijden
van of onder het touchscreen om de menu's
te openen en druk ver volgens op de virtuele
toetsen op het touchscreen.
Gebruik al naar gelang de uitvoering de toetsen
"Bron" of "Menu" om de menu's te openen
en druk ver volgens op de op het touchscreen
weergegeven toetsen.
U kunt op elk gewenst moment de menu's
oproepen door het scherm kort met drie vingers
aan te raken.
Alle aanraakzones van het touchscreen zijn wit.
Druk op de pijl Terug om één niveau terug te gaan.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Het touchscreen is een capacitief scherm.
Voor het schoonmaken van het scherm is
het raadzaam gebruik te maken van een niet
schurende zachte doek (bijvoorbeeld een
brillendoekje), zonder schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet aan met scherpe
voorwerpen.
Raak het scherm niet aan met natte handen.
Bepaalde informatie wordt permanent
weergegeven op de zijbalken of de bovenste
balk van het touchscreen (afhankelijk van de
uitrusting):
-
B
asisinformatie van de airconditioning
(afhankelijk van de uitvoering)
en rechtstreekse toegang tot het
desbetreffende menu.
-
R
echtstreekse toegang tot de keuze van de
geluidsbron, de lijst met zenders (of titels,
afhankelijk van de geluidsbron).
-
G
a naar de "Notificaties" van meldingen,
e-mailberichten, updates van
kaartgegevens en aanwijzingen van het
navigatiesysteem (afhankelijk van de
diensten).
-
T
oegang tot de instellingen van
het touchscreen en het digitale
instrumentenpaneel. Selecteren van de geluidsbron (afhankelijk van
de uitrusting):
-
F
M/DAB/AM-radiozenders (afhankelijk van
de uitrusting).
-
T
elefoon verbonden via Bluetooth
en multimedia-uitzending Bluetooth
(streaming).
-
USB-stick.
-
V
ia de AUX-aansluiting aangesloten
mediaspeler (afhankelijk van de uitvoering).
-
C
D-speler (afhankelijk van de uitvoering).
-
V
ideo (afhankelijk van de uitvoering).
PEUGEOT Connect Nav