air condition Peugeot Boxer 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2013, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2013Pages: 184, PDF Size: 5.78 MB
Page 60 of 184

58
Ventilatie
AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING -
CENTRALE REGELING
Het bedieningspaneel van de automatische
airconditioning (volgens uitvoering) bevindt
zich op de middenconsole. Het systeem
onderscheidt zich door het display.
Stand AUTO
Inschakelen van de stand FULL
AUTO : druk op de schakelaar
AUTO om alle functies van
het systeem in te schakelen.
Dit wordt bevestigd door de
weergave van FULL AUTO . Dit is de
normale gebruiksstand van de automatische
airconditioning.
Stel met de draaiknop om de toets AUTO de
temperatuur naar wens in tussen:
- HI (High tot ≈ 32) en
- LO (Low tot ≈ 16).
Het systeem regelt aan de hand van de
temperatuurinstelling de luchtverdeling, de
luchtopbrengst en de luchttoevoer om het
comfort en de luchtcirculatie in het interieur
optimaal te houden. U hoeft het systeem niet meer zelf bij te
regelen.
Weergave van de instellingen van de
automatische airconditioning op het display.
Instelbare stand AUTO
Als de stand AUTO is
geselecteerd, kunnen
verschillende instellingen
worden gewijzigd: luchtverdeling,
luchtopbrengst, airconditioning en
luchttoevoer/luchtrecirculatie.
Op het display wordt in plaats van de
melding FULL AUTO de melding AUTO
weergegeven.
Druk nogmaals op deze toets om terug te
keren naar de volautomatische werking. Op
het bedieningspaneel verschijnt in plaats van
de melding AUTO de melding FULL AUTO .
Als na het handmatig instellen het systeem
de ingestelde temperatuur niet kan
vasthouden, zal de melding AUTO knipperen
en vervolgens verdwijnen. Druk op AUTO om
terug te keren naar de automatische regeling.
Airconditioning onderbreken
Druk op deze toets om de
werking van de airconditioning te
onderbreken. De sneeuwvlok op
het display verdwijnt.
Volledig uitschakelen
Druk op deze schakelaar om het
systeem uit te schakelen. Het
verklikkerlampje en het display
worden uitgeschakeld.
Bij draaiende motor en ingeschakelde
airconditioning worden dit symbool en
de melding FULL AUTO weergegeven
op het display.
De overige aanduidingen zijn afhankelijk van
de instellingen van de gebruiker.
Page 61 of 184

59
3
ERGONOMIE EN COMFOR
T
Ventilatie
Draaiknop instellen comfortwaarde
De waarde kan worden ingesteld tussen:
- een maximale waarde van 32 in de
stand HI (High), waarbij de toegevoerde
lucht wordt opgewarmd.
- een minimale waarde van 16 in de stand
LO (Low), waarbij de toegevoerde lucht
wordt afgekoeld.
Luchtverdeling
Druk op deze toetsen (de desbetreffende lampjes
gaan branden) om de luchtstroom te verdelen naar:
de uitstroomopeningen voor het
ontwasemen/ontdooien van de
voorruit en de zijruiten vóór,
de middelste ventilatieroosters
en zijventilatieroosters (borst en
hoofd),
de uitstroomopeningen voor en
achter (voetenruimten).
Combineer de toetsen voor een optimale
luchtverdeling.
Luchtopbrengst
Druk herhaaldelijk op deze
toets om de luchtopbrengst te
vergroten (+) of te verkleinen (-).
Toevoer van buitenlucht/
luchtrecirculatie in het
interieur
Als het verklikkerlampje brandt,
circuleert de lucht in het interieur en is de
toevoer van buitenlucht afgesloten om stank
en stofoverlast in het interieur tegen te gaan.
Gebruik deze stand niet langer dan nodig is.
Druk op de toets om het verklikkerlampje uit
te schakelen en de toevoer van buitenlucht
te hervatten.
Wanneer u op de toets AUTO drukt,
wordt de toevoer van buitenlucht weer
ingeschakeld. Deze stand maakt het
mogelijk de lucht in het interieur te
verversen en de ruiten te ontwasemen. Druk
nogmaals op de toets AUTO om de functie
FULL AUTO weer in te schakelen.
Snel ontwasemen/
ontdooien
Druk op deze toets om de ruiten
snel condens- en ijsvrij te krijgen.
Het lampje gaat branden.
Het systeem zorgt voor een optimale
regeling van de airconditioning, de
luchtopbrengst en luchttoevoer, de
achterruitverwarming en de luchtverdeling
naar de voorruit en zijruiten.
Schakel wanneer uw auto is voorzien van
een extra verwarming dit systeem uit om
de ruiten snel te kunnen ontwasemen/
ontdooien.
EXTRA VENTILATIE ACHTER
De bediening van dit systeem,
als aanvulling op de standaard
ventilatie in het interieur, bevindt
zich op het onderste gedeelte
van het dashboard, links van het
stuur.
Uitstroom van lucht
Door op deze schakelaar te
drukken wordt de lucht naar buiten
geblazen, het lampje gaat branden.
Door opnieuw op de schakelaar te
drukken wordt dit uitgeschakeld en
gaat het lampje uit.
Toevoer van buitenlucht
Door op deze schakelaar te
drukken wordt de lucht van buitenaf
toegevoerd in het interieur, het lampje
gaat branden. Door opnieuw op
de schakelaar te drukken wordt dit
uitgeschakeld en gaat het lampje uit.
Page 62 of 184

Ventilatie
EXTRA VERWARMINGSSYSTEMEN
Extra verwarmingsunit
Bij de uitvoering met 2-3 zitplaatsen bevindt
deze zich onder de bestuurdersstoel en
wordt de lucht naar voren geblazen.
VERWARMING EN/OF
AIRCONDITIONING ACHTER
Afhankelijk van de uitvoering
kan uw auto zijn voorzien van
een extra airconditioningsunit
achter in de auto: het
luchtverdelingskanaal in het dak en de
afzonderlijke uitstroomopeningen zorgen
voor een perfecte regeling van de verdeling
van koele lucht in de auto.
De over de vloer verspreide warme lucht
wordt vanuit de airconditiningsunit vóór
verdeeld ter hoogte van de voetenruimte van
de passagiers op zitrij 2 en 3.
Op de wielkast links achter bevindt zich een
uitstroomopening voor de verwarming van de
voetenruimte van de passagiers op zitrij 3.
Extra verwarming
Dit is een extra verwarming van het interieur
als aanvulling op de standaarduitrusting.
De werking is onafhankelijk van de motor.
Standkachel of aanvullende
programmeerbare verwarming
Dit is een aanvullend, programmeerbaar
en afzonderlijk systeem dat het korte
koelvloeistofcircuit van de dieselmotor
opwarmt om het starten te vergemakkelijken.
Het systeem verbetert de prestaties van het
ontdooien, ontwasemen en
(volgens uitvoering) de stoelverwarming.
Het opwarmen van het interieur kan sneller
plaatsvinden.
Het systeem kan geprogrammeerd worden
om te worden ingeschakeld voordat u in de
auto stapt. Bi
j de uitvoering met 5-9 zitplaatsen
bevindt deze zich achter in de auto.
Afhankelijk van de uitvoering wordt
de lucht rechtstreeks vanaf de
verwarmingsunit of via de uitstroomopeningen
on
der de twee zitrijen het interieur in geblazen.
Druk op deze schakelaar om de
verwarming in of uit te schakelen.
Het lampje brandt als de
verwarming is ingeschakeld. Zet
de schakelaar uit wanneer u de ruiten snel
wilt ontdooien of ontwasemen.
Page 136 of 184

134
Koeling: het trekken van een aanhanger
op een helling veroorzaakt een hogere
koelvloeistoftemperatuur.
De koelventilator wordt elektrisch bediend
en is niet afhankelijk van het motortoerental.
Gebruik daarom een zo hoog mogelijke
versnelling om het toerental te beperken en
pas uw snelheid aan.
Let in elk geval goed op de aanwijzing van
de koelvloeistoftemperatuurmeter.
Banden: controleer de
bandenspanning van de auto
(zie rubriek 9 het gedeelte "Identificatie") en
de aanhanger en breng deze indien nodig
op de juiste waarde.
Trekhaak
Wij raden u aan gebruik te maken van een
originele PEUGEOT trekhaak inclusief
bedrading die tijdens de ontwikkeling van
uw auto uitgebreid getest is, en deze bij het
PEUGEOT-netwerk te laten monteren.
Als de trekhaak niet bij het
PEUGEOT-netwerk wordt gemonteerd, moet
gebruik worden gemaakt van de daarvoor
bestemde elektrische bedrading aan de
achterzijde van de auto en moeten de
aanwijzingen van de fabrikant nauwkeurig
worden nageleefd.
Gebruiksvoorschrift
Bij zeer zware gebruiksomstandigheden
(het trekken van het maximale
aanhangergewicht op een steile helling bij
hoge temperatuur), kan de airconditioning
automatisch worden uitgeschakeld om de
prestaties van de motor weer te verhogen.
Als het verklikkerlampje van
de koelvloeistoftemperatuur
gaat branden, stop dan zo snel
mogelijk en zet de motor af.
Zie in de rubriek 7 het gedeelte "Niveaus".
Remmen: het trekken van een aanhanger
vergroot de remweg. Rijd met matige
snelheid, schakel tijdig terug en rem
geleidelijk.
Zijwind: de zijwindgevoeligheid van de auto
is groter. Rijd daarom soepel en met matige
snelheid.
ABS: dit systeem werkt uitsluitend op de
auto en niet op de aanhanger.
Parkeerhulp achter: bij het trekken van een
aanhanger is de parkeerhulp uitgeschakeld.
Trekken van een aanhanger
Page 143 of 184

14
1
7
ONDERHOU
D
Controles
CONTROLES
Luchtfilter en interieurfilter
Een verstopt interieurfilter vermindert de
prestaties van de airconditioning en kan
stankoverlast in het interieur veroorzaken.
Raadpleeg het onderhoudsboekje voor
informatie over het vervangingsinterval van
de filterelementen.
Als de omgeving (veel stof) en de
gebruiksomstandigheden van de auto
(veel stadsverkeer) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo vaak
worden vervangen. Raadpleeg in de
rubriek 7 het gedeelte "Onder de motorkap".
Handgeschakelde versnellingsbak
Laat het niveau controleren volgens het
onderhoudsschema van de constructeur.
Raadpleeg de bladzijden in het
onderhoudsboekje, die betrekking
hebben op de motoruitvoering van uw
auto, voor het laten controleren van
de belangrijkste niveaus en bepaalde
onderdelen volgens het onderhoudsschema
van de constructeur.
Gebruik uitsluitend door PEUGEOT
aanbevolen producten of gelijkwaardige
kwaliteitsproducten.
Om de werking van belangrijke organen
zoals het remsysteem te optimaliseren,
worden door PEUGEOT specifieke
producten geselecteerd en aangeboden.
Vanwege de kans op beschadiging van het
elektrisch systeem is het reinigen van de
motorruimte met een hogedrukreiniger niet
toegestaan.
Handrem
Als de handrem een te grote slag heeft
of als het systeem minder goed werkt,
moet de handrem zelfs tussen twee
onderhoudscontroles worden afgesteld.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk.
Aftappen van water in het
brandstoffilter
Als dit lampje gaat branden, moet
het brandstoffilter worden afgetapt.
Om te voorkomen dat het lampje
gaat branden kan het filter ook
op regelmatige basis worden afgetapt,
bijvoorbeeld bij een onderhoudsbeurt.
Draai de aftapplug of de sensor water in
brandstoffilter aan de onderzijde van het filter
los. Ga door met aftappen tot al het water uit
het filter is weggelopen. Draai vervolgens de
aftapplug of de sensor weer vast.
De HDi-motoren zijn technologisch geavanceerde
motoren. Laat werkzaamheden aan deze
motoren altijd uitvoeren door gekwalificeerde
technici van het PEUGEOT-netwerk.
Accu
Laat uw accu voor de winter door het
PEUGEOT-netwerk controleren.
Remblokken
De slijtage van de remblokken is sterk
afhankelijk van de rijstijl, vooral bij
stadsverkeer en veel korte ritten. Hierdoor kan
het noodzakelijk blijken om de remblokken
vaker, tussen twee onderhoudscontroles door,
te laten controleren.
Als het remvloeistofniveau te laag is, kan dit
behalve door lekkage van het remsysteem
ook veroorzaakt worden door slijtage van de
remblokken.
Slijtage remschijven/-trommels
Raadpleeg voor meer informatie over de
controle van uw remschijven/-trommels het
PEUGEOT-netwerk.
Oliefilter
Vervang het oliefilterelement regelmatig,
volgens het onderhoudsschema.
Deze sticker, die hoort bij het
Stop & Start-
systeem, geeft aan dat er een speciale
12V-loodaccu is
gebruikt die alleen
losgekoppeld en
/of vervangen mag worden
door het PE
UGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Page 160 of 184

158
Zekering vervangen
ZEKERINGEN DASHBOARD (BESTUURDERSZIJDE)
- Verwijder de schroeven en kantel de zekeringkast omlaag om bij de zekeringen te komen.
ZekeringA (Ampère)Functie
127,5Dimlicht rechts
137,5Dimlicht links
317,5Voeding relais
3210Interieurverlichting
331512V-aansluiting achter
34-Niet gebruikt
357,5
Achteruitrijlichten - Sensor water in brandstof
3615Bediening centrale vergrendeling - Accu
377,5Remlichtschakelaar - Derde remlicht - Instrumentenpaneel
3810Voeding relais
3910
Autoradio - Diagnoseaansluiting - Sirene alarm - Bediening programmeerbare standkachel - Bediening
airconditioning - Tachograaf - Accu
4015
Achterruitverwarming (links) - Spiegelverwarming bestuurderszijde
4115
Achterruitverwarming (rechts) - Spiegelverwarming passagierszijde
427,5Elektronische eenheid en sensor ABS - Sensor ASR - Sensor ESP - Remlichtschakelaar
4330Motor ruitenwissers vóór
4420
Aansteker - 12V-aansluiting 457,5Bediening portieren
46-Niet gebruikt
4720Motor ruitbediening bestuurderszijde
4820Motor ruitbediening passagierszijde
497,5
Autoradio - Schakelaars cockpit - Ruitbediening bestuurderszijde
507,5Elektronische eenheid airbags en gordelspanners
517,5Tachograaf - Snelheidsregelaar - Bediening airconditioning
527,5Optionele voeding relais
537,5Instrumentenpaneel - Mistachterlicht
Page 177 of 184

17
5
Cockpit
10
WEGWIJZE
R
COCKPIT
Instrumentenpaneel, displays, tellers 30
Verklikkerlampjes 31-37
Meters 38-39
Lichtschakelaar 47
Automatische verlichting 48 Follow me home-verlichting 48 Parkeerlichten 49
Motorkap openen 137
Zekeringen 157-160
Mode, configuratie van de auto 79-82 Programmeerbare standkachel 62-64 Extra verwarming, airconditioning achter 60-61 Luchtvering 86 Stop & Start-systeem 43-45 Koplampverstelling 49 Dimmer dashboardverlichting 39 Tijd instellen 81
Ruitenwissers voor/achter 50
Ruiten-/koplampsproeiers 50
Boordcomputer - MODE 79-82
Starten, contactslot 41
Hill Holder 42
Snelheidsregelaar 51-53
Vaste snelheidsbegrenzer 118
Stuurwiel in diepte verstellen 40 Claxon 115 Cockpit 8
Ruitbediening, spiegels 77-78
Ve rgrendeling laadruimte 29
Page 178 of 184

17
6
Cockpit
Centrale vergrendeling 29
Ontdooien, ontwasemen 54
Autoradio, CD/MP3 89-97
Bluetooth handsfree systeem 97-113
Tachograaf 88
Achteruitrijcamera 84-85
Verwarming, ventilatie 56-59 ●airconditioning A/C,●handbediende airconditioning, ●automatische airconditioning met centrale regeling, ●luchtrecirculatie.
Indeling cabine 71-74●
aansteker, ●
dashboardkastje (gekoeld),●
opbergvak boven voorruit, ●
verplaatsbare asbak, ●
plafonniers, ●
12V-aansluiting,●
schrijftafel,●
opbergvak.
Versnellingsbak 40
Parkeerhulp 83
Verklikkerlampje alarm 26
ASR, ESP 116-117
Intelligent Traction Control 117
Mistlampen voor, mistachterlicht 47
Alarmknipperlichten 114
Page 179 of 184

17
7
Interieur
10
WEGWIJZE
R
Veiligheidsgordels 11 9-120
Airbags 122-124 Passagiersairbag, uitschakelen 123
Handrem 114 Stoelen, verstellen 65-66 Stoel met demping 66 Tweezitsbank 67 Gereedschap, krik 148
Kinderzitjes 125-132
Binnenspiegel 77
Plafonnier cabine 74, 155
Lamp plafonnier cabine, vervangen 155
Plafonniers 76, 155 12V-aansluiting 75
Accu (+), opladen, starten 145-147
Massapunt (-) 138
Zekeringen passagierszijde 159
INTERIEUR
Laadruimte 75-76●
sjorogen,●
schot,●
dakkoffer,●
bekleding,●
looplamp.
Stoelen/banken achter 68-69
Verwarming/airconditioning achter 60-61
Achteruitrijcamera 84-85
Zijschuifruiten 76
ISOFIX-bevestigingen 129-130
Dubbele cabine 70
Accessoires 135-136