koplamp Peugeot Boxer 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2018Pages: 232, PDF Size: 9.15 MB
Page 91 of 232

89
Koeling
Het trekken van een aanhanger op een helling
veroorzaakt een hogere koelvloeistoftemperatuur.
De koelventilator wordt elektrisch bediend en is niet
afhankelijk van het motortoerental.
F
P
as uw snelheid aan om het motortoerental te
beperken.
Het maximale aanhangergewicht op een helling
is afhankelijk van het hellingspercentage en de
buitentemperatuur.
Houd in elk geval de koelvloeistoftemperatuur in de
gaten.
F
A
ls dit verklikkerlampje gaat
branden in combinatie met het
verklikkerlampje STOP, stop dan zo
snel mogelijk en zet de motor af.
Nieuwe auto
Koppel geen aanhanger achter de auto
voordat deze een kilometerstand van ten
minste 1000
km heeft.
Remmen
Het trekken van een aanhanger verlengt de
remweg.
Vermijd langdurig gebruik van de remmen om te
voorkomen dat de remmen over verhit raken. In
dat geval is het raadzaam om op de motor af te
remmen.
Banden
F Controleer de bandenspanning van de auto en de aanhanger en breng deze indien nodig op de
juiste waarde.
Verlichting
F Controleer de verlichting van de aanhanger en de hoogteverstelling van de koplampen van uw
auto.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de handmatige
hoogteverstelling van de koplampen .
Om bij het gebruik van een originele
PEUGEOT-trekhaak het onnodig activeren
van het geluidssignaal te voorkomen, wordt
de parkeerhulp achter hierbij automatisch
uitgeschakeld.
Diefstalbeveiliging
Elektronische
startblokkering
De sleutels zijn voorzien van een chip voor de
elektronische startblokkering.
Dit systeem blokkeert het brandstofsysteem van de
motor en wordt automatisch ingeschakeld zodra de
sleutel uit het contact wordt ver wijderd.
Als de sleutel wordt herkend, gaat dit
verklikkerlampje uit, wordt het contact
aangezet en kan de motor worden gestart.
Als de sleutel niet wordt herkend, kan de
motor niet worden gestart. Start de auto met
een andere sleutel en laat de defecte sleutel
controleren door het PEUGEOT-netwerk.
Noteer het sleutelnummer zorgvuldig. Het
PEUGEOT-netwerk kan dan bij verlies snel
voor een nieuwe sleutel zorgen wanneer u
dit
nummer en de codekaart meebrengt.
Bij het aanzetten van het contact moet de code van
de sleutel worden herkend door de startblokkering.
Breng geen wijzigingen aan in de
elektronische startblokkering.
Speel niet met de knop van de
afstandsbediening, om te voorkomen dat de
portieren per ongeluk ontgrendeld worden.
Als zich in de buurt van de afstandsbediening
andere apparaten bevinden die in hetzelfde
frequentiegebied werken (mobiele telefoons,
alarmsystemen van gebouwen), kan de
werking van de afstandsbediening tijdelijk
verstoord worden.
De afstandsbediening werkt niet als de sleutel
in het contact zit, ook niet als het contact
is afgezet. Dit geldt niet voor het opnieuw
synchroniseren.
6
Rijden
Page 128 of 232

126
Dieselmotoren
1.Reservoir ruiten- en
koplampsproeiervloeistof.
2. Reservoir stuurbekrachtigingsvloeistof.
3. Reservoir koelvloeistof.
4. Reservoir rem- en koppelingsvloeistof.
5. Brandstoffilter.
6. Zekeringkast.
7. Luchtfilter.
8. Oliepeilstok.
9. Olievuldop.
Accu-aansluitingen:
+ Pluspool.
- Minpool (massa). Het dieselcircuit staat onder zeer hoge druk.
Laat werkzaamheden aan dit circuit
alleen door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats uitvoeren.
Niveaus controleren
Controleer deze niveaus regelmatig en
respecteer de voor waarden zoals vermeld in het
onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien
nodig bij, tenzij anders aangegeven.
Laat in het geval van een sterk gedaald niveau
het desbetreffende circuit controleren door het
PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Let erop dat u
bij het eventueel ver wijderen en
monteren van de afdekkap van de motor, de
bevestigingsclips niet beschadigt.
Afgewerkte producten
Vermijd langdurig huidcontact met afgewerkte
olie en andere vloeistoffen.
De meeste van deze vloeistoffen zijn bijtend
en schadelijk voor de gezondheid. Gooi afgewerkte olie en andere vloeistoffen
niet in het riool, in het water of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de daar voor
bestemde containers bij het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Motorolieniveau
Regelmatig controleren en tussen twee
verversingen eventueel olie bijvullen
(maximum olieverbruik: 0,5
liter per
1000
km). De controle dient bij koude
motor en horizontaal geplaatste auto
te geschieden, met behulp van de
oliepeilstok.
Controle met de peilstok
2 merktekens op de peilstok:
A = M
A X
B = MIN
Praktische informatie
Page 130 of 232

128
Om bij de dop van het reser voir te kunnen komen
moet de beschermkap worden verwijderd door de
drie bevestigingsschroeven een kwart omwenteling
te draaien. Ver volgens moet een tweede kap op de
dop worden verwijderd.
Koelvloeistofniveau
Controleer het koelvloeistofniveau
regelmatig.
Het is normaal dat tussen twee
onderhoudsbeurten door koelvloeistof
moet worden bijgevuld.Controleer het koelvloeistofniveau
van uw auto regelmatig, afhankelijk
van de gebruiksomstandigheden (elke
5000
km/3 maanden); vul indien nodig bij
met de door de fabrikant voorgeschreven
koelvloeistof.
Het controleren en bijvullen moet altijd worden
uitgevoerd bij koude motor.
De motor van uw auto kan door een te laag
koelvloeistofniveau zwaar beschadigd raken.
Als de motor warm is, wordt de temperatuur van
de koelvloeistof geregeld door de koelventilator.
Deze kan ook werken als het contact is afgezet.
Wacht na uitschakelen van de motor minstens 1
uur
met het uitvoeren van werkzaamheden aan het
koelsysteem, omdat het koelsysteem onder druk
staat. F
O
m bij de vuldop te kunnen komen moet de
beschermkap worden verwijderd. Doe dit
door de drie bevestigingsschroeven een kwart
omwenteling te draaien.
F
D
raai om brandwonden te voorkomen de dop
eerst met behulp van een doek een kwartslag
los om de druk te laten dalen.
F
V
er wijder, als de druk eenmaal gedaald is, de
dop en vul koelvloeistof bij.
Aanvullende informatie
Het niveau dient steeds tussen de merktekens MIN
en MAX van het expansievat te staan.
Het is raadzaam om het niveau zo dicht mogelijk bij
het merkteken MAX te houden.
Laat het koelsysteem, als meer dan 1
liter moet
worden bijgevuld, controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Niveau vloeistof
ruitensproeiers en
koplampsproeiers
Als uw auto voorzien is van
koplampsproeiers en u wilt het niveau
controleren of bijvullen, parkeert u
de
auto en zet u
de motor af.
Inhoud reservoir: ongeveer 5,5
liter.
F
T
rek om bij de dop van het reser voir te kunnen
komen aan de telescoopbuis en maak de dop
los.
Praktische informatie
Page 145 of 232

143
Bij stalen velgen :
Bij lichtmetalen velgen :
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de identificatie , met
name de bandenspanningssticker.
F
H
aak de houder I aan het buitenste gedeelte.
F
D
raai de handgreep H vast om de houder vast te
zetten op de stalen velg.
F
P
laats de steun J op de houder I.
F
D
raai de handgreep H vast.
F
D
raai de drie bevestigingsbouten K van de
houder I op de lichtmetalen velg. F
M
onteer het verlengstuk A, de wielsleutel D en
de staaf B op de bevestigingsbout.
F
D
raai het geheel rechtsom om de kabel volledig
op te rollen en het wiel tegen de bodem van de
auto vast te zetten.
F
C
ontroleer of het wiel horizontaal tegen de
bodem van de auto aanligt en of de uitsparing
van het liersysteem zichtbaar is.
F
B
erg het gereedschap en de wieldop (afhankelijk
van de uitvoering) op.Een lamp vervangen
De koplampunits zijn voorzien van glas van
polycarbonaat met een speciale vernislaag:
F
r
einig de koplampen nooit met een
droge of schurende doek en gebruik
geen oplosmiddelen ,
F
g
ebruik een spons met zeepwater of een
pH-neutraal product,
F
w
anneer u met een hogedrukreiniger
hardnekkig vuil probeert te verwijderen,
houd de straal dan nooit langdurig op
de koplampen, de achterlichten en de
randen ervan gericht, om beschadiging
van de vernislaag en de afdichtrubbers te
voorkomen.
Bij het ver vangen van lampen moet het
contact en de verlichting minstens enkele
minuten zijn uitgeschakeld – om brandwonden
te voorkomen!
F
R
aak de lamp niet met de vingers aan,
maar gebruik een niet-pluizende doek.
Het is van belang dat u
uitsluitend lampen
van het type anti-ultraviolet (UV) toepast om
beschadiging van de koplamp te voorkomen.
Ver vang een kapotte lamp altijd door een
nieuwe lamp met dezelfde specificaties.
8
In geval van pech
Page 146 of 232

144
Onder bepaalde weersomstandigheden
(lage temperatuur, vochtigheid) kan zich een
laagje condens aan de binnenzijde van de
koplampen en de achterlichten vormen; dit
verdwijnt enkele minuten na het ontsteken van
de koplampen.
Typen lampen
Uw auto is voorzien van verschillende typen
lampen. Verwijder ze als volgt:
Ty p e A
Ty p e B
Glassokkellamp: de lamp is gemonteerd met een
drukbevestiging. Trek de lamp daarom voorzichtig los.
Ty p e C
Ty p e D
Lamp met bajonetsluiting: druk de lamp iets in en
draai deze linksom. Cilindrische gloeilamp: druk de contacten uit elkaar.
Halogeenlamp: duw de borgveer open en ver wijder
de lamp uit de lamphouder.
Verlichting vóór
1.
Grootlicht.
2. Dimlicht.
3. Richtingaanwijzers.
4. Parkeerlichten/dagrijverlichting
In geval van pech
Page 147 of 232

145
Indien nodig kunt u de koplampunit verwijderen:
F V erwijder, afhankelijk van het verkoopland, het
schuimmateriaal dat als bescherming dient
tegen extreme kou door het zijwaarts naar de
buitenzijde te schuiven.
F
N
eem de stekker los door de borgring te
verwijderen.
F
V
erwijder de twee bevestigingsbouten van de
koplampunit.
F
B
eweeg de koplampunit naar het midden van de
auto en haal de unit uit de geleiders. Let bij de
linker koplampunit op de motorkapsteun.
Grootlicht
Ty p e D , H7-55 W
F V er wijder het deksel door aan de rubber lip te
trekken.
F
N
eem de stekker los.
F
D
ruk op de centrale haak en duw de borgveer
open.
F
V
er vang de lamp en let erop dat het metalen
gedeelte goed aansluit op de groef van de
lampunit.
Dimlicht
Ty p e D , H7-55 W
F V er wijder het deksel door aan de rubber lip te
trekken.
F
N
eem de stekker los.
F
D
ruk op de centrale haak en duw de borgveer
open.
F
V
er vang de lamp en let erop dat het metalen
gedeelte goed aansluit op de groeven van de
lampunit.
Richtingaanwijzers
Ty p e A , W Y21W – 21W
F V er wijder het deksel door aan de rubber lip te
trekken.
F
D
raai de lamphouder een kwartslag linksom.
F
V
ervang de gloeilamp.
F
O
pen de motorkap en plaats de motorkapsteun.
F
S
teek uw hand achter de koplampunit om bij de
lampen te komen. Ty p e A
, W21/5W – 21 W en 5 W
F
V
er wijder het deksel door aan de rubber lip te
trekken.
F
D
raai de lamphouder een kwartslag linksom.
F
V
ervang de gloeilamp.
Parkeerlichten/dagrijverlichting
LED-dagrijverlichting
Deze LED's (Light-Emitting Diodes) verzorgen
zowel de functie dagrijverlichting als de functie
parkeerlicht.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk als uw auto is
voorzien van dagrijverlichting met LED's.
8
In geval van pech
Page 154 of 232

152
Zekeringen in de
motorruimte
F Ver wijder de schroeven en kantel de zekeringkast omlaag om bij de zekeringen te
komen.
Sluit het deksel na de werkzaamheden
zorgvuldig. Zekeringen
A (Ampère)Functie
1 40Voeding ABS-pomp
2 50Elektronische eenheid voorverwarming dieselbrandstof
3 30Contactslot – Startmotor
4 40Voorverwarming dieselbrandstof
5 20/50Ventilatie interieur met programmeerbare standkachel (+ accu)
6 40/60Motor ventilateurgroep interieur hoge snelheid (+ accu)
7 40/50/60 Motor ventilateurgroep interieur lage snelheid (+ accu)
8 40Motorventilateurgroep interieur (+ sleutel)
9 1512
V-aansluiting achter (+ accu)
10 15Claxon
11 -Niet gebruikt
14 1512
V-aansluiting vóór (+ accu)
15 15Aansteker (+ accu)
16 -Niet gebruikt
17 -Niet gebruikt
18 7, 5Elektronische eenheid motor (+ accu)
19 7, 5Aircocompressor
20 30Pomp ruitensproeiers/koplampsproeiers
21 15Voeding brandstofpomp
22 -Niet gebruikt
23 30ABS-solenoïden
24 7, 5Extra schakelaarpaneel – Bediening en inklappen buitenspiegels (+ sleutel)
30 15Buitenspiegelverwarming
In geval van pech
Page 201 of 232

15
- Meeteenheid.
De weergegeven eenheden voor het verbruik,
de afstand en de temperatuur instellen.
-
P
ieptoon touchscreen .
Het geluidssignaal bij het aanraken van een
schermtoets activeren of deactiveren.
-
W
eergave traject B .
Het traject B weergeven op het scherm van de
bestuurder.
Gesproken commando's
-
R
eactietijd systeem gesproken
commando's .
De reactietijd van het systeem van gesproken
commando's instellen.
-
W
eerg. lijst comm. De mogelijke commando's
en opties weergeven tijdens een sessie van
gesproken commando's.
Tijd en datum
-
I
nstellen tijd en indeling .
De tijd instellen.
-
T
ijd weergeven .
De weergave van het digitale klokje op de
statusbalk activeren of deactiveren.
-
T
ijd synchroniseren .
De automatische weergave van de tijd activeren
of deactiveren.
-
D
atum instellen .
De datum instellen. Veiligheid/hulp
-
A chteruitrijcamera.
D
e beelden van de achteruitrijcamera
weergeven.
-
V
ertraging camera.
De beelden van de achteruitrijcamera
gedurende maximaal 10
seconden of tot
maximaal 18
km/h (8 mph) blijven weergeven.
Verlichting
-
D
agrijverlichting.
Het automatisch inschakelen van de koplampen
na het starten activeren of deactiveren.
Portieren en vergrendeling
-
A
utoclose.
Het automatisch vergrendelen van de portieren
tijdens het rijden activeren of deactiveren. -
A utomatische radio.
De radio na het starten instellen of de
instellingen gebruiken die actief waren toen het
contact de laatste keer werd afgezet.
-
V
er traagd uitschakelen van de autoradio.
De parameter instellen.
-
I
nstellen vol. AUX.
D
e parameters instellen.
Telefoon/Bluetooth
®
- Aangesloten tel . D
e Bluetooth®-verbinding van het geselecteerde
apparaat tot stand brengen.
Het geselecteerde apparaat verwijderen.
Het geselecteerde apparaat opslaan onder
favorieten.
De parameters instellen.
-
A
pparaat toevoegen .
Een nieuw apparaat toevoegen.
-
A
udio aansluiten .
Het apparaat uitsluitend als audio-apparaat
aansluiten.
Audio
-
E
qualizer .
De lage, middelhoge en hoge tonen instellen.
-
B
alans/fader .
De balans van de luidsprekers voor en achter,
links en rechts instellen.
Op de toets in het midden van de pijlen drukken
voor een evenwichtige instelling.
-
V
olume/Snelheid .
Selecteer de gewenste parameter, de optie
wordt uitgelicht weergegeven.
-
L
oudness .
De geluidskwaliteit bij een laag geluidsvolume
optimaliseren. Voorkeursinstellingen radio
-
D
AB-meldingen .
De meldingen activeren of deactiveren.
De volgende opties activeren of deactiveren:
waarschuwing, melding gebeurtenis,
beursberichten, nieuwsberichten, programma-
informatie, bijzondere gebeurtenis,
sportnieuws, informatie openbaar vervoer,
waarschuwingsmelding, weerbericht.
.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen