alarm Peugeot Expert VU 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: Expert VU, Model: Peugeot Expert VU 2016Pages: 520, PDF Size: 11.35 MB
Page 62 of 520

60
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Selectieve vergrendeling cabine
en laadruimte uitgeschakeld.
Het ontgrendelen wordt bevestigd door
het gedurende enkele seconden snel
knipperen van de richtingaanwijzers.
Afhankelijk van de uitvoering
worden gelijktijdig de buitenspiegels
uitgeklapt en wordt het inbraakalarm
uitgeschakeld.
Volledig
ontgrendelen
F Leg, om de auto volledig te ontgrendelen,
ter wijl u de afstandsbediening op zak hebt
binnen de detectiezone A , uw hand op de
achterzijde van een van de handgrepen
(van een voorportier, handbediende
schuifdeur of achterdeur) te leggen.
F
t
r
ek vervolgens aan de handgreep om het
portier of de deur te openen.
Met elektrisch bedienbare
schuifdeur(en)
F trek, om de auto volledig te ontgrendelen,
ter wijl u de afstandsbediening op zak
hebt binnen de detectiezone A , aan de
handgreep en laat hem weer los. Hiermee
zet u ook de desbetreffende elektrisch
bedienbare schuifdeur in beweging.
Met achterklep
F trek, om de auto volledig te ontgrendelen,
ter wijl u de afstandsbediening op zak
hebt binnen de detectiezone A , aan de
handgreep van de achterklep.
F
B
eweeg de achterklep omhoog.
toegang tot de auto
Page 63 of 520

61
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Afhankelijk van de uitvoering van
uw auto worden de buitenspiegels
uitgeklapt (uitsluitend bij het
ontgrendelen van de cabine) en wordt
het inbraakalarm uitgeschakeld.
Selectieve ontgrendeling cabine
en laadruimte ingeschakeld.
Selectief
ontgrendelen
F Leg, om uitsluitend de cabine
te ontgrendelen, ter wijl u de
afstandsbediening op zak hebt binnen
de detectiezone A of B, uw hand op de
achterzijde van een van de handgrepen
van het voorportier links of rechts.
F
t
r
ek aan de handgreep om het
desbetreffende portier te openen. F
L
eg, om uitsluitend de laadruimte
te ontgrendelen, ter wijl u de
afstandsbediening op zak hebt binnen
de detectiezone A , B of C, uw hand op
de achterzijde van de handgreep van de
schuifdeur links of rechts of de achterdeur.
F
t
rek
aan de handgreep om de
desbetreffende deur te openen.
Met elektrisch bedienbare
schuifdeur(en)
F trek, om de laadruimte te vergrendelen
en ter wijl u de afstandsbediening op zak
hebt binnen de detectiezone A en B , aan
de handgreep en laat deze direct weer
los. Hiermee zet u ook de desbetreffende
elektrisch bedienbare schuifdeur in
beweging.
De status van de vergrendeling van
te openen carrosseriedelen van de
laadruimte blijft ongewijzigd.
2
toegang tot de auto
Page 65 of 520

63
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Ontgrendelen
F Leg, om de auto te ontgrendelen, ter wijl u de afstandsbediening op zak hebt
binnen de detectiezone A , uw hand op de
achterzijde van een van de handgrepen
(voorportier, handbediende schuifdeur of
achterdeur).
F
t
rek
aan de handgreep om de
desbetreffende deur te openen.
Met elektrisch bedienbare
schuifdeur(en)
F trek, om de auto te ontgrendelen, ter wijl u de afstandsbediening op zak hebt binnen
de detectiezone A , aan de handgreep en
laat hem weer los om de desbetreffende
elektrisch bedienbare schuifdeur in
beweging te zetten.
Met achterklep
F trek, om de auto te ontgrendelen, ter wijl u de afstandsbediening op zak hebt binnen
de detectiezone A , aan de handgreep van
de achterklep.
F
B
eweeg de achterklep omhoog.
Het ontgrendelen wordt bevestigd door
het gedurende enkele seconden snel
knipperen van de richtingaanwijzers.
Afhankelijk van de uitvoering worden de
buitenspiegels uitgeklapt en wordt het
alarmsysteem uitgeschakeld.
2
toegang tot de auto
Page 67 of 520

65
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in noodgevallen de toegang tot
het interieur voor de hulpdiensten
bemoeilijken. Als uw auto niet is voorzien van het
alarmsysteem, wordt het vergrendelen
bevestigd door het gedurende
ongeveer 2 seconden branden van de
richtingaanwijzers.
te
gelijkertijd worden, afhankelijk
van de uitvoering van de auto, de
buitenspiegels ingeklapt.
Supervergrendeling
Als de supervergrendeling is ingeschakeld,
werken de binnen- en buitenportiergrepen
niet.
oo
k de knop van de centrale
portiervergrendeling in het interieur werkt
dan niet.
Schakel daarom nooit de supervergrendeling
in als er zich iemand in de auto bevindt.
F Druk, als de afstandsbediening zich binnen het detectiegebied A bevindt, met
uw vinger op de merktekens van een
van de portiergrepen (voorportier(en) en
handmatig bedienbare schuifdeur(en)) om
de auto volledig te vergrendelen.
F
Druk binnen vijf seconden nogmaals op
de merktekens om de supervergrendeling
in te schakelen.
Let erop dat niets of niemand het
correcte sluiten van de ruiten in de weg
staat.
Zorg er met name voor dat kinderen
zich tijdens het bedienen van de ruiten
niet kunnen bezeren. Als u een van de
vergrendelknoppen ingedrukt
houdt, worden de ruiten gesloten
(afhankelijk van de uitvoering). Als u
de knop loslaat, stopt de beweging
van de ruit.
Met achterklep
F Druk, als de afstandsbediening zich
binnen het detectiegebied A bevindt, op de
vergrendelknop van de achterklep om de
auto te vergrendelen.
2
toegang tot de auto
Page 68 of 520

66
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
F Druk, als de afstandsbediening zich binnen het detectiegebied A bevindt, met uw
vinger op de merktekens van een van de
voorportiergrepen om de auto volledig te
vergrendelen.
F
Druk binnen vijf seconden nogmaals op
de merktekens om de supervergrendeling
in te schakelen.
Als uw auto niet is voorzien van het
alarmsysteem, wordt het inschakelen van
de supervergrendeling bevestigd door het
gedurende ongeveer 2 seconden branden
van de richtingaanwijzers.
Met elektrisch bedienbare
schuifdeur(en) Met achterklep
Met achterdeuren
F Druk, als de afstandsbediening zich
binnen het detectiegebied A bevindt, op de
vergrendelknop van de achterklep om de
auto te vergrendelen.
F
Druk binnen vijf seconden nogmaals op
de knop om de supervergrendeling in te
schakelen.
F
D
ruk, als de afstandsbediening zich
binnen het detectiegebied A bevindt, op de
vergrendelknop van de linker achterdeur
om de auto te vergrendelen.
F
Druk binnen vijf seconden nogmaals op
de knop om de supervergrendeling in te
schakelen.
toegang tot de auto
Page 70 of 520

68
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Noodbediening
Als het inbraakalarm is geactiveerd, zal het
geluidssignaal dat klinkt bij het met de sleutel
(geïntegreerd in de afstandsbediening)
openen van een portier, bij het aanzetten
van het contact stoppen.
Geïntegreerde sleutel
Vergrendelen van het
bestuurdersportier
Ontgrendelen
F Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze linksom.
Het alarmsysteem (indien aanwezig) wordt
niet uit-/ingeschakeld als u de auto met de
sleutel opent/sluit.
Het alarm wordt geactiveerd als een portier
wordt geopend en kan worden uitgeschakeld
door het contact aan te zetten.
Draai om de supervergrendeling van de auto
te activeren de sleutel binnen 5 seconden na
het vergrendelen nogmaals rechtsom.
Vergrendelen van het
voorpassagiersportier
F open het portier.
Ontgrendelen
F gebruik de binnenportiergreep.
Hiermee kan de auto vergrendeld en
ontgrendeld worden als de afstandsbediening
niet werkt:
-
l
ege batterij, 12V-accu ontladen of
losgekoppeld,
...
-
a
uto bevindt zich in een omgeving met veel
elektromagnetische straling.
F
t
r
ek aan de knop 1 om de geïntegreerde
sleutel 2 te verwijderen. F
S
teek de geïntegreerde sleutel in het
portierslot en draai deze rechtsom. F
V
er wijder de dop op de zijkant van het
portier.
F
S
teek de geïntegreerde sleutel (zonder te
forceren) in het vergrendelingssysteem en
draai het geheel.
F
V
er wijder de sleutel en plaats de dop terug.
F
S
luit het portier en controleer van buitenaf
of de auto goed is vergrendeld.
toegang tot de auto
Page 91 of 520

89
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Het sluiten wordt bevestigd door het
gedurende enkele seconden knipperen
van de richtingaanwijzers in combinatie
met een geluidssignaal.
De bewegingsrichting wordt omgekeerd
als tijdens de beweging van de
schuifdeur de voetbeweging nogmaals
wordt gemaakt.
Afhankelijk van de uitvoering van de
auto worden de buitenspiegels bij het
vergrendelen elektrisch ingeklapt.
Sluiten
Functie "Handsfree toegang " geactiveerd via
het configuratiemenu van de auto.
F
B
eweeg, ter wijl u de afstandsbediening
op zak hebt binnen de detectiezone A , uw
voet onder de zijkant van de achterbumper
aan de zijde van de schuifdeur die u wilt
sluiten.
Zodra de schuifdeur is gesloten, wordt
de auto automatisch vergrendeld als de
functie " Automatische vergrendeling
handsfree-functie " is geselecteerd in het
configuratiemenu van de auto.
Met autoradio
Met touchscreen
Activeer of deactiveer in het menu
" Persoonlijke instelling - configuratie " de
functie " Handsfree toegang ".
Uitschakelen
De handsfree-functie is standaard
ingeschakeld.
De functie kan worden uitgeschakeld via het
configuratiemenu van de auto.
Automatische vergrendeling
De auto wordt automatisch vergrendeld nadat
de schuifdeur via de handsfree-functie is
gesloten.
De automatische vergrendeling kan worden
uitgeschakeld via het configuratiemenu van de auto.
Als uw auto niet is voorzien van het
alarmsysteem, wordt het vergrendelen
bevestigd door het gedurende
ongeveer 2 seconden branden van de
richtingaanwijzers.
te
gelijkertijd worden, afhankelijk
van de uitvoering van de auto, de
buitenspiegels ingeklapt. Activeer of deactiveer in het configuratiemenu
van de auto de functie "
Handsfree toegang".
Als u wilt dat de schuifdeuren na het sluiten
automatisch worden vergrendeld of juist niet,
activeer of deactiveer dan de functie " Handsfree
toegang automatische vergrendeling ".
Storing
Als tijdens het gebruik van de functie een
geluidssignaal bestaande uit drie piepjes is te
horen, is er een storing in het systeem.
Raadpleeg het PEugEot- netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats om het systeem te laten controleren.
2
toegang tot de auto
Page 97 of 520

95
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Dit systeem beveiligt uw auto tegen inbraak en
diefstal.
Alarm
Omtrekbeveiliging
Dit systeem houdt de te openen carrosseriedelen van de auto in de gaten.
Het alarm gaat af als iemand een van de te openen carrosseriedelen
(waaronder ook de motorkap) probeert te openen.
Automatische
beveiligingsfunctie
Dit systeem treedt in werking als iemand
probeert het alarm te saboteren.
Het alarm gaat af als iemand probeert de
accu, de knop of de kabels van de sirene
uit te schakelen of te beschadigen.
Raadpleeg het PEugEo t- netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats alvorens wijzigingen
aan het alarmsysteem aan te brengen.
Interieurbeveiliging Interieurbeveiliging
Dit systeem treedt in werking als er
bewegingen in het interieur worden
waargenomen.
Het alarm gaat af als er een ruit wordt
ingeslagen, als iets of iemand de auto
binnendringt of als iets of iemand in de auto
beweegt.
Dit systeem treedt uitsluitend in werking als er
bewegingen in de cabine
worden waargenomen.
Het alarm gaat af als er een ruit wordt ingeslagen,
als iets of iemand de auto binnendringt of als iets
of iemand in de cabine beweegt.
Het alarm gaat niet af als iets of iemand de
laadruimte binnendringt.
Als uw auto is uitgerust met een
programmeerbaar verwarmings-/
ventilatiesysteem en dit systeem is
ingeschakeld, kan de interieurbeveiliging
niet worden gebruikt.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
programmeerbare verwarmings-/
ventilatiesysteem .
F Vergrendel de auto met het "Keyless entry
and start"-systeem.
Totale beveiliging
Inschakelen
F Vergrendel de auto met de afstandsbediening.
of
Het alarmsysteem is geactiveerd: het
verklikkerlampje van de knop zal één keer per
seconde knipperen en de richtingaanwijzers
knipperen gedurende ongeveer 2 seconden.
Na het vergrendelverzoek met de
afstandsbediening of met het "Keyless entry
and start"-systeem wordt de omtrekbeveiliging
na 5 seconden en de interieurbeveiliging na
45
seconden geactiveerd.
Indien een van de te openen carrosseriedelen
(portier, schuifdeur, achterklep/achterdeur,
motorkap) niet goed is gesloten, wordt de auto
niet vergrendeld, maar wordt de beveiliging na
45 seconden wel ingeschakeld. F
Z
et het contact af en verlaat de auto.
2
toegang tot de auto
Page 98 of 520

96
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Uitschakelen
F Druk op deze ontgrendelknop van de afstandsbediening.
of
F
o
n
tgrendel de auto met het "Keyless entry
and start"-systeem.
Als de auto automatisch opnieuw wordt
vergrendeld (als 30 seconden zijn
verstreken zonder dat een van de te
openen carrosseriedelen is geopend),
wordt het alarmsysteem automatisch
weer ingeschakeld.
Het alarmsysteem is uitgeschakeld: het
verklikkerlampje van de knop is uit en de
richtingaanwijzers knipperen gedurende
ongeveer 2 seconden.
Beveiliging - met alleen de
omtrekbeveiliging ingeschakeld
Schakel de interieurbeveiliging uit om te
voorkomen dat het alarm onnodig wordt
ingeschakeld als bijvoorbeeld:
-
i
emand in de auto aanwezig is,
-
e
en ruit op een kier blijft staan,
-
d
e auto wordt gewassen,
-
e
en wiel wordt ver wisseld,
-
d
e auto wordt gesleept,
-
d
e auto op een boot wordt vervoerd.
Interieurbeveiliging
Uitschakelen F
Z
et het contact af en druk binnen
10 seconden op deze toets en
houd deze ingedrukt tot het
verklikkerlampje blijft branden.
F
S
tap uit.
Inschakelen
Het verklikkerlampje van de knop gaat uit. F
V
ergrendel onmiddellijk de auto
met de afstandsbediening of met
het "Keyless entry and start"-
systeem.
Alleen de omtrekbeveiliging wordt
ingeschakeld: het verklikkerlampje van de knop
zal één keer per seconde knipperen.
om d
e interieurbeveiliging uit te schakelen
moet deze procedure elke keer na het afzetten
van het contact worden uitgevoerd.
F
S
chakel de omtrekbeveiliging
uit door de auto te ontgrendelen
met de afstandsbediening of met
het "Keyless entry and start"-
systeem. F
Schakel het alarmsysteem
weer volledig in door de
auto te vergrendelen met de
afstandsbediening of met het
"Keyless entry and start"-systeem.
Het verklikkerlampje van de knop knippert weer
één keer per seconde.
Afgaan van het alarm
Als het alarm afgaat, treedt de sirene in
werking en knipperen de richtingaanwijzers
gedurende dertig seconden.
Als het alarm voor de 11
e keer afgaat, worden
de alarmsystemen uitgeschakeld.
Als het verklikkerlampje van de knop
snel knippert bij het ontgrendelen van
de auto met de afstandsbediening of
met het "Keyless entry and start"-
systeem, is het alarm tijdens uw
afwezigheid afgegaan.
Het lampje stopt met knipperen als
het contact wordt aangezet.
toegang tot de auto
Page 99 of 520

97
Expert_nl_Chap02_ouvertures_ed01-2016
Storing afstandsbediening
om de alarmsystemen uit te schakelen:
F on tgrendel de auto met de sleutel (in de
afstandsbediening bij uitvoeringen met
Keyless entry and start) in het slot van het
bestuurdersportier.
F
o
p
en het portier; het alarm gaat af.
F
Z
et het contact aan, het alarm stopt. Het
verklikkerlampje van de knop gaat uit.
Vergrendelen van de auto zonder
het alarm in te schakelen
F Vergrendel de auto of schakel de supervergrendeling in met de sleutel (in
de afstandsbediening bij uitvoeringen met
Keyless entry and start) in het slot van het
bestuurdersportier.
Storing
Als bij het aanzetten van het contact
het verklikkerlampje van de knop blijft
branden, duidt dit op een storing in
het systeem.
Laat het systeem controleren door
het PE
u
g
Eo
t
-
netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Automatisch inschakelen
Deze functie is niet beschikbaar, optioneel of
standaard.
Het systeem wordt 2 minuten nadat het
laatste te openen carrosseriedeel is gesloten,
automatisch ingeschakeld.
F
o
m h
et afgaan van het alarm bij het
openen van een portier of de achterklep
te voorkomen, moet eerst op de
ontgrendelknop van de afstandsbediening
worden gedrukt of moet de auto
ontgrendeld worden met het "Keyless entry
and start"-systeem.
2
toegang tot de auto