dashboard Peugeot Expert VU 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: Expert VU, Model: Peugeot Expert VU 2016Pages: 520, PDF Size: 11.35 MB
Page 123 of 520

121
Expert_nl_Chap03_ergonomie-et-confort_ed01-2016
Bovenste opbergvak
Het opbergvak bevindt zich bovenop het
dashboard, achter het stuurwiel.
Druk op de knop om het deksel (volgens
uitvoering) te openen en beweeg het deksel
omhoog tot het open blijft staan.
Beweeg om het opbergvak te sluiten het deksel
omlaag en druk vervolgens kort op het midden
van het deksel.
Het morsen van vloeistof kan kortsluiting
veroorzaken, wat tot brand kan leiden.
12V-aansluiting(en)
(afhankelijk van de uitvoering)
F open, wanneer u een 12V-accessoire (maximaal vermogen: 120 W) wilt
aansluiten, het kapje en sluit een geschikte
adapter aan.
Houd u aan het maximaal toegestane
vermogen om schade aan uw
apparatuur te voorkomen. Het aansluiten van elektrische
apparatuur die niet door PE
u
g
Eo
t is
goedgekeurd, zoals een lader met u SB-
aansluitingen, kan leiden tot storingen
in de werking van de elektrische
componenten van de auto, zoals een
slechte radio-ontvangst of storingen in
de weergave van de displays.
3
Ergonomie en comfort
Page 173 of 520

171
Expert_nl_Chap05_securite_ed01-2016
FrontairbagsActivering
De airbags worden opgeblazen, behalve de
airbag aan passagierszijde wanneer deze
is uitgeschakeld, bij een ernstige frontale
aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone vóór (A), waarbij de krachten in de
horizontale lengterichting van de auto en vanaf
de voorzijde richting de achterzijde op de auto
inwerken.
De frontairbag wordt opgeblazen tussen
de bestuurder en het stuur of tussen de
passagier(s) voorin en het dashboard om
te verhinderen dat deze naar voren wordt
geslingerd.
De frontairbags beschermen de bestuurder
en voorpassagier(s) bij een ernstige frontale
aanrijding, om de kans op hoofd- en borstletsel
te verkleinen.
De bestuurdersairbag is geïntegreerd in
het stuur wiel en de passagiersairbag in het
dashboard boven het dashboardkastje. Houd tijdens het rijden
het opbergvak
gesloten om verwondingen bij
een aanrijding of een noodstop te
voorkomen.
5
Veiligheid
Page 175 of 520

173
Expert_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Maak er een gewoonte van om normaal
rechtop in de voorstoelen te zitten.
Draag altijd een correct afgestelde
veiligheidsgordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten...) en bevestig niets in
de buurt van de airbags of in het gebied waar
de airbags afgaan. Dit kan de inzittende bij
het afgaan van de airbag ver wonden.
Verander niets aan de oorspronkelijke
uitvoering van uw auto, voer met name geen
wijzigingen door aan de onderdelen in de
directe nabijheid van de airbags.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw
auto de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemen
mogen uitsluitend door het PE
u
g
Eo
t
-
n
etwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats worden uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriften
worden nageleefd, blijft de kans bestaan op
letsel of lichte brandwonden aan het hoofd,
de borst of de armen als de airbag wordt
geactiveerd.
Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor
goedgekeurde stoelhoezen, die in
combinatie met actieve zijairbags gebruikt
kunnen worden. Voor informatie over de
stoelhoezen die geschikt zijn voor uw auto
kunt u zich wenden tot het PE
u
g
Eo
t
-
n
etwerk.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de accessoires .
Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de
stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van
de airbags kunnen leiden tot verwondingen
aan armen of borstkas.
ga n
iet onnodig dicht tegen het
portierpaneel zitten.
De airbag wordt namelijk zeer snel
opgeblazen (binnen enkele milliseconden)
en loopt vervolgens even snel leeg, waarbij
de warme gassen via de daarvoor bestemde
openingen naar buiten stromen.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken
vast en laat uw handen niet op het
stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn voeten niet op
het dashboard laten rusten.
Rook niet in de auto. Als de airbag afgaat,
kunnen brandende sigaretten of een pijp
brandwonden of ander letsel veroorzaken.
Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten
in de stuur wielbekleding en sla er niet op.
Bevestig geen voor werpen of stickers op
het stuur wiel of op het dashboard. Deze
kunnen bij het afgaan van de airbags letsel
veroorzaken.
Adviezen
Houd u aan de onderstaande veiligheidsvoorschriften voor een
maximale effectiviteit van de airbags.
De portierpanelen van de voorportieren
bevatten de zijdelingse schoksensoren van de
auto.
Schade aan het portier of het uitvoeren van
werkzaamheden (wijzigingen of reparaties)
die niet aan de voorschriften voldoen, kan
ertoe leiden dat deze sensoren niet meer goed
werken - In dat geval werken de zij-airbags
mogelijk niet!
Laat werkzaamheden aan de voorportieren
uitsluitend uitvoeren door het PE
u
g
Eo
t
-
n
etwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
5
Veiligheid
Page 281 of 520

279
Expert_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2016
Eigenschappen van de olie
Controleer voordat u olie bijvult of ververst of
de motorolie die u wilt gebruiken overeenkomt
met de door de fabrikant aanbevolen motorolie
voor uw auto en motoruitvoering.
Motorolie bijvullen
De plaats van de vulopening voor de motorolie
is aangegeven op de desbetreffende
afbeelding van de motorruimte.
F
D
raai de dop van de vulopening.
F
g
i
et de olie voorzichtig in de opening om
morsen op motoronderdelen te voorkomen
(dit kan brand veroorzaken).
F
W
acht enkele minuten en controleer
vervolgens nogmaals het oliepeil met de
peilstok.
F
V
ul indien nodig nog olie bij.
F
D
raai nadat u het oliepeil nogmaals hebt
gecontroleerd de dop zorgvuldig op de
vulopening en steek de peilstok weer in de
schacht.
Na het bijvullen zal de olieniveaumeter
op het dashboard bij het aanzetten van
het contact na 30 minuten de juiste
waarde aangeven.
Olie ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van de
fabrikant voor het verversingsinterval voor uw auto.
Maak om een verminderde betrouwbaarheid
van de motor en de emissieregeling te
voorkomen nooit gebruik van additieven in de
motorolie.
Het remvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA XI" te bevinden.
Controleer indien dit niet het geval is of de
remblokken van uw auto zijn versleten.
Remvloeistofniveau
Remvloeistof ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van
de fabrikant voor het voorgeschreven
verversingsinterval.
Type remvloeistof
gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
remvloeistof.
Koelvloeistofniveau
Het koelvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA XI" te
bevinden, maar mag beslist niet hoger zijn.
Wacht bovendien alvorens werkzaamheden
aan het koelsysteem uit te voeren ten minste
1 uur nadat de motor gedraaid heeft, omdat het
koelsysteem onder druk staat.
Draai om brandwonden te voorkomen de dop
eerst 2 omwentelingen los om de druk te laten
dalen. Ver wijder, als de druk eenmaal gedaald
is, de dop en vul koelvloeistof bij. De koelventilator kan ook nog gaan draaien
nadat de motor is afgezet: houd daarom
voor werpen en kleding uit de buur t van de
ventilator. Als de motor warm is, wordt de temperatuur
van de koelvloeistof geregeld door de
koelventilator.
Controleer het koelvloeistofniveau
van uw auto regelmatig, afhankelijk
van de gebruiksomstandigheden (elke
5000
km/3 maanden); vul indien nodig bij
met de door de fabrikant voorgeschreven
koelvloeistof.
Het is normaal om tussen twee
onderhoudsbeurten koelvloeistof te moeten
bijvullen.
Stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
Het stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
dient zich zo dicht mogelijk bij het
merkteken "MA XI" te bevinden. Draai
bij koude motor de dop open om het
niveau te controleren.
7
Praktische informatie
Page 318 of 520

316
Expert_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
F trek het deksel eerst linksboven en dan rechtsboven los.
F
M
aak het deksel volledig los. Goed
Defect
Tang
Toegang tot het
gereedschap
F Haal de tang uit de houder. De tang voor het verwijderen van zekeringen
bevindt zich achter het deksel van de
zekeringkast, tegen de dashboardstijl. Voordat u een zekering vervangt, dient u:
F
d
e oorzaak van de storing te achterhalen
om deze te verhelpen,
F
s
troomverbruikers uit te schakelen,
F
d
e auto stil te zetten met het contact uit,
F
d
e defecte zekering te achterhalen
met behulp van de zekeringtabel en de
schema's op de volgende bladzijden.
Vervangen van een zekering
Voor ingrepen aan een zekering geldt:
F g ebruik een speciale tang om de zekering
uit de zekeringkast te ver wijderen en te
controleren of het smeltdraadje van de
zekering intact is,
F
v
ervang een defecte zekering altijd door
een zekering met dezelfde stroomsterkte
(zelfde kleur): een afwijkende
stroomsterkte kan storingen veroorzaken
(brand).
Mocht de storing kort na het vervangen van de
zekering terugkeren, laat dan de elektrische
uitrusting controleren door het PE
u
g
Eo
t
-
n
etwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Het vervangen van een zekering door
een andere dan in de volgende tabellen
genoemd, kan tot ernstige storingen
leiden. Raadpleeg het PE
u
g
Eo
t
-
netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Zekering vervangen
Storingen verhelpen
Page 319 of 520

317
Expert_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
PEugEot is niet aansprakelijk voor
kosten die voortvloeien uit storingen
veroorzaakt door het monteren
van extra accessoires die niet door
PE
u
g
Eo
t aanbevolen en geleverd
worden, en niet volgens haar
voorschriften zijn gemonteerd. Dit geldt
met name als het totale stroomverbruik
van alle extra accessoires meer dan
10
milliampère bedraagt.
Montage van elektrische
accessoires
Bij het ontwerp van het elektrische circuit van
uw auto is reeds rekening gehouden met de
montage van zowel de standaarduitrusting als
eventuele opties.
Raadpleeg het PE
u
g
Eo
t
-
netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats voordat u andere
elektrische voorzieningen of accessoires in
de auto monteert of laat monteren.
Neem voor meer informatie over de
montage van een trekhaak of een
taxi-uitrusting contact op met het
PE
u
g
Eo
t
-
netwerk.
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
F Maak het deksel los door het aan de bovenzijde eerst links en vervolgens rechts
los te trekken.
8
Storingen verhelpen
Page 321 of 520

319
Expert_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Zekeringn r. Ampère
(A) Functies
F1 3"Keyless entry and start"-systeem of contactslot.
F5 5
to
uchscreen, achteruitrijcamera en parkeerhulp.
F7 10Bediening airconditioning achter, hifi-versterker.
F8 20Ruitenwisser(s) achter.
F10/F11 30Sloten binnen- en buitenzijde, voor en achter.
F12 3Inbraakalarm.
F17 1012V-aansluiting achter.
F18 5
ur
gence- en Assistance-oproep.
F21 3
op
laden uitneembare lamp, plafonnier achter.
F22 3Verlichting dashboardkastje, plafonniers achter.
F23 5Dodehoekbewaking, elektrische functies buitenspiegels.
F24 5Stuurkolomschakelaars.
F25 5Hoogteverstelling koplampen.
F26 3
Pictogrammendisplay veiligheidsgordels losgemaakt/niet vastgemaakt.
F273Regen-/lichtsensor, multifunctionele detectiecamera.
F28 10Bediening airconditioning vóór, bediening autoradio,
selectiehendel, head-up display.
F30A of B 15Autoradio (+ accu).
F31 5Airbags.
F33 1512V-aansluiting vóór.
F35 5Instrumentenpaneel.
F36 20Autoradio, touchscreen, CDs-speler, navigatiesysteem.
Versie 2 (Full)
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van uw auto.
8
Storingen verhelpen
Page 509 of 520

507
Expert_nl_Chap11_index-alpha_ed01-2016
CarPlay-verbinding ..............................386, 442
CD ................................................ 398, 454, 494
CD-/MP3-speler
............................................ 494
Centrale vergrendeling
.............................59, 64
Claxon
........................................................... 161
Connectiviteit
...............................
.........378, 434
Contact
.................................. 201, 203, 410, 466
Controle motorolieniveau ................................34
Controles
....................................... 277, 281, 282
DAB (Digital Audio Broadcasting) - Digitale radio ...... 396, 397, 452, 453, 490, 491
Dagteller
.......................................................... 38
Dashboardkastje
...............................
............120
Datum instellen
............................... 46, 420, 476
Derde remlicht
....................................... 31
1, 314
Detectie te lage bandenspanning
..........22, 262, 264, 295, 302
Dieselmotor
.....21, 267, 277, 327, 333, 335, 336
Digitale radio - DAB (Digital Audio Broadcasting)
....................396, 397, 452, 453
Dimlicht
.......................... 2
9, 146, 304, 306, 308
Dimmer dashboardverlichting
.........................39
Display instrumentenpaneel
.............14-16, 40, 41, 208
Dodehoekbewaking
.......................29, 252, 254
Dubbele cabine met vaste achterbank
.........117 Follow me home-verlichting
..............
5
2, 67, 150
Frequentie (radio)
..................................3 9 5 , 4 51
Functie snelweg (richtingaanwijzers)
........... 14
8
CEG
HD
F
Eco-mode ...................................................... 270
Eco-rijden (adviezen) ...................................... 12
Eendelige vaste bank
.................................... 11
0
Electronic Stability Program (ESC)
.................................... 25, 161, 163, 16 4
Elektrisch bedienbare schuifdeur
....................... 4
9, 57, 64, 65, 78 - 84
Elektrische ruitbediening
................................98
Elektrische kinderbeveiliging
........................ 19
4
Elektrisch verstelbare stoelen
......................102
Elektronische remdrukregelaar (REF)
.........161
Elektronische sleutel
............................... 4
7, 2 0 4
Elektronische startblokkering
.....52, 67, 71, 205
Elektronisch gestuurde versnellingsbak ........12,
14-16, 202, 206, 214, 218, 219, 282
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) ..................................................... 25, 161
ESP/ASR
....................................................... 161
ESP (Elektronisch stabiliteitsprogramma)
..........................25, 161
ESP-systeem
.................................................. 25
Etiketten
.................................................. 11, 11 6
Extra verwarming
.................................... 95, 138ge
koppeld navigatiesysteem .......37
0, 372, 374ge
reedschap .......................................29
0, 296
ge
reedschapskist
.................2
87, 289, 290, 296
ge
sproken commando's
.......................3 4 6 - 3 51
ge
varendriehoek
..........................................287
ge
wichten
............................332, 333, 335, 336
gPS
...............................................................366
gr
ip control ...................................................16 4
gro
otlicht
........................29, 146, 304, 307, 308
gr
ootlichtassistent
..................................29, 153
Halogeenlampen
..................................304, 306
Handbediende schuifdeur .........................75 -77
Handgeschakelde versnellingsbak
.....12, 14-16,
21, 206, 207, 218, 219, 233, 237, 282
Handopvoerpomp
.........................................327
Handrem
.........................................18, 205, 282
Handsfree-schuifdeur
.........................87, 89, 90
Handsfree set
...............406, 407, 462, 463, 497
Head-up display
...........................222, 223, 244
Hill Start Assist
...............................
...............206
Hoofdsteunen verstellen
.......................103, 104
Hoofdsteunen vóór ................................ 103, 104
Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel
...........99
Hoogteverstelling veiligheidsgordels
............166
Hulpoproep
........................................... 16
0, 338
.
Index