airbag Peugeot iOn 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2015, Model line: iOn, Model: Peugeot iOn 2015Pages: 176, PDF Size: 5.36 MB
Page 77 of 176

75
Ion_nl_Chap07_securite-enfants_ed01-2014
Uitschakelen van de airbag vóór aan passagierszijde
Dit voorschrift wordt tevens vermeld op de
waarschuwingssticker aan beide zijden van
de zonneklep aan passagierszijde. Conform
de wettelijke voorschriften vindt u op de
volgende tabellen deze waarschuwing in
alle benodigde talen.
Plaats nooit een kind in een kinderzitje
"met de rug in de rijrichting" op de
voorpassagiersstoel als de airbag vóór
aan passagierszijde is ingeschakeld.
Het kind kan in dat geval bij een
aanrijding ernstig en zelfs dodelijk
gewond raken.
Raadpleeg de rubriek "Airbags" voor
meer informatie over het uitschakelen
van de airbag vóór aan passagierszijde.
Airbag aan passagierszijde OFF
Deze sticker is op de middenstijl, aan
passagierszijde, aangebracht.
7
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Page 78 of 176

AR
BG
НИКОГА НЕ инсталирайте детско столче на седалка с АКТИВИРАНА предна ВЪЗДУШНА ВЪЗГЛАВНИЦ А. Това може да причини С МЪРТ или СЕРИОЗНО НАРАНЯВАНЕ на детето.
CSNIKDY neumisťujte dětské zádržné zařízení orientované směrem dozadu na sedadlo chráněné AKTIVOVANÝM čelním AIRBAGEM. Hrozí nebezpečí SMRTI DÍTĚTE nebo VÁ ŽNÉHO ZR ANĚNÍ.
DABrug ALDRIG en bagudvendt barnestol på et sæde, der er beskyttet af en AKTIV AIRBAG. BARNET risikerer at blive ALVORLIGT
K VÆSTET eller DR ÆBT.
DEMontieren Sie auf einem Sitz mit AKTIVIERTEM Front-Airbag NIEMALS einen Kindersitz oder eine Babyschale entgegen der Fahr trichtung,
das Kind könnte schwere oder sogar tödliche Verletzungen erleiden.
ELΜη χρησιμοποιείτε ΠΟΤΕ παιδικό κάθισμα με την πλάτη του προς το εμπρός μέρος του αυτοκινήτου, σε μια θέση που προστατεύεται από ΜΕΤΩΠΙΚΟ αερόσακο που είναι ΕΝΕΡΓΟΣ. Αυτό μπορεί να έχει σαν συνέπεια το ΘΑΝΑΤΟ ή το ΣΟΒΑΡΟ ΤΡΑΥΜΑΤΙΣΜΟ του ΠΑΙΔΙΟΥ
ENNEVER use a rear ward facing child restraint on a seat protected by an ACTIVE AIRBAG in front of it, DEATH or SERIOUS INJURY to the
CHILD can occur
ESNO INSTALAR NUNCA un sistema de retención para niños de espaldas al sentido de la marcha en un asiento protegido mediante un
AIRBAG frontal ACTIVADO, ya que podría causar lesiones GR AVES o incluso la MUERTE del niño.
ETÄrge MITTE KUNAGI paigaldage “seljaga sõidusuunas“ lapseistet juhi kõrvalistmele, mille ESITURVAPADI on AKTIVEERITUD. Turvapadja
avanemine võib last TÕSISELT või ELUOHTLIKULT vigastada.
FIÄLÄ KOSK A AN aseta lapsen tur vaistuinta selkä ajosuuntaan istuimelle, jonka edessä suojana on käyttöön aktivoitu TURVAT Y YNY. Sen
laukeaminen voi aiheuttaa LAPSEN KUOLEMAN tai VAK AVAN LOUKK A ANTUMISEN.
FRNE JAMAIS installer de système de retenue pour enfants faisant face vers l’arrière sur un siège protégé par un COUSSIN GONFLABLE
frontal ACTIVÉ.
Cela peut provoquer la MORT de l’ENFANT ou le BLESSER GR AVEMENT
HRNIK ADA ne postavljati dječju sjedalicu leđima u smjeru vožnje na sjedalo zaštićeno UKLJUČENIM prednjim ZR AČNIM JASTUKOM. To bi m oglo uzrokovati SMRT ili TEŠKU OZLJEDU djeteta.
HUSOHA ne használjon menetiránynak háttal beszerelt gyermekülést AKTIVÁLT (BEK APCSOLT) FRONTLÉGZSÁKK AL védett ülésen. Ez a gyermek HALÁLÁT vagy SÚLYOS SÉRÜLÉSÉT okozhatja.
ITNON installare MAI seggiolini per bambini posizionati in senso contrario a quello di marcia su un sedile protetto da un AIRBAG frontale
ATTIVATO. Ciò potrebbe provocare la MORTE o FERITE GR AVI al bambino.
LTNIEK ADA neįrenkite vaiko prilaikymo priemonės su atgal atgręžtu vaiku ant sėdynės, kuri saugoma VEIKIANČIOS priekinės ORO PAGALVĖS. Išsiskleidus oro pagalvei vaikas gali būti MIRTINAI arba SUNKIAI TR AUMUOTAS.
LVNEK AD NEuzstādiet uz aizmuguri vērstu bērnu sēdeklīti priekšējā pasažiera sēdvietā, kurā ir AKTIVIZĒTS priekšējais DROŠĪBAS GAISA SP I LV E N S .
Tas
var izraisīt BĒRNA NĀVI vai radīt NOPIETNUS IEVAINOJUMUS.
76
Ion_nl_Chap07_securite-enfants_ed01-2014
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Page 79 of 176

MTQatt m’ghandek thalli tifel/tifla marbut f’siggu dahru lejn l-Airbag attiva, ghaliex tista’ tikkawza korriment serju jew anke mewt lit-tifel/tifla
NLPlaats NOOIT een kinderzitje met de rug in de rijrichting op een zitplaats waar van de AIRBAG is INGESCHAKELD. Bij het afgaan van de
airbag kan het KIND LEVENSGEVA ARLIJK GEWOND R AKEN
NOInstaller ALDRI et barnesete med ryggen mot kjøreretningen i et sete som er beskyttet med en frontal AKTIVERT KOLLISJONSPUTE,
BARNET risikerer å bli DREPT eller HARDT SK ADET.
PLNIGDY nie instalować fotelika dziecięcego w pozycji "tyłem do kierunku jazdy" na siedzeniu wyposażonym w CZOŁOWĄ PODUSZKĘ POWIETR ZNĄ w stanie AKT Y WNYM. Może to doprowadzić do ŚMIERCI DZIECK A lub spowodować u niego POWA ŻNE OBR A ŻENIA
CI
AŁA.
PTNUNCA instale um sistema de retenção para crianças de costas para a estrada num banco protegido por um AIRBAG frontal ACTIVADO.
Esta instalação poderá provocar FERIMENTOS GR AVES ou a MORTE da CRIANÇA.
RONu instalati NICIODATA un sistem de retinere pentru copii, dispus cu spatele in directia de mers, pe un loc din vehicul protejat cu AIRBAG
frontal ACTIVAT. Aceasta ar putea provoca MOARTEA COPILULUI sau R ANIREA lui GR AVA.
RUВО ВСЕХ СЛУЧА ЯХ ЗАПРЕЩАЕТСЯ использовать обращенное назад детское удерживающее устройство на сиденье, защищенном ФУНКЦИОНИРУЮЩЕЙ ПОДУШКОЙ БЕЗОПАСНОСТИ, установленной перед этим сиденьем.
Э
то может привести к
ГИБЕЛИ РЕБЕНК А или НАНЕСЕНИЮ ЕМУ СЕРЬЕЗНЫХ ТЕЛЕСНЫХ ПОВРЕЖ ДЕНИЙ
SKNIKDY neinštalujte detské zádržné zariadenie orientované smerom dozadu na sedadlo chránené AKTIVOVANÝM čelným AIRBAGOM. Mohlo by dôjsť k SMRTEĽNÉMU alebo VÁ ŽNEMU POR ANENIU DIEŤAŤA.
SLNIKOLI ne nameščajte otroškega sedeža s hrbtom v smeri vožnje, če je VARNOSTNA BLA ZINA pred sprednjim sopotnikovim sedežem AKTIVIR ANA. Takšna namestitev lahko povzroči SMRT OTROK A ali HUDE POŠKODBE.
SRNIK ADA ne koristite dečje sedište koje se okreće unazad na sedištu zaštićenim AKTIVNIM VA ZDUŠNIM JASTUKOM ispred njega, jer mogu nastupiti SMRT ili OZBILJNA POVREDA DETETA.
SVPassagerarkrockkudden fram MÅSTE vara avaktiverad om en bakåtvänd bilbarnstol installeras på denna plats. Annars riskerar barnet att
DÖDAS eller SK ADAS ALLVARLIGT.
TRKESİNLKLE HAVA YASTIĞI AKTİF olan ön koltuğa yüzü arkaya dönük bir çocuk koltuğu yerleştirmeyiniz. Bu ÇOCUĞUN ÖLMESİNE veya ÇOK AĞIR YAR ALANMASINA sebep olabilir.
77
Ion_nl_Chap07_securite-enfants_ed01-2014
7
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Page 81 of 176

79
Ion_nl_Chap07_securite-enfants_ed01-2014
Bevestigen van kinderzitjes met de veiligheidsgordelConform de Europese wetgeving geeft dit overzicht de mogelijkheden weer met betrekking tot het bevestigen, met een veiligheidsgordel, van een
universeel gehomologeerd kinderzitje (a), gerangschikt naar het gewicht van het kind en de plaats in de auto:
Gewicht van het kind / leeftijdsindicatie
Plaats Minder dan 13
kg
(Categorie 0
(b) e n 0 +)
Tot ongeveer 1
jaarVan 9
tot 18 kg
(Categorie 1)
Van 1 tot ongeveer 3 jaar
Van 15 tot 25 kg
( Categorie 2)
Van 3
tot ongeveer 6
jaar Van 22
tot 36 kg
(Categorie 3)
Van 6
tot ongeveer
10
jaar
Passagiersstoel vóór (c ) (e) L1Römer Duo
Plus ISOFIX
(bevestigd met
veiligheidsgordel) X
X
Buitenste zitplaatsen achter (d) UUUU
(a)
U
niverseel kinderzitje: kinderzitje dat in alle auto's bevestigd kan worden met behulp van de
veiligheidsgordel.
(b)
G
roep 0: vanaf de geboorte tot 10
kg. Reiswiegen en autobedjes mogen niet op de
passagiersplaats voorin worden vervoerd.
(c)
R
aadpleeg de huidige wetgeving in uw land alvorens een kinderzitje op deze plaats te
bevestigen.
(d)
A
ls u een kinderzitje met de rug of met het gezicht in de rijrichting op een zitplaats achter
bevestigt, schuif dan de voorstoel naar voren en zet vervolgens de rugleuning rechtop om
voldoende ruimte over te laten voor het kinderzitje en de benen van het kind.
(e)
A
ls u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de passagiersstoel vóór bevestigt, moet
de passagiersairbag worden uitgeschakeld. Zo niet, dan kan het kind levensgevaarlijk
gewond raken als de airbag wordt opgeblazen . Als u een kinderzitje met het gezicht in de
rijrichting op de passagiersstoel vóór bevestigt, moet de airbag ingeschakeld blijven. U
:
Z
itplaats geschikt voor de bevestiging van
een universeel gehomologeerd kinderzitje
met een veiligheidsgordel, zowel voor het
vervoeren met de rug in de rijrichting als
met het gezicht in de rijrichting.
X :
Z
itplaats niet geschikt voor de bevestiging
van een kinderzitje in de desbetreffende
gewichtsklasse.
Ver wijder de hoofdsteun en berg
hem op alvorens een kinderzitje met
een rugleuning te bevestigen op een
passagiersstoel. Plaats de hoofdsteun
terug zodra het kinderzitje is verwijderd.
7
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Page 82 of 176

80
Ion_nl_Chap07_securite-enfants_ed01-2014
De onjuiste bevestiging van een kinderzitje
brengt de veiligheid van het kind in gevaar
in geval van een botsing.
Controleer of er geen veiligheidsgordel of
gesp van de veiligheidsgordel onder het
kinderzitje zit: dat zou de stabiliteit van het
zitje in gevaar kunnen brengen.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels
of het tuigje van het kinderzitje, zelfs bij
korte ritten, worden vastgemaakt waarbij
de speling ten opzichte van het lichaam
van het kind zoveel mogelijk moet worden
beperkt.
Wanneer u een kinderzitje met de
veiligheidsgordel in de auto installeert,
let er dan wel op dat de gordel goed
gespannen is; het zitje moet namelijk strak
aan de autostoel zijn bevestigd. Schuif de
passagiersstoel, wanneer deze versteld
kan worden, indien nodig naar voren.
Laat bij de achterzitplaatsen altijd
voldoende ruimte tussen de voorstoel en:
-
h
et kinderzitje "met de rug in de
rijrichting",
-
d
e voeten van het kind in het kinderzitje
"met het gezicht in de rijrichting".
Schuif daartoe de voorstoel naar voren en
zet de rugleuning ervan, indien nodig, meer
rechtop.
Adviezen voor kinderzitjes
Kinderen voorin
De regelgeving met betrekking tot
het vervoer van kinderen op de
voorpassagiersstoel verschilt per land.
Raadpleeg de in uw land geldende regels.
Schakel de airbag aan passagierszijde
uit zodra een kinderzitje "met de rug in de
rijrichting" op de voorstoel wordt geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van de
airbag levensgevaarlijk gewond raken. Voor een optimale bevestiging van het
kinderzitje "met het gezicht in de rijrichting"
is het noodzakelijk dat de afstand tussen
de rugleuning van het kinderzitje en de
rugleuning van de stoel van de auto zo
klein mogelijk is. Indien mogelijk dient de
rugleuning van het zitje de rugleuning van
de stoel van de auto te raken.
Voordat u een kinderzitje met rugleuning
op een passagiersstoel plaatst, moet u
de hoofdsteun van de desbetreffende
passagiersstoel verwijderen. Zorg ervoor
dat de hoofdsteun goed is opgeborgen
of vastgemaakt om te voorkomen dat de
hoofdsteun bij plotseling remmen een
gevaarlijk projectiel wordt.
Vergeet niet de hoofdsteun weer aan
te brengen nadat u het kinderzitje hebt
verwijderd.
Plaatsen van een
stoelverhoger
Het bovenste gedeelte van de
veiligheidsgordel moet over de schouder
van het kind liggen zonder de hals te raken.
Controleer of de heupgordel goed over de
bovenbenen van het kind ligt.
PEUGEOT beveelt aan een stoelverhoger
met rugleuning te gebruiken voorzien
van een gordelgeleider ter hoogte van de
schouder.
Laat uit veiligheidsoverwegingen:
-
g
een kinderen zonder toezicht achter
in een auto,
-
n
ooit een kind of een dier in een auto
achter wanneer alle ruiten gesloten zijn
en de auto in de zon staat,
-
d
e sleutels nooit binnen bereik van de
kinderen achter in de auto.
Gebruik de kindersloten om te voorkomen
dat de portieren per ongeluk geopend
worden.
Zorg er voor dat de achterzijruiten niet
verder dan voor 1/3
deel geopend worden.
Plaats zonneschermen om uw jonge
kinderen tegen de zon te beschermen.
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Page 118 of 176

116
Ion_nl_Chap08_info-pratiques_ed01-2014
Zekering AmpèreFuncties
14 15
ARuitenwisser achter.
15 7, 5
AInstrumentenpaneel.
16 7, 5
AVerwarming.
17 20
AStoelverwarming.
18 10
AOptie.
19 7, 5
AVerwarming buitenspiegels.
20 20
ARuitenwisser vóór.
21 7, 5
AAirbags.
22 30
AAchterruitverwarming.
23 30
AVerwarming.
24 -Niet gebruikt.
25 10
ARadio.
26 15
AZekering interieur.
Toegang tot de zekeringen
Zie de paragraaf "Toegang tot het
gereedschap".
Praktische informatie
Page 136 of 176

134
Ion_nl_Chap11a_BTA_ed01-2014
URGENCE-OPROEP OF A SSISTANCE - OPROEP
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op
deze toets. Het knipperen van het groene ledlampje en
een geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar de
alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" is verstuurd*.
Het groene ledlampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de v\
erbinding
tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Bij het aanzetten van het contact, gaat het
groene lampje 3 seconden branden. Dit duidt
op een goede werking van het systeem.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannule\
erd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht. Druk langer dan 2 seconden op deze toets voor het
aanvragen van hulp bij het stranden van de auto.
Een gesproken bericht bevestigt dat de oproep is verstuurd**.Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproep geannuleer\
d. Het
groene ledlampje dooft. De annulering wordt bevestigd met een gesproken \
bericht.
Om een oproep te annuleren kunt u ook de alarmcentrale "Peugeot Connect \
SOS"
melden dat de oproep per vergissing werd verstuurd.
De alarmcentrale "Peugeot Connect SOS" lokaliseert onmiddellijk uw
auto, neemt in uw landstaal contact met u op** en roept indien nodig de \
hulp in van de bevoegde hulpdiensten**. In landen waar de alarmcentrale \
niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweiger\
d,
wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (112), zonder
lokalisatie.
Wanneer de elektronische eenheid airbags een botsing heeft
waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van
de airbags, automatisch een noodoproep gedaan. Het oranje lampje knippert: er is een storing
in het systeem.
Het oranje lampje blijft branden: de
noodbatterij moet vervangen worden.
Raadpleeg in beide gevallen het
PEUGEOT-netwerk.
Wanneer u uw auto buiten het PEUGEOT-netwerk hebt gekocht, raden
wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten
controleren
en eventueel configureren. In een meertalig land kunt u het
systeem
laten configureren in de officiële landstaal van uw voorkeur.
Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de diensten
PEUGEOT CONNECT, behoudt de constructeur zich het recht voor om op
elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.
*
Afhankelijk van de algemene gebruiksvoorwaarden, die u bij uw verkooppun\
t
kunt opvragen, en de technische beperkingen van het systeem.
**
Afhankelijk
van de geografische dekking van "Peugeot Connect SOS"
en
"Peugeot Connect
Assistance"
en van de officiële landstaal die door
de eigenaar van de auto is gekozen.
De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van
beschikbare diensten PEUGEOT
CONNECT kunt u bij uw verkooppunt
opvragen of op www.peugeot.nl bekijken.
Peugeot Connect SOS
Peugeot Connect Electric
Als u geabonneerd bent op PEUGEOT Electric, dan beschikt u over extra
services via uw persoonlijke pagina MyPeugeot van de internetsite van
PEUGEOT voor uw land; ga hiervoor naar www.peugeot.com.
Peugeot Connect Assistance
Werking van het systeem
Page 162 of 176

160
Ion_nl_Chap12_recherche-visuelle_ed01-2014
Interieur
Achtercompartiment 125
Ruimte onder voorklep
1
24 Veiligheidsgordels
6
5-67
Achterzitplaatsen
33-34
Bandenreparatieset
9
7-100
Matten
38
Airbags
6
8-71 Voorstoelen
31-32 Kinderzitjes
72-80
ISOFIX-bevestigingen
8
1
ISOFIX-kinderzitjes
82-83
Kindersloten
84
Indeling interieur
3
7-39
Uitschakeling passagiersairbag
6
9
Visuele index
Page 166 of 176

164
Ion_nl_Chap13_index-alpha_ed01-2014
12V- ac c u ............................................... 93, 126
Aansluiting 12V ....................................... 37,
38
ABS
........
....................................................... 62
ABS met elektronische remdrukregelaar
..... 62
A
ccessoires ................................................. 120
Achtercompartiment
................................... 125
Achterlichten
............................................... 111
Achterruitverwarming
...................................45
Achteruitrijlicht
............................................ 112
Actieradius
.............................................. 20, 23
Afmetingen
.................................................. 13
1
Afstandsbediening
.................................. 24, 26
Airbags
.......................................................... 68
Airbags vóór
...............................
.............68, 71
Airconditioning
...............................
...41 , 42 , 44
Alarmknipperlichten
...................................... 56
Antiblokkeersysteem (ABS)
.......................... 62
A
ntispinregeling (ASR)
.................................64
Automatisch branden remlichten
..................56
Automatisch inschakelen verlichting
............53
Automatisch uitschakelen van de verlichting .....53
Autoradio
..................................................... 13 5CD MP3
................................................
140 -142
CD-/MP3 -speler
.................................
141, 142
Claxon
...........................................................
57
Controlepaneel
............................................. 87
C
ontroles
.............................................
124, 128
Derde remlicht
............................................. 11
3
Detectie te lage bandenspanning
..... 16,
23
, 58
Dimlicht
....................................................... 11
0
Dimmer dashboardverlichting
.................
20, 21
Display
....................................................
20, 21
Elektromotor ................................................
129
Elektronische remdrukregelaar (REF) .........62
Elektronische startblokkering
.................25, 26
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
.....64
ESP/ASR
....................................................... 64
Gewichten
................................................... 13 0
Grootlicht
..................................................... 109
A
B
C
D
Banden .......................................................... 58
Bandenreparatieset ...................................... 97
Bandenspanning
................................... 58, 132
Bandenspanningscontrole (met set)
.............97
Bandenspanning te laag (detectie)
............... 58
B
ekerhouder
................................................. 37
Binnenspiegel
............................................... 36
Blokkering ruitbediening passagierszijde en achter
.......................... 29
B
luetooth (handsfree set)
........................... 14
6
Buitenspiegels ............................................... 35
E
G
Handrem ............................................... 48, 128
Handsfree set .............................................. 146
Hoofdsteunen
........................................... 31- 33
Hoofdsteunen verstellen
...............................31
Hulpoproep
................................... 57,
13 3, 13 4
H
Identificatiegegevens ..................................132
Identificatie (stickers) .................................. 13
2
Indeling interieur
........................................... 37
Inklappen/uitklappen buitenspiegels
............35
Instrumentenpaneel
........................................ 9
In
terieurfilter
................................................ 128
Interieurfilter (vervangen)
...........................128
ISOFIX (bevestigingen) ...........................81- 83
ISOFIX kinderzitjes
................................. 81- 83
Kentekenplaatverlichting
............................ 11
3
Kilometerteller
............................................... 20
K
inderbeveiliging
.................................... 83, 84
Kinderen
............................................ 79, 81 , 83
Kinderzitjes
.................................. 7
2 -74, 78, 79
Kinderzitjes (conventioneel)
.........................78
Klimaatregeling
....................................... 41, 42
Kofferdeksel sluiten
...................................... 28
Koplampen
...............................
...................10 6
Koplampverstelling
....................................... 53
Kri
k
.............................................................. 101
I
K
Index
Page 168 of 176

166
Ion_nl_Chap13_index-alpha_ed01-2014
Veiligheidsgordels .............................65 - 67, 78
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
....................... 7
2 -74, 79, 81- 8 4
Ventilatie
...............
.................................. 40 - 42
Ventilatieroosters
.......................................... 40
Verbruiks-/energieopwekkingsindicator
.......19
Vergrendeling van binnenuit
......................... 2
7
Verkeersinformatie (TA)
.............................. 13
9
Verklikkerlampjes
.............................. 10,
13, 14
Verklikkerlampje veiligheidsgordels
.............65
Verlichting overdag
...............................53, 11 0
Verwarming
...............................
....................42
Vloeistofniveau verwarmingssysteem
........126
Voor klep
...................................................... 123
Voor stoelen
................................................... 31
V
Waarschuwing vergeten verlichting .............52
W iel demonteren ............................... ..........101
Wiel monteren
............................................. 101
Wiel verwisselen
......................................... 101
Window-airbags
...................................... 70, 71
W
Zekeringen .................................................. 114
Zekeringen vervangen ................................114
Zij-airbags
............................................... 70, 71
Zijknipperlicht
.............................................. 111
Zonneklep
..................................................... 38
Z
Technische gegevens .........................129, 13 0
Te l l e r ................................................................ 9
Tijdelijke bandenspanning (met set)
.............97
Toegang tot de lampen
........................10
7, 111
Tractiebatterij
........................................ 85, 129
T
Uitschakelen airbag passagier ..................... 68
U SB-aansluiting .................................... 39, 143
U
Index