audio Peugeot Partner 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2019Pages: 312, PDF Size: 9.61 MB
Page 170 of 312

168
F Verminder onmiddellijk uw snelheid en vermijd plotselinge stuurbewegingen en
krachtig remmen.
F
Z
et de auto zo snel mogelijk stil op een
veilige plaats.
Een te lage bandenspanning is niet altijd
aan de band te zien. Een visuele controle
is dus niet voldoende.
F
G
ebruik in het geval van een lekke band
de bandenreparatieset of het reservewiel
(afhankelijk van de uitvoering).
of
F
c
ontroleer als u een compressor in
de auto hebt, bijvoorbeeld die van de
bandenreparatieset, de spanning van de
vier banden als deze zijn afgekoeld,
of
F
r
ijd voorzichtig verder als het niet mogelijk is
om deze controle onmiddellijk uit te voeren.
De waarschuwing blijft actief tot het
systeem wordt gereset.
Resetten
Elke keer nadat u een of meer banden op
spanning hebt gebracht en na het verwisselen
van een of meer wielen, moet u het systeem
resetten. Controleer voordat u het systeem
gaat resetten of de spanning van
de vier banden overeenkomstig de
gebruiksomstandigheden van de auto
en de voorschriften op de sticker met de
bandenspanningen is.
Het bandenspanningscontrolesysteem
is alleen betrouwbaar als de vier banden
tijdens het resetten de juiste spanning
hebben.
Het bandenspanningscontrolesysteem
geeft geen meldingen als de
bandenspanning bij het resetten onjuist is.
Het resetten van het systeem moet gebeuren
bij aangezet contact en stilstaande auto.
De nieuwe opgeslagen
bandenspanningswaarden worden door het
systeem als referentiewaarden beschouwd.
Zonder audiosysteem
F Druk gedurende ongeveer drie seconden op deze knop en laat de knop ver volgens
los; het resetten wordt bevestigd door een
geluidssignaal.
Met audiosysteem of touchscreen
Het systeem kan worden gereset
via het configuratiemenu van de
auto.
Storing
Als het lampje te lage bandenspanning gaat
knipperen en vervolgens blijft branden in
combinatie met het lampje Ser vice, wijst dit op
een storing in het systeem.
In dat geval werkt de bandenspanningscontrole
mogelijk niet goed.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Na het uitvoeren van werkzaamheden
aan het systeem moet de spanning van de
vier banden worden gecontroleerd en het
systeem worden gereset.
Rijden
Page 178 of 312

176
ON
Weergave van meting op het
instrumentenpaneel
Als het gewicht van de lading het
maximaal toegestane gewicht
overschrijdt, gaat dit lampje
branden.
Storing
Weergave van een storing van
het systeem in de laadruimte
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Weergave op het instrumentenpaneel
Na het activeren van de meting in de
laadruimte, gaan de leds van de 3 knoppen
ongeveer 3
seconden tegelijkertijd knipperen
en gaan daarna uit. Deze lampjes gaan branden in combinatie met
een melding.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Eco-mode
De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, interieurverlichting, enz. maximaal
veertig minuten gebruiken.
Eco-mode inschakelen
Een melding op het display van het
instrumentenpaneel geeft aan dat de eco-mode
is ingeschakeld en de actieve functies worden
in de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10
minuten
worden voortgezet via het Bluetooth-systeem
van het audiosysteem in uw auto.
Eco-mode afsluiten
De door de eco-mode uitgeschakelde functies
worden automatisch weer ingeschakeld als de
motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
-
m
inder dan tien minuten om de functies
ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,
-
m
eer dan tien minuten om de functies
ongeveer dertig minuten te kunnen
gebruiken.
Neem de tijd die nodig is voor het laten draaien
van de motor in acht om een juiste lading van
de accu te garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de motor niet
gestart worden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de 12V-accu .
Praktische informatie
Page 204 of 312

202
Zekeringnr.Stroomsterkte (A)Functies
F1 10Draadloze smartphonelader, zelfdimmende binnenspiegel.
F4 15Claxon.
F6 20Ruitensproeierpomp.
F7 1012V-aansluiting (achterin).
F10 30Module elektrische vergrendeling.
F13 10Bediening audio- en telematicasysteem.
F14 5
Alarmsysteem, overbelastingsindicator, geavanceerde telematica-eenheid.
F19 3Servicecentrale trekhaak.
F22 3Weergavescherm Surround Rear Vision.
F23 5Algemene servicecentrale trekhaak.
F27 5Extra verwarming.
F29 20Audiosysteem, touchscreen.
F32 1512V-aansluiting (voorin).
F34 5Spiegelbediening.
F36 5USB-aansluiting.
Neem voor meer informatie over de
montage van een trekhaak of een taxi-
uitrusting contact op met het PEUGEOT-
netwerk.
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
F Trek het deksel eerst linksboven en dan
rechtsboven los.
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van
uw auto.
In geval van pech
Page 206 of 312

204
Toegang tot de accu
De accu bevindt zich onder de motorkap.
F O pen de motorkap met de hendel in
het interieur en gebruik ver volgens de
veiligheidshaak aan de buitenzijde.
F
Be
vestig de motorkapsteun.
Raadpleeg de desbetreffende rubrieken
voor meer informatie over de motorkap
en de motor .
Starten van de motor met
een hulpaccu en startkabels
Als de accu van uw auto leeg is, kan de motor
worden gestart met een hulpaccu (externe
accu of een accu van een andere auto) en
startkabels of een startbooster. Start de motor nooit door een acculader
aan te sluiten.
Gebruik nooit een startbooster van 24 V
o f h o g e r.
Controleer eerst of de hulpaccu een
nominale spanning van 12 V en een
capaciteit minimaal gelijk aan die van de
ontladen accu heeft.
De twee auto's mogen elkaar niet raken.
Schakel alle stroomverbruikers
(audiosysteem, ruitenwissers, verlichting
enz.) van beide auto's uit.
Zorg er voor dat de startkabels zich niet
in de buurt van bewegende delen van
de motor (ventilator, aandrijfriemen enz.)
bevinden.
Maak de pluspool (+) niet los bij draaiende
motor.
F
S
tart de motor van de auto met de hulpaccu
en laat deze gedurende enkele minuten
draaien.
F
S
tel de startmotor in werking van de auto
met de lege accu en laat de motor draaien.
Als de motor niet direct start, zet dan het
contact af en wacht even alvorens een nieuwe
poging te doen.
F
W
acht tot de motor stationair draait.
F
N
eem ver volgens de kabels in
omgekeerde volgorde los.
F
L
aat de motor minimaal 30 minuten draaien,
rijdend of stilstaand, om het laadniveau van
de accu op een correct peil te krijgen.
Een aantal functies, waaronder het Stop &
Start-systeem, is niet beschikbaar als de
laadtoestand van de accu onvoldoende is.
De minpool (-) van de accu is niet bereikbaar.
In plaats daar van kunt u gebruikmaken van een
massapunt aan de voorzijde van de auto.
F
S
luit de rode kabel aan op de pluspool (+)
van de ontladen accu A (bij het gebogen
metalen gedeelte) en ver volgens op de
pluspool (+) van de hulpaccu B of de
startbooster. F
S
luit de groene of zwarte kabel aan op
de minpool (-) van de hulpaccu B of de
startbooster (of op een massapunt van de
auto met de hulpaccu).
F
S
luit het andere uiteinde van de groene of
zwarte kabel aan op het massapunt C van
de auto met de lege accu.
In geval van pech
Page 207 of 312

205
De accu opladen met een
acculader
Voor een optimale levensduur van de accu
is het noodzakelijk om het laadniveau van de
accu op een voldoende peil te houden.
In sommige gevallen kan het dan ook nodig zijn
om de accu op te laden:
-
a
ls u voornamelijk korte ritten maakt,
-
v
oordat de auto meerdere weken niet wordt
gebruikt.
Raadpleeg een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats.
Als u zelf de accu van uw auto gaat
opladen, gebruik dan uitsluitend een lader
die geschikt is voor loodaccu's en die een
nominale spanning van 12 V heeft.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant van
de acculader.
Sluit de kabels nooit aan op de verkeerde
polen.
De accu hoeft niet te worden
losgekoppeld.
F
Z
et het contact af.
F
S
chakel alle stroomverbruikers uit
(audiosysteem, ruitenwissers, verlichting,
e n z .) . Probeer nooit om een bevroren accu te
laden – Risico op explosie!
Als de accu bevroren is geweest, laat
deze dan door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats
controleren op beschadigingen van de
inwendige delen en op scheuren in de
behuizing (kans op lekkage van giftig en
corrosief zuur).
F
S
chakel om gevaarlijke vonken te
voorkomen de lader B uit alvorens de
kabels op de accu aan te sluiten.
F
C
ontroleer of de kabels van de lader in
goede staat zijn.
F
B
eweeg het kunststof kapje van de pluspool
(+) omhoog (indien aanwezig).
F
S
luit de kabels van de lader B als volgt aan:
-
d
e rode pluskabel (+) op de pluspool (+)
van de accu A ,
-
D
e zwarte minkabel (-) op massapunt C
van de auto.
F
S
chakel na afloop van het laden eerst
acculader B uit voordat u de kabels
losneemt van accu A . Als deze sticker is aangebracht, mag
uitsluitend een 12V-lader worden gebruikt.
Anders kan de elektrische uitrusting
van het Stop & Start-systeem ernstig
beschadigd raken.
Accu loskoppelen
Als u de auto gedurende langere tijd niet
gaat gebruiken, koppel dan de accu los. Op
deze manier blijft het laadniveau van de accu
voldoende om de motor weer te starten.
Voer de volgende handelingen uit alvorens de
accu los te koppelen:
F
s
luit de ruiten en de portieren voordat u de
accukabels loskoppelt,
8
In geval van pech
Page 221 of 312

1
Bluetooth®-audiosysteem
Inhoud
De eerste stappen
2
St
uurkolomschakelaars
2
Menu's
4
Radio
4
DAB-radio (Digital Audio Broadcasting)
6
M
edia 7
Telefoon
10
Veelgestelde vragen
1
4 De beschreven functies en instellingen
kunnen afwijken van die van het systeem
in uw auto.
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder
handelingen die de volle aandacht vragen,
zoals het koppelen van een Bluetooth-
telefoon aan het Bluetooth-handsfree
systeem van het audiosysteem, uitsluitend
uitvoeren bij stilstaande auto
en
aangezet contact.
Het systeem is zodanig beveiligd dat het
uitsluitend in uw auto functioneert.
Werkzaamheden aan dit systeem
mogen uitsluitend door een dealer of
een gekwalificeerde werkplaats worden
uitgevoerd om elke kans op elektrocutie,
brand of mechanische storingen te
vermijden.
Om leegraken van de accu te voorkomen
schakelt het audiosysteem na het
afzetten van de motor na enkele minuten
automatisch uit.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 222 of 312

2
De eerste stappen
Drukken: Aan/uit.
Draaien: volume aanpassen.
Kort indrukken: geluidsbron wijzigen
(radio, USB, AUX (indien draagbaar
apparaat is aangesloten), CD,
streaming).
Lang indrukken: weergave van het
menu Telefoon (als een telefoon is
aangesloten).
Audio-instellingen wijzigen:
fader voor/achter, balans links/
rechts, lage/hoge tonen, loudness,
geluidssfeer.
Inschakelen/uitschakelen
automatische volumeregeling
(gekoppeld aan rijsnelheid).
Radio:
Kort indrukken: zenderlijst
weergeven.
Lang indrukken: zenderlijst
bijwerken.
Media:
Kort indrukken: bestandsoverzicht
weergeven.
Lang indrukken:
sorteermogelijkheden weergeven.Selecteren van de weergave op het
scherm:
datum, audiofuncties,
boordcomputer, telefoon.
Bevestigen of weergave van het
contextmenu.
Toetsen 1– 6.
Kort indrukken: voorkeuzezender
selecteren.
Lang indrukken: radiozender als
voorkeuzezender opslaan.
Radio:
Automatisch stapsgewijs zoeken
naar een radiozender met een
lagere/hogere frequentie.
Media:
Selecteren van het vorige/volgende
nummer van de CD, USB, Streaming
audio.
Scrollen in een lijst.
Radio:
Handmatig stapsgewijs zoeken naar
een radiozender met een lagere/
hogere frequentie.
Selecteren van de vorige/volgende
MP3-afspeellijst.
Media:
Vorige/volgende map/genre/artiest/
afspeellijst van het USB-apparaat
selecteren.
Scrollen in een lijst.Huidige bewerking annuleren.
Eén niveau omhooggaan in een
structuur (menu of map).
Toegang tot het hoofdmenu.
TA-functie (verkeersinformatie) in- of
uitschakelen.
Lang indrukken: berichtensoort
selecteren.
Selecteren van de golfbanden FM/
DAB/AM.
Stuurkolomschakelaars
Bedieningsfuncties aan de
stuurkolom – Type 1
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Bluetooth®-autoradio
Page 224 of 312

4
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Indrukken van de rolknop:
bevestigen.
Menu's
Afhankelijk van de uitvoering."Multimedia ": Parameters media,
Radio-instellingen.
" Telefoon ": Bellen, Beheer index,
Instelling telefoon, Gesprek.
beëindigen.
" Boordcomputer ".
" Onderhoud ": Diagnose, Logboek
waarschuwingen, .... "
Verbindingen ": Beheer van de
verbindingen, Apparaten zoeken.
" Persoonlijke instelling –
configuratie ": Parameters van
de auto definiëren, Taalkeuze,
Configuratie beeldscherm, Keuze
van eenheden, Datum en tijd
instellen.
Druk op de toets " MENU".
Scrollen tussen de menu's.
Toegang tot een menu.
Radio
Een radiozender selecteren
Druk herhaaldelijk op de toets
SOURCE om de radiofunctie te
selecteren.
Druk op deze toets om het golfbereik
te selecteren (FM/AM/DAB). Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Druk op een van de toetsen om
handmatig naar hogere/lagere
frequenties te zoeken.
Druk op deze toets voor een lijst
van de beschikbare zenders in het
gebied waar u zich bevindt.
Druk langer dan 2
seconden
op de toets om deze lijst bij te
werken. Tijdens het bijwerken is de
geluidsweergave uitgeschakeld.
RDS
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Als de RDS-functie niet beschikbaar is,
worden de letters RDS doorgestreept
weergegeven op het display.
Bluetooth®-autoradio
Page 225 of 312

5
Als de RDS-functie is ingeschakeld,
zoekt de radio steeds naar de sterkste
frequentie van een zender, zodat u ernaar
kunt blijven luisteren. Onder bepaalde
omstandigheden zijn sommige RDS-
zenders echter niet in het hele land te
ontvangen doordat de zenders niet het
hele land dekken. Dit verklaart dat de
zender tijdens het rijden kan wegvallen.
Korte procedure
Druk in modus "Radio" op OK om de RDS-
functie direct in of uit te schakelen.
Lange procedure
Druk op de toets MENU .
Selecteer " Audiofuncties ".
Druk op OK.
Selecteer de functie " Voor keuze
FM-band ".
Druk op OK. Selecteer "
Frequentie volgen
(RDS) ".
Druk op OK , RDS verschijnt op het
scherm.
TA-berichten beluisteren
De TA-functie (Traffic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar de
verkeersinformatie. Voor een correcte
werking van deze functie is een goede
ontvangst van een radiozender nodig
die deze berichten uitzendt. Zodra er
een bericht wordt uitgezonden, wordt
de geluidsbron die op dat moment
wordt weergegeven (Radio, CD, ...)
automatisch onderbroken en wordt de
verkeersinformatie doorgegeven. Zodra dit
bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Wees voorzichtig met het verhogen van
het geluidsvolume tijdens het beluisteren
van verkeersinformatie. Als het systeem
terugkeert naar de oorspronkelijk geluidsbron
kan het geluidsvolume te hoog zijn.
Druk op TA om de weergave van
verkeersinformatie in- of uit te
schakelen.
Verkeersberichten ontvangen via de functie INFO
De functie INFO geeft voorrang aan
verkeersberichten. Voor een correcte
werking van deze functie is een goede
ontvangst van een radiozender nodig
die deze berichten uitzendt. Zodra er
een bericht wordt uitgezonden, wordt de
geluidsbron die op dat moment wordt
weergegeven (Radio, CD, USB, ...)
automatisch onderbroken en wordt het
verkeersbericht doorgegeven. Zodra dit
bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Houd deze toets lang ingedrukt voor
een overzicht van categorieën.
Selecteer één of meerdere
categorieën of maak een selectie
ongedaan.
Schakel de ontvangst van de
desbetreffende berichten in of uit.
Tekstberichten weergeven
Tekstberichten worden door een
radiozender tijdens het luisteren naar het
programma meegestuurd.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 226 of 312

6
Druk op "OK" zodra de
zendergegevens op het scherm
worden weergegeven om naar het
contextmenu te gaan.
Selecteer " Zenderinfo (TXT) " en
bevestig uw keuze met OK.
Digitale radio (DAB, Digital
Audio Broadcasting)
Afhankelijk van de uitvoering
Als de "DAB"-zender waarop is
afgestemd, niet beschikbaar is in "FM", is
de optie "DAB FM" doorgestreept. Als u in een andere regio komt, is het
raadzaam de lijst van voorkeuzezenders
bij te werken.
Weergave van de lijst van alle
radiozenders en alle "multiplexen"
(bundels).
Digitale radio
Dankzij de digitale radio kunt u genieten
van een optimale geluidskwaliteit en van
extra categorieën informatie (TA INFO).
Via "multiplex /bundel" kunt u kiezen uit
radiozenders die op alfabetische volgorde
zijn gerangschikt.Wijzigen van het golfbereik (FM1,
FM2, DAB, ...)
1 Optieweergave: doorgestreept indien
actief maar niet beschikbaar.
2 Weergave van de naam van de
radiozender waarop is afgestemd. 3
Opgeslagen radiozender, toetsen 1 t/m 6.
Kort indrukken: voorkeuzezender
selecteren.
Lang indrukken: opslaan van een
radiozender.
4 Weergave van de naam van de gebruikte
"multiplex"-ser vice, ook wel "bundel"
genoemd.
5 Weergave van RadioText (TXT) van de
radiozender waarop is afgestemd.
6 Weergave van de kwaliteit van het signaal
op de beluisterde band.
Wijzigen van een zender binnen
dezelfde "multiplex/bundel".
Zoeken naar de vorige/volgende
"multiplex/bundel".
Lang indrukken: selecteren van
de gewenste categorie berichten
uit Transport, Actualiteiten,
Entertainment en Speciale Flash-
berichten (afhankelijk van de
zender).
Druk op " OK" zodra de radiogegevens op
het scherm worden weergegeven om naar
het contextmenu te gaan.
(Zendervolgsysteem (RDS), Volgsysteem
digitale zender/
FM, Zenderinfo (TXT),
Zenderinformatie, ...)
Bluetooth®-autoradio