dashboard Peugeot Traveller 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: Traveller, Model: Peugeot Traveller 2016Pages: 528, PDF Size: 12.72 MB
Page 174 of 528

172
Traveller-VP_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Maak er een gewoonte van om normaal
rechtop in de voorstoelen te zitten.
Draag altijd een correct afgestelde
veiligheidsgordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten...) en bevestig niets in
de buurt van de airbags of in het gebied waar
de airbags afgaan. Dit kan de inzittende bij
het afgaan van de airbag ver wonden.
Verander niets aan de oorspronkelijke
uitvoering van uw auto, voer met name geen
wijzigingen door aan de onderdelen in de
directe nabijheid van de airbags.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw
auto de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemen
mogen uitsluitend door het P
e
ugeo
T
-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats worden uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriften
worden nageleefd, blijft de kans bestaan op
letsel of lichte brandwonden aan het hoofd,
de borst of de armen als de airbag wordt
geactiveerd.
Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor
goedgekeurde stoelhoezen, die in
combinatie met actieve zijairbags gebruikt
kunnen worden. Voor informatie over de
stoelhoezen die geschikt zijn voor uw auto
kunt u zich wenden tot het P
e
ugeo
T
-
netwerk.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de accessoires .
Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de
stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van
de airbags kunnen leiden tot verwondingen
aan armen of borstkas.
ga n
iet onnodig dicht tegen het
portierpaneel zitten.
De airbag wordt namelijk zeer snel
opgeblazen (binnen enkele milliseconden)
en loopt vervolgens even snel leeg, waarbij
de warme gassen via de daarvoor bestemde
openingen naar buiten stromen.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken
vast en laat uw handen niet op het
stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn voeten niet op
het dashboard laten rusten.
Rook niet in de auto. Als de airbag afgaat,
kunnen brandende sigaretten of een pijp
brandwonden of ander letsel veroorzaken.
Ver wijder het stuur wiel nooit, maak geen
gaten in de stuur wielbekleding en sla er
niet
op.
Bevestig geen voor werpen of stickers op
het stuur wiel of op het dashboard. Deze
kunnen bij het afgaan van de airbags letsel
veroorzaken.
Adviezen
Houd u aan de onderstaande veiligheidsvoorschriften voor een
maximale effectiviteit van de airbags.
Window-airbags
Bevestig nooit iets op de hemelbekleding;
dit zou bij het afgaan van de window-airbags
kunnen leiden tot hoofdletsel.
Demonteer nooit de handgrepen van het dak
(indien aanwezig); deze maken deel uit van
de bevestiging van de window-airbags.
Veiligheid
Page 276 of 528

274
Traveller-VP_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2016
Eigenschappen van de olie
Controleer voordat u olie bijvult of ververst of
de motorolie die u wilt gebruiken overeenkomt
met de door de fabrikant aanbevolen motorolie
voor uw auto en motoruitvoering.
Motorolie bijvullen
De plaats van de vulopening voor de motorolie
is aangegeven op de desbetreffende
afbeelding van de motorruimte.
F
D
raai de dop van de vulopening.
F
g
i
et de olie voorzichtig in de opening om
morsen op motoronderdelen te voorkomen
(dit kan brand veroorzaken).
F
W
acht enkele minuten en controleer
vervolgens nogmaals het oliepeil met de
peilstok.
F
V
ul indien nodig nog olie bij.
F
D
raai nadat u het oliepeil nogmaals hebt
gecontroleerd de dop zorgvuldig op de
vulopening en steek de peilstok weer in de
schacht.
Na het bijvullen zal de olieniveaumeter
op het dashboard bij het aanzetten van
het contact na 30 minuten de juiste
waarde aangeven.
Olie ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van de
fabrikant voor het verversingsinterval voor uw
auto.
Maak om een verminderde betrouwbaarheid
van de motor en de emissieregeling te
voorkomen nooit gebruik van additieven in de
motorolie.
Het remvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA XI" te bevinden.
Controleer indien dit niet het geval is of de
remblokken van uw auto zijn versleten.
Remvloeistofniveau
Remvloeistof ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van
de fabrikant voor het voorgeschreven
verversingsinterval.
Type remvloeistof
gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
remvloeistof.
Koelvloeistofniveau
Het koelvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA XI" te
bevinden, maar mag beslist niet hoger zijn.
Wacht bovendien alvorens werkzaamheden
aan het koelsysteem uit te voeren ten minste
1 uur nadat de motor gedraaid heeft, omdat het
koelsysteem onder druk staat.
Draai om brandwonden te voorkomen de dop
eerst 2 omwentelingen los om de druk te laten
dalen. Ver wijder, als de druk eenmaal gedaald
is, de dop en vul koelvloeistof bij. De koelventilator kan ook nog gaan draaien
nadat de motor is afgezet: houd daarom
voor werpen en kleding uit de buur t van de
ventilator.
Als de motor warm is, wordt de temperatuur van
de koelvloeistof geregeld door de koelventilator.
Controleer het koelvloeistofniveau van
uw auto regelmatig, afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden
(elke 5000 km/3 maanden); vul indien nodig
bij met de door de fabrikant voorgeschreven
koelvloeistof.
Het is normaal om tussen twee
onderhoudsbeurten koelvloeistof te moeten
bijvullen.
Stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
Het stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
dient zich zo dicht mogelijk bij het
merkteken "MA XI" te bevinden. Draai
bij koude motor de dop open om het
niveau te controleren.
Praktische informatie
Page 313 of 528

311
Traveller-VP_nl_Chap08_en-cas-de-panne_ed01-2016
F Trek het deksel eerst linksboven en dan
rechtsboven los.
F
M
aak het deksel volledig los. Goed
Defect
Tang
Toegang tot het gereedschap
F Haal de tang uit de houder. De tang voor het verwijderen van zekeringen
bevindt zich achter het deksel van de
zekeringkast, tegen de dashboardstijl. Voordat u een zekering vervangt, dient u:
F
d
e oorzaak van de storing te achterhalen
om deze te verhelpen,
F
s
troomverbruikers uit te schakelen,
F
d
e auto stil te zetten met het contact uit,
F
d
e defecte zekering te achterhalen
met behulp van de zekeringtabel en de
schema's op de volgende bladzijden.
Vervangen van een zekering
Voor ingrepen aan een zekering geldt:
F g ebruik een speciale tang om de zekering
uit de zekeringkast te ver wijderen en te
controleren of het smeltdraadje van de
zekering intact is,
F
v
ervang een defecte zekering altijd door
een zekering met dezelfde stroomsterkte
(zelfde kleur): een afwijkende
stroomsterkte kan storingen veroorzaken
(brand).
Mocht de storing kort na het vervangen van de
zekering terugkeren, laat dan de elektrische
uitrusting controleren door het P
e
ugeo
T
-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats. Het vervangen van een zekering door
een andere dan in de volgende tabellen
genoemd, kan tot ernstige storingen
leiden. Raadpleeg het P
e
ugeo
T
-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Zekering vervangen
8
Storingen verhelpen
Page 314 of 528

312
Traveller-VP_nl_Chap08_en-cas-de-panne_ed01-2016
PeugeoT i s niet aansprakelijk voor
kosten die voortvloeien uit storingen
veroorzaakt door het monteren
van extra accessoires die niet door
P
e
ugeo
T a
anbevolen en geleverd
worden, en niet volgens haar
voorschriften zijn gemonteerd. Dit geldt
met name als het totale stroomverbruik
van alle extra accessoires meer dan
10
milliampère bedraagt.
Montage van elektrische
accessoires
Bij het ontwerp van het elektrische circuit van
uw auto is reeds rekening gehouden met de
montage van zowel de standaarduitrusting
als eventuele opties.
Raadpleeg het P
e
ugeo
T
-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats voordat u andere
elektrische voorzieningen of accessoires in
de auto monteert of laat monteren.
Neem voor meer informatie over de
montage van een trekhaak of een
TA
X I
-
uitrusting contact op met het
P
e
ugeo
T
-netwerk.
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
F Maak het deksel los door het aan de bovenzijde eerst links en vervolgens rechts
los te trekken.
Storingen verhelpen
Page 316 of 528

314
Traveller-VP_nl_Chap08_en-cas-de-panne_ed01-2016
Zekering
n r. Ampère
(A) Functies
F1 3"Keyless entry and start"-systeem of contactslot.
F5 5Touchscreen, achteruitrijcamera en parkeerhulp.
F7 10Bediening airconditioning achter, hifi-versterker.
F8 20Ruitenwisser(s) achter.
F10/F11 30Sloten binnen- en buitenzijde, voor en achter.
F12 3Inbraakalarm.
F17 1012V-aansluiting achter.
F18 5
ur
gence- en Assistance-oproep.
F21 3
op
laden uitneembare lamp, plafonnier achter.
F22 3Verlichting dashboardkastje, plafonniers achter.
F23 5Dodehoekbewaking, elektrische functies buitenspiegels.
F24 5Stuurkolomschakelaars.
F25 5Hoogteverstelling koplampen.
F26 3
Pictogrammendisplay veiligheidsgordels losgemaakt/niet vastgemaakt.
F273Regen-/lichtsensor, multifunctionele detectiecamera.
F28 10Bediening airconditioning vóór, bediening autoradio,
selectiehendel, head-up display.
F30A of B 15Autoradio (+ accu).
F31 5Airbags.
F33 1512V-aansluiting vóór.
F35 5Instrumentenpaneel.
F36 20Autoradio, touchscreen, CDs-speler, navigatiesysteem.
Versie 2 (Full)
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van uw auto.
Storingen verhelpen
Page 499 of 528

497
Traveller-VP_nl_Chap11_index-alpha_ed01-2016
Bekerhouder ................................................. 115
Beladen ................................................... 11, 2 6 8
Beveiliging tegen beknellen
..........................120
Bijvullen additief AdBlue
® ............................. 28 0
Binnenspiegel ............................................... 14
3
BlueHDi
.................................... 29, 33, 204, 278
Bluetooth (handsfree set) ........... 396, 397, 452, 453, 487
Bluetooth (telefoon)
............... 396-398, 452-454
Bluetooth-telefoon met spraakherkenning
....................................... 491
Bluetooth-
verbinding
... 3
70, 396 -398, 426, 452- 454, 488
Bochtverlichting, statisch
................
........................................ 150
Boordcomputer
......................................... 38-40
Boordgereedschap
............................... 282, 284
Brandstof
................................................. 11, 2 6 3
Brandstofadditief
................................... 275, 276
Brandstofniveaumeter
................................... 2
61
Brandstoftank
.......................................... 18, 261
Brandstof tanken
................................... 261, 263
Brandstoftank leeg (diesel)
...............
......................................... 322
Brandstofverbruik
..................................... 11, 4 0
Brandstofvuldop
............................................ 261
Brandstofvulklep
........................................... 2
61
Buitenlandse reizen
...................................... 146
Buitenspiegels ............... 132, 133, 141, 142, 249
C
E
D
CarPlay verbinding ...............................376, 432
CD ................................................ 388, 444, 484
CD MP3
........................................ 388, 444, 484
CD-/MP3 -speler
........................................... 484
Centrale vergrendeling
.............................54, 56
Claxon
........................................................... 159
Connectiviteit
...............................
.........368, 424
Contact
.................................. 197, 199, 400, 456
Contact aangezet
.......................................... 19 9
Controle motorolieniveau ................................32
Controles
....................................... 272, 276, 277
e
co-mode
......................................................266
ec
o-rijden (adviezen)
......................................11
ee
ndelige vaste bank
......................................95een
lamp vervangen
(achterdeuren)
............................................305
een
lamp vervangen (kofferklep)..................308
ele
ctronic Stability Program
(
eS
C)
....................................23, 159, 161, 162
el
ektrisch bedienbare
schuifdeur
....................... 4
6, 52, 56, 58, 68 -72
el
ektrisch kinderslot
.....................................19 0
el
ektrisch verstelbare stoelen
........................90
el
ektronische remdrukregelaar
(R
e
F)
..........................................................159
el
ektronische sleutel
..............................4
5, 200
el
ektronische startblokkering
.....49, 59, 63, 201
el
ektronisch gestuurde
versnellingsbak
........................11, 13, 14, 198,
202, 210, 214, 215, 277
DAB (Digital Audio Broadcasting) - Digitale
radio
................... 386, 387, 442, 443, 480, 481
Dagteller
.......................................................... 36
Dashboardkastje
...............................
............111
Datum (instellen)
............................. 44, 410, 466
Datum instellen
............................... 44, 410, 466
Derde remlicht
...................................... 3
06, 309
Detectie te lage bandenspanning
..........20, 258, 260, 290, 297
Diesel
............................................................ 263
Dieselmotor
............19, 263, 272, 322, 325, 326
Digitale radio - DAB (Digital Audio Broadcasting)
....................386, 387, 442, 443 Dimlicht ...........................
2
7, 144, 299, 301, 303
Dimmer dashboardverlichting
.........................37
Display instrumentenpaneel
............13, 14, 38, 39, 204
Dodehoekbewaking
..............................24 9, 2 51
Dodehoekdetectie
........................................... 2
7
.
Index