air condition Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 169 of 320

Airconditioning
Temperatuurregelaar ››
› pag. 167.
Knop aanjager. De luchtventilator is in 4
trappen instelbaar. De aanjager moet bij
langzame rijsnelheid altijd op een laag
niveau draaien.
Regelaar luchtverdeling.
Luchtcirculatietoets ››› pag. 165 Als de
functie in werking is, brandt er een con-
trolelampje in de knop.
Achterruitverwarming.
Luchtverdeling
Regelaar 3 voor het instellen van de lucht-
s tr
oom in de g
ewenste richting.
– Luchtverdeling naar de voorruit, voor het
ontwasemen. In deze stand wordt om veilig-
heidsredenen aanbevolen de circulatiefunc-
tie niet in te schakelen.
– Luchtverdeling naar het bovenlichaam.
– Luchtverdeling naar de voetenruimte
– Luchtverdeling naar de voorruit en de
voetenruimte. ATTENTIE
● Voor u w
veiligheid is het belangrijk dat er
geen ruiten beslagen of met ijs of sneeuw be-
dekt zijn. Alleen dan is goed zicht gegaran-
deerd. Daarom is het juiste gebruik van het
verwarmings- en ventilatiesysteem, en ook
van de ontdooi- en ontwasemfuncties van de
ruiten, heel belangrijk. 1
2
3
Let op
● Let op de a
lgemene aanwijzingen ››› pag.
163. Functies
Ventileren van interieur
De g
ew
enste temperatuur in het interieur
mag niet lager zijn dan de heersende buiten-
temperatuur.
● Temperatuurregelaar ››
›
afb. 170 1 links-
om dr aaien.
● De aanj
ager 2 in een van de standen 1 - 4
z ett
en.
● D
e lucht met de regelaar voor de luchtver-
deling 3 in de gewenste richting laten stro-
men.
● Desbetreffende luchtroosters openen.
V er
w
armen van interieur
Maximale verwarmingscapaciteit en snel ont-
dooien van de ruiten is alleen mogelijk wan-
neer de motor zijn bedrijfstemperatuur heeft
bereikt.
● Temperatuurregelaar ›››
afb. 170 1 rechts-
om dr aaien t
ot
in de gewenste verwarmings-
stand.
● De aanjager 2 in een van de standen 1 - 4
z ett en. ●
D
e lucht
met de regelaar voor de luchtver-
deling 3 in de gewenste richting laten stro-
men.
● Desbetreffende luchtroosters openen.
V oorruit
ontw
asemen
● De temperatuurregelaar ›››
afb. 170 1 rechtsom in de hoogste verwarmingsstand
dr
aaien.
● Aanj ag
er 2 in stand 4 draaien.
● Regelaar voor de luchtverdeling in de stand
dr aaien.
● De mid
delste luchtroosters sluiten.
● De luchtroosters aan de zijkanten open zet-
ten en z
e op de ruiten richten.
Voorruit en zijruiten wasemvrij houden
● De temperatuurregelaar ›››
afb. 170 1 in
een v
an de
verwarmingsstanden draaien.
● De aanjager 2 in een van de standen 2 - 3
z ett
en.
● R
egelaar voor de luchtverdeling in de stand
draaien.
● De mid
delste luchtroosters sluiten.
● De luchtroosters aan de zijkanten open zet-
ten en z
e op de ruiten richten.
Zodra de ruiten niet meer beslagen zijn, kan
als voorzorgsmaatregel de regelaar 3 in
s t
and
worden gezet waardoor men meer »
167
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 170 of 320

Bedienen
comfort krijgt en voorkomt dat de ruiten
opnieu w be
s
laan. Let op
Er rekening mee houden dat de koelvloeistof-
temper at
uur van de motor optimaal moet zijn
om over een goed werkend verwarmingssys- teem te kunnen beschikken (met uitzonde-
ring
v
an wagens die met extra verwarming*
uitgerust zijn) Handbediende airconditioning*
Bedienin g
selementen Afb. 171
Bedieningselementen van de aircondi-
tioning op het d
ashboard. Temperatuurregelaar
››
›
pag. 169
Knop aanjager. De luchtventilator is in 4
trappen instelbaar. Bij lage snelheid
wordt aanbevolen de ventilator minimaal
op stand 1 te zetten om de toevoer van
frisse lucht te verbeteren.
Regelaar luchtverdeling.
1 2
3 Luchtcirculatietoets
››
› pag. 165 Als de
functie in werking is, brandt er een con-
trolelampje in de knop.
Achterruitverwarming.
Toets voor het inschakelen van de aircon-
ditioning ››› pag. 169. De airconditioning
werkt alleen bij draaiende motor en inge-
schakelde aanjager.
ATTENTIE
Voor uw veiligheid is het belangrijk dat er
geen ruit en be
slagen of met ijs of sneeuw be-
dekt zijn. Alleen dan is goed zicht gegaran-
deerd. Daarom is het juiste gebruik van het
verwarmings- en ventilatiesysteem, en ook
van de ontdooi- en ontwasemfuncties van de
ruiten, heel belangrijk. 168
Page 171 of 320

Airconditioning
Let op
Let op de algemene aanwijzingen. Functies
Verwarmen van interieur
Max
im
ale verwarmingscapaciteit en snel ont-
dooien van de ruiten is alleen mogelijk wan-
neer de motor zijn bedrijfstemperatuur heeft
bereikt.
● Het koelsysteem met de ››
›
afb. 171-
toets uitschakelen (het controlelampje in de
knop gaat uit).
● De temperatuurregelaar 1 draaien om de
in het int
erieur g
ewenste temperatuur in te
stellen.
● De aanjager in een van de standen 1-4 zet-
ten.
● Met
de regelaar voor de luchtverdeling 3de luchtstroom in de gewenste richting rich-
t
en: (op de
v
oorruit), (op borsthoogte),
(op de voetenruimte) en (op de voorruit
en de voetenruimte). Koelen van het interieur
Bij inge
schakelde airconditioning wordt in
het interieur van de wagen niet alleen de
temperatuur, maar ook de luchtvochtigheid
verlaagd. Hierdoor wordt bij hoge buiten-
luchtvochtigheid het comfort van de passa-
giers verhoogd en het beslaan van de ruiten
voorkomen.
● Schakel het koelsysteem in met de toets
(het contr
olelampje in de toets gaat aan).
● De temperatuurregelaar verdraaien totdat
de gewen
ste binnentemperatuur verkregen
is.
● De aanjager in een van de standen 1-4 zet-
ten.
● Met
de regelaar voor de luchtverdeling de
luchtstr
oom in de gewenste richting richten:
(op de voorruit), (op borsthoogte),
(op de voetenruimte) en (op de voorruit en
de voetenruimte).
De voorruit ontwasemen
● Luchtverdeelregelaar in de stand draai-
en. ●
De aanjag
er in een van de standen zetten
afhankelijk van hoe snel u de ruit wilt ontwa-
semen.
● De temperatuurregelaar instellen op de ge-
wens
te comfortstand.
● De middelste luchtroosters sluiten.
● De luchtroosters aan de zijkanten open zet-
ten en z
e op de ruiten richten.
Als de airconditioning niet kan worden inge-
schakeld, kan dit de volgende oorzaken heb-
ben:
● De motor is niet gestart.
● De aanjager is uitgeschakeld.
● De buitentemperatuur is lager dan ca. +3°C
(+37°F).
● De compressor van de airconditioning is
vanw
ege een te hoge koelvloeistoftempera-
tuur tijdelijk uitgeschakeld.
● De zekering van de airconditioning is de-
fect.
● Er i
s sprake van een andere storing aan de
wagen. D
e airconditioning door een gespeci-
aliseerde werkplaats laten controleren.
169
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 172 of 320

Bedienen
Climatronic* A l
g
emene aanwijzingen Afb. 172
Climatronic: bedieningselementen. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 49
De Climatronic bereikt automatisch een aan-
gename temperatuur. Daartoe worden de
temperatuur van de uitgaande lucht, het ven-
tilatieniveau en de luchtverdeling automa-
tisch gewijzigd. Het systeem houdt ook reke-
ning met de zonnestraling, waardoor het niet
nodig is de instellingen handmatig te wijzi-
gen.
Dankzij de automatische werking bent u ver-
zekerd van maximaal comfort gedurende elke
periode van het jaar ››› pag. 171. Beschrijving van de Climatronic
De airc
o werkt uitsluitend als aan de volgen-
de voorwaarden is voldaan:
● de motor is gestart;
● de buitentemperatuur ligt hoger dan +2°C
(+36 F);
● ingeschakeld.
Ing
ebruikname van de Climatronic
Wanneer een toets wordt ingedrukt, wordt de
overeenkomstige functie geactiveerd; de air-
conditioning wordt in werking gesteld indien
deze uit stond, behalve met de luchtcircula-
tietoets. De Climatronic uitzetten
●
Stel de aanjager op 0 ›››
afb. 172 2 in of
druk op de t
oets
.
Om te verzekeren dat de motorkoeling blijft
werken bij hoge belasting van de motor,
wordt de compressor van de airconditioning
uitgeschakeld zodra de koelvloeistoftempe-
ratuur te hoog wordt.
Aanbevolen instelling voor alle jaargetijden
● Stel de gewenste temperatuur in, wij raden
+22°C (+72°F) aan.
● Druk op de t
oets ››
› afb. 172.
170
Page 173 of 320

Airconditioning
● St el
de r
oosters zo in dat de luchtstroom
iets omhoog wordt geleid.
Wisselen tussen Celsius en Fahrenheit.
Houd gedurende 2 seconden de toetsen
en tegelijkertijd ingedrukt. De gegevens
verschijnen nu in de gewenste eenheid op
het scherm.
Automatische regeling
De automatische functie zorgt voor een con-
stante temperatuur en voor de verwijdering
van condens op de ruiten in het interieur van
de wagen.
● Stel de temperatuur in tussen +16°C
(+64°F) en +29°C (+84°F).
● Stel
de roosters zo in dat de luchtstroom
iets omhoog wor
dt geleid.
● Druk op de toets , op het s
cherm ver-
schijnt AUTO.
De automatische functie wordt uitgeschakeld
door op de luchtverdelingstoets te drukken
of door de snelheid van de aanjager lager te
zetten. De temperatuur blijft echter geregeld.
Temperatuur instellen ● Tijdens het inschakelen van het systeem,
kunt
u de knop 1
›
››
afb. 172 gebruiken om
de gewenste binnentemperatuur in te stellen. De binnentemperatuur kan ingesteld worden
tus
sen +16°C (+64°F) en +29°C (+84°F). Bin-
nen dit bereik wordt de temperatuur automa-
tisch geregeld. Als een temperatuur wordt ge-
selecteerd die lager is dan +16°C (+64°F),
dan verschijnt de melding "LO" op het
scherm. Als een temperatuur wordt geselec-
teerd die hoger is dan +29°C (+84°F), dan
verschijnt de melding "HI" op het scherm. In
beide uiterste gevallen werkt de Climatronic
met het maximale koelings- of verwarmings-
vermogen. De temperatuur wordt niet gere-
geld.
Indien de luchtstroom langer en onregelma-
tig uit de luchtmonden komt (met name bij
de voeten) en er zich grote temperatuurver-
schillen voordoen, bijv. tijdens het verlaten
van de wagen, dan kunnen gevoelige perso-
nen verkouden worden.
Aanjagerregeling
De Climatronic regelt automatisch het aanja-
gertoerental, afhankelijk van de temperatuur
van het interieur. Het is echter mogelijk het
aanjagertoerental in te stellen op het vereiste
niveau.
● Druk op de toetsen 2 om de aanjagersnel-
heid l ag
er of
hoger in te stellen.
Als de aanjager wordt uitgeschakeld, wordt
ook de Climatronic uitgeschakeld. De voorruitontdooiing inschakelen
●
Druk op de toets ›››
afb. 172.
De voorruitontdooiing uitschakelen
● Druk meerdere malen op de toets of
druk op de toets
.
De temperatuur wordt automatisch geregeld.
Uit de roosters ››› afb. 169 2 komt een gro-
t er
e hoev
eelheid lucht. ATTENTIE
Lees de waarschuwingsaanwijzingen ›››
in
Al g
emene aanwijzingen op pag. 163 en volg
deze op. Let op
● Gea dv
iseerd wordt om eenmaal per jaar
naar een gespecialiseerde servicewerkplaats
te gaan om de airconditioning te laten
schoonmaken.
● In het onderste gedeelte bevindt zich de
sensor v
an de interieurtemperatuur. Bedek
deze niet met stickers of andere dingen, aan-
gezien de Climatronic hierdoor minder goed
zou kunnen werken. 171
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 236 of 320

Bedienen
het selecteren van het eco-profiel
aut om
atisch de start-stopfunctie geactiveerd.
Bij wagens met automatische transmissie
worden de momenten waarop wordt gescha-
keld zodanig aangepast dat die bij lagere of
hogere toerentallen komen te liggen. Boven-
dien wordt in de eco-stand gebruik gemaakt
van de inertie om het brandstofverbruik ver-
der te verlagen.
Bij wagens met schakelbak wijzigen in de
stand eco de aanbevelingen om te schake-
len die verschijnen in het instrumentenpa-
neel, om de bestuurder ertoe aan te zetten
zuiniger te gaan rijden.
Dual Ride "wielophanging"
De "Dual Ride" wielophanging zorgt voor een
comfortabele vering bij de profielen Eco en
Normaal , bijvoorbeeld geschikt voor dage-
lijks gebruik terwijl een sportieve vering
wordt ingesteld voor het profiel Sport dat
past bij een sportieve rijstijl. In het profiel
Individueel kan de vering worden inge-
steld tussen Normaal of Sport al naarge-
lang de persoonlijke voorkeur.
Bij een storing in de "Dual Ride" wielophan-
ging verschijnt op het display van het instru-
mentenpaneel het bericht Storing: in-
stelling van de demping .Besturing
De st
uurbekrachtiging wordt stijver in de
sport -stand om een sportievere rijstijl mo-
gelijk te maken.
Airconditioning
Bij wagens voorzien van Climatronic is het
mogelijk om deze in de eco-stand op een la-
ger verbruik te laten werken.
Automatische afstandsregeling (ACC)
De acceleratiegradiënt van de automatische
afstandsregeling varieert naargelang het ac-
tieve rijprofiel.
Rijprogramma instellen Afb. 206
Naast de versnellingshendel: MODE-
t oets. U kunt kiezen tussen
Normaal, Sport, Eco
en Individueel . De gewenste stand kan gekozen worden door
meerm
aal
s
te drukken op de toets MODE
››› afb. 206 of door middel van het aanraak-
scherm in het menu dat geopend wordt wan-
neer men op die toets drukt.
Een pictogram in het display van het Easy
Connect-systeem verschaft u informatie over
de actuele instelling.
De verlichting van de MODE-toets blijft geel
branden wanneer de actuele instelling af-
wijkt van normaal .
RijprofielEigenschappen
NormalVerschaft een uitgebalanceerde rijervaring
en is bij uitstek geschikt voor dagelijks ge-
bruik.
SportVerschaft de wagen een dynamisch karak-
ter rondom en maakt het mogelijk om
sportiever te rijden.
EcoZorgt ervoor dat de wagen zo min mogelijk
brandstof verbruikt, passend bij een zuini-
ge en milieubewuste rijstijl.
Indivi-
dual
Hierin kunt u bepaalde instellingen wijzi-
gen door op de knop Profielinstel-
lingen te drukken. De functies die u kunt
aanpassen, variëren per uitrustingsniveau
van de wagen. ATTENTIE
Houd bij de keuze van SEAT Drive Profile op
de eers t
e plaats rekening met het verkeer, om
geen ongelukken te veroorzaken. 234
Page 305 of 320

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 196
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . 182, 183, 184 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Aanhaalmomenten van de wielbouten . . . . . . . . 298
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253, 259 aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260, 261
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 261
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
veiligheidsring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Aanhangwagenknipperlichten controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Aantrekmoment wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . . . 116 aanbevolen versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
afgelegde afstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . . . . 35
bewakingssysteem Front Assist . . . . . . . . . . . 212
buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
keuzehendelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
keuzehendelstanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
kompas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
MKB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
portieren, mot
orkap en achterklep geopend . . 39
ritgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
SEAT Drive Profile . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
snelheidswaarschuwing . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
start-stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
submenu assistenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
tijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
tweede snelheidsindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . 116
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 219
waarschuwings- en informatieberichten . . . . . . 39
ABS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217 radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Accuzuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
Achterbank leuning neer- en terugklappen . . . . . . . . . . . . 154
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 17, 139
Achterlichten in zijpaneel achterlicht uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Achterlicht in achterklep fitting uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . 50, 52, 53 schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
verwarmingsdraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Achterruitwisser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 148
Achterste mistlicht Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 zelfdimmend binnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 handmatig naar binnen klappen . . . . . . . . . . . 149 Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
Achteruitversnelling (automatische versnellings- bak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Afdichtrubbers Waxbehandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Afdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61, 96
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
Afneembare kogelkop de bevestiging controleren . . . . . . . . . . . . . . . 257
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
in reservestand plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
reservestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
Afsleepalarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Afstandsregeling zie Automatische afstandsregeling . . . . . . . . . 218
Afvoer gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 84 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
de voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 89
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
303
Page 307 of 320

Trefwoordenlijst
snelheidssignaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
w aar
s
chuwings- en informatieberichten . . . . . . 39
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Bewakingssysteem Front Assist aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . 212
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 214
City noodremfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Bijrijder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 73, 74, 75
Bijzonderheden aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Binnenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Bodem van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . 160
Bodem van de wagen bescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55, 276 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Brandstoftankklep openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Brandstofverbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198 waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 200 BSD
zie Dodehoekhu lp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 elektrisch naar binnen klappen . . . . . . . . . . . . 150
knop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
verwarmbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
C Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 136
automatische ontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . 131
automatisch vergrendelen door onbedoeld openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
automatisch vergrendelen door snelheid . . . . 131
drukknop voor centrale vergrendeling . . . . . . 132
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Safe-beveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 127
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62, 63
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Chroomdelen schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Circulatiefunctie airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
City noodremfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 aanjagerregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163 Automatische regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
bedieningsel
ementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
Contactsleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30, 173 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
Controlelampjes dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
De auto beladen bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67, 98
305
Page 308 of 320

Trefwoordenlijst
Diesel roetfi
lt
er . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Dieselolie roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Digitale klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Display van de radio: schoonmaken . . . . . . . . . . 272
Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
aanwijzing in de buitenspiegel . . . . . . . . . . . . 229
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
Dop van brandstoftank openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
DSG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
DSG-versnellingsbak zie Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . 189
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling . . . . 146
Dynamo waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
E E10 zie Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Easy Connect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33, 120
Easy Connect-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
EDS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185 zie ook Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . . 185
Een lampje vervangen achterlicht in achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
achterlicht in zijpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
derde remlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106 DRL-/stadslicht (daglicht) . . . . . . . . . . . . . . . . 106
grootlicht
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
interieurverlichting en leeslampje . . . . . . . . . 109
kentekenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
knipperlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
mistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . 66
wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Efficiencyprogramma besparingstips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
extra verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . 18, 139 comfortopenen en -sluiten . . . . . . . . . . . . . . . 140
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel (XDS) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
Elektronische Stabiliseringscontrole (ESC) . . .182, 184
Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . 182, 184, 185 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186, 187
Emissiegegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182 elektronische stabiliseringscontrole . . . 182, 184
Sport-modus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
zie ook Elektronische
Stabiliseringscontrole (ESC) . . . . . . . . . . . . 182
Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Event Data Recorder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Extra verbruikers (efficiencyprogramma) . . . . . . . 40
F Filter tegen schadelijke stoffen . . . . . . . . . . . . . . 163
Frontale botsingen en natuurkundige wetten . . . 81
Front Assist aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . 212
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 214
City noodremfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215 functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
rad
arsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
zie ook Bewakingssysteem Front Assist . . . . . 211
Functie Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Functie Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Functiestoringen automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
bewakingssysteem Front Assist . . . . . . . . . . . 212
front Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 236
katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
koppeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
G Geluiden automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Geluidssignaal veiligheidsgordel niet vastgegespt . . . . . . . . . . 78
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 119
Gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95, 146
Gewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Gordel spannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 83 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
H
Handbediende airconditioning . . . . . . . . . . . . . . 168
Handgeschakelde versnellingsbak . . . . . . . . . . . 189
Handrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180, 181 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
HBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . 30, 173
306