airbag Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 89 of 320

Airbagsysteem
controlelampje enkele seconden langer bran-
den n a het
uit
voeren van de controle en zal
het daarna uitgaan als er geen storing is. ATTENTIE
● Als
er een storing is, kunnen het airbag- en
gordelspansysteem hun beschermende func-
tie niet goed uitvoeren.
● Als er een storing is, moet het systeem zo
snel mog
elijk door een gespecialiseerde
werkplaats worden gecontroleerd. Anders be-
staat het gevaar dat het airbagsysteem en
ook de gordelspanners bij een aanrijding niet
of niet optimaal worden geactiveerd. Veiligheidsaanwijzingen voor
de airb
ag
s
V
oorairbags Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 21. ATTENTIE
● De m ax
imale beschermende werking van de
veiligheidsgordels en het airbagsysteem
wordt alleen bij een correcte zitpositie be-
reikt ››› pag. 73, Zithouding van de inzitten-
den.
● Tussen de personen voorin en het wer-
king
sbereik van de airbag mogen zich verder geen personen, dieren of voorwerpen bevin-
den.
●
De beschermende werking van de airbags
gel dt
slechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Ook mogen er geen voorwerpen zoals be-
kerhouders
of telefoonhouders op de afdek-
kingen van de airbags worden bevestigd.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkel
e verandering worden aange-
bracht. Zij-airbags*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 22. ATTENTIE
● Als
de inzittenden geen veiligheidsgordels
dragen, tijdens de rit naar voren leunen of
een verkeerde zitpositie aannemen, staan ze
bij een ongeval bloot aan een verhoogd risico
op lichamelijk letsel als het airbagsysteem
wordt geactiveerd.
● Om de zij-airbags hun volledige bescher-
mende werkin
g te laten bieden, moet u tij-
dens het rijden de juiste zithouding aanhou-
den en de veiligheidsgordel op de juiste ma-
nier dragen.
● Tussen de inzittenden op de buitenste zit-
plaat
sen en het werkingsgebied van de air- bags mogen zich geen andere personen, die-
ren of
voorwerpen bevinden. Om de werking
van de zij-airbags niet te belemmeren, mogen
bovendien aan de portieren geen accessoires
zoals bekerhouders worden bevestigd.
● Aan de kledinghaken in de wagen mag uit-
sluitend k
leding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten.
● Er mogen geen grote krachten (zoals krach-
tig stot
en of trappen) op de zijkanten van de
rugleuningen worden uitgeoefend omdat an-
ders het systeem kan worden beschadigd. De
zij-airbags zouden in dit geval niet worden
geactiveerd!
● Er mogen in geen enkel geval stoelhoezen
op de stoel
en met ingebouwde zij-airbags
worden aangebracht die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd. Omdat de
luchtzak aan de zijkant uit de stoel wordt ont-
vouwen, zou bij gebruik van niet-vrijgegeven
stoelhoezen de beschermende werking van
uw zij-airbag aanzienlijk nadelig worden be-
invloed.
● Beschadigingen aan de originele stoelhoe-
zen of de n
aad in de module van de zij-airbag
moeten direct door een gespecialiseerde
werkplaats worden gerepareerd.
● De beschermende werking van de airbags
geldt
slechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Alle werkzaamheden aan de zij-airbag en
het uit- en inbou
wen van onderdelen van het » 87
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 90 of 320

Veiligheid
systeem vanwege reparatiewerkzaamheden
(bij
v
. voorstoel uitbouwen) mogen alleen
door de werkplaats van een officiële dealer
worden uitgevoerd. Anders kunnen er storin-
gen in de werking van de airbags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkel
e verandering worden aange-
bracht.
● De aansturing van de zij- en hoofdairbags
gebeur
t met sensoren die zich bevinden aan
de binnenzijde van de voorportieren. Om de
correcte werking van de zij- en hoofdairbags
te garanderen, mogen noch de portieren,
noch de portierpanelen gewijzigd worden
(bijv. door naderhand luidsprekers in te bou-
wen). Indien schade aangebracht wordt aan
het voorportier kan de correcte werking van
het systeem aangetast worden. Alle werk-
zaamheden aan het voorportier moeten door
de werkplaats van een officiële dealer uitge-
voerd worden.
● Bij een botsing van opzij werken de zij-air-
bags
niet indien de sensoren niet correct de
drukverhoging meten aan de binnenzijde van
de portieren, wanneer de lucht naar buiten
komt via de zones met gaten of openingen in
het paneel van het portier.
● Nooit rijden met uitgebouwde binnenpane-
len v
an de portieren of niet correct afgestelde
panelen.
● Nooit rijden wanneer de luidsprekers in de
portierpanel
en uitgebouwd zijn, behalve
wanneer de openingen van de luidspreker
correct zijn afgedekt. ●
Altijd c ontr
oleren of de openingen bedekt
of afgesloten zijn wanneer luidsprekers of
een andere uitrusting geïnstalleerd worden in
de binnenpanelen van de portieren.
● Alle werkzaamheden aan de portieren moet
uitgev
oerd worden door de werkplaats van
een officiële dealer. Hoofdairbags*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 22. ATTENTIE
● Om de hoofd airb
ags hun volledige bescher-
mende werking te laten bieden, moeten de
veiligheidsgordels ervoor zorgen dat de juis-
te zithouding tijdens het rijden altijd blijft be-
houden.
● Om veiligheidsredenen dient de hoofdair-
bag v
erplicht te worden uitgeschakeld bij wa-
gens die met een scheidingsnet uitgerust
zijn. Laat de airbag uitschakelen bij uw dea-
ler.
● Tussen de inzittenden van de wagen en het
werkin
gsgebied van de hoofdairbags mogen
zich geen andere personen, dieren of voor-
werpen bevinden zodat de airbag ongehin-
derd kan worden ontvouwen en zijn maximale
beschermende werking kan bieden. Daarom
mogen aan de ruiten in geen geval zonwerin-
gen worden bevestigd die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd. ●
Aan de kl edin
ghaken in de wagen mag uit-
sluitend kleding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten. Bovendien mogen voor het op-
hangen van de kleding geen kleerhangers
worden gebruikt.
● De beschermende werking van de airbags
geldt
slechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Alle werkzaamheden aan de hoofdairbag
en het uit- en inbou
wen van onderdelen van
het systeem vanwege reparatiewerkzaamhe-
den (bijv. verwijderen van de hemelbekle-
ding) mogen alleen in de werkplaats van een
officiële dealer worden uitgevoerd. Anders
kunnen er storingen in de werking van de air-
bags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkel
e verandering worden aange-
bracht.
● De aansturing van de zij- en hoofdairbags
gebeur
t met sensoren die zich bevinden aan
de binnenzijde van de voorportieren. Om de
correcte werking van de zij- en hoofdairbags
te garanderen, mogen noch de portieren,
noch de portierpanelen gewijzigd worden
(bijv. door naderhand luidsprekers in te bou-
wen). Indien schade aangebracht wordt aan
het voorportier kan de correcte werking van
het systeem aangetast worden. Alle werk-
zaamheden aan het voorportier moeten door
de werkplaats van een officiële dealer uitge-
voerd worden. 88
Page 91 of 320

Airbagsysteem
Airbags buiten werking stellen V oor
airb
ag van de voorpassagier bui-
ten werking stellen* Afb. 102
Sleutelschakelaar voor het in- en uit-
s c
h
akelen van de bijrijdersairbag. Afb. 103
In het middelste deel van het instru-
ment enp
aneel: c
ontrolelampje van buiten
werking stellen van de bijrijdersairbags. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 21
Bij de bevestiging van een kinderzitje tegen
de rijrichting in, moet de voorairbag van de
bijrijder buiten werking worden gesteld.
Wanneer de bijrijdersairbag uitgeschakeld is,
dan betekent dit dat enkel de voorairbag van
de bijrijder uitgeschakeld is. Alle andere air-
bags in de wagen zijn gewoon paraat.
Wanneer het contact wordt ingeschakeld lich-
ten de controlelampjes en ››› afb.
103 enkele seconden op. Hierna blijft alleen
het controlelampje van de ingeschakelde air-
bag branden. Wanneer de airbag uitgescha-
keld is, blijft permanent branden. Wan-
neer de airbag ingeschakeld is, brandt
gedurende ca. 60 seconden en gaat daarna
uit.
Voorairbag van de voorpassagier in paraat-
heid brengen
– Contact uitschakelen.
– Open het portier aan de voorpassagierszij-
de.
– Steek de sleutelbaard in de gleuf op de
sch
akelaar voor uitschakeling van de bijrij-
dersairbag ››› afb. 102. De baard moet ca.
3/4 van zijn lengte ingevoerd worden, tot
tegen de aanslag.
– Draai de sleutel vervolgens zachtjes om
hem in de stand
te zetten. Oefen geen druk uit indien u weerstand ondervindt en
zorg er
voor dat de sleutelbaard tot het ein-
de ingevoerd is.
– Controleer of bij ingeschakeld contact het
contro
lelampje in het
dashboard ››› afb. 103 niet gaat branden
››› .
– Het controlelampje brandt
g
edurende
60 sec. in het middelste gedeelte van het
instrumentenpaneel. ATTENTIE
● De v
erantwoordelijkheid voor de juiste
stand van de sleutelschakelaar ligt bij de be-
stuurder.
● De voorairbag van de bijrijder moet alleen
buiten w
erking worden gesteld als u in uit-
zonderlijke gevallen een kinderzitje op de bij-
rijdersstoel bevestigt waarbij het kind tegen
de rijrichting in zit ››› pag. 90, Veiligheid
van kinderen.
● Nooit een kinderzitje op de bijrijdersstoel
beves
tigen waarbij het kind tegen de rijrich-
ting in reist en de voorairbag in paraatheid is
– levensgevaarlijk!
● Zodra het kinderzitje op de bijrijdersstoel
niet meer wor
dt gebruikt, de voorairbag van
de bijrijder weer in paraatheid brengen.
● De voorairbag van de bijrijder alleen bij uit-
ges
chakeld contact buiten werking stellen,
omdat er anders storingen in de airbagrege-
ling op kunnen treden en de kans bestaat dat
de voorairbag niet op de juiste wijze bij een » 89
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 92 of 320

Veiligheid
aanrijding in werking treedt of zelfs niet rea-
geer
t
.
● Laat de sleutel in geen enkel geval in de
sch
akelaar voor uitschakeling van de airbag
zitten, want de sleutel kan beschadigd wor-
den of de airbag kan bij het rijden in werking
of buiten werking gesteld worden.
● Als de voorairbag van de bijrijder buiten
werkin
g is gesteld en het controlelampje
in het dashboard niet
continu brandt, kan er een storing in het air-
bagsysteem aanwezig zijn:
–Het airbagsysteem direct door een ge-
specialiseerde werkplaats laten controle-
ren.
– Geen kinderzitje op de bijrijdersstoel ge-
bruiken! De voorairbag aan bijrijderszijde
zou zelfs bij defect kunnen worden geac-
tiveerd bij een ongeval en het kind zwaar
verwonden of zelfs doden.
– Het is niet te voorspellen of de bijrijders-
airbag bij een aanrijding zal worden ge-
activeerd! Maak uw passagiers hierop at-
tent. Veilig vervoer van kinderen
V ei
ligheid
van kinderen
Inleiding Om veiligheidsredenen en zoals de statistie-
ken met
betr
ekking tot ongevallen aantonen,
adviseren wij u om kinderen onder de 12 jaar
op de achterbank te vervoeren. Afhankelijk
van leeftijd, lichaamslengte en gewicht moe-
ten kinderen op de achterbank door een kin-
derzitje of door de aanwezige veiligheidsgor-
dels op hun plaats worden gehouden. Om
veiligheidsredenen moet dit stoeltje gemon-
teerd worden op de achterbank, achter de
stoel van de bijrijder of in het midden.
Het natuurkundige principe van een ongeval
heeft uiteraard ook betrekking op kinderen
››› pag. 81. De spieren en de botstructuur van
kinderen zijn in tegenstelling tot die van vol-
wassenen nog niet volledig ontwikkeld. Kin-
deren zijn daarom blootgesteld aan een ver-
hoogd risico op lichamelijk letsel.
Kinderen mogen alleen in speciale kinderzi-
tjes worden vervoerd om de kans op lichame-
lijk letsel te verkleinen!
Wij adviseren u voor uw wagen kindergordel-
systemen uit het originele SEAT accessoire-
programma te gebruiken dat systemen voor
elke leeftijd van het merk "Peke" omvat (niet
voor alle landen). Deze systemen zijn speciaal ontworpen en
goedg
ek
eurd en voldoen aan de regeling
ECE-R44.
SEAT beveelt aan om de kinderzitjes van de
website te gebruiken volgens onderstaande
beschrijving:
● Kinderzitjes tegen de rijrichting in (groep
0+): ISOFIX en st
eun (Peke G0 Plus + ISOFIX-
basis (RWF)).
● Kinderzitjes in de rijrichting (groep 1): ISO-
FIX en T
op Tether (Peke G1 ISOFIX DUO Plus).
● Kinderzitjes in de rijrichting voor groep 2:
veiligheid
sgordel en ISOFIX (RÖMER KIDFIX
XP ©
).
● Kinderzitjes in de rijrichting voor groep 3:
met v
eiligheidsgordel (TAKATA MAXI PLUS ©
).
Let voor het inbouwen en het gebruik van
kinderzitjes op de wettelijke bepalingen en
montageaanwijzingen van de fabrikant van
het betreffende kinderzitje. Lees in elk geval
››› pag. 91 en volg dit op.
Wij adviseren u het instructieboekje van de
fabrikant van het kinderzitje bij de wagendo-
cumentatie te voegen en altijd in de wagen
mee te nemen.
90
Page 93 of 320

Veilig vervoer van kinderen
Belangrijke aanwijzingen over de
v oor
airb
ag van de bijrijder Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 23.
Neem de veiligheidsaanwijzingen van de vol-
gende hoofdstukken in acht: ● Veiligheidsafstand tot de airbag aan bijrij-
dersz
ijde ››› pag. 84.
● Voorwerpen tussen de bijrijder en de air-
bag aan bijrijder
szijde ››› in Voorairbags
op p ag. 87
Indien de v
oorairbag aan bijrijderszijde wordt
geactiveerd, vormt dat een groot gevaar voor
een kind dat met de rug naar het dashboard
is gekeerd, aangezien de airbag met zo'n
grote kracht tegen de stoel kan slaan dat dit
levensgevaarlijke letsels kan opleveren. Kin-
deren t/m 12 jaar moeten altijd op de zit-
plaatsen achterin worden vervoerd.
Om deze reden raden wij u met klem aan om
kinderen op de zitplaatsen achterin te ver-
voeren. Het is de veiligste plek van de wa-
gen. Met de sleutelschakelaar kan de bijrij-
dersairbag buiten werking worden gesteld
››› pag. 89. Vervoer kinderen in een geschikt
kinderzitje dat in overeenstemming is met de
leeftijd en de grootte van het kind ›››
pag.
92. ATTENTIE
● Als
op de bijrijdersstoel een kinderzitje
wordt gemonteerd, betekent dit bij een aan-
rijding een grotere kans op, mogelijk dode-
lijk, lichamelijk letsel bij het kind.
● Een geactiveerde bijrijdersairbag kan een
kinderz
itje, dat met de rug naar het dash-
board is gekeerd, raken en dit met volle
kracht tegen het portier, de hemelbekleding
of de rugleuning werpen.
● Nooit een kinderzitje op de bijrijdersstoel
beves
tigen waarbij het kind met de rug naar
het dashboard is gekeerd en de voorairbag in
paraatheid is – levensgevaarlijk! Wanneer
het in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk is
een kind op de bijrijdersstoel mee te nemen,
moet de voorairbag aan de bijrijderszijde bui-
ten werking worden gesteld ››› pag. 89, Voor-
airbag van de voorpassagier buiten werking
stellen*. Indien de bijrijdersstoel over een
hoogteregeling bezit, plaats deze dan zo ver
mogelijk naar achteren en in de hoogste posi-
tie. Als u een vaste stoel heeft, moet de stoel
zo ver mogelijk naar achteren worden gezet.
● In de versies zonder sleutelschakelaar voor
het uits
chakelen van de airbag dient de uit-
schakeling door een Erkende Seat Werkplaats
te worden verricht. Vergeet niet de airbag op-
nieuw in te schakelen wanneer een volwasse-
ne plaats wenst te nemen naast de bestuur-
der.
● Alle inzittenden - vooral kinderen - moeten
tijdens het
rijden de juiste zithouding aanne- men en de veiligheidsgordels juist hebben
omg
e
gespt.
● Laat nooit kinderen of baby's op schoot
meerijden - leven
sgevaarlijk!
● Sta nooit toe dat kinderen onbeschermd in
de wagen mee
gaan of tijdens het rijden in de
wagen gaan staan resp. geknield op de stoe-
len zitten. Bij een ongeval wordt uw kind zelf
ook door de wagen geslingerd en kunnen an-
dere inzittenden daardoor levensgevaarlijk
worden verwond.
● Als kinderen tijdens het rijden een verkeer-
de zithoudin
g aannemen, stellen de kinderen
zich bij plotseling remmen of een aanrijding
bloot aan een verhoogd risico op lichamelijk
letsel. Dit geldt in het bijzonder voor kinde-
ren die op de bijrijdersstoel worden vervoerd,
want als het airbagsysteem bij een ongeval
wordt geactiveerd, kan dit ernstig letsel en
zelfs de dood tot gevolg hebben.
● Een geschikt kinderzitje biedt een goede
besc
herming!
● Laat een kind nooit alleen op het kinderzi-
tje of in het
interieur, aangezien de gepar-
keerde wagen naargelang het seizoen zeer
hoge en nagenoeg dodelijke temperaturen
kan bereiken.
● Kinderen kleiner dan 1,50 m mogen niet
zonder kinder
zitje met een normale veilig-
heidsgordel worden vastgegespt omdat ze
anders bij plotseling remmen of een ongeval
letsel kunnen oplopen aan buik en hals.
● De veiligheidsgordel mag niet zijn vastge-
klemd en moet
juist zijn omgedaan ››› pag.
78. » 91
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 105 of 320

Zekeringen en lampjesNr.Stroomverbruiker/Ampère
6Centrale vergrendeling40
8Aanjager verwarming/Climatronic30
10Trekhaak20
11Elektrokleppen CNG7,5
13Lichtschakelaar, LSS- en SMLS-stuur-
kolom, diagnoseaansluiting, re-
gen-/lichtsensor7,5
14LSS-stuurkolom: ruitenwisserhendel10
15Combi7,5
16Voeding lichten rechts40
17Ruitbediening rechterportieren30
18Ruitenwissers30
19Radio, multimediasysteem25
20Achterruitverwarming30
21SCR-regeleenheid30
23Rear view camera7,5
24Connectivity Box, aansluiting externe
audiobronnen (dubbele USB-Aux IN),
telefoonversterker, MIB-scherm5
25Elektronica stuurkolom (MFL)7,5
26Gateway7,5
27Regeleenheid actieve wielophanging7,5
28DWA-sensor7,5
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
29DWA-claxon7,5
31Regeleenheid clima 9AA/9AB7,5
Regeleenheid Climatronic 9AK15
32LSS-stuurkolom, zonder Kessy7,5
33Ruitbediening linkerportieren30
35Voeding lichten links40
36Signal horn20
37Regeleenheid stoelverwarming30
38BCM Power C6330
39BSD, PDC, MRR10
40
Lichtschakelaar, diagnoseaansluiting,
lichtbundelhoogteverstelling, LSS-
stuurkolom: lichten, halogeenkoplam-
pen, achteruitrijschakelaar
7,5
41Elektrochromatische spiegel, afstel-
ling buitenspiegels zonder inklappen,
RKA zonder radio7,5
42Koppelingspedaal, startrelais, CNG-re-
lais bobine7,5
43DWP-relais bobine, achterruitwisser-
motor15
44Airbag7,5
45Linker koplamp Leimo Plus7,5
46Rechter koplamp Leimo Plus7,5
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
48Stuurkolomvergrendeling, Kessy re-
geleenheid7,5
49SCR-relais bobine7,5
51Aircodruksensor, verwarmde sproeiers7,5
53Keuzehendel automaat, ZSS7,5
58Dubbele waterpomp7,5
59Verwarmde buitenspiegels10
60Trekhaak30
61Trekhaak30
Zekeringenoverzicht in de motorruim-
t
e Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 59
Vervang de zekeringen alleen door zekerin-
gen voor dezelfde stroomsterkte (zelfde kleur
en opschrift) en grootte.
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
1Module motorinspuiting30» 103
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 115 of 320

Bestuurdersgedeelte
Bedienen
B e
s
tuurdersgedeelte
Overzicht Toetsen voor elektrische ruitbedie-
ning*
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Slot gr
eep
Schak
elaar voor elektrisch bedien-
de buitenspiegels* . . . . . . . . . . . . . . .150
Luchtroosters
Hendel v
oor:
– Knipperlichten/grootlicht . . . . . . .143
– Snelheidsr e
gelsysteem* . . . . . . . .205
Afhankelijk van de uitrusting:
– Hendel v
oor cruise control . . . . . .205
Stuurwiel met claxon en
– Bes
tuurdersairbag . . . . . . . . . . . . . . 84
– Bedienin g
voor boordcomputer .35
– Bediening
stoetsen voor radio, te-
lefoon, navigatiesysteem en
spraakbedieningssysteem ›››
bro-
chure Radio
– Hendels voor tiptronic-bediening
(automatische transmissie) . . . . .192
Instrumentenpaneel en controle-
l amp j
es:
– Instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
1 2
3
4
5
6
7
8 –
Waar
s
chuwings- en controlelamp-
jes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Hendel voor: – Ruiten
wissers/-sproeiers . . . . . . . .148
– Acht
erruitwisser- en sproeierin-
stallatie* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
– Bediening
van de multi-functie-in-
dicatie* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Infotainmentsysteem
Alarm
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Afhankelijk van de wagenuitrus-
ting, da
shboardkastje met: . . . . . . .155
– Cd- s
peler* en/of SD-kaart*
››› brochure Radio
Bijrijdersairbag* . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Schakelaar voor uitschakeling van
de bijrijder s
airbag* . . . . . . . . . . . . . . . 89
Schakelaars voor: – Verw
arming en ventilatie . . . . . . . .166
– Airc onditionin
g* . . . . . . . . . . . . . . . . 168
– Climatr
onic* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
Bedieningsknop stoelverwarming
aan bijrijder s
zijde* . . . . . . . . . . . . . . . 153
Versnellingshendel
– Handges
chakelde versnellings-
bak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
– Autom ati
sche versnellingsbak . .189
9
10
11
12
13
14
15
16
17 Afhankelijk van de wagenuitrusting
z
ijn de
v
olgende toetsen beschik-
baar:
– Centrale vergrendeling* . . . . . . . . .132
– Drukknop voor activ
ering Start-
Stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
– SEAT Driv
e Profile . . . . . . . . . . . . . . . 233
– Inparkeer
systeem . . . . . . . . . . . . . . 236
– Contro
le bandenspanning* . . . . .293
Handremhendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
Startknop (Keyless Access sluit- en
star
tsysteem zonder sleutel) . . . . . .177
Afhankelijk van de wagenuitrus-
ting: – USB/AUX
-IN-ingang . . . . . . . . . . . . . 126
– Connectiv ity
Box / Wireless Char-
ger* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
Bediening stoelverwarming aan be-
st uur
derszijde* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Contactslot (wagens zonder Keyless
Acc
ess) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
Hendel voor de instelling van de
stuurk
olom* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Zekeringhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
Hendel voor het openen van de mo-
torkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Lic
htbundelhoogteverstelling* . . . .147
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142»
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
113
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 134 of 320

Bedienen
ATTENTIE
Zolang de wagen in beweging is, mogen de
binnen gr
epen niet worden bediend: hierdoor
gaat het portier open. Let op
Wanneer de airbags bij een ongeval worden
ge activ
eerd, wordt de hele wagen, behalve de
achterklep ontgrendeld. De wagen kan bin-
nenin met de centrale vergrendeling worden
vergrendeld, na het contact uit en weer in te
schakelen. Drukknop voor centrale vergrende-
lin
g* Afb. 137
Drukknop voor centrale vergrende-
lin g. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 15 Met de drukknop voor de centrale vergrende-
ling kan de w
agen binnenin worden ver- en
ontgrendeld.
De schakelaar voor de centrale vergrendeling
werkt ook wanneer het contact is uitgescha-
keld, behalve wanneer de "safe"-beveiliging
actief is.
Wanneer uw wagen met de drukknop voor de
centrale vergrendeling wordt vergrendeld,
geldt het volgende:
● Het is niet mogelijk om de portieren en de
achterk
lep van buitenaf te openen (om veilig-
heidsredenen bijv. bij stilstand voor een
stoplicht).
● Wanneer het bestuurdersportier openstaat,
wordt
het niet mee vergrendeld. Daardoor
wordt voorkomen dat men zichzelf buiten-
sluit.
● U kunt de portieren binnenin afzonderlijk
ontgrendel
en en openen. Hiertoe moet u
eenmaal aan de portiergreep trekken. ATTENTIE
● Een v
ergrendelde wagen kan een val wor-
den voor kinderen en hulpbehoevende perso-
nen.
● Bij het herhaaldelijk aansturen van de cen-
tral
e vergrendeling is de drukknop voor de
centrale vergrendeling enkele seconden bui-
ten werking. Deze kan enkel ontgrendeld wor-
den indien deze eerder vergrendeld is. Na en- kele seconden kan de centrale vergrendeling
weer bediend w
or
den.
● De drukknop voor de centrale vergrendeling
werkt niet
wanneer de auto van buitenaf ge-
sloten is (met de afstandsbediening of de
sleutel). Let op
● Wag en dic
ht, toets .
● Wagen open, toets . Gerelateerde video's Keyless Access
Afb. 138
Comfort Afb. 139
Technologie132
Page 160 of 320

Bedienen
– Bag
ag
e met een bagagenet* of met niet-
elastische spanbanden aan de bevesti-
gingsogen* vastzetten. ATTENTIE
● Lo s
liggende lading of andere losliggende
voorwerpen in de bagageruimte kunnen ern-
stig lichamelijk letsel veroorzaken.
● Voorwerpen altijd opbergen in de bagage-
ruimte en deze
vastzetten aan de aanwezige
bevestigingsogen*.
● Losliggende voorwerpen kunnen bij plotse-
linge m
anoeuvres of ongevallen naar voren
worden geslingerd en de inzittenden van de
wagen of andere verkeersdeelnemers ver-
wonden. Dit verhoogde risico op letsel wordt
nog eens extra vergroot als de losse voorwer-
pen worden geraakt door een airbag die
wordt geactiveerd. In een dergelijk geval kun-
nen de voorwerpen veranderen in projectielen
– levensgevaar!
● Voorwerpen altijd opbergen in de bagage-
ruimte en v
ooral bij zware voorwerpen ge-
schikte spanbanden gebruiken.
● Overschrijd nooit de toelaatbare asbelas-
tingen en het
toelaatbare totaalgewicht van
de wagen. Wanneer deze gewichten worden
overschreden, kunnen de rij-eigenschappen
van de wagen veranderen en tot ongevallen,
lichamelijk letsel en wagenschade leiden.
● Let erop dat bij het vervoer van zware voor-
werpen de rij-eigen
schappen door verplaat-
sing van het zwaartepunt wijzigen - gevaar voor ongelukken! Pas daarom uw rijstijl en de
snelheid aan de oms
t
andigheden aan.
● Laat uw wagen nooit onbeheerd achter,
voora
l niet als de achterklep is geopend. Kin-
deren zouden in de kofferruimte kunnen ko-
men en de klep van binnenuit dichtmaken; ze
zijn dan ingesloten en kunnen zonder hulp
niet uit de wagen komen – levensgevaar!
● Laat nooit kinderen in en bij de wagen spe-
len. Sluit
en vergrendel zowel de achterklep
als alle portieren wanneer u de wagen ver-
laat. Controleer vóór het vergrendelen van de
wagen of er geen personen meer in de wagen
zitten.
● Let op de aanwijzingen in ›››
pag. 72. VOORZICHTIG
De verwarmingsdraden van de achterruit kun-
nen door sc hur
ende voorwerpen op de hoe-
denplank worden vernield. Let op
● De b anden
spanning moet aan de bela-
dingstoestand worden aangepast. Raadpleeg
indien nodig de sticker met de bandenspan-
ningswaarden die zich aan de achterzijde op
de portierstijl linksvoor bevindt ››› pag. 290.
● Luchtcirculatie in de wagen helpt het be-
slaan
van de ruiten tegen te gaan. De gebruik-
te lucht wordt afgevoerd door ontluchtings-
gleuven in de zijbekleding in de bagageruim-
te. Zorg ervoor dat de ontluchtingsgleuven
niet zijn afgedekt. ●
Ges c
hikte spanbanden om lading aan de
bevestigingsogen* vast te maken, zijn ver-
krijgbaar bij een automaterialenzaak. Hoedenplank
Afb. 163
In de bagageruimte: hoedenplank
uit - en inbou
w
en. Afb. 164
In de bagageruimte: hoedenplank
uit - en inbou
w
en.158
Page 161 of 320

Vervoeren en praktische uitrustingen
Verwijderen
● Haak de bevestigingsbanden ››
› afb.
163 B uit de houders
A los.
● Haal de hoedenplank uit de zijsteunen
› ›
›
afb. 164 door ze naar boven te trekken en
verwijder de plank.
Indien nodig kan de hoedenplank onder de
dubbele vloer in de bagageruimte worden
opgeborgen ››› pag. 160.
Aanbrengen ● Plaats de hoedenplank horizontaal terug,
waarbij de "mont
agesleuven" ter hoogte van
de steunpallen ››› afb. 164 moeten vallen;
druk de hoedenplank omlaag tot ze vastklikt.
● Haak de bevestigingsbanden ›››
afb.
163 B aan de achterklep vast.
ATTENTIE
Geen zware of harde voorwerpen op de hoe-
denpl ank
plaatsen, omdat deze bij plotseling
remmen gevaar voor de inzittenden kunnen
opleveren. VOORZICHTIG
● Erop l ett
en dat bij het sluiten van de achter-
klep de hoedenplank goed geplaatst is.
● Wanneer de bagageruimte te vol geladen
is, kan het
zijn dat de hoedenplank niet goed
past, waardoor deze vervormd kan worden of
zelfs kan breken. ●
Bij een te v
ol geladen bagageruimte wordt
aanbevolen de hoedenplank te verwijderen. Let op
● Erop l ett
en dat wanneer u kleding op de
hoedenplank legt, het zicht door de achter-
ruit niet belemmerd wordt. Bevestigingsogen*
Afb. 165
Plaatsing van de bevestigingsogen
in de b ag
ag
eruimte. In de bagageruimte kunnen zich enkele be-
v
e
s
tigingsogen bevinden voor het bevesti-
gen van bagage en voorwerpen ››› afb. 165
(pijlen).
– Altijd geschikte en onbeschadigde span-
banden ge
bruiken om bagage en voorwer-
pen veilig aan de bevestigingsogen vast te zetten
››› in Bagageruimte beladen op
p ag. 158
.
V
oorbeeld: Een 4,5 kilo zwaar voorwerp ligt
los in de wagen. Bij een frontale aanrijding
met een snelheid van 50 km/u (31 mph) ge-
nereert dit voorwerp een kracht die overeen-
komt met het 20-voudige van zijn gewicht.
Dat betekent dat het effectieve gewicht van
het voorwerp wordt verhoogd tot ca. 90 kg. U
kunt zich voorstellen wat voor lichamelijk let-
sel kan ontstaan als dit door het interieur
vliegende "projectiel" een inzittende treft. Dit
verhoogde risico op letsel wordt nog eens ex-
tra vergroot als de losse voorwerpen worden
geraakt door een airbag die wordt geacti-
veerd. ATTENTIE
● Als
bagage of voorwerpen met ongeschikte
of beschadigde spanbanden worden beves-
tigd, kan bij remmanoeuvres of ongevallen li-
chamelijk letsel ontstaan.
● Nooit een kinderzitje aan de bevestigings-
ogen beve
stigen. 159
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid