display Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 250 of 320

Bedienen
Automatische activering Afb. 217
Miniatuurweergave van de automati-
s c
he activ
ering Zodra de Parkeerhulp Plus automatisch wordt
g
e
activ
eerd, wordt een miniatuurweergave
van de wagen en de segmenten weergege-
ven aan de linkerzijde van het display ››› afb.
217.
De automatische activering vindt plaats wan-
neer een voorwerp dat zich voor de wagen
bevindt langzaam wordt genaderd. Ze func-
tioneert enkel wanneer de snelheid voor het
eerst wordt verlaagd tot onder circa 10 km/u
(6 mph).
Als de parkeerhulp wordt uitgeschakeld via
de toets , moet vervolgens als volgt te
werk worden gegaan om deze weer in te
schakelen naar automatische activering:
● Schakel het contact uit en weer aan. ●
OF: ver
snel met de wagen tot boven 10
km/u (6 mph), om de snelheid weer tot on-
der deze grenswaarde terug te brengen.
● OF: plaats de keuzehendel in de stand P en
v
ervolgens weer uit deze stand.
● OF: schakel de automatische activering in
en uit
via het menu in het Easy Connect-sys-
teem.
De automatische activering met miniatuur-
weergave van de parkeerhulp kan worden in-
en uitgeschakeld in het Easy Connect-sys-
teem ›››
pag. 33:
● Contact inschakelen.
● Selecteer: toets > Setup
> Parkeren
en manoeuvreren .
● Selecteer de optie Automatische acti-
vering . Al
s
het vakje van de functietoets is
geactiveerd , is de functie ingeschakeld.
Als het systeem automatisch geactiveerd
werd, klinkt enkel een geluidssignaal wan-
neer de obstakels aan de voorzijde zich op
een afstand van minder dan 50 cm bevinden. VOORZICHTIG
De automatische inschakeling van de par-
keerhu lp w
erkt enkel indien men heel traag
rijdt. Als de rijstijl niet wordt aangepast aan
de omstandigheden, kan dit een ongeval met
ernstige letsels tot gevolg hebben. Segmenten voor visuele indicatie
Afb. 218
Weergave van parkeerhulp op het
di s
p
lay van het Easy Connect-systeem. Met behulp van de segmenten voor de wa-
g
en k
an de af
stand tot het obstakel worden
geschat.
De optische weergave van de segmenten
werkt op de volgende wijze:
worden weergegeven in-
dien het obstakel zich niet binnen het
traject van de wagen bevindt of indien in
tegengestelde richting ervan wordt gere-
den en het zich op meer dan 30 cm af-
stand van de wagen bevindt.
worden getoond indien de
obstakels zich binnen het traject van de
wagen bevinden op meer dan 30 cm af-
stand ervan.
worden getoond indien ze
zich op minder dan 30 cm afstand bevin-
den.
Witte segmenten:
Gele segmenten:
Rode segmenten:
248
Page 251 of 320

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
Met de radio's SEAT Media System Plus/Navi
S y
s
tem geeft een geel spoor bovendien het
verwachte traject van de wagen aan volgens
de draaihoek van het stuur.
Wanneer het obstakel zich in de rijrichting
van de wagen bevindt, is steeds het overeen-
komstige waarschuwingssignaal te horen.
Zodra de wagen een obstakel nadert, worden
de segmenten dichter bij de wagen weerge-
geven. Ten laatste bij het aanduiden van het
voorlaatste segment, betekent dit dat de
botszone bereikt is. In de botszone worden
obstakels in rood weergegeven, evenals ob-
stakels buiten de af te leggen weg. Niet door-
rijden (of achteruitrijden) ››› in Algemeen
op p ag. 244
, ›
›› in Algemeen op pag. 245 !
De aanwijzingen en akoestische sig-
n a
l
en aanpassen De indicaties en de akoestische signalen
k
u
nnen w
orden ingesteld in het Easy Con-
nect*-systeem.
Automatische activering
on – activeert de optie Automatische
activering ›››
pag. 248
off – deactiveert de optie Automati-
sche activering ››› pag. 248 Volume voor*
Het v
olume voorin en aan de zijkant.
Instellingen/scherpte van de klank voorin*
Toonregeling (frequentie) voor het voorste
gedeelte.
Volume achter*
Volume achterin.
Instellingen/scherpte van de klank achterin*
Toonregeling (frequentie) voor het achterste
gedeelte.
Volume verlagen
Als de parkeerhulp is ingeschakeld, wordt
het volume van actieve audio/video-bron ver-
laagd; de mate waarin dit gebeurt, verschilt
per gekozen optie.
Foutmeldingen Indien met geactiveerde parkeerhulp of bij
het
in
s
chakelen ervan op het instrumenten-
paneel een bericht verschijnt dat er een fout
is in de parkeerhulp, is er een storing in het
systeem.
Als deze storing niet is verdwenen voordat
het contact wordt uitgeschakeld, wordt ze
niet aangegeven de volgende keer dat de parkeerhulp wordt geactiveerd bij het scha-
kelen
van de achteruitversnelling.
Parkeerhulp plus*
Als er een storing is in de parkeerhulp, ver-
schijnt er een overeenkomstig bericht op het
instrumentenpaneel en gaat de led van de
toets knipperen.
Als een sensor defect is, verschijnt op het
display van het Easy Connect-systeem het
symbool voor/achter de wagen. In geval
van een defect aan een sensor achter, wor-
den uitsluitend obstakels getoond in de zo-
nes A en
B
› ›
› afb
. 215. In geval van een
defect aan een sensor voor, worden uitslui-
tend obstakels getoond in de zones C en
D .
W ac
ht
niet te lang met naar een gespeciali-
seerde werkplaats te gaan om de klacht te la-
ten verhelpen.
Trekhaak Wanneer bij wagens met in de fabriek ge-
mont
eer
de tr
ekhaak de aanhangwagen op
elektrische wijze aangesloten is, worden de
sensoren achteraan voor de parkeerhulp niet
geactiveerd bij het inschakelen van de ach-
teruitversnelling, wanneer de keuzehendel in
stand R wordt gezet of de toets wordt in-
gedrukt. »
249
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 252 of 320

Bedienen
Parkeerhulp plus
D e af
s
tand tot mogelijke obstakels aan de
achterzijde van de wagen wordt niet weerge-
geven op het scherm en wordt ook niet aan-
gegeven met geluidssignalen.
Op het display van het Easy Connect-systeem
worden enkel de objecten getoond die wor-
den gedetecteerd aan de voorzijde, terwijl de
weergave van het traject wordt verborgen.
Manoeuvreerremfunctie* 3 Enkel
geldig met Parkeerhulp Plus
D
e noodremfunctie dient om de kans op bot-
singen tot een minimum te beperken.
Afhankelijk van de uitrusting kan de manoeu-
vreerremfunctie bij actieve parkeerhulp het
noodremmen activeren wanneer een obsta-
kel met botsingsgevaar wordt waargenomen
op het traject, in elke rijrichting.
De functie zal niet remmen indien de parkeer-
hulp als gevolg van een automatische active-
ring ingeschakeld is. Voor de werking moet
de manoeuvreersnelheid hoger dan 2,5 km/u
en lager dan 10 km/u zijn.
Na een ingreep blijft de manoeuvreerrem-
functie inactief in dezelfde rijrichting gedu-
rende 5 meter. Na het veranderen van de ver-
snelling of stand van de keuzehendel is de
functie weer actief. De beperkingen van de
parkeerhulp zijn van toepassing. De manoeuvreerremfunctie wordt ingesteld
in het E
a
sy Connect-systeem met het menu
en de functietoetsen
S
ETUP en
P ark
er
en en manoeuvreren ●
on – maakt het gebruik van de manoeu-
vr
eerremfunctie mogelijk.
● off – maakt het
gebruik van de ma-
noeuvreerremfunctie niet mogelijk.
Tijdelijk uitschakelen van het noodremmen
● Wanneer de functie wordt uitgeschakeld
met de t oets
Manoeuvreerremfunctie op het
s c
herm
van Parkeerhulp van het Easy Con-
nect-systeem.
● Wanneer een van de portieren, de achter-
klep of
motorkap wordt geopend.
Achteruitrijsysteem "Rear View
Camera"* Ger
elateerde video Afb. 219
Veiligheid Veiligheidsaanwijzingen en gebruiks-
in
s
tructie
s ATTENTIE
● De ac ht
eruitrijhulp kan niet heel nauwkeu-
rig de afstand tot obstakels meten (personen,
voertuigen enz.) noch kan hiermee meer be-
reikt worden dan zonder de hulp. Daarom be-
staat er mogelijk gevaar voor ongevallen en
zware verwondingen als het achteloos of zon-
der de nodige aandacht wordt gebruikt. De
bestuurder moet altijd de omgeving nauw-
keurig observeren zodat de bewegingen in al-
le veiligheid gebeuren.
● De cameralens vergroot en vervormt het ge-
zicht
sveld en dit kan voorwerpen anders en
minder nauwkeurig weergeven op het scherm
dan ze in werkelijkheid zijn. Dit effect zorgt
ook voor een vervormde weergave van afstan-
den.
● Door de schermresolutie of door zwakke
lichtoms
tandigheden kunnen bepaalde voor-
werpen niet of slechts gedeeltelijk zichtbaar
zijn. Let speciaal op palen, afsluitingen, hek-
ken of kleine boompjes die de wagen kunnen
beschadigen doordat ze onzichtbaar zijn op
het scherm.
● De achteruitrijhulp heeft dode hoeken
waarin noch per
sonen of voorwerpen te zien
zijn (bijv. kleine kinderen, dieren of bepaalde
voorwerpen liggen mogelijk niet in zijn ge-
zichtsveld). Hou altijd goed de omgeving van
de wagen in het oog. 250
Page 253 of 320

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
●
Houd de camer a
lens schoon en vrij van
sneeuw en ijs. Dek ze niet af.
● Ondanks het systeem moet de bestuurder
te al
len tijde opmerkzaam blijven. Controleer
altijd het parkeermanoeuvre en de omgeving
van de wagen. De snelheid en de rijstijl aan-
passen aan het zicht, het weer, het wegdek
en het verkeer.
● Laat u niet afleiden van het verkeer door de
beelden op het s
cherm.
● De beelden van de achteruitrijhulp op het
scherm
zijn slechts tweedimensionaal. Door
gebrek aan ruimtelijk dieptezicht is het mo-
gelijk dat uitstekende voorwerpen of putten
in het wegdek moeilijk of helemaal niet waar
te nemen zijn.
● De lading van de wagen beïnvloed de weer-
gave
van de geprojecteerde oriëntatielijnen.
De breedte van deze lijnen vermindert vol-
gens het niveau van de lading van de wagen.
Speciaal opletten voor de omgeving van de
wagen als het interieur of de bagageruimte
volgeladen is.
● Bij de volgende omstandigheden lijkt het of
voorw
erpen of andere voertuigen dichterbij of
verder weg zijn op het scherm dan in werke-
lijkheid. Let vooral op in de volgende geval-
len:
– Bij het overgaan van een vlakke onder-
grond naar een helling.
– Bij het overgaan van een helling naar een
vlakke ondergrond.
– Als achter in de wagen te veel lading ligt. –
Als
de wagen dichter bij voorwerpen
komt die niet op het grondoppervlak lig-
gen of die uitsteken vanaf een steunpunt
op de grond. Deze voorwerpen kunnen bij
het achteruitrijden buiten de gezichts-
veld van de camera vallen. Let op
● Het is
ook belangrijk om speciaal te letten
en voorzichtig te zijn als de bestuurder nog
niet met het systeem vertrouwd is.
● De achteruitrijhulp is niet beschikbaar in-
dien de achterk
lep openstaat. Gebruiksaanwijzing
Afb. 220
In de handgreep van de achterklep:
inbou wp
l
aats van achteruitrijcamera. Een in de achterbumper ingebouwde camera
helpt
de be
s
tuurder bij het achteruit parkeren
of manoeuvreren ››› afb. 220. Het beeld van de camera wordt weergegeven samen met
enkele door het
systeem geprojecteerde ori-
ëntatielijnen op het display van het infotain-
mentsysteem. Onderaan in het scherm is een
deel van de bumper te zien, als referentie
voor de gebruiker.
Achteruitrijhulp instellen
De achteruitrijhulp biedt de gebruiker de mo-
gelijkheid om helderheid, contrast en kleur
van het beeld in te stellen.
Om die instellingen uit te voeren:
● Breng de wagen op een veilige plaats tot
stil
stand.
● Schakel de parkeerrem in.
● Contact inschakelen.
● Schakel zo nodig het infotainmentsysteem
in.
● Schakel de achteruitversnelling in of zet de
keuzehendel
in stand R.
● Druk op de functietoets aan de recht
er-
kant van het beeld.
● Voer de gewenste instellingen in het menu
uit door te drukk
en op de functietoetsen –/+
of door de overeenkomstige schuifknop te
bewegen. »
251
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 254 of 320

Bedienen
Vereiste omstandigheden om te parkeren en
t e m
anoeu
vreren met de achteruitrijhulp
Gebruik het systeem in de volgende gevallen
niet:
● Als geen betrouwbaar beeld te zien is of als
het v
ervormd is, bijvoorbeeld in het geval
van slechte zichtbaarheid of als de lens vuil
is.
● Als het gebied achter de wagen niet helder
zicht
baar is of slechts onvolledig te zien is.
● Als achter in de wagen te veel lading ligt.
● Als de stand of de inbouwhoek van de ca-
mera is
veranderd, bijvoorbeeld na een aan-
rijding van achteren. Laat het systeem door
een gespecialiseerde werkplaats controleren.
Vertrouwd raken met het systeem
Om vertrouwd te raken met het systeem, de
oriëntatielijnen en hun functie en hoe te par-
keren en te manoeuvreren met de achteruit-
rijhulp raadt SEAT aan te oefenen op een plek
met weinig verkeer of een parkeerplaats als
de weersomstandigheden en zichtbaarheid
gunstig zijn.
Cameralens schoonmaken
Houd de cameralens schoon en vrij van snee-
uw en ijs:
● De lens met universeel glasreinigingsmid-
del op alc oho
lbasis bevochtigen en de lens
met een droge doek schoonmaken. ●
Sneeuw met een h
andveger verwijderen.
● Verwijder ijs bij voorkeur met een ontdoois-
pray
. VOORZICHTIG
● Gebruik nooit
schurende schoonmaakmid-
delen voor het schoonmaken van de lens.
● Gebruik nooit lauw of warm water voor het
verw
ijderen van sneeuw of ijs van de ruiten
en buitenspiegels. Anders kan de lens be-
schadigd raken. Parkeren en manoeuvreren met de
ac
ht
eruitrijhu
lp Afb. 221
Weergave op het display van het in-
f ot
ainmentsy
steem: oriëntatielijnen. Systeem in- en uitschakelen
● De achteruitrijhulp wordt ingeschakeld als
het c
ont
act ingeschakeld is of de motor
draait en wanneer de achteruitrijversnelling wordt gekozen (handgeschakelde versnel-
lings
bak) of wanneer de keuzehendel in de
stand R wordt gezet (automatische versnel-
lingsbak).
● Het systeem wordt uitgeschakeld 8 secon-
den na het ontk
oppelen van de achteruitver-
snelling (handgeschakelde versnellingsbak)
of als de keuzehendel voor de versnelling uit
de stand R wordt gezet (automatische ver-
snellingsbak). Het systeem wordt ook onmid-
dellijk uitgeschakeld bij het uitzetten van het
contact.
● Wanneer sneller dan 15 km/u (9 mph) ach-
teruit w
ordt gereden, stopt de camera met
uitzenden.
In combinatie met de parkeerhulp Plus
››› pag. 244 wordt het beeld van de camera
onmiddellijk stopgezet wanneer uit de ach-
teruitversnelling wordt ingeschakeld of de
keuzehendel in stand R wordt gezet; er wordt
dan optische informatie weergegeven die
wordt geleverd door het parkeerhulpsysteem.
Ook in combinatie met dit systeem bestaat
de mogelijkheid om het beeld van de achter-
uitrijhulp te verbergen:
● Door op het display te drukken op een van
de toetsen v
an het infotainmentsysteem.
● OF: door te drukken op de miniatuurweer-
gav
e van de wagen aan de linkerzijde van het
252
Page 255 of 320

Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwagen
display (het volledige scherm van het opti-
s c
he sy
steem van de parkeerhulp Plus wordt
dan getoond).
Om terug te keren naar het beeld van de ach-
teruitrijhulp:
● Schakel de achteruitrijversnelling uit of ver-
ander de stand
van de keuzehendel, en scha-
kel dan opnieuw de achteruitversnelling in of
zet de keuzehendel in stand R.
● OF: druk op de functietoets RVC.1)
Bet
ekenis van de oriëntatielijnen
››› afb. 221
Zijlijnen: verlenging van de wagen (onge-
veer de breedte van de wagen inclusief
de buitenspiegels) op het oppervlak van
het wegdek.
Einde van de zijlijnen: het in het groen
aangeduide gebied eindigt ongeveer 2 m
achter de wagen op het wegdek.
Middelste lijn: duidt een afstand van on-
geveer 1 m achter de wagen aan op het
wegdek.
Rode horizontale lijn: duidt een veilige
afstand aan van ca. 40 cm naar het ach-
1 2
3
4 terste deel van de wagen op het opper-
vl
ak
van het wegdek.
Parkeermanoeuvre
● Plaats de wagen voor een parkeerplek en
sch
akel de achteruitversnelling in (handge-
schakelde versnellingsbak) of zet de keuze-
hendel in de stand R (automatische versnel-
lingsbak).
● Rij langzaam achteruit en draai het stuur-
wiel
zodanig dat de oriëntatielijnen opzij
naar de open parkeerplek leiden.
● Oriënteer de wagen zodanig in de open
parkeerp
lek dat de oriëntatielijnen opzij
evenwijdig lopen met de wagen. Trekhaak voor aanhangwa-
g
en en aanh
an
gwagen
Trekhaak voor aanhangwagen* Inleiding De trekhaak voor de aanhanger die in de fa-
briek in
g
ebouwd is of afkomstig is van de ori-
ginele SEAT-onderdelen voldoet aan alle
technische vereisten en nationale wettelijke
voorschriften voor het rijden met een aan-
hanger.
Voor de elektrische verbinding tussen de wa-
gen en de aanhangwagen beschikt de wagen
over een 13-polige steker. Is de aanhanger
met een 7-polige steker is uitgerust, dan kan
de overeenstemmende adapter beschikbaar
als origineel accessoire van SEAT gebruikt
worden.
De maximaal toelaatbare kogeldruk is 48 kg. ATTENTIE
● Voor elk e rit
met geplaatste afneembare ko-
gelkop, moet u de juiste afstelling en bevesti-
ging ervan in de houder nagaan. »1)
WAARSCHUWING: de functietoets RVC (Rear
View
Camera) is alleen beschikbaar wanneer de achteruit-
rijversnelling is ingeschakeld of de keuzehendel zich
in stand R bevindt. 253
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 274 of 320

Aanwijzingen
Wij adviseren reparatiewerkzaamheden en
e xtr
a be
schermingsmaatregelen tegen corro-
sie te laten uitvoeren door uw Erkende Seat
Werkplaats. ATTENTIE
Gebruik nooit een bodembeschermingslaag
of c orr
osiewerende middelen voor uitlaten,
katalysatoren of warmtewerende platen. Door
een heet uitlaatsysteem of door hete motor-
delen kunnen deze stoffen vlam vatten.
Brandgevaar! Motorruimte schoonmaken
Neem extra voorzorgsmaatregelen voor het
s
c
hoonm
aken van de motorruimte.
Corrosiewerende laag
De motorruimte en het oppervlak van de mo-
tor zijn af fabriek met een corrosiewerende
laag behandeld.
Vooral in de winter, wanneer u vaak op met
zout bestrooide wegen rijdt, is een goede be-
scherming tegen corrosie heel belangrijk.
Opdat het zout geen schade kan aanrichten,
moet de motorruimte voor en na de strooipe-
riode grondig worden schoongemaakt.
De Erkende Seat Werkplaats beschikt over de
juiste schoonmaak- en conserveringsmidde-
len en de benodigde gereedschappen. Daar- om adviseren wij u om deze werkzaamheden
daar te l
aten uitvoeren.
Wanneer de motorruimte met vetoplossende
middelen wordt schoongemaakt of wanneer
de motor wordt gewassen, wordt de corrosie-
werende laag bijna altijd verwijderd. Daarna
beslist alle vlakken, groeven, naden en alle
componenten in de motorruimte laten con-
serveren. ATTENTIE
● Let
vóór alle werkzaamheden in het motor-
compartiment op de waarschuwingen ››› pag.
278.
● Motor uitschakelen, handrem aantrekken
en altijd de cont
actsleutel uit het contactslot
trekken, voordat u de motorkap opent.
● Motor laten afkoelen, voordat u de motor-
ruimte sc
hoonmaakt.
● Handen en armen tegen metalen delen met
scherpe k
anten beschermen, als u bijvoor-
beeld de onderkant van de wagen, de binnen-
zijde van de wielkasten of de wieldoppen
schoonmaakt. Gevaar voor verwondingen!
● Vocht, ijs en strooizout in het remsysteem
verminderen de r
emwerking - gevaar voor on-
gevallen! Na het wassen van de wagen abrup-
te en plotselinge remmanoeuvres vermijden.
● Nooit het koelsysteem aanraken. Deze
wordt
afhankelijk van de temperatuur gere-
geld en kan automatisch worden ingescha-
keld – ook bij uit het contact getrokken con-
tactsleutel! Milieu-aanwijzing
Omdat bij het wassen van een motor resten
brand s
tof, vet en olie kunnen worden afge-
spoeld, het vervuilde water door een olie-af-
scheider schoonmaken. Daarom mag de mo-
tor alleen worden schoongespoten in een ge-
specialiseerde werkplaats of bij een daartoe
uitgerust tankstation. Verzorging van de wagen, bin-
nenz
ijde
Di
splay van de radio/Easy Connect*
en bedieningspaneel* Het display kan worden schoongemaakt met
een in s
pec
i
aalzaken verkrijgbare "beeld-
schermreiniger". Om het display schoon te
maken, de doek licht bevochtigen met de rei-
nigingsvloeistof.
Het bedieningspaneel van het Easy Connect-
systeem* moet eerst met een penseeltje wor-
den ontdaan van vuil, om te voorkomen dat
dit in het apparaat of tussen de toetsen en
de behuizing komt te zitten. Geadviseerd
wordt om daarna het bedieningspaneel van
het Easy Connect-systeem* schoon te maken
met een vochtige doek en vaatwasmiddel.
272
Page 305 of 320

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 196
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . 182, 183, 184 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Aanhaalmomenten van de wielbouten . . . . . . . . 298
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253, 259 aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260, 261
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 261
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
veiligheidsring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Aanhangwagenknipperlichten controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Aantrekmoment wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . . . 116 aanbevolen versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
afgelegde afstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . . . . 35
bewakingssysteem Front Assist . . . . . . . . . . . 212
buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
keuzehendelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
keuzehendelstanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
kompas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
MKB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
portieren, mot
orkap en achterklep geopend . . 39
ritgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
SEAT Drive Profile . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
snelheidswaarschuwing . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
start-stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
submenu assistenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
tijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
tweede snelheidsindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . 116
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 219
waarschuwings- en informatieberichten . . . . . . 39
ABS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217 radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Accuzuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
Achterbank leuning neer- en terugklappen . . . . . . . . . . . . 154
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 17, 139
Achterlichten in zijpaneel achterlicht uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Achterlicht in achterklep fitting uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . 50, 52, 53 schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
verwarmingsdraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Achterruitwisser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 148
Achterste mistlicht Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 zelfdimmend binnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149 handmatig naar binnen klappen . . . . . . . . . . . 149 Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
Achteruitversnelling (automatische versnellings- bak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Afdichtrubbers Waxbehandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Afdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61, 96
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
Afneembare kogelkop de bevestiging controleren . . . . . . . . . . . . . . . 257
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
in reservestand plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
reservestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
Afsleepalarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Afstandsregeling zie Automatische afstandsregeling . . . . . . . . . 218
Afvoer gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 84 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
de voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 89
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
303
Page 308 of 320

Trefwoordenlijst
Diesel roetfi
lt
er . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Dieselolie roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Digitale klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Display van de radio: schoonmaken . . . . . . . . . . 272
Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
aanwijzing in de buitenspiegel . . . . . . . . . . . . 229
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
Dop van brandstoftank openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
DSG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
DSG-versnellingsbak zie Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . 189
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling . . . . 146
Dynamo waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
E E10 zie Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Easy Connect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33, 120
Easy Connect-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
EDS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185 zie ook Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . . 185
Een lampje vervangen achterlicht in achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
achterlicht in zijpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
derde remlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106 DRL-/stadslicht (daglicht) . . . . . . . . . . . . . . . . 106
grootlicht
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
interieurverlichting en leeslampje . . . . . . . . . 109
kentekenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
knipperlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
mistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . 66
wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Efficiencyprogramma besparingstips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
extra verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . 18, 139 comfortopenen en -sluiten . . . . . . . . . . . . . . . 140
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel (XDS) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
Elektronische Stabiliseringscontrole (ESC) . . .182, 184
Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . 182, 184, 185 controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186, 187
Emissiegegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182 elektronische stabiliseringscontrole . . . 182, 184
Sport-modus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
zie ook Elektronische
Stabiliseringscontrole (ESC) . . . . . . . . . . . . 182
Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Event Data Recorder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Extra verbruikers (efficiencyprogramma) . . . . . . . 40
F Filter tegen schadelijke stoffen . . . . . . . . . . . . . . 163
Frontale botsingen en natuurkundige wetten . . . 81
Front Assist aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . 212
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 214
City noodremfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215 functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
rad
arsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
zie ook Bewakingssysteem Front Assist . . . . . 211
Functie Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Functie Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Functiestoringen automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
bewakingssysteem Front Assist . . . . . . . . . . . 212
front Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 236
katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
koppeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
G Geluiden automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 219
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Geluidssignaal veiligheidsgordel niet vastgegespt . . . . . . . . . . 78
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 119
Gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95, 146
Gewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Gordel spannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 83 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
H
Handbediende airconditioning . . . . . . . . . . . . . . 168
Handgeschakelde versnellingsbak . . . . . . . . . . . 189
Handrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180, 181 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
HBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . 30, 173
306
Page 309 of 320

Trefwoordenlijst
Hoedenplank opber g
en
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Hoofdairbags beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Hoofdsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Hoofdsteunen regelen hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Hoofdsteunen uit- en inbouwen . . . . . . . . . . . . . 152
Hoofdsteunen verstellen hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Hulpsystemen ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 217
dodehoekhulp (BSD) met uitparkeerhulp(RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 236
omgevingsbewakingssysteem Front Assist . . 211
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 244, 246
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
snelheidsregelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
systeem voor voetgangersherkenning . . . . . . 216
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Hydraulische remkrachtassistent automatisch oplichten van de alarmlichten . . 186
I Indicatie van de versnellingen . . . . . . . . . . . . . . . 40
Inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Infotainmentsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . . . 236
automati sche remingreep . . . . . . . . . . . . . . . . 244
automatisch onderbreken . . . . . . . . . . . . . . . . 238
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236
recht parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
schuin parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
uitparkeren (enkel rechte parkeerplaatsen) . . 243
voortijdig beëindigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
voorwaarden om te parkeren . . . . . . . . . . . . . . 241
voorwaarden om uit te parkeren . . . . . . . . . . . 243
Inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289 banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30, 173
Inspectiebeurt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Inspectie Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Instellen CAR-menu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33, 120
hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . 77, 152
hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . 76, 151
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115 display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115, 116
instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 119
Interieurbewaking en wegsleepbeveiliging . . . . 138 Activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Interieurluchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Interieur verwarmen of koelen . . . . . . . . . . . . . . . 169
ISOFIX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 28
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 28 J
Juist e zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
bestuurder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Bijrijder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
passagiers achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
K
Katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200 functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Keuzehendelvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Keuzehendel (automatische versnellingsbak) functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
standen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
Keyless-Entry zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Keyless-Exit zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Keyless Access bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
de motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
de wagen ontgrendelen en vergrendelen . . . . 133
Keyless-Entry . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Keyless-Exit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Press & Drive . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
Kick-down automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 193
handgeschakelde versnellingsbak . . . . . . . . . 235
Kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118 dagteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Resetknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Kinderslot elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23, 92 bevestiging met de veiligheidsgordel . . . . . . . 24
Indeling in klassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92 307