alarm Seat Arona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2018, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2018Pages: 332, PDF Size: 6.85 MB
Page 192 of 332

Bedienen
●
Met de E
SC in Sport-stand is de stabilise-
rende werking beperkt om een meer sportief
rijgedrag mogelijk te maken. De aangedreven
wielen kunnen doorslippen, waardoor ook de
wagen kan slippen. Let op
Bij het uitschakelen van de ASR of het selec-
t er en
van de Sportstand van de ESC, wordt
het snelheidsregelsysteem* uitgeschakeld. Elektronisch sperdifferentieel (EDS)*
Het EDS werkt in combinatie met het ABS bij
w
ag
en
s die met de Elektronische Stabilise-
ringscontrole (ESC)* zijn uitgerust.
Door het EDS wordt zelfs bij ongunstige weg-
dekomstandigheden het wegrijden, accelere-
ren en omhoogrijden aanzienlijk makkelijker
of zelfs pas mogelijk.
Het controleert met behulp van de sensoren
van het ABS het toerental van de aangedre-
ven wielen.
Als er een toerentalverschil van ca. 100 om-
wentelingen/minuut tussen de aangedreven
wielen is, bijv. op een ondergrond die aan
één kant glibberig is, dan wordt het door-
draaiende wiel afgeremd en de aandrijfkracht
op het andere aangedreven wiel overgedra-
gen door middel van het differentieel. Dit ge- beurt tot een snelheid van ca. 80 km/u (50
mph).
Opdat de s
chijfrem van het afgeremde wiel
niet te warm wordt, wordt het EDS bij buiten-
gewoon sterke belasting automatisch uitge-
schakeld. De wagen blijft normaal werken
met dezelfde eigenschappen als die van een
wagen zonder EDS. Daarom wordt het uit-
schakelen van het EDS niet aangegeven.
Zodra de rem is afgekoeld, wordt het EDS au-
tomatisch weer ingeschakeld.
Controlelampje
Als het ABS-controlelampje gaat branden,
is het EDS uitgevallen. Zoek dan zo snel mo-
gelijk een gespecialiseerde werkplaats op. ATTENTIE
● Bij het ac c
elereren op een gladde weg, bijv.
bij ijs en sneeuw, voorzichtig gas geven. De
aangedreven wielen kunnen ondanks het EDS
doordraaien en daardoor de rijveiligheid ne-
gatief beïnvloeden.
● U moet uw rijstijl steeds aanpassen aan de
toes
tand van de weg en de verkeerssituatie.
De aangeboden hogere veiligheid van het
EDS mag geen aanleiding zijn tot het nemen
van risico's! VOORZICHTIG
Wijzigingen aan de wagen (bijv. aan de mo-
tor , aan het
remsysteem, aan het onderstel of aan een andere wiel-bandcombinatie) kunnen
de werk
in
g van het EDS beïnvloeden ››› pag.
270. Hydraulische remkrachtassistent
(HBA)*
De functie (hydraulische remkrachtassistent
HBA) i
s
alleen ingebouwd in wagens die uit-
gerust zijn met ESC.
In een noodsituatie remmen de meeste be-
stuurders weliswaar op tijd, maar niet met de
maximale remdruk. Hierdoor wordt de rem-
weg langer dan noodzakelijk!
Op dat moment grijpt de hydraulische rem-
krachtassistent in. Wanneer u het rempedaal
heel snel intrapt, wordt dit door de remkrach-
tassistent als een noodsituatie geïnterpre-
teerd. De remkrachtassistent bouwt dan bin-
nen heel korte tijd volledige remdruk op om
sneller en effectiever het ABS te activeren en
de remweg te verkorten.
De druk op het rempedaal niet verlagen,
want zodra u het rempedaal loslaat wordt de
remkrachtassistent vanzelf weer uitgescha-
keld.
Automatisch oplichten van de alarmlichten
Bij plots remmen of het uitvoeren van een
noodstop gaan de remlichten automatisch
knipperen. Indien het noodremmen zou
190
Page 269 of 332

Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwagen
Vóór elke rit
● Neem de 13-polige steker vast aan het deel
A en trek hem in de richting van de pijl
› ›
›
afb. 234 eruit.
● Verwijder de beschermende afdekking 5›››
afb . 222 naar boven.
Na elk e rit
● Neem de 13-po
lige steker vast aan het deel
A en steek hem in tegengestelde richting
v an de pijl
›
›› afb. 234 erin.
● Plaats de beschermende afdekking 5›››
afb. 222 op de k
ogelkop.
Veiligheidsring
De veiligheidsring B
› ›
› afb
. 234 dient om de
bevestigingskabel van de aanhangwagen
vast te haken.
Bij het vasthaken aan de veiligheidsring
moet de bevestigingskabel buigen in alle
standen van de aanhangwagen ten opzichte
van het voertuig (scherpe bochten, achteruit
rijden enz.).
Koplampen
De voorkant van de wagen kan omhoog ko-
men wanneer de aanhangwagen is aange- koppeld en het licht kan de andere wegge-
bruikers
verblinden.
Pas de hoogte van de koplampen aan met de
draairegelaar van het bereik van de lichtbun-
del 1)
. ATTENTIE
● Gebruik nooit
de veiligheidsring om te sle-
pen!
● Pas de rijsnelheid aan op de staat van het
wegdek
en verkeerssituatie.
● De werkzaamheden aan het elektrisch sys-
teem mogen uit
sluitend in een gespeciali-
seerde werkplaats uitgevoerd worden.
● Sluit het elektrische systeem van de aan-
hang
wagen nooit rechtstreeks aan op de
elektrische aansluitingen van de achterlich-
ten of een andere voedingsbron.
● Na het vastkoppelen van de aanhangwagen
en het aans
luiten van de stekker moet de
werking van de achterlichten van de aan-
hangwagen worden nagegaan. Let op
● Indien er een st orin
g is in de verlichting
van de aanhangwagen, controleert u de zeke-
ringen in de zekeringenhouder van het dash-
board ›››
pag. 62. ●
Door het c ont
act van de bevestigingskabel
met de veiligheidsring kan een mechanische
slijtage van de bescherming van het ringop-
pervlak plaatsvinden. Deze slijtage hindert in
geen geval de werking van de veiligheidsring
en vormt ook geen storing; ze is uitgesloten
van de garantie.
● Bij het aan- en loskoppelen van de aan-
hang
wagen moet de handrem van het trek-
kende voertuig bediend zijn. Alarmsysteem
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
g
e
activ
eerd wanneer de elektrische verbin-
ding met de aanhangwagen onderbroken
wordt.
Schakel het alarmsysteem altijd uit voordat u
een aanhangwagen aankoppelt of afkoppelt
››› pag. 141.
Voorwaarden om een aanhangwagen op te
nemen in het alarmsysteem. ● De wagen is in de productie uitgerust met
een alarmsys
teem en een trekhaak.
● De aanhangwagen is via de steker van de
aanhang
wagen elektrisch verbonden met het
trekkende voertuig. »1)
Dit is niet geldig voor wagens met bixenon-ko-
pl ampen.
267
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 270 of 332

Bedienen
● Het el
ektri
sche systeem van het voertuig en
de aanhangwagen is gebruiksklaar.
● De wagen is met de contactsleutel vergren-
deld en het al
armsysteem is geactiveerd. VOORZICHTIG
Om technische redenen zijn de aanhangwa-
gen s
met led-achterlichten niet geïntegreerd
in het alarmsysteem. Aanwijzingen voor het rijden
Bij het rijden met aanhangwagen moet u bij-
z
onder
v
oorzichtig zijn.
Gewichtsverdeling
Bij een lege wagen en een beladen aanhang-
wagen is de gewichtsverdeling heel ongun-
stig. Als u toch een rit moet afleggen in deze
voorwaarden, rijd dan heel langzaam.
Snelheid
Met toenemende snelheid vermindert de
rijstabiliteit van de wagen met aanhangwa-
gen. Daarom bij slecht wegdek, slecht weer
en/of veel wind onder de wettelijk voorge-
schreven maximumsnelheid blijven. Deze
aanbeveling geldt vooral in het geval van
steile hellingen.
In elk geval de snelheid direct verlagen, zo-
dra u ook maar de minste slingerbewegingvan de aanhangwagen bemerkt. Probeer in
geen gev
al de wagen met aanhangwagen
weer "recht te krijgen" door te accelereren.
Op tijd remmen! Bij een aanhangwagen met
oplooprem eerst zacht , daarna stevig rem-
men. Zo voorkomt u remstoten door blokke-
rende wielen van de aanhangwagen. Op
steile hellingen tijdig terugschakelen, opdat
er op de motor geremd kan worden.
Oververhitting
Houd, wanneer u bij zeer hoge buitentempe-
raturen een langere helling moet oprijden in
een lage versnelling en met een hoog motor-
toerental, de koelvloeistoftemperatuurmeter
goed in de gaten ››› pag. 122.
Elektronische stabiliseringscontrole (ESC)*
De ESC* helpt een slippende of slingerende
aanhangwagen te stabiliseren. Trekhaak naderhand inbouwen*
Afb. 235
Bevestigingspunten voor de trek-
h aak. Het naderhand inbouwen van een trekhaak
moet
v
olgens de voorschriften van de trek-
haakfabrikant gebeuren.
268
Page 288 of 332

Aanwijzingen
lange haren in draaiende delen van de
motor k
omt
. Er bestaat levensgevaar.
Daarom eerst sieraden afdoen, uw haar
opsteken en kleding dragen, die goed
aansluit.
– Nooit bij een ingeschakelde versnelling
achteloos gas geven. De wagen zou zich
zelfs met aangetrokken handrem nog
kunnen verplaatsen. Er bestaat levensge-
vaar.
● Wanneer werkzaamheden aan het brand-
stof
systeem of aan de elektrische installatie
noodzakelijk zijn, ook op de hierboven ver-
melde waarschuwingen letten:
–Startaccu altijd losmaken van de elektri-
sche installatie. Daarbij moet de wagen
ontgrendeld zijn, omdat anders het
alarmsysteem wordt geactiveerd.
– Niet roken.
– Nooit in de buurt van open vuur werken.
– Altijd een brandblusser gereedhouden. ATTENTIE
Als de motorkap niet goed gesloten is, zou hij
onder het rijden p lot
s open kunnen gaan en
de bestuurder het zicht kunnen ontnemen.
Dit kan ernstige ongevallen tot gevolg heb-
ben.
● Controleer na het sluiten van de motorkap
of de v
ergrendeling goed in de slotplaat vast-
geklikt is. De gesloten motorkap moet vlak
met de carrosseriedelen eromheen liggen. ●
Als
u onder het rijden vaststelt dat de mo-
torkap niet goed gesloten is, moet u onmid-
dellijk stoppen en de motorkap goed sluiten.
● Open en sluit de motorkap alleen als nie-
mand z
ich binnen de actieradius ervan be-
vindt. VOORZICHTIG
Let er bij het bijvullen van vloeistoffen op dat
de vloei s
toffen in geen geval worden verwis-
seld. Anders zijn ernstige storingen en motor-
schade het gevolg! Milieu-aanwijzing
Vloeistoffen die uit de wagen komen, zijn
sc h
adelijk voor het milieu. Controleer daarom
regelmatig de grond onder de wagen. Als
daar vlekken van olie of andere vloeistoffen
zichtbaar zijn, dan dient u de wagen door een
gespecialiseerde werkplaats te laten contro-
leren. De motorkap openen
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 17
De motorkap wordt vanuit het interieur ont-
grendeld.
Alvorens de motorkap te openen, erop letten
of de ruitenwissers wel in de ruststand staan. ATTENTIE
Hete koelvloeistof kan brandwonden veroor-
zak en!
● Nooit
de motorkap openen als u ziet dat er
damp, r
ook of koelvloeistof uit de motorruim-
te komt.
● Zo lang wachten tot er geen damp, rook of
koelvloeis
tof meer naar buiten komt, voordat
u de motorkap voorzichtig opent.
● Let vóór alle werkzaamheden in het motor-
compar
timent op de waarschuwingen ››› pag.
285. Motorkap sluiten
–
De motorkap iets oplichten.
– De motorkapsteun loshaken en weer in de
druk houder p
l
aatsen.
– Op een hoogte van ongeveer 30 cm laten
vall
en zodat het geblokkeerd is.
Als de motorkap niet goed gesloten is, de
kap niet aandrukken. Opnieuw openmaken
en laten vallen zoals hiervoor beschreven is. ATTENTIE
Een niet goed gesloten motorkap kan tijdens
het rijden open g
aan en het zicht naar voren
belemmeren - gevaar voor ongevallen!
● Altijd na het sluiten van de motorkap con-
trol
eren of de vergrendeling goed is 286
Page 296 of 332

Aanwijzingen
VOORZICHTIG
● In geen g ev
al antivries of andere additieven
aan de ruitensproeiervloeistof toevoegen.
● Uitsluitend kwalitatief degelijke ruitenreini-
gers
gebruiken met de door de fabrikant voor-
geschreven hoeveelheid water. Bij andere
schoonmaakmiddelen of zeepoplossingen
kunnen de zeer kleine openingen van de
breedsproeiers verstopt raken. Wagenaccu
Ge bruikt
e symbo
len en waarschuwin-
gen met betrekking tot werkzaamhe-
den aan de accu van de wagen Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 61
Uw ogen beschermen
Accuzuur is sterk etsend. Handschoenen en oog-
bescherming dragen!
Vuur, vonken, open vlam en roken verboden!
Als een accu wordt geladen, ontstaat het licht
ontvlambare knalgas!
Kinderen verwijderd houden van accuzuur en ac-
cu! ATTENTIE
Bij werkzaamheden aan de accu en aan de
elektri s
che installatie bestaat gevaar voor
verwondingen, brandwonden, ongevallen en
brand:
● Uw ogen beschermen. Geen zuur- of lood-
houdende deeltjes
in de ogen, op de huid of
op kleding laten komen.
● Accuzuur is sterk etsend. Handschoenen en
oogbes
cherming dragen. Accu niet kantelen:
uit de ontgassingsopeningen kan accuzuur
vloeien.
● Zuurspatjes in de ogen direct enkele minu-
ten met s
choon water uitspoelen. Ga vervol-
gens onmiddellijk naar een arts. Zuurspatjes
op de huid of op de kleding direct met zeep-
sop neutraliseren en met veel water naspoe-
len. Na inwendig gebruik van accuzuur direct
naar een arts gaan.
● Vuur, vonken, open vlam en roken verbo-
den. Vonk
vorming bij het werken met kabels
en elektrische apparaten en door elektrosta-
tische ontlading vermijden. Nooit de accupo-
len kortsluiten. Gevaar voor verwondingen
door elektrische vonken.
● Als een accu wordt geladen, ontstaat een
licht ont
vlambaar knalgas. Laad de accu al-
leen op in goed geventileerde ruimten.
● Kinderen verwijderd houden van accuzuur
en accu!
● V
óór alle werkzaamheden aan de elektri-
sche in
stallatie de motor, het contact en alle
elektrische apparatuur uitschakelen. De min- kabel van de accu losmaken. Bij het vervan-
gen
v
an lampjes is het voldoende om de ver-
lichting uit te schakelen.
● Voordat u de kabels van de accu losmaakt,
door ontgrendelin
g van de wagen het alarm-
systeem uitschakelen! Anders wordt het
alarmsysteem geactiveerd.
● Bij het loskoppelen van de accu van de
elektris
che installatie eerst de minkabel en
daarna de pluskabel losmaken.
● Voordat de accu weer wordt aangesloten,
all
e elektrische apparatuur uitschakelen.
Eerst de pluskabel en daarna de minkabel
aansluiten. De aansluitkabels mogen in geen
enkel geval worden verwisseld – gevaar voor
kabelbrand!
● Nooit een bevroren of ontdooide accu opla-
den - gevaar
voor explosie en etsende werk-
ing! Een accu vervangen als deze eenmaal be-
vroren is geweest. Een lege accu kan al bij
temperaturen rond 0°C (+32°F) bevriezen.
● Let erop dat de ontgassingsslangen altijd
op de accu's
zijn aangesloten.
● Geen accu's gebruiken die beschadigd zijn.
Ontploffing
sgevaar! Beschadigde accu's di-
rect vervangen. VOORZICHTIG
● De k abel
s van de accu nooit bij ingescha-
keld contact losmaken omdat anders de elek-
trische installatie resp. elektronische onder-
delen worden beschadigd. 294
Page 317 of 332

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 201
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . 187, 188, 189 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Aanhaalmomenten van de wielbouten . . . . . . . . 306
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259, 264 aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265, 266
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 237
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 237
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 266
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
veiligheidsring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
Aanhangwagenknipperlichten Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
Aantrekmoment wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
ABS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222 radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Accuzuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
Achterbank rugleuning neer- en terugklappen . . . . . . . . . . 159
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 17, 144
Achterlichten in achterklep fitting uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112 Achterlichten in zijpaneel
achterlic ht uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . 52, 54, 55 schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
verwarmingsdraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Achterste mistlicht Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154 zelfdimmend binnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154 handmatig naar binnen klappen . . . . . . . . . . . 155
Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Achteruitversnelling (automatische versnellings- bak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
AdBlue beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 283
specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Tankinhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Afdekkingen van de airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Afdichtrubbers Waxbehandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
Afneembare kogelkop de bevestiging controleren . . . . . . . . . . . . . . . 262
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261, 262
in reservestand plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
reservestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Afsleepalarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Afstandsregeling zie Automatische afstandsregeling . . . . . . . . . 222 Afvoer
Gordels panner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 87 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
de frontairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 91
frontairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 89
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23, 90
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
zijairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22, 90
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
handbediende airconditioning . . . . . . . . . . . . . 53
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 151
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Alcantara: schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
Algemeen schema Bestuurdersruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
knipperlicht- en grootlichthendel . . . . . . . . . . 149
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . . 47
Anti-diefstal alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 141 interieurbewaking en afsleepalarm . . . . . . . . 143
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . 187, 189, 191 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Aquaplaning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Asbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
315
Page 319 of 332

Trefwoordenlijst
Boordcomputer zie
B
estuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57, 281 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Brandstofverbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205 waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 207
BSD zie Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155 elektrisch naar binnen klappen . . . . . . . . . . . . 155
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
knop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
verwarmbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
C Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 141
automatische ontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . 136
automatisch vergrendelen door onbedoeldopenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
automatisch vergrendelen door snelheid . . . . 136
drukknop voor centrale vergrendeling . . . . . . 137
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Safe-beveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134 sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 132
veiligheid
sontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65, 66
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Chroomdelen schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 aanjagerregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
Automatische regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 177
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Contactsleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31, 178 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
Controlelampjes dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 212
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Cruisecontrol bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
waarschuwings- en controlelampje . . . . . . . . . 212
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 167
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47 dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
De auto s
tarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70, 102
Dichtschuiven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Ramen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Diesel roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Dieselolie roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Digitale klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Display van de radio: schoonmaken . . . . . . . . . . 277
Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 237
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
indicatie in de buitenspiegel . . . . . . . . . . . . . . 233
rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
DSG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
DSG-versnellingsbak: zie Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . 194
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling . . . . 151
Dynamo Waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
E
E10 zie Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Easy Connect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34, 125
317
Page 320 of 332

Trefwoordenlijst
Easy Connect-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
ED S
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
zi
e ook Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . . 190
Een lampje vervangen achterlicht in de achterklep . . . . . . . . . . . . . . . 112
achterlicht in zijpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
derde remlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
DRL-/stadslicht (daglicht) . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
interieurverlichting en leeslampje . . . . . . . . . 113
kentekenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
knipperlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
mistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . 69
wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Efficiency-programma besparingstips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
extra verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . 18, 144 comfortopenen en -sluiten . . . . . . . . . . . . . . . 146
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel (XDS) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Elektronische Stabiliseringscontrole (ESC) . . .187, 189
Elektronische startblokkering . . . . . . . . . . . 15, 180
Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . 187, 189, 190 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190, 191
Emissiegegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187 elektronische stabiliseringscontrole . . . . . . . . 187
rem voor meervoudige aanrijdingen . . . . . . . . 192
Sport-modus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Event Data Recorder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Extra verbruikers (efficiency-programma) . . . . . . . 42 F
Filter t egen schadelijke stoffen . . . . . . . . . . . . . . 169
Frontairbag aan bijrijderszijde Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Frontairbag aan bijrijderszijde buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Frontale botsingen en natuurkundige wetten . . . 84
Front Assist aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . 217
zie ook Noodremhulpsysteem . . . . . . . . . . . . . 217
Functie Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Functie Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Functiestoringen automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 223
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 241
katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
koppeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Noodremhulpsysteem (Front Assist) . . . . . . . . 219
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
G
Geluiden automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 223
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Geluidssignaal veiligheidsgordel niet vastgegespt . . . . . . . . . . 82
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 123
Gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99, 151
Gewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Gordel spannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 86 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
GRA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Grote Onderhoud Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288 H
Handbediende airconditionin
g . . . . . . . . . . . . . . 174
Handrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
HBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . 31, 178
Hoedenplank opbergen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Hoofdairbags beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Hoofdsteunen regelen hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Hoofdsteunen uit- en inbouwen . . . . . . . . . . . . . 157
Hulpsystemen ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 222
dodehoekhulp (BSD) met uitparkeerhulp(RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 241
noodremmen (Front Assist) . . . . . . . . . . . . . . . 217
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 251
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
Snelheidsregelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 239
Hydraulische remkrachtassistent automatisch oplichten van de alarmlichten . . 190
318
Page 323 of 332

Trefwoordenlijst
Noodbediening bijrijder
s
portier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
keuzehendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Noodgevallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99 accu vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
een doorgebrande zekering vervangen . . . . . . 62
een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
lampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
lekke band . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
noodprogramma automatische versnellings-bak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
noodslepen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Reservewiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
Schakelaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Startkabels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
verbanddoos . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
wagengereedschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
zekeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Noodontgrendeling achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Noodremhulpsysteem aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . 217
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 221
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
Noodreservewiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 301
Noodvergrendeling van het bijrijdersportier . . . . 16
O Octaangetal (benzine) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Olie-eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Omgevingsverlichting een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108 Omschakelknop
Schak elaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Onderdelenset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . 43, 288
Onderhoudsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Onderhoud van de wagen servicestand van de ruitenwisserbladen . . . . . 73
Onluchtingsgleuven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
ont- en vergrendelen met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
met de knop voor de centrale vergrendeling . 137
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Opbergvak bijrijderszijde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
opbergzak in de stoel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
paneel van het voorportier . . . . . . . . . . . . . . . 160
rechtervoorstoel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
Opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
Opbergvak voor wagendocumentatie . . . . . . . . . 160
Openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
tankklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 144
in de slotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
met de knop voor de centrale vergrendeling . 137
motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
tankklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Opslag van ongevalgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Overzicht motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 287
Overzicht van het bestuurdersgedeelte stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
stuur rechts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Overzicht van het bijrijdersgedeelte
stuur link s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
stuur rechts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
P
Park Assist zie Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . 241
Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249 automatische aansturing . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
de aanwijzingen en akoestische signalen aan-passen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
hulp bij het achteruit parkeren . . . . . . . . . . . . 251
manoeuvreerremmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
parkeerhulp plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
sensoren en camera: schoonmaken . . . . . . . . 274
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
visuele aanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
zie Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . 241
zie ook Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 251
Parkeerhulpsysteem zie Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 251
Parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186, 197 met het inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . 246
Parkeren (automatische versnellingsbak) . . . . . 197
ParkPilot zie Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 251
Passagiers achterin zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 76, 77, 78
Pedalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Peddels (automatische versnellingsbak) . . . . . . 196
Peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Portieren kinderbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Portiergreep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 ijsvrij maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
321