lane assist Seat Ateca 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2018, Model line: Ateca, Model: Seat Ateca 2018Pages: 364, PDF Size: 7.42 MB
Page 250 of 364

Bedienen
zoals bijvoorbeeld bij sneeuw, ijs, regen of
los
se s
teentjes, noch op overstroomde we-
gen.
● Gebruik het filehulpsysteem niet in het ter-
rein of op een on
verhard wegdek. Het file-
hulpsysteem is enkel bestemd voor gebruik
op verharde wegen.
● Het filehulpsysteem reageert niet bij perso-
nen of dieren, noc
h bij kruisende wagens of
bij een tegemoetkomende wagen op dezelfde
rijstrook.
● Indien het filehulpsysteem de snelheid niet
vol
doende vermindert, rem dan de wagen on-
middellijk met het rempedaal.
● Indien de wagen zich blijft verplaatsen na
de oproep tot
ingreep door de bestuurder,
rem dan de wagen met het rempedaal.
● Indien op het display van het instrumenten-
paneel e
en oproep tot ingreep van de be-
stuurder weergegeven wordt, neem dan on-
middellijk weer de controle over de wagen
over.
● Houd de handen steeds op het stuur en
wees
klaar om op elk moment zelf te kunnen
sturen. De verantwoordelijkheid voor het juist
aanhouden van de rijstrook ligt altijd bij de
bestuurder.
● Wees altijd klaar om zelf te kunnen sturen
(accel
ereren of remmen). Let op
● Als
het filehulpsysteem niet werkt zoals be-
schreven in dit hoofdstuk, gebruik het dan niet en ga naar een gespecialiseerde werk-
pl
aat
s.
● Als het systeem een storing vertoont, laat
het dan n
akijken in een gespecialiseerde
werkplaats. Noodhulpsysteem (Emergency
Ass
i
st)
Beschrijving en werking Het noodhulpsysteem (Emergency Assist)
s
t
elt
vast of de bestuurder niet actief is en
kan de wagen automatisch binnen zijn rijst-
rook houden of zo nodig volledig tot stilstand
brengen. Op die manier kan het systeem ac-
tief helpen om een ongeval te voorkomen.
Het noodhulpsysteem (Emergency Assist) is
een bijkomende functie van de rijstrookassis-
tent (Lane Assist) ››› pag. 243 en combineert
de functies daarvan met die van de automati-
sche afstandsregeling (ACC) ››› pag. 233.
Lees daarom aandachtig deze twee hoofd-
stukken en houd rekening met de beperkin-
gen van de systemen en aanwijzingen erover.
Werking van het noodhulpsysteem (Emer-
gency Assist)
Het noodhulpsysteem stelt vast of de be-
stuurder geen enkele activiteit uitvoert en
vraagt hem herhaaldelijk met optische en akoestische waarschuwingen alsook rem-
schokk
en om de controle over de wagen weer
actief over te nemen.
Als de bestuurder nog steeds niets doet,
neemt het systeem automatisch het gaspe-
daal, de rem en stuurinrichting over om de
wagen te remmen en op zijn rijstrook te hou-
den ››› . Wanneer het noodhulpsysteem ac-
tief r
e
gelt, gaan de noodknipperlichten bran-
den ››› pag. 158 en maakt de wagen lichte
zigzagbewegingen binnen de rijstrook om
andere weggebruikers te waarschuwen.
Als de resterende remafstand voldoende is,
vertraagt het systeem zo nodig de wagen tot
volledige stilstand en wordt de elektronische
parkeerrem automatisch ingeschakeld
››› pag. 197.
Het noodhulpsysteem (Emergency Assist) in-
en uitschakelen
Het noodhulpsysteem (Emergency Assist) is
automatisch ingeschakeld wanneer de rijst-
rookassistent (Lane Assist) ingeschakeld is
››› pag. 243.
Technische vereisten om het noodhulpsys-
teem (Emergency Assist) te gebruiken
● De automatische afstandsregeling (ACC)
moet ing
eschakeld zijn ›››
pag. 233.
● De rijstrookassistent (Lane Assist) moet in-
ges
chakeld zijn ››› pag. 243.
248
Page 251 of 364

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
● De k
euz
ehendel moet zich in stand D/S of
in tiptronic-schakelweg bevinden.
● Het systeem moet aan weerszijden van de
wagen een afb
akeningslijn van de rijstrook
vastgesteld hebben ››› afb. 204.
De volgende situaties kunnen ertoe leiden
dat het noodhulpsysteem (Emergency As-
sist) niet reageert of automatisch wordt uit-
geschakeld:
● Indien de bestuurder het gas- of rempedaal
intrapt, of het
stuur beweegt.
● Indien een van de voorwaarden vermeld in
›››
pag. 248, Technische vereisten om het
noodhulpsysteem (Emergency Assist) te ge-
bruiken niet langer vervuld is.
● Indien een van de nodige voorwaarden
voor werk
ing van de rijstrookassistent (Lane
Assist) niet langer vervuld is ››› pag. 243.
● Indien een van de nodige voorwaarden
voor werk
ing van de automatische afstands-
regeling (ACC) niet langer vervuld is ››› pag.
233. ATTENTIE
De intelligente technologie in het noodhulp-
sys t
eem (Emergency Assist) kan de limieten
opgelegd door de natuurkundige wetten niet
overwinnen en werkt enkel binnen de eigen
grenzen van het systeem. De bestuurder
draagt altijd de verantwoordelijkheid voor
het besturen van de wagen. ●
De s nelheid en de
veiligheidsafstand altijd
aanpassen aan de voorligger afhankelijk van
het zicht, het weer, het wegdek en het ver-
keer.
● Houd de handen steeds op het stuur en
wees
klaar om op elk moment zelf te kunnen
sturen.
● Het noodhulpsysteem kan op zich geen on-
geva
llen of ernstige letsels voorkomen.
● Als de werking van het noodhulpsysteem
vers
toord is, bijvoorbeeld omdat de radar van
de automatische afstandsregeling (ACC) of de
camera van de rijstrookassistent (Lane As-
sist) bedekt of verkeerd afgesteld is, dan kan
het zijn dat het systeem ongepast ingrijpt in
de remmen of de stuurinrichting.
● Het noodhulpsysteem reageert niet bij per-
sonen of dieren, noc
h bij kruisende wagens
of bij een tegemoetkomende wagen op de-
zelfde rijstrook. ATTENTIE
Als het noodhulpsysteem (Emergency Assist)
op ong ep
aste wijze ingrijpt, kunnen er zich
ongevallen en ernstige letsels voordoen.
● Als het noodhulpsysteem niet juist werkt,
sch
akel dan de rijstrookassistent (Lane As-
sist) uit ››› pag. 243. Op die manier wordt ook
het noodhulpsysteem uitgeschakeld.
● Laat het systeem door een gespecialiseer-
de werkpl
aats controleren. SEAT raadt u aan
om daarvoor een SEAT-dealer te raadplegen. Let op
● Autom ati
sche ingrepen op de remmen door
het noodhulpsysteem (Emergency Assist)
kunnen worden onderbroken door het gaspe-
daal of de rem in te trappen, of door te draai-
en aan het stuur.
● De noodknipperlichten, die automatisch
gingen br
anden, kunnen worden gedoofd
door het gaspedaal of de rem in te trappen, te
draaien aan het stuur of te drukken op de
knop van de noodknipperlichten.
● Zo nodig kan het noodhulpsysteem (Emer-
gency As
sist) de wagen doen vertragen tot
volledige stilstand.
● Wanneer het noodhulpsysteem (Emergency
Assi
st) wordt geactiveerd, is het enkel op-
nieuw beschikbaar na uitschakelen en weer
inschakelen van het contact. 249
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 304 of 364

Aanwijzingen
beschadiging van de buitenspiegels te voor-
komen. B
uit
enspiegels die elektrisch inge-
klapt kunnen worden mogen niet met de
hand, maar alleen elektrisch in en uit worden
geklapt. VOORZICHTIG
● Was
t u de wagen in een automatische was-
straat, dan wordt aanbevolen onderstaand
proces voor de vergrendeling van de ruiten-
wisserarmen uit te voeren om te vermijden
dat ze naar de bovenzijde van de ruit zouden
worden verplaatst:
–de motorkap moet gesloten zijn
– schakel het contact in en vervolgens weer
uit
– druk de hendel van de ruitenwisser kort
naar voren (ruitensproeierfunctie). De rui-
tenwisserarmen zijn vergrendeld. Milieu-aanwijzing
Wagen alleen op daarvoor aangewezen was-
pl aat
sen wassen. Daar wordt voorkomen dat
eventueel door olie verontreinigd water in het
afvoerwater komt. In bepaalde gebieden is
autowassen buiten zulke wasplaatsen verbo-
den. Sensoren en cameralenzen
●
Sneeuw met een handveger verwijderen en
ij s
b
ij voorkeur met een ontdooispray. ●
Reinig de sensor
en met producten die vrij
zijn van oplosmiddelen en een schone, droge
doek.
● Maak de cameralens met een normaal in
de handel
verkrijgbaar glasreinigingsmiddel
op basis van alcohol nat en veeg de lens met
een droge doek schoon. Bij een active lane
assist* wordt het gedeelte voor de lens nor-
maliter schoongehouden door de ruiten-
sproeiers. VOORZICHTIG
● Als
u de wagen wast met een hogedrukrei-
niger:
–houd dan voldoende afstand tot de sen-
soren in de voor- en achterbumpers.
– Reinig niet de cameralenzen of het ge-
bied daaromheen met de hogedrukreini-
ger.
● Gebruik nooit warm of heet water om snee-
uw en ijs
te verwijderen van de lens van de
achteruitrijcamera, omdat deze daardoor kan
scheuren.
● Bij het schoonmaken van de lens nooit een
onderhoudsmiddel
met een schurende werk-
ing gebruiken. Verzorgen en oppoetsen
Waxbehandeling
D
e c
on
servering beschermt de wagenlak. Ui-
terlijk wanneer op de schone lak het water niet meer duidelijk
als
ronde druppels is te
zien, de wagen door het aanbrengen van een
vaste was opnieuw beschermen.
Ook als in de automatische wasinstallatie re-
gelmatig een vloeibare was wordt gebruikt,
is het aan te bevelen de lak ten minste twee-
maal per jaar met vaste was te beschermen.
Dode insecten die vooral in het warme jaar-
getijde op het voorste gedeelte van de motor-
kap en op de voorbumper achterblijven, kun-
nen overigens veel gemakkelijker van een
goed geconserveerde lak worden verwijderd.
Polijsten
Alleen als de lak van uw wagen dof is gewor-
den en als u met conserveringsmiddelen
geen glans meer kunt verkrijgen, is polijsten
nodig.
Als het toegepaste polijstmiddel geen be-
waarmiddelen bevat, moet vervolgens een
conserveringsmiddel worden aangebracht. VOORZICHTIG
● Beh andel
matte lak of kunststof delen niet
met polijstmiddelen of vaste wax.
● De sierlijsten die om het panoramadak en
de voorruit
lopen, mogen niet met lakpoets-
middelen worden behandeld. U mag deze
echter wel met vaste was behandelen. 302
Page 351 of 364

Trefwoordenlijst
Bestuurdersinformatiesysteem bedienin g met
de ruit
enwisserhendel . . . . . . . 37
motorolietemperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . 43
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
Bijrijder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 76, 77, 78
Bijzonderheden aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 103
hogedrukreinigers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
omgevingscamerasysteem (Top View Camera) . . .282
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 295
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 104
Binnenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Binnenspiegel zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Bodem van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . 177
Boordcomputer zie Bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58, 309 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 334
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
Brandstofverbruik uitschakelen door inertie . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 216
BSD zie Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
BSD Plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299 Buitenspiegels
buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 290
Verwarmbare . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
C Camera Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258, 302
Cd-rom-speler (navigatiesysteem) . . . . . . . . . . . 170
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 142
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
knop centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . 135
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Schuif-/kanteldak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 134
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 154
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30, 191 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Controlelampjes bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225 trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
uitparkeerhu
lp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 224
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
Cruisecontrol bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
waarschuwings- en controlelampje . . . . . . . . . 224
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . 70, 102, 104 achterste sleepoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 104
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 104
met trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
rijadviezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
verbod om te slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
vierwielaandrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
voorste sleepoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
349
Page 354 of 364

Trefwoordenlijst
service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
w aar
s
chuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 125
Interieurbewaking en wegsleepbeveiliging . . . . 144 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
Interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187 aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
actieradius van de afstandsbediening . . . . . . 189
activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188, 190
elektrische verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
Radiografische afstandsbediening . . . . . . . . . 188
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
ISOFIX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 28
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 28
J Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76 bestuurder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Bijrijder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
passagiers achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
K
Katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216 functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216
Keuzehendelvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
Keuzehendel (automatische versnellingsbak) functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
standen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
Keyless-Entry zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Keyless-Exit zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136 Keyless Access
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
de motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
de wagen ontgrendelen en vergrendelen . . . . 136
Easy Open . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Keyless-Entry . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Keyless-Exit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Press & Drive . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Kickdown automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 208
Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124 gedeeltelijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
resetknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Kinderslot elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
Kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 95 bevestiging met de veiligheidsgordel . . . . . . . 25
Indeling in klassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Top Tether-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . 26, 29, 30
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . 24, 94
Kledinghaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Kleine Onderhoud Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . 317
Knie-airbags veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31, 154
Koelsysteem koelvloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 318
koelvloeistof controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . 318
koelvloeistoftemperatuurmeter . . . . . . . . . . . . 124
Koelvloeistof het peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 318
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288 aanhangwagen beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 294 Kogelkop
Contro lelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
elektrisch ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
Koplampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
koplampsproeiers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Koppeling (lampje) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Krik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66, 99 steunpunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Kunststofdelen: schoonmaken . . . . . . . . . 303, 304
L
Lak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302 beschadigingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 333
verzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
Lamp van mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112
Lane assist zie Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243 gebied van de camera schoonmaken . . . . . . . 302
Launch-control (automatische versnellingsbak) 209
Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Leer: conservering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Lekke band handelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Licht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31, 153 akoestische waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . 153
AUTO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
bochtenlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31, 153
352
Page 360 of 364

Trefwoordenlijst
Verloop van de gordels Bij zw
an
gere vrouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 85
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 85
Vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Versnelling ingeschakeld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Versnellingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Verstelbare bodem van de bagageruimte . . . . . 177
Vervoer van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Verwarming en frisse lucht . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Vierwielaandrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 218 slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
sneeuwkettingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 218
winterbanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 218
Vloeistofniveaus controleren motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 313
Vloermatten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 89
Vóór elke rit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Voorgloeisysteem Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Voorruit verwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Voorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Vulhoeveelheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 AdBlue-tank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
ruitensproeiervloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 320
W Waar moet u op letten voordat u gaat rijden? . . . 75
Waarschuwing noodremmen . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Waarschuwings- en controlelampjes . . . . . 47, 125 afstandsbediening (interieurvoorverwarming) . .188
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202 automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 235
bandens
panningscontrolesysteem . . . . . . . . . 328
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Display van het instrumentenpaneel . . . . . . . . 48
elektro-mechanische stuurinrichting . . . . . . . 211
emissiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 244
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
motorregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
rempedaal intrappen . . . . . . . . . . . . . . . 229, 235
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216
schakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
snelheidsregelsysteem (SRS) . . . . . . . . . . . . . 224
Start-stopsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
van de gordel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
voorgloeisysteem/motorstoring . . . . . . . . . . . 217
zoemer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Waarschuwingslampjes snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
Waarschuwingssymbolen zie Waarschuwings- en controlelampjes . . . . . 125
Waden door ondergelopen wegdelen . . . . . . . . . 217
Wagen chassisnummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 333
identificatienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 333
omhoog brengen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
ont- en vergrendelen met Keyless Access . . . . 136
sticker met wagengegevens . . . . . . . . . . . . . . 333
voornaamste kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . 333
Wagenaccu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62, 320 beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 321
energiebeheer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
loskoppelen en aansluiten . . . . . . . . . . . 45, 320
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 322
vulpei
l . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
winterse omstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . 320
Wagen beladen aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
luik voor transport van lange voorwerpen . . . 174
Wagengereedschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66, 99
Wagen omhoogbrengen op de hefbrug . . . . . . . . 68
Wagen opkrikken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Wagen wassen bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262
Wassen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
Wat beïnvloedt de rijveiligheid negatief? . . . . . . . 75
Weergave van verkeersborden op het instrumen- tenpaneel
activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
Wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 335 aantrekmoment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 327
diefstalbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
doppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
losdraaien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Wieldop verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Wielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 323, 335 centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
nieuwe banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 325
noodreservewiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 330
sneeuwkettingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66, 68, 325
Wielsleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Winterbanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 331 vierwielaandrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 218
358