alarm Seat Ateca 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2018, Model line: Ateca, Model: Seat Ateca 2018Pages: 364, PDF Size: 7.42 MB
Page 160 of 364

Bedienen
Alarmlichten Afb. 144
Dashboard: schakelaar voor alarm-
lic ht
en. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 32
De alarmlichten dienen om in gevaarlijke si-
tuaties andere verkeersdeelnemers op uw
wagen attent te maken.
Als de wagen dienst weigert:
1. Uw wagen op een veilige afstand tot het rijdend verk
eer zetten.
2. Druk op de knop om de alarmlichten in te sch
akelen ››› .
3. Motor afzetten.
4. Handrem aantrekken.
5. Bij wagens met handgeschakelde versnel- ling
s
bak de 1e versnelling inschakelen of
de keuzehendel in stand P zetten als dewagen met een automatische versnel-
lings
bak is uitgerust.
6. Gebruik de gevarendriehoek om andere verkeer
sdeelnemers erop te attenderen
dat uw wagen stilstaat.
7. Neem altijd de sleutel mee wanneer u de wagen
verlaat.
Als de alarmlichten zijn ingeschakeld, knip-
peren alle knipperlichten van de wagen tege-
lijkertijd. D.w.z. dat zowel de controlelampjes
van de knipperlichten als het controle-
lampje van de schakelaar tegelijkertijd
knipperen. De alarmlichten werken ook wan-
neer het contact is uitgeschakeld.
Waarschuwing noodremmen
Als u abrupt en continu met een hoge snel-
heid van ongeveer 80 km/u (50 mph) remt,
knipperen de remlichten enkele keren per se-
conde om de achter de wagen rijdende voer-
tuigen te waarschuwen. Als u blijft remmen,
gaan de alarmlichten automatisch branden
wanneer de wagen stopt. Deze worden auto-
matisch uitgeschakeld wanneer de wagen
opnieuw gaat rijden. ATTENTIE
● Een op de w e
g stilgevallen wagen vormt
een groot gevaar. Gebruik altijd de alarmlich-
ten en een gevarendriehoek, om andere ver-
keersdeelnemers op uw stilstaande wagen
opmerkzaam te maken. ●
Van w
ege de hoge temperaturen van de ka-
talysator mag u de wagen nooit in de buurt
van licht ontvlambare materialen, zoals droog
gras of uitgelopen benzine, neerzetten –
brandgevaar! Let op
● De w ag
enaccu wordt (ook bij uitgeschakeld
contact) ontladen als de alarmlichten gedu-
rende langere tijd zijn ingeschakeld.
● Neem bij gebruik van de alarmlichten de
wettelijk
e bepalingen in acht. Parkeerlicht
Wanneer het parkeerlicht ingeschakeld is
(r
ec
ht
er of linker knipperlicht), gaan het
stadslicht voor en het achterlicht aan de des-
betreffende zijde van de wagen branden. Het
parkeerlicht kan uitsluitend worden inge-
schakeld als het contact uit staat en de knip-
perlicht- en grootlichthendel in de midden-
stand staat na te zijn bediend.
Parkeerlicht aan beide zijden Als het contact uit en de lichtschakelaar in de
s
t
and
staat, gaat bij het vergrendelen van
de wagen van buitenaf het parkeerlicht aan
beide zijden van de wagen branden. Hierbij
worden uitsluitend het stadslichten in beide
158
Page 291 of 364

Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwagen*
●
Plots r
emmen en bruuske manoeuvres ver-
mijden.
● Zeer goed opletten bij het inhalen.
● De snelheid meteen verlagen wanneer u
merkt dat
de aanhangwagen slingert.
● Rijd niet harder dan 80 km/u (50 mph)
wanneer u een aanhan
gwagen trekt (of 100
km/u (60 mph) in uitzonderlijke gevallen). Dit
geldt ook voor die landen waarin het toege-
staan is om met hogere snelheden te rijden.
Houd rekening met de maximaal toegestane
snelheid in het land in kwestie voor voertui-
gen met aanhangwagen; deze snelheid kan
lager zijn dan die voor voertuigen zonder
aanhangwagen.
● Probeer in geen geval de wagen met aan-
hang
wagen weer "recht te krijgen" door te
accelereren. ATTENTIE
Als de trekhaak achteraf werd ingebouwd
door een werkp l
aats die niet behoort tot de
SEAT-groep, moet het start-stopsysteem
handmatig worden uitgeschakeld telkens
wanneer u met aanhangwagen gaat rijden.
Anders kan zich een defect voordoen aan het
remsysteem, met een ongeval en ernstige let-
sels tot gevolg.
● Schakel het start-stopsysteem altijd hand-
matig uit w
anneer u rijdt met een aanhang-
wagen gekoppeld aan een trekhaak die niet
door SEAT werd ingebouwd. Let op
● Voor d
at u een aanhangwagen aan- of los-
koppelt, schakelt u altijd het alarmsysteem
uit ››› pag. 132. Anders kan de sensor hel-
lingshoek het alarm onbedoeld doen afgaan.
● Rijd niet met aanhangwagen de eerste
1000 km van de mot
or ››› pag. 212.
● SEAT beveelt aan om zo mogelijk de kogel-
kop uit t
e bouwen of weg te klappen indien u
hem niet gaat gebruiken. Bij een aanrijding
van achteren kan de schade aan de wagen
groter zijn bij gemonteerde kogelkop.
● Sommige achteraf gemonteerde trekhaken
bedekken de behuizin
g van het sleepoog
achteraan. In die gevallen kan het sleepoog
niet gebruikt worden voor het aanslepen of
wegslepen van andere voertuigen. Indien de
wagen naderhand is uitgerust met een trek-
haak, moet de kogelkop daarom altijd in de
wagen bewaard worden bij uitbouw. Controlelampje
Gaat branden op de toets
De kogelkop voor aanhangwagen is niet vergrendeld.
Controleer de vergrendeling van de trekhaak
››› pag.
291. Na het inschakelen van het contact gaan ter
c
ontr
o
le kort enkele waarschuwings- en con-
trolelampjes branden. Na enkele seconden
doven de lampjes. ATTENTIE
Als u de brandende waarschuwingslampjes
en de ov er
eenstemmende berichten negeert,
kan de wagen midden in het verkeer tot stil-
stand komen en kunnen zich ongevallen of
ernstige letsels voordoen.
● De waarschuwingslampjes en de berichten
nooit neg
eren.
● De wagen tot stilstand brengen zodra dat
veilig k
an. VOORZICHTIG
Het negeren van brandende controlelampjes
en de ov er
eenstemmende berichten kan scha-
de aan de wagen tot gevolg hebben. Technische voorwaarden
Wagens die
af f
abriek z
ijn uitgerust met een
trekhaak voldoen aan alle technische en wet-
telijke vereisten om te kunnen rijden met
aanhangwagen.
Als de wagens naderhand wordt uitgerust
met een trekhaak, mag enkel een trekhaak
worden gemonteerd die is goedgekeurd voor
het maximaal toegestane gewicht van de
aanhangwagen die getrokken zal worden. De
trekhaak moet geschikt zijn voor de wagen
en aanhangwagen, en goed vastgemaakt zijn
aan het chassis van de wagen. Gebruik enkel
een trekhaak die is goedgekeurd door SEAT »
289
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 295 of 364

Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwagen*Legenda van
afb. 236:
PinBetekenis
10Positieve laadkabel
11Massa voor pin 10
12Zonder functie
13Massa voor pin 9Stopcontact voor aanhangwagen
Voor de el
ektri
sche verbinding tussen de wa-
gen en de aanhangwagen beschikt de wagen
over een 13-polig stopcontact. Met draaien-
de motor ontvangen de verbruikers van de
aanhangwagen spanning via de elektrische
aansluiting (pin 9 en pin 10 van het stopcon-
tact voor de aanhangwagen).
Indien het systeem vaststelt dat een aan-
hangwagen elektrisch is aangesloten, ont-
vangen de verbruikers van de aanhangwagen
spanning via de elektrische aansluiting (pin
9 en pin 10). Pin 9 is continu plus. De bin-
nenverlichting van de aanhangwagen kan er
bijvoorbeeld mee worden gevoed. De verbrui-
kers zoals bijvoorbeeld de koelkast van een
caravan ontvangen enkel spanning indien de
motor draait (via pin 10).
Om het elektrische systeem niet te overbelas-
ten, is het niet toegestaan om de massaka-
bels pin 3, pin 11 en pin 13 onderling te ver-
binden. Wanneer de aanhangwagen een 7-polig
e s
te-
ker heeft, moet u een bijbehorende adapter-
kabel gebruiken. In dat geval is de functie
van pin 10 niet beschikbaar.
Sleepkabel
De kabel van de aanhangwagen moet altijd
goed vastgemaakt zijn aan het trekkende
voertuig en met voldoende speling om pro-
bleemloos bochten te kunnen nemen. Houd
er echter wel rekening mee dat de kabel tij-
dens het rijden de grond niet mag raken.
Achterlichten van de aanhangwagen
Zorg ervoor dat de achterlichten van de aan-
hangwagen correct functioneren en aan de
geldende wettelijke voorschriften voldoen.
Controleer of de maximale vermogensopna-
me van de aanhangwagen niet wordt over-
schreden ››› pag. 290.
Opnemen in het alarmsysteem
De aanhangwagen is inbegrepen in het
alarmsysteem indien is voldaan aan de on-
derstaande voorwaarden:
● Indien de wagen af fabriek is uitgerust met
alarmsys
teem en trekhaak.
● Indien de aanhangwagen elektrisch is aan-
ges
loten op het trekkende voertuig met het
stopcontact voor aanhangwagen. ●
Indien het elektri
sche systeem van de wa-
gen en aanhangwagen in perfecte staat zijn,
zonder storingen of schade.
● Indien de wagen werd vergrendeld met de
sleut
el en het alarmsysteem actief is.
Wanneer de wagen vergrendeld is, gaat het
alarm af zodra de elektrische verbinding met
de aanhangwagen wordt onderbroken.
Voordat u een aanhangwagen aan- of loskop-
pelt, schakelt u altijd het alarmsysteem uit.
Anders kan de sensor hellingshoek het alarm
onbedoeld doen afgaan.
Aanhangwagens met led-achterlichten
Om technische redenen kunnen aanhangwa-
gens met led-achterlichten niet in het alarm-
systeem opgenomen worden.
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
niet geactiveerd wanneer de elektrische ver-
binding met de aanhangwagen onderbroken
wordt, indien die led-achterlichten heeft.
Indien bij het aankoppelen van de aanhang-
wagen het Eco-rijprofiel geselecteerd was,
wordt automatisch veranderd naar het profiel
Normal. Als het systeem de aangekoppelde
aanhangwagen niet kan detecteren of de
trekhaak achteraf werd gemonteerd door een
werkplaats die niet tot de SEAT-groep be-
hoort, moet het profiel Normal handmatig
worden gekozen voordat u begint te rijden »
293
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 296 of 364

Bedienen
met aanhangwagen. Om het profiel Ec
o op-
nieuw in te schakelen na het loskoppelen van
de aanhangwagen, moet het contact een-
maal uit- en weer ingeschakeld worden. ATTENTIE
Indien de kabels verkeerd of op ongepaste
wijz e w
orden verbonden, kan de aanhangwa-
gen te veel stroom krijgen. Dit kan leiden tot
storingen in het volledige elektronische sys-
teem van de wagen, alsook tot ongevallen en
ernstige letsels.
● Laat de werkzaamheden aan de elektrische
inst
allatie enkel uitvoeren in een gespeciali-
seerde werkplaats.
● Sluit het elektrische systeem van de aan-
hang
wagen nooit direct aan op de elektrische
aansluitingen van de achterlichten of andere
voedingsbronnen. ATTENTIE
Het contact tussen de pinnen van het stop-
cont act
voor aanhangwagen kan leiden tot
kortsluiting, overbelasting van de elektrische
installatie of storing van het verlichtingssys-
teem; ongevallen en ernstige letsels kunnen
hiervan het gevolg zijn.
● Sluit de pinnen van het stopcontact voor
aanhang
wagen nooit op elkaar aan.
● Laat gebogen pinnen in een gespecialiseer-
de werkpl
aats repareren. VOORZICHTIG
Laat de aanhangwagen niet aan de wagen
aang ek
oppeld zitten als u de aanhangwagen
met behulp van de steunen of het hulpwiel
geparkeerd hebt. Als de wagen omhoog of
omlaag gaat, bijvoorbeeld wegens een varia-
tie van de last of een lekke band, wordt meer
druk uitgeoefend op de trekhaak en aanhang-
wagen; de wagen en aanhangwagen kunnen
hierdoor beschadigd raken. Let op
● Bij st orin
gen aan de elektrische systemen
van de wagen, aanhangwagen of het alarm-
systeem, moet u de systemen laten nakijken
in een gespecialiseerde werkplaats.
● Als de accessoires van de aanhangwagen
energie v
erbruiken via het stopcontact voor
aanhangwagen en de motor niet draait, zal
de accu leeg raken.
● Als de wagenaccu bijna leeg is, wordt de
elektris
che aansluiting met de aanhangwa-
gen automatisch onderbroken. Een aanhangwagen laden
Maximaal toegestane aanhangwagenge-
w
ic
ht
en disselkogeldruk
Het maximaal toegestane aanhangwagenge-
wicht is het gewicht dat de wagen kan sle-
pen ››› . De disselkogeldruk is de last dieverticaal van boven wordt uitgeoefend op de
k
og
elk
op van de trekhaak ››› pag. 335.
De gegevens over het aanhangwagengewicht
en de disselkogeldruk die op het typeplaatje
van de trekhaak staan zijn enkel experimen-
tele waarden. De waarden met betrekking tot
de wagen, vaak lager dan deze waarden,
vindt u in de wagenpapieren. U moet altijd
uitgaan van de gegevens in de officiële wa-
genpapieren.
Om de veiligheid tijdens het rijden te bevor-
deren, beveelt SEAT aan om altijd de maxi-
maal toegestane disselkogeldruk optimaal te
benutten ››› pag. 288. Een te geringe kogeld-
ruk heeft een negatieve invloed op het rijg-
edrag van de wagen met aanhangwagen.
Door de kogeldruk neemt het gewicht op de
achteras toe, waardoor de nuttige last van de
wagen vermindert.
Gewicht van het geheel trekkende wagen en
aanhangwagen
Het gewicht van de combinatie is samenge-
steld uit het werkelijke gewicht van de bela-
den wagen en het werkelijke gewicht van de
beladen aanhangwagen.
In sommige landen zijn de aanhangwagens
ingedeeld in categorieën. SEAT beveelt u aan
om u in een gespecialiseerde werkplaats te
informeren over welke aanhangwagens het
meest geschikt zijn voor uw wagen.
294
Page 322 of 364

Aanwijzingen
● Het ruit
en
sproeiervloeistofreservoir is her-
kenbaar aan het symbool op de dop.
● Controleer of er voldoende ruitensproeier-
vloeist
of in het reservoir zit.
Aanbevolen ruitenwissers
● Voor de warmere jaargetijden adviseren wij
G 052 184 A1, voor hel
dere ruiten in de zo-
mer. Mengverhoudingen in het waterreser-
voir: 1:100 (1 deel concentraat op 100 delen
water).
● Voor het gehele jaar rond, G 052 164 A2
voor helder
e ruiten. Mengverhouding bij be-
nadering voor de winter, tot -18°C (0°F): 1:2
(1 deel concentraat op 2 delen water); anders
1:4 in het waterreservoir.
Vulcapaciteiten
De vulhoeveelheid van het reservoir bedraagt
ongeveer 3 liter in versies zonder koplamps-
proeiers en 5 liter in versies met koplamps-
proeiers. ATTENTIE
Als het water voor de ruitensproeiers niet vol-
doende antivries bev
at, kan dit op de voorruit
en achterruit bevriezen en het zicht vooraan
en achteraan beperken.
● Gebruik in de winter alleen ruitensproeiers
met v
oldoende antivries.
● Gebruik de ruitensproeierinstallatie niet bij
winter
se temperaturen zonder eerst de voor- ruit met het ventilatiesysteem te verwarmen.
De antivrie
s
kan op de voorruit bevriezen en
zo het zicht bemoeilijken. ATTENTIE
Nooit antivries of andere soortgelijke toevoe-
gin gen aan de
vloeistof in het ruitensproeier-
vloeistofreservoir toevoegen. Dit kan een vet-
tige laag op het glas achterlaten die het zicht
belemmert.
● Schoon water met een door SEAT aanbevo-
len gla
sreiniger gebruiken.
● Indien nodig, een geschikte antivries aan
de vloeis
tof in het ruitensproeiervloeistofre-
servoir toevoegen. VOORZICHTIG
● Nooit door S
EAT aanbevolen reinigingsmid-
delen met andere reinigingsmiddelen men-
gen. De onderdelen kunnen gaan vlokken
waardoor de ruitenwissersproeiers verstopt
kunnen raken.
● In geen geval de werkzame vloeistoffen tij-
dens het
vullen niet verwisselen. Anders zijn
ernstige storingen en motorschade het ge-
volg!
● De afwezigheid van ruitensproeiervloeistof
leidt t
ot een beperking van het zicht door de
voorruit en, in modellen met koplampsproei-
ers, tot een verlies van zicht in de lichten. Accu
A l
g
emeen Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 62.
De accu bevindt zich in het motorcomparti-
ment en is nagenoeg onderhoudsvrij. Deze
wordt in het kader van onderhoud gecontro-
leerd. Controleer in de zomer en winter echter
wel of de aansluitingen van de accu schoon
zijn en de klemmen goed vast zitten.
Losmaken van de accukabels
Ontkoppel de accu alleen in uitzonderlijke
gevallen. Bij het ontkoppelen van de accu
gaan enkele functie-instellingen van de wa-
gen "verloren" ( ›››
Tab. op pag. 320). De
functies moeten, nadat de kabels zijn aange-
sloten, weer worden geprogrammeerd.
Alvorens de minkabel van de accu los te ma-
ken, het alarmsysteem* uitschakelen. Anders
wordt het alarm geactiveerd.
FunctieHerprogrammeren
Openings-/sluitauto-
maat van de elektrische
ruitbediening››› pag. 149, Sluit- en ope-
ningsautomaat.
Sleutel met afstandsbe-
dieningAls de wagen niet reageert
op de sleutel, moet deze
worden gesynchroniseerd
››› pag. 142. 320
Page 349 of 364

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
l
en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Aanhaalmomenten van de wielbouten . . . . . . . . 335
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288 aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . 294
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 293
alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 293
beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
de koplampen verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288, 294
kogelkop elektrisch ontgrendelen . . . . . . . . . . 291
led-achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 293
naderhand monteren van een trekhaak . . . . . 297
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275, 279
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 295
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 293
stabilisatie van het samenstel wagen-aanhan-ger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
technische voorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
vasthaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 335 aanhangwagen beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
Aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
ABS zie Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233 radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236 Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171, 299
Acht
erbank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
rugleuning neer- en terugklappen . . . . . . . . . . 168
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16, 17 zie ook Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Achterlichten een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Achterlichten in achterklep fitting uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Achterlichten in zijpaneel achterlicht uitbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53, 55
Achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164 zelfdimmend binnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
zie ook Achteruitkijkspiegels . . . . . . . . . . . . . . 164
Achteruitkijkspiegels buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Achteruitrijsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Achteruitversnelling (automatische versnellings- bak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
AdBlue beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 311
specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Tankinhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Afdekkingen van de airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 344
Afsleepalarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Afstandsbediening zie Sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
Afstandsbediening (interieurvoorverwarming) . 188 de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189 Afstandsregeling
zie Aut omatische afstandsregeling . . . . . . . . . 233
Afvoer Gordelspanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 87 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
de frontairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 91
frontairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21, 89
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
knie-airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
zijairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Airconditioning Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52, 181
gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
handbediende airconditioning . . . . . . . . . . . . . 54
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
verwarming en frisse lucht . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
voorruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 158
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 zie ook Anti-diefstal alarmsysteem . . . . . . . . . 132
Alcantara: schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
Algemeen schema Bestuurdersruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
knipperlicht- en grootlichthendel . . . . . . . . . . 154
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 313
Waarschuwingslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Anti-diefstal alarmsysteem . . . . . . . . . . . . 132, 142 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
interieurbewaking en afsleepalarm . . . . . . . . 144
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
347
Page 351 of 364

Trefwoordenlijst
Bestuurdersinformatiesysteem bedienin g met
de ruit
enwisserhendel . . . . . . . 37
motorolietemperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . 43
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
Bijrijder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 76, 77, 78
Bijzonderheden aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 103
hogedrukreinigers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
omgevingscamerasysteem (Top View Camera) . . .282
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 295
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 104
Binnenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Binnenspiegel zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Bodem van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . 177
Boordcomputer zie Bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58, 309 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 334
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
Brandstofverbruik uitschakelen door inertie . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
waarom neemt het verbruik toe? . . . . . . . . . . . 216
BSD zie Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
BSD Plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7, 8
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299 Buitenspiegels
buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 290
Verwarmbare . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
C Camera Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258, 302
Cd-rom-speler (navigatiesysteem) . . . . . . . . . . . 170
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 alarmsysteem uitgeschakeld . . . . . . . . . . . . . . 142
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
knop centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . 135
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Schuif-/kanteldak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 134
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Cetaangetal (diesel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 154
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
Contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30, 191 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Controlelampjes bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225 trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
uitparkeerhu
lp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 224
Cruise control . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 224
Cruisecontrol bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
waarschuwings- en controlelampje . . . . . . . . . 224
D
Dagteller terugzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Dakbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
Dakdrager . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178 dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
De batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Defecte lampen een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
De motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
De voorairbag uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . 70, 102, 104 achterste sleepoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 104
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102, 104
met trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
rijadviezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
sleepkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
verbod om te slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
vierwielaandrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
voorste sleepoog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
349
Page 355 of 364

Trefwoordenlijst
grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
het p
ark
eerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Instappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
instapverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
instrumentenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
lichtbundel-hoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . 159
lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
met cornering-functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Schakelaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
schakelaarverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
snelwegverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
stadslicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Uitstappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Lichtbundelhoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . . . 159
Licht inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Licht uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Light Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Looprichting banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Luchtrecirculatiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Luik voor transport van lange voorwerpen . . . . . 174
M Make-upspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
MFA zie Bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Middenarmleuning voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Milieu milieubewust rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
milieuvriendelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308 Milieu-advies
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
mobiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299
Mobiele telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299
Motor afzetten (sleutel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
geluiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Start-stopsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
starten (aanwijzing voor de bestuurder metmechanisch contactslot) . . . . . . . . . . . . . . . 191
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
voorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Motor afzetten met sleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Motorcode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 333
Motor en contact contact automatisch uitschakelen . . . . . . . . . 194
de motor in werking stellen met Press & Drive 195
de motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
de motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
My Beat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
Motorgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 337
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 313 motorkap openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
Motorkoelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 G 12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
G 13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59, 315 bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 317
inspectieservice . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315
olie-eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
oliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 316
oliepeilstok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 316
onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315 Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315
temperat
uurmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 316
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315, 317
Motorregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 313 accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62, 320
koelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60, 318
motorkap openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
motorkap sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59, 317
remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61, 319
ruitensproeiervloeistofreservoir . . . . . . . 61, 319
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . 313
Motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
Motor starten door slepen . . . . . . . . . . . . . . 70, 103 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
Motorstoring Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Multifunctie-indicatie (MFA) . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Multimedia . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
My Beat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196
N
Naderhand monteren trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Natuurleer schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
Navigatiesysteem cd-rom-speler . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
Netzak Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Noodbediening bijrijdersportier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
keuzehendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
353
Page 356 of 364

Trefwoordenlijst
Noodgevallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99 ac c
u
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 322
bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
een doorgebrande zekering vervangen . . . . . . 64
een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
lampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
lekke band . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
noodontgrendeling en -vergrendeling . . . . . . 101
noodprogramma automatische versnellings- bak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
noodslepen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Schakelaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
startkabels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
wagengereedschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
zekeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Noodhulpsysteem (Emergency Assist) . . . . . . . . 248 aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
Noodontgrendeling achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Noodontgrendeling en -vergrendeling . . . . . . . . 101
Noodremhulpsysteem aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . 229
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 232
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230
radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
Noodvergrendeling van het bijrijdersportier . . . . 16
O Octaangetal (benzine) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
Olie-eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Omgevingscamerasysteem (Top View Camera) . 279 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282 gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
menu's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
modi
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Omgevingsverlichting een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Omschakelknop Schakelaar alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Onderdelenset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299
Onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . 44, 315
Onderhoudsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
Onderhoud van de wagen natuurleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
servicestand van de ruitenwisserbladen . . . . . 72
Onluchtingsgleuven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
ont- en vergrendelen met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
met de knop voor de centrale vergrendeling . 135
met Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Opberglade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
Opbergvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170, 171 dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
verlichting dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . 160
voorstoel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
Opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
Openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132 achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
glazen dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
rolgordijn (glazen dak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
tankklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
Openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15, 132 achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
achterklep met elektrisch openen en sluiten . 145 glazen dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
in de slotc
ilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
met de knop voor de centrale vergrendeling . 135
motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
tankklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
Oppoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
Opslag van ongevalgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Overzicht van het bestuurdersgedeelte stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
stuur rechts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Overzicht van het bijrijdersgedeelte stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
stuur rechts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
P
Panoramaschuifdak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 comfortopenen en -sluiten . . . . . . . . . . . . . . . 149
zie ook Glazen dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Park Assist zie Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . 262
Parkeerhulp automatische aansturing . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
de aanwijzingen en akoestische signalen aan-passen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275, 279
hulp bij het achteruit parkeren . . . . . . . . . . . . 276
omgevingssignaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
parkeerhulp plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . 275
sensoren en camera: schoonmaken . . . . . . . . 302
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275, 279
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 279
visuele aanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . 274, 278
zie Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . 262
zie ook Parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . 270, 276
354